Mag werken (weer) leuk worden, alstublieft? Geplaatst 21 september 2023 door Eugène van den Hemel Door Eugène van den Hemel, JobsforHumanity.com en Meest Invloedrijke Recruiter 2022 Wanneer werken (weer) leuk wordt, zitten er minder mensen ziek thuis, hebben minder mensen last van een burn-out, stijgt de productiviteit en is er voor meer mensen ruimte. Nu ben ik natuurlijk geen econoom. Als recruiter ben ik wel dagelijks bezig met de vraag naar en het aanbod van werk. In mijn gesprekken met zowel werkzoekenden als werkgevers heb ik nog nooit een werkzoekende horen zeggen dat hij/ zij vervelend werk wilde doen, zolang het maar goed betaalde. Net zo min zeggen werkgevers mij dat de kandidaten die ik voor ze ga vinden beter goedkoop dan kundig en leuk zouden zijn. Vraag waarom iemand werkt en je krijgt antwoorden als: • Werken geeft de kans erbij te horen; • Werken geeft de kans jezelf te ontwikkelen; • Werken geeft een gevoel dat ik bijdraag; • (Samen)werken geeft verbinding en is fijn; • Werken is de belangrijkste vorm van inkomen. Ik deel dit met jou omdat een aantal weken geleden, Jurriën Koops, Directeur van de ABU, hier op Flexnieuws de vraag stelde wie er nu tegen werken als uitweg uit armoede kan zijn. Vanzelfsprekend ben ik hier niet op tegen, echter ik ben zeker ook niet voor. Ik ben het met Koops eens dat (meer) werken moet lonen, dat het toeslagen- en uitkeringssysteem te ingewikkeld is en dat de samenwerking tussen publieke en private partijen gestimuleerd dient te worden. Werk, echter, als beste instrument waarmee iemand uit de armoede kan komen? Nee! Net zo min als geld gelukkig maakt, doet werken het armoedevraagstuk oplossen. Ik durf zelfs de stelling aan dat geld werken complexer heeft gemaakt en wellicht de grootste oorzaak is voor de enorme mismatch op de arbeidsmarkt, het grote aantal bullshit jobs en de schrikbarende verzuimcijfers. Het zal u niet verbazen dat ik voorstander van het Basisinkomen ben. Haal de druk rondom het kunnen betalen van de vaste lasten weg en het gros van de mensen zal werk gaan doen waarbij zij het gevoel hebben bij te dragen, plezier te hebben, van betekenis te zijn en meer energie te krijgen dan dat het ze kost. Nu is het een illusie dat met de aanstaande verkiezingen en de komst van een nieuw kabinet ook het Basisinkomen zal worden geïntroduceerd. Ik hoop wel van harte dat in de zoektocht naar manieren om met de schaarste op de arbeidsmarkt om te gaan, het ziekteverzuim terug te dringen en mensen te bewegen in zichzelf en de eigen ontwikkeling te investeren, er minder op financiële prikkels wordt gestuurd en meer wordt nagedacht over hoe werken (weer) leuk kan worden. Ik deel de oproep van Koops aan de politieke partijen om van Nederland de meest inclusieve arbeidsmarkt van Europa te maken. Hier voeg ik graag aan toe, ook richting jou gewaardeerde lezer, om van onze arbeidsmarkt de allerleukste van de wereld te maken. Doe jij mee? Lees ook Vier ‘geheime’ spots waar jij jouw nieuwe medewerker kunt vinden 3 X 3 tips voor een wervende zomer Interview: ‘We hebben elkaar allemaal nodig op de arbeidsmarkt’ Geplaatst in Arbeidsmarktdata | Tags recruitment, tips, werving | Reacties uitgeschakeld voor Mag werken (weer) leuk worden, alstublieft?
