CBS: meer 15- en 16-jarigen met betaald werk Geplaatst 27 februari 2024 door Redactie FlexNieuws In het laatste kwartaal van 2023 zijn meer jongeren aan het werk gegaan dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In totaal gaat het om 34.000 jongeren tussen 15 en 27 jaar. In totaal had 77,9 procent van deze leeftijdscategorie betaald werk. Met name de 15- en 16-jarigen gingen in de afgelopen jaren vaker aan het werk. Dat meldt het CBS op basis van de Enquête beroepsbevolking (EBB) in het kader van de Landelijke Jeugdmonitor. Begin 2020, bij de uitbraak van de coronapandemie, daalde het percentage werkende jongeren, maar sindsdien zijn er steeds meer jongeren gaan werken. In het vierde kwartaal van 2023 was de arbeidsparticipatie van 25- en 26-jarigen met 85,1 procent het hoogst; zij werkten gemiddeld 34 uur per week. Bij 15- en 16-jarigen was de arbeidsparticipatie met 62,8 procent het laagst en zij werkten gemiddeld 9 uur per week: het minste aantal uren. Het gaat hier vooral om scholieren met een bijbaan. Over het algemeen is de arbeidsparticipatie van jongeren hoger als zij ouder zijn. Zij werken dan gemiddeld ook meer uren per week. Sterkste toename arbeidsparticipatie bij 15- en 16-jarigen De netto-arbeidsparticipatie van 15- en 16-jarigen was in het vierde kwartaal van 2023 het laagst van alle jongeren. In deze leeftijdsgroep kwamen er de afgelopen twee jaar wel de meeste werkenden bij. In het vierde kwartaal van 2021 werkte 56 procent van deze groep. In het vierde kwartaal van 2023 liep dat op naar 62,8 procent. Meer jongeren op de arbeidsmarkt In de afgelopen twee jaar waren meer jongeren aan het werk, maar het aantal jeugdwerklozen daalde niet. Met 157.000 werkloze jongeren in het vierde kwartaal van 2023 waren er 8.000 meer jongeren werkloos dan twee jaar geleden. Lees ook: Meer jongeren werken, maar werkgever weet hen nauwelijks te behouden Terwijl er meer jongeren zijn gaan werken en ook het aantal werkloze jongeren licht steeg, nam het aantal jongeren buiten de beroepsbevolking af. In het vierde kwartaal van 2023 waren er 428.000 jongeren buiten de beroepsbevolking, twee jaar eerder waren dit er bijna een half miljoen. Bij 15- en 16-jarigen daalde dit aantal van 125.000 naar 102.000. Bijna een derde van de werkende 15- en 16-jarigen werkt als vakkenvuller In 2023 werkte bijna een derde van de 15- en 16-jarigen als vakkenvuller. Ook werkten ze relatief vaak als keukenhulp, als medewerker bediening in de horeca, als verkoopmedewerker in de detailhandel of achter de kassa. Sinds 2021 zijn 15- en 16-jarigen vooral meer in de horeca gaan werken, zowel als keukenhulp als in de bediening. Het percentage dat werkte als vakkenvuller, verkoopmedewerker of kassabediende nam iets af. Het oorspronkelijke bericht is hier te vinden, inclusief interactieve grafieken. Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags arbeidsmarkt, banen, CBS, jongeren | Reacties uitgeschakeld voor CBS: meer 15- en 16-jarigen met betaald werk
Brunel beleeft topjaar 2023 Geplaatst 26 februari 2024 door Redactie FlexNieuws Brunel heeft een uitstekend jaar achter de rug. In 2023 is een omzetgroei behaald van +18%, ondanks enige tegenwind aan het eind van het jaar. Ook voor 2024 wordt groei verwacht, maar waarschijnlijk zal dit minder sterk zijn dan in het topjaar 2023. Dat blijkt uit de kwartaal- en jaarcijfers die de detacheerder afgelopen week heeft bekendgemaakt. Brunel International Brunel International heeft in het vierde kwartaal van 2023 een omzet behaald van €344,2 miljoen euro. Dat komt neer op een (organische) omzetgroei van +14% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat laat het bedrijf weten in de kwartaal- en jaarcijfers dat het bedrijf vorige week presenteerde. De cijfers laten een gemengd beeld zien. De brutowinst kwam uit op €66,2 miljoen (organische groei +6%). De bedrijfsresultaten waren echter minder positief in het vierde kwartaal van 2023; het operationeel resultaat daalde naar €14,7 miljoen (-7% organisch). De omzetgroei in het vierde kwartaal was fors, maar niet zo groot als in het derde kwartaal van 2023 toen Brunel International een mondiale omzetgroei van +21% boekte. Lees ook: Adecco presteert relatief goed, Brunel nog veel beter in derde kwartaal Over heel 2023 boekte Brunel International een omzet van €1,33 miljard, een (organische) omzetgroei van +18% ten opzichte van het jaar daarvoor. De brutowinst in 2023 bedraagt €273,6 miljoen, een groei van +13%. Het operationele resultaat over het hele jaar komt uit op €62 miljoen, in absolute zin een daling van -5% ten opzichte van het jaar daarvoor, maar een (organische) groei van +5%. Brunel Nederland In Nederland behaalde Brunel in het vierde kwartaal van 2023 een omzet van €55,8 miljoen, een omzetgroei van +13% (organisch) ten opzichte van dezelfde periode het jaar daarvoor. Over heel 2023 kwam de omzet in ons land uit op €213,2 miljoen, een omzetstijging van +12%. Daarmee presteert Brunel als een van de grootste beursgenoteerde detacheerders in ons land uitstekend. Want de omzetgroei van Brunel Nederland bedroeg in het derde kwartaal +16% ten opzichte van een jaar eerder. In het tweede kwartaal was er ook al dubbelcijferige groei (+14%), na een eerste kwartaal in 2023 met een omzetgroei van +8%. Flexstrateeg en hoofdredacteur Wim Davidse toont met onderstaande grafiek de omzetontwikkelingen van de verschillende flexbedrijven. Hieruit blijkt dat Brunel Nederland beter presteert dan gemiddeld in de flexbranche, waar vooral de omzetkrimp van grote generieke uitzenders als Randstad en ManpowerGroup opvallen. Omzetontwikkelingen verschillende flexbedrijven Brunel 2023 Ook binnen de detacheringsbranche doet Brunel het dus beter dan de concurrentie. Volgens de meest recente VvDN Marktmonitor steeg in het laatste kwartaal van 2023 de omzet van detacheerders met + 3,5% ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Lees ook: Ondanks toename van gedetacheerden zonder opdracht, blijven detacheerders positief Vooruitzichten Jilko Andringa, CEO van Brunel, zegt in een toelichting op de cijfers: “Het laatste kwartaal bracht onverwachte tegenwind, voornamelijk door de invloed van hoge rentetarieven en inflatie op de offshore windindustrie. Dat leidde tot het plots stopzetten van projecten.” Dit had een significante impact op de recruitmenttak van Brunel. Andringa vervolgt: “De Duitse markt kende een vertraging, maar we hebben snel gereageerd door onze organisatie en kostenstructuur aan te passen. Met onze ondernemende verkoopaanpak zijn we goed voorbereid op de huidige marktomstandigheden.” Het bedrijf is 2024 gestart met een ‘hoge, enkelcijferige’ omzetgroei en verwacht dat deze trend doorzet, ondersteund door de eerste voordelen van de doorgevoerde kostenbesparingen. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags detachering | Reacties uitgeschakeld voor Brunel beleeft topjaar 2023
Work first? Analyse van Arbeidsintegratie bij Oekraïense Vluchtelingen Geplaatst 26 februari 2024 door Redactie FlexNieuws De integratie van Oekraïense vluchtelingen in de Nederlandse arbeidsmarkt laat een dubbelbeeld zien. Hoewel de directe toegang tot werk voor een hoge arbeidsparticipatie zorgt, roept het ook vragen op over de kwaliteit van deze banen en de langetermijnvooruitzichten voor deze nieuwkomers. Dat concluderen Jaco Dagevos, onderzoeker bij het SCP en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Katja Rusinovic, lid van de Adviesraad Migratie en lector aan de Haagse Hogeschool, in het economenblad ESB. Ze maken in hun onderzoek een vergelijking tussen de ‘work first’-benadering van Nederland