Wet Meer zekerheid flexwerkers stuit op kritiek arbeidsrechtexperts Geplaatst 20 september 2023 door Arthur Lubbers De Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten lijkt geen vertraging op te lopen, ondanks de val van het kabinet. Toch stuit de wet op veel kritiek. Zo twijfelen arbeidsrechtadvocaten en -specialisten of de wet niet te complex is en dus haar doel voorbij schiet. Arthur Lubbers – redacteur Flexnieuws De internetconsultatie van de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten is afgerond. Via deze procedure kunnen experts en belanghebbenden reageren een concept wetsvoorstel. Na mogelijke aanpassingen op basis van dat commentaar gaat voorstel naar de Tweede Kamer. Tot vreugde van minister Karien Van Gennip (SZW) kan zij doorgaan met de voorbereiding van de wet omdat het onderwerp niet controversieel is verklaard. Ondanks de demissionaire status van het kabinet kan de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘gewoon’ behandelen. In de Tweede Kamer is een grote meerderheid voor de arbeidsmarktplannen van Van Gennip, zo blijkt uit eerdere debatten. De stemming zal echter naar verwachting pas na de verkiezingen plaatsvinden. Lees ook: Wet Meer zekerheid flexwerkers – update Inhoud wet Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers omvat deze 3 concrete maatregelen: Positie oproepkrachten versterken door het afschaffen van nulurencontracten; deze worden vervangen door (vaste en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor werkenden worden ingeroosterd en betaald krijgen Positie uitzendkrachten verbeteren door inperking uitzendtermijn; de maximale termijn van Fase A wordt verkort van 78 weken naar 52 weken, waarbij geen afwijkingen per CAO meer mogelijk zijn. (Dit is overigens al in de huidige Uitzend CAO bepaald). En de maximale termijn van Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Na deze periode moet de uitzendkracht een vast contract krijgen bij het uitzendbureau. (En er zal geen mogelijkheid meer zijn via cao hiervan af te wijken, wat betekent dat de uitzendtermijn (Fase A en B) maximaal 3 jaar wordt.) Draaideurconstructies voorkomen; de onderbrekingstermijn waarna een werkgever iemand opnieuw in tijdelijke dienst mag nemen gaat naar 5 jaar (die tussenpoos is nu nog 6 maanden). De onderbrekingstermijn van 5 jaar geldt straks ook bij fase A en B bij uitzenden. (Voor scholieren en studenten met een bijbaan gaan andere regels gelden. Ook voor seizoensarbeid blijft een uitzondering gelden; per cao kan een onderbrekingstermijn van 3 maanden worden afgesproken voor functies die maximaal 9 maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend.) Kritiek arbeidsjuristen Het wetsvoorstel stuit op veel kritiek. Een omvangrijke groep arbeidsrechtsadvocaten en -specialisten (waaronder SER-lid Ruben Houweling), verenigd in de LabourLawUnited (LLU), waarschuwt in haar commentaar op het ter internetconsultatie voorgelegde wetsvoorstel voor twee gevaren: Het bekende waterbedeffect als bijvoorbeeld zzp-wetgeving niet gelijktijdig wordt ingevoerd; LLU schrijft: ‘Het wetsvoorstel behandelt voornamelijk ‘flex minder flex’ in de arbeidsovereenkomst. De zzp-vraagstukken en het vergroten van wendbaarheid en regeling werknemers tweede ziektejaar maken geen onderdeel uit van dit wetsvoorstel.’ LLU herhaalt de oproep voor een integrale aanpak van de arbeidsmarkt, zoals ook bepleit door de Commissie Borstlap en in het SER MLT-advies Complexe regelgeving helpt kwetsbare flexkracht niet; de uitvoering van de wet roept ‘veel en complexe vragen’ op. De wet beoogt ‘precaire werkers’ bescherming te bieden. Maar LLU stelt dat ‘meer wettelijke regels niet automatisch meer bescherming met zich meebrengt’. Zij pleit voor betere handhaving en juist vereenvoudiging van regelingen. Voorspellende waarde jurisprudentie De wetgever zal deze kritiek zeker serieus nemen, verwacht Alexander Kist (partner bij W&RK Advies), een van de meer dan 35 arbeidsrechtspecialisten en -advocaten die een bijdrage hebben geleverd aan het ruim 60 pagina’s tellende rapport van de LLU. “De bevinden van de LLU hebben een hoge voorspellende waarde over de jurisprudentie die je kunt verwachten als je deze wetswijzigingen doorvoert.” Complex en (dus) minder goed uitvoerbaar De algemene kritiek van de LLU op het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers is met name dat de complexiteit van de wetgeving alleen maar groter wordt. En dat komt de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid niet ten goede. Kist wijst als voorbeeld op het uitbreiden van de inlenersbeloning voor bedrijven die onder de WAADI vallen. “De wetgever wil een onderscheid gaan maken tussen essentiële arbeidsvoorwaarden (loon en overige vergoedingen) en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. Tussen die twee