en de ‘settle first’-strategie zoals die in Duitsland gebruikt wordt. Snel aan de slag Bijna 106.000 Oekraïners hebben sinds de Russische invasie in Oekraïne hun toevlucht gezocht in Nederland, waar ze op basis van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming zonder asielprocedure kunnen werken. Dit beleid stelt hen in staat onmiddellijk deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Dat zorgt voor een aanzienlijk hogere arbeidsparticipatie dan die van Oekraïense vluchtelingen in Duitsland, zo constateren Dagevos en Rusinovic na onderzoek. In Nederland heeft ongeveer de helft van de Oekraïense vluchtelingen tussen de 15 en 65 jaar een betaalde baan, een aandeel dat aanzienlijk hoger is dan onder vergelijkbare groepen statushouders. Echter, deze werkgelegenheid komt vaak niet overeen met hun opleidingsniveau of ervaring. Dat roept, vinden de onderzoekers, vragen op over de langetermijneffectiviteit van de ‘work first’-aanpak. ….of toch eerst de taal leren? De snelle integratie in de arbeidsmarkt staat in schril contrast met de aanpak in Duitsland. Daar ligt meer nadruk op inburgering en het leren van de taal voordat men aan het werk gaat. Hoewel dit in eerste instantie resulteert in lagere arbeidsparticipatiecijfers, lijken Oekraïense vluchtelingen in Duitsland uiteindelijk meer werk op hun niveau te vinden. De Nederlandse aanpak, hoewel effectief in het snel aan het werk krijgen van Oekraïense vluchtelingen, heeft dus zijn beperkingen. Veel van deze vluchtelingen werken onder hun niveau, vaak in tijdelijke of laagbetaalde banen binnen de uitzendbranche, wat hun potentieel voor langetermijnintegratie en zelfredzaamheid kan beperken. Bovendien kan het gebrek aan inburgeringsbeleid voor deze groep hen op de lange termijn benadelen, vooral als de situatie in Oekraïne hen dwingt langer in Nederland te blijven dan oorspronkelijk verwacht. Een ‘settle first’-strategie zoals in Duitsland kan dus leiden tot betere matches tussen werk en vaardigheden en een duurzamere integratie van vluchtelingen in de samenleving. Evenwichtig beleid nodig De discussie over de optimale aanpak voor de integratie van vluchtelingen is complex en vereist een zorgvuldige afweging van diverse factoren, waaronder de behoeften van de vluchtelingen zelf, de eisen van de arbeidsmarkt, en de capaciteit van de samenleving om te integreren en ondersteunen, zo stellen de auteurs. Volgens hen is er een dringende behoefte aan een evenwichtiger beleid dat niet alleen de arbeidsparticipatie op korte termijn bevordert, maar ook rekening houdt met de langetermijnintegratie en het welzijn van vluchtelingen. Lees het hele artikel op ESB Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags arbeidsmigranten | Reacties uitgeschakeld voor Work first? Analyse van Arbeidsintegratie bij Oekraïense Vluchtelingen
‘Terug naar de tekentafel met Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten’ Geplaatst 22 februari 2024 door Theo van Leeuwen De Tweede Kamer gaat binnenkort beginnen met de behandeling van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA of te wel het toelatingsstelsel). Daarvoor is een wijziging nodig van de WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs). De internetconsultatie daarover sluit op 24 februari. Voor de Stichting PayOK een goede gelegenheid om onze zwaarwegende argumenten tegen het huidige wetsvoorstel voor de WTTA op een rij te zetten. Voor de lezers van FlexNieuws breng ik die argumenten nogmaals onder de aandacht, door middel van de integrale tekst die we als Stichting PayOK via de internet-consulatie hebben ingediend. In mijn vierde aflevering van een serie artikelen over deze wet zal ik volgende week dieper in gaan op de historie van dit wetsvoorstel. INBRENG Argumenten Stichting PayOK internetconsultatie betreffende Wijziging Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met invoering toelatingsplicht. Wetsvoorstel De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een wetsvoorstel geïntroduceerd voor een toelatingsstelsel voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Met dit wetsvoorstel beoogt de regering invulling te geven aan de aanbevelingen van de Commissie Roemer. De noodzaak voor een toelatingsstelsel is ingegeven door langlopende ontwikkelingen in de uitzendsector en de behoefte aan een betere regulering van de uitzendsector. De bedoeling, arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting van arbeidsmigranten bestrijden, is in lijn met de aanbevelingen van de Commissie Roemer. Deze problematiek speelt vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt in specifieke sectoren zoals Vlees, Logistiek, Bouw, Metaal en Agrarisch, waar laagbetaalde arbeid wordt gedaan. Arbeidsmigranten zijn daar zeer kwetsbaar. De commissie vraagt om een vergunningenstelsel voor uitzenders om deze problematiek aan te pakken. Dit wordt uitgewerkt in de WTTA. Problemen met het wetsvoorstel 1. De probleemstelling is breder gemaakt dan de aanbevelingen van de commissie: “Het toelatingsstelsel is ingegeven door langlopende ontwikkelingen in de uitzendsector”. Er zou sprake zijn van “wildgroei”. Dit wordt kwantitatief ondersteund met statistische analyses gebaseerd op het WAADI register. Dat heeft ca. 47.000 inschrijvingen. Maar de SNA inspectie instellingen en veel accountants en administratiekantoren adviseren bedrijven die opdrachten uitvoeren of werk aannemen, zich in te schrijven in het WAADI register. De inschrijving kost niets, maar iemand uitzenden zonder inschrijving kost €20.000. Er zijn bijna geen boetes uitgedeeld op basis van het WAADI register. Daarom mag getwijfeld worden aan de aanname dat de WTTA betrekking heeft op 15.000 bedrijven. 2. Hierdoor verdwijnt het centrale probleem te veel uit beeld, namelijk het aanpakken van arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Duidelijk is dat het wetsvoorstel alle beloften uit geaccepteerde moties in de TK, wensen van vakbonden en werkgevers probeert in te lossen. Maar niet duidelijk is hoe de problemen zoals benoemd in het rapport daadwerkelijk en effectief worden aangepakt. Vanuit allerlei kanten is gevraagd om effectieve handhaving. Juist dit element is de zwakste schakel in deze voorgenomen wetgeving. 3. De gehele uitzendbranche wordt in de wetgeving betrokken, terwijl andere sectoren die het betreft buiten schot blijven. Dit is niet effectief. a. Het rapport Staat van eerlijk werk. Loon naar werken van NLA (vroeger ISZW) duidt genuanceerd en in detail de problematiek. Er zijn 7 sectoren geïdentificeerd, waarbij 40% van de meldingen voorkomen in de sector Uitzenden. Het grootste deel, namelijk 60%, betreft andere sectoren. Die worden met de WTTA buiten beschouwing gelaten. Hoewel het hier slechts gaat om meldingen, is de score significant. b. De gehele uitzendsector bevat ook veel ondernemingen die mensen ter beschikking stellen met betere kwalificaties dan de kwetsbare groep niet- of laaggeschoold en dus laagbetaalde werknemers. De groep mensen met betere kwalificaties, ook de buitenlandse werknemers binnen die groep, zijn in staat om voor zichzelf te zorgen. Arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting komt daar vrijwel niet voor. Bijvoorbeeld een goed geschoolde elektricien uit Polen laat zich niet slecht huisvesten. Zo ook een Hongaarse plaatwerker voor de autoschadeherstelbranche. Een HBO afgestudeerde medewerker van een detacheringsbedrijf is goed in staat om zelf te onderhandelen over zijn of haar salaris. In Programmarapportage Uitzendbureaus 2020-2022 van NLA blz. 10 valt te lezen dat 22% van de uitzendkrachten werkt in Gezondheids- en welzijnszorg, Openbaar