categorieën mag dan geen uitruil meer plaatsvinden. Het is onduidelijk waarom dit onderscheid wordt gemaakt. Je maakt het daarmee alleen maar onnodig complex. Waarom niet kiezen voor het uitgangspunt dat het totaalpakket minimaal gelijkwaardig dient te zijn, zoals de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) voorstelt?” Het doel van de beoogde wetswijziging is het voorkomen van concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Maar daar is helemaal geen sprake van, stelt Kist. “Vergelijk het met huisbazen, een huurwoning is ook relatief duurder omdat de huisbaas er zelf aan moeten verdienen. Zo is het ook met flexwerk; flexkrachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerden kosten ook meer.” Welk probleem oplossen? Kist vraagt zich dan ook af welk probleem de wetgever met de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten wil oplossen. Hij wijst op onderzoek door Temper onder eigen freelancers, waaruit blijkt dat nagenoeg niemand van hen zit te wachten op een arbeidscontract. Volgens Kist zijn de problemen op de arbeidsmarkt ook met bestaande wetgeving op te lossen. De crux zit vooral in de handhaafbaarheid. Nieuwe, strengere wetgeving is dus niet altijd de beste oplossing. Sterker nog, het kan averechts werken, denkt hij. “Je kunt wel meer wetgeving willen invoeren, maar tegen welke prijs? Het gevaar van het sleepneteffect ligt op de loer. Je raakt daarmee ook niet malafide flexbedrijven. De goeden moeten dan onder de kwaden lijden.” Het doorvoeren van de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten kan volgens het LLU in de praktijk tot problematische situaties leiden. Een van de vele voorbeelden hiervan uit hun rapport: De vervaltermijn van (straks) 60 maanden (onderbrekingstermijn van 5 jaar, red.) geldt voor uitzendkrachten zowel in Fase A als Fase B. Met name in Fase B kan deze zeer lange vervaltermijn problematisch worden omdat tussenpozen tussen verschillende bepaalde tijd contracten meetellen voor het berekenen van de termijn van 24 maanden (onder artikel 7:691 lid 8 BW). Dit betekent dat uitzendkrachten in bepaalde situaties van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd krijgen terwijl zij pas (zeer) kort voor het uitzendbureau gewerkt hebben. Een voorbeeld: De werkende komt op 1 januari 2028 in dienst van uitzendbureau A o.b.v. een uitzendovereenkomst in Fase A. Op 1 januari 2029 komt hij terecht in Fase B. Dan begint de ketenregeling (van artikel 7:668a BW / artikel 7:691 lid 8 BW) voor hem te lopen. Vervolgens gaat hij op 1 februari 2029 uit dienst. Hij heeft dan slechts één maand in Fase B gewerkt. Op 1 februari 2032 komt hij weer in dienst van uitzendbureau A. Hij is dan meteen in vaste dienst. Tussen 1 januari 2029 en 1 februari 2032 zijn immers meer dan 24 maanden verstreken terwijl e.e.a. binnen de vervaltermijn van 60 maanden gebeurt. Geplaatst in Rechtspraak | Tags Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten | Reacties uitgeschakeld voor Wet Meer zekerheid flexwerkers stuit op kritiek arbeidsrechtexperts
Prinsjesdag 2023: werknemers gaan erop vooruit, ondernemer verliest meer aftrekposten Geplaatst 20 september 2023 door Redactie FlexNieuws Welke maatregelen uit de Miljoenennota en het Belastingplan zijn van belang voor de flexmarkt? Een overzicht van het nieuws tijdens Prinsjesdag 2023. et kabinet verlaagt na de zelfstandigenaftrek nu ook de mkb-winstvrijstelling. Dankzij koopkrachtmaatregelen gaan zzp’ers met een laag- tot middeninkomen er voorlopig toch op vooruit. Zelfstandig ondernemers met een belastbaar inkomen van meer dan circa 90.000 euro moeten volgend jaar juist meer belasting betalen. Een deel van de ondernemers verliest dus aan koopkracht (zie deze infographic), terwijl vrijwel alle werknemers (zie dit overzicht) erop vooruitgaan. Dat blijkt uit het Belastingplan 2024. De verlaging van aftrekposten is deel van het plan om fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. Ondertussen raken de maatregelen ook ondernemers die niet concurreren met werknemers op de arbeidsmarkt. Denk aan zzp’ers die producten verkopen of ondernemers die diensten leveren aan particulieren. Geen nieuwe maatregelen In de kabinetsbegroting staan verder weinig nieuwe arbeidsmarktmaatregelen. Dat is niet verrassend, want het kabinet is voor de zomer gevallen en mag geen grote beslissingen nemen. Desondanks komt ook dit demissionaire kabinet traditiegetrouw met een miljoenennota en het Belastingplan op de derde dinsdag van september. De meeste arbeidsmarktplannen waren al bekend, zoals de certificeringsplicht voor uitzenders, afschaffing van nulurencontracten en de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Verder wisten we ook al dat de speciale arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (aov-zzp) en de certificeringsplicht