Bestuur en Onderwijs. Daar verwachten we geen arbeidsuitbuiting. De argumenten voor de keuze om de gehele uitzendbranche in de wetgeving te betrekken zijn moeilijk te begrijpen. Een aantal redenen wordt genoemd, zoals: • Waterbedeffecten binnen de uitzendbranche. • Het probleem van afbakening; welke uitzendbureaus bedienen de sectoren die veel gebruik maken van laag- en niet geschoolde arbeid. • De wens om in het institutionele kader het bereik van de certificerende instelling(CI), de voormalige Stichting Normering Arbeid (SNA) een-op-een aan te sluiten op Stichting Naleving CAO Uitzendbranche (SNCU), Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en de Belastingdienst (BD) Het probleem van het waterbedeffect is reëel. Hoe kan je aan de buitenkant zien dat een uitzendbureau zijn diensten aan de onderkant van de arbeidsmarkt aanbiedt. Daar staat tegenover dat juist daar sprake is van “vluchtig ondernemerschap”: De ondernemer is niet gebonden aan vestigingsplaats en investeringen. Vandaag doet hij zaken, morgen is hij verdwenen. De expertise van deze bedrijven kan dus ook makkelijk in andere sectoren worden toegepast tegen een bemiddelingsfee. Gezien de indicatie van NLA dat 60% van de problematiek in andere sectoren dan de uitzendbranche zit, lijkt het risico van waterbedeffecten tussen de risicosectoren veel groter dan binnen die ene risicosector genaamd uitzendbranche. De afbakening is ook een reëel probleem. Maar via analyse van de loongegevens, wellicht te realiseren met behulp van de BD, die alle gegevens tot in detail via de BAPI module ontvangt, moet het mogelijk zijn om de risicobedrijven in beeld te krijgen. Voor de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen de vier beoogde actoren (CI, SNCU, NLA en BD) lijkt het niet nodig dat de bereiken op elkaar aansluiten; het gaat om het uitwisselen van gegevens van individuele bedrijven. 4. Het wetsvoorstel is kwalitatief niet voldoende om het gestelde doel van de commissie Roemer, namelijk arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting van arbeidsmigranten aan de onderkant van de arbeidsmarkt bestrijden: a. Alleen institutionele kaders worden ontworpen. Er komt een: i. CI (nieuwe SNA) onder directe verantwoordelijkheid. ii. Verplichting voor inleners om alleen gebruik te maken van gecertificeerde uitzenders. iii. Entree barrière van €100.000,- waarborgsom. iv. Verklaring omtrent het gedrag voor bestuurders. b. Het toetsingskader van SNA wordt, voor zover het ter beschikking stellen betreft, vrijwel zonder wijzigingen overgenomen door de CI, aangevuld met normeisen over de toepassing van inlenersbeloning. Dat laatste is beter uitgewerkt in de PayOK norm. Hier wordt de verbetering die de WTTA moet brengen dus niet gevonden. c. De werkwijzen van NLA en de BD blijven hetzelfde. Een rapport van de Algemene Rekenkamer toont aan dat de effectiviteit van NLA beperkt is en dat extra fte toevoegen niet leidt tot een hogere pakkans van daders. NLA geeft in haar programmarapportage 2020-2022 dat er heel veel overtredingen zijn van werkgevers die de identiteit van hun werknemer niet hebben vastgesteld, terwijl dat wettelijk wel verplicht is. NLA komt niet toe aan het aanpakken van de echte malafiditeit. Uit niets blijkt dat dit kernprobleem aangepakt wordt. d. De informatievoorzienig tussen die instanties komt niet verder dan voornemens; de grondslagen voor gegevensuitwisseling (Memorie van Toelichting bij de WTTA blz. 71) worden uitgewerkt, maar er is (nog) niets concreets over geformuleerd. e. De aansluiting tussen de werkwijzen van SNA, NLA, SNCU is niet geregeld. Regioplan komt in een onderzoek “Zelfregulering in de Uitzendbranche” tot de conclusie dat de gegevens van NLA en SNA moeilijk vergelijkbaar zijn. De basisvoorwaarden voor het bestrijden van malafiditeit zijn daarmee volstrekt niet ingevuld. Het argument dat dit op basis van deze wet wel lukt gaat niet op: De benoemde problemen staan los van deze voorgenomen wetgeving. Ze zijn al veel langer bekend. Het is nooit aangepakt. Waarom morgen wel? Malafide organisaties en bewuste/notoire overtreders van wet- en regelgeving, zie rapport NLA blz. 14, zoeken naar economisch voordeel van goedkope arbeid. Dat is niet gebonden aan een sector. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de malafiditeit verschuift van de uitzendsector naar andere sectoren. 5. De kosten zijn aanzienlijk: a. Directe kosten van het creëren en in stand houden van het systeem zijn uitgewerkt in de Memorie van Toelichting bij de WTTA blz. 91) b. De economische kosten van het blokkeren van innovatie en creativiteit: i. Bonafide uitzenders en werknemers in hogere geschoolde functies en sectoren worden onnodig gehinderd in hun economisch functioneren. ii. Creativiteit wordt in de kiem gesmoord. Starters met goede ideeën hebben weinig mogelijkheden om een waarborgsom van €100.000 op te hoesten. 6. Middelen om tot betere inspecties te komen zijn niet uitgeput. De privaatrechtelijke inspecties kunnen beter. Met de introductie van de risicogerichte inspecties per begin 2023 is daar een goede stap in gemaakt. De effectiviteit kan ook toenemen door betere communicatie tussen de publiekrechtelijke en de privaatrechtelijke handhavers. Hierbij een aantal voorbeelden waaraan gedacht zou kunnen worden: a. Privaatrechtelijke controles kunnen worden verbeterd door eisen zoals die nu in het PayOK keurmerk zijn genormeerd, algemeen toe te passen, bijvoorbeeld: i. Eisen over het aantal en de kwaliteit van ketenpartijen, informatie daarover aan de hoofdopdrachtgever te verstrekken. ii. Controles tussen aangiftes in Postedworkers (https://www.postedworkers.nl/), A1 verklaringen en plaatsingsbevestigingen. Door een risicogerichte aanpak wordt de last beperkt tot de probleemgebieden. b. Synchronisatie van definities en werkwijzen tussen privaatrechtelijke en publiekrechtelijke controleurs maakt de communicatie makkelijker. c. Betere communicatie en afstemming tussen deze organen. Echte wil tot samenwerking, anders dan obligate aanwezigheid als toehoorder in vergaderingen van partijen kan helpen. Dat vraagt om een toegewijde manager met voldoende inzicht en toegangen voor dit doel bij bijvoorbeeld NLA. d. Indicaties uit loongegevens bij UWV en BD kunnen aanwijzingen geven aan privaatrechtelijke controleurs in welke bedrijven veel mensen werken met een verhoogd risico op uitbuiting. Dat hoeft niet op naam. Dus het hoeft niet privacygevoelig te zijn. Het is moeilijk te begrijpen dat, daar waar al circa 7 jaar gepraat wordt over betere afstemming, dit nu wel gaat lukken bij invoering van de WTTA, als deze wet niet verder komt dan voornemens en grondslagen op deze punten. Aanzet tot een betere aanpak Het bereik van de WTTA afgezet tegen de problematiek kan grafisch zo worden uitgebeeld: Alleen in het oranje gebied kan met de WTTA echt een verschil worden gemaakt. keuze matrix risico en probleemgebieden door Stichting PayOK Dat hangt echter vooral af van twee dingen: Een betere afstemming tussen NLA, Belastingdienst, (de nieuwe) SNA en de SNCU. Hoe dat gerealiseerd wordt, is nog niet duidelijk. Een effectieve handhaving door de NLA. Dat staat helaas niet op de wetsagenda. Ongetwijfeld zal het effect van de WTTA zijn dat de sector zich beter aan de regels zal houden. De prijs die daarvoor moet worden betaald is hoog, het nut is beperkt. Het heeft geen nut om heel veel goedwillende ondernemers en werknemers te belasten met beleid dat vooral tot gevolg zal hebben dat de malafide organisaties en bewuste/notoire overtreders van wet- en regelgeving verhuizen naar andere sectoren. Beter zou zijn om oplossingen te zoeken die de problematiek van de kwetsbare groepen aan de onderkant van het loongebouw daadwerkelijk aanpakken. Wij hopen dat deze bijdrage een stimulans hiertoe is en een herbezinning op de WTTA kan leiden tot wetgeving en vormgeving van handhaving zodat op effectieve en doelmatige wijze malafiditeit bestreden kan worden. Veel van bovenstaande argumenten zijn aan te pakken zonder de WTTA of met geheel andere wetgeving. Een betere aanpak zou zijn om: Beleid te formuleren gericht op het bestrijden van malafiditeit aan de gehele onderkant van het loongebouw (alle sectoren) in plaats van minutieus uitpluizen van de uitzendbranche en daarmee een groot aantal bedrijven belasten (midden- en hogere lonen), waar de problematiek niet zit. Een overweging kan zijn om de ketenaansprakelijkheid voor het loon, geregeld in de Wet Aanpak Schijnconstructies, te versterken en daar ook een boetebeleid aan te koppelen. Dit maakt de opdrachtgever aansprakelijk voor wangedrag en vluchtig ondernemerschap. De meeste opdrachtgevers zijn niet vluchtig, zoals ook de minister constateert in haar brief aan de Kamer in 2020. De mogelijkheden die de WAS biedt gaan verder dan de nu voorgestelde simpele controle van de opdrachtgever op het gebruik van een gecertificeerde uitlener. De SNA norm en de PayOK norm gecombineerd in de markt zetten. Dat lost een belangrijk deel van de aandachtspunten van de vakbond op. Het uit de SNA norm halen van contracting is een slecht idee. Wegredeneren van problemen laat ze in de werkelijkheid niet verdwijnen. ISZW en de BD uitrusten met betere instrumenten zodat ze niet continu vastlopen in zaken die stranden op moeilijke bewijsbaarheid. Beter zou zijn om oplossingen te zoeken die de problematiek van de kwetsbare groepen aan de onderkant van het loongebouw daadwerkelijk aanpakken. We hopen dat deze bijdrage een stimulans hiertoe is en dat de WTTA teruggaat naar de tekentafel. Ruud Blaakman Dewy Mulder Theo van Leeuwen Bestuur Stichting PayOK Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags PayOK, Wet Toelating Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (WTTA), Wet TTA | Reacties uitgeschakeld voor ‘Terug naar de tekentafel met Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten’
ABU-cijfers: wederom daling uitzenduren in eerste periode ’24 Geplaatst 21 februari 2024 door Redactie FlexNieuws In periode 1 – van 1 januari tot en met 28 januari 2024 – daalde het aantal uren in de uitzendbranche met 8%. De omzet bleef gelijk ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat meldt de ABU in de recentste editie van de ABU MarktMonitor. Een periode in de ABU-marktmonitor beslaat 4 weken. Omdat de eerste periode van 2024 één werkbare dag minder telde dan dezelfde periode vorig jaar, is er een correctie toegepast. In de laatste periode van vorig jaar presteerde de uitzendbranche juist aanzienlijk beter dan in de maand daarvoor (periode 12) en dan in de rest van het jaar. Zo kwam de omzetontwikkeling in het vierde kwartaal van 2023 zelfs uit op een kleine plus (+1%). ABU Marktmonitor – Overzicht omzet ABU-marktmonitor – Overzicht uren De ontwikkelingen per sector zijn als volgt: Administratieve sector Het aantal uren daalde met 18% en de omzet is gedaald met 8% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Industriële sector Het aantal uren daalde met 4% en de omzet steeg met 5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Technische sector Het aantal uren daalde met 8% en de omzet bleef met gelijk met 0% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 19 maart 2024. De interactieve grafiek is hier te vinden. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU, ABU marktmonitor, omzetcijfers, uren | Reacties uitgeschakeld voor ABU-cijfers: wederom daling uitzenduren in eerste periode ’24