voor uitzenders vertraging oplopen. Verder herhaalt het kabinet dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bezig is met allerlei wetswijzigingen rondom zzp’ers. Zo gaat de Belastingdienst strenger handhaven op schijnzelfstandigheid en werkt de minister van SZW aan verduidelijking van de regels om te bepalen wanneer een werkgever een zzp’er mag inhuren. Zij mag demissionair doorwerken aan al deze plannen. Lees ook: Nieuwe wetgeving, uitzenden en de flexbranche: de tussenstand Minder mkb-winstvrijstelling De afbouw van de mkb-winstvrijstelling is dus wel nieuw. Die daalt van 14% naar 12,7%. Ondernemers moeten volgend jaar dus over een groter deel van hun winst belasting betalen. Ondernemers met de hoogste winsten gaan er het meest op achteruit door deze aanpassing, staat in het Belastingplan. Zelfstandigenaftrek daalt verder Verder blijft de zelfstandigenaftrek dalen. Een jaar geleden versnelde het kabinet de afbouw. In 2023 maakte het kabinet bekend dat het belastingvoordeel voor zelfstandig ondernemers daalt van 6310 euro in 2022 naar 900 euro in 2025. Zoals eerder aangekondigd, daalt de zelfstandigenaftrek in 2024 naar 3750 euro. De startersaftrek blijft hetzelfde. Arbeidskorting stijgt “Daarnaast wordt volgend jaar de arbeidskorting verhoogd, zodat werken meer loont”, zei Koning Willem-Alexander in zijn Troonrede. De arbeidskorting stijgt met 115 euro voor alle werkenden met een inkomen rond het wettelijk minimumloon (tussen 23.000 en 40.000 euro). Zij betalen daardoor minder inkomstenbelasting en dit moet leiden tot meer koopkracht. Loonkostenstijging door minimumuurloon Vanaf 2024 geldt er een minimumuurloon, ofwel een minimumloon per uur. Dat betekent vooral een flinke stijging van de loonkosten voor werknemers met mininumloon die meer dan 36 uur per week werken. Volgens de nieuwe regel is het uurloon voor een 36-urige werkweek namelijk het uitgangspunt. Een werknemer die dus 40 uur per week werkt voor minimumloon gaat flink meer verdienen. Lees ook: Kostprijs 2024 tips & tricks en Premies 2024 STAP-budget verdwijnt, meer geld naar SLIM Het STAP-budget (STimulering Arbeidsmarkt Positie) verdwijnt in 2024. Met deze regeling konden werkenden en werkzoekers maximaal 1000 per jaar aanvragen voor scholing en ontwikkeling. Er was destijds veel kritiek op de maatregel, omdat er veel misbruik van gemaakt werd. Uiteindelijk verdwijnt STAP vanwege bezuinigingen. Het kabinet investeert wel in de zogenaamde SLIM-regeling, een subsidie om leren en ontwikkelen in het mkb te stimuleren. Van 2024 tot en met 2027 stelt het kabinet 73,5 miljoen euro beschikbaar om individuele scholing van burgers te bevorderen. Hoger inkomen, meer belasting De inkomstenbelasting voor werkenden bestaat uit twee schijven. Het tarief in de eerste belastingschijf stijgt met 0,03 procentpunt en daardoor betalen ondernemers maximaal 20 euro meer belasting. In 2024 wordt de tweede belastingschijf minder geïndexeerd, met 3,55% in plaats van 9,9%. Ook daardoor betalen ondernemers met een hoog inkomen meer belasting. Het is een van de koopkrachtmaatregelen om armoede bij lage en middeninkomen te voorkomen. Het kabinet investeert voortaan jaarlijks zo’n 2 miljard euro in koopkracht. Dat houdt verder in dat de huurtoeslag en het kindgebonden budget stijgen. Ook wordt het Noodfonds Energie verlengd. Dat is een vangnet voor mensen die hun energierekening niet meer kunnen betalen. Door al deze maatregelen gaat de gemiddelde Nederlander er 1,7% op vooruit. Het kabinet verwacht dat het aantal Nederlanders dat in armoede leeft, komend jaar gelijk blijft: 4,8% van de bevolking. Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags politiek | Reacties uitgeschakeld voor Prinsjesdag 2023: werknemers gaan erop vooruit, ondernemer verliest meer aftrekposten
Kostprijs 2024 tips & tricks Geplaatst 20 september 2023 door Marcel Reijmers De berekening van de kostprijzen voor het nieuwe jaar zorgt op menig (hoofd)kantoor weer voor de nodige stress. Maar (gelukkig) valt het voor 2024. Dat is mogelijk anders als je de ET_regeling toepast: door de introductie van het wettelijk minimum uurloon, kun je veel minder uitruilen vanaf 1 januari. Ook zullen de opbrengsten van het Lage Inkomens Voordeel afnemen. De premies voor de Sociale Zekerheid veranderen in 2024 vrijwel niet vergeleken met die van 2023, mits de individuele premie Werkhervattingskas geen roet in het eten gooit. De kosten van uitzendarbeid zullen niet veel stijgen zolang er nog geen nieuwe CAO is. Als die nog dit jaar wordt afgesloten, zijn er echter per 1 juli volgend jaar zeker kostenstijgingen te verwachten. Bovenstaande wil niet zeggen dat het niet duurder wordt vanaf 1 januari. Dan krijg je zoals gezegd te maken met het wettelijke minimum uurloon en bij een normale arbeidsuur in de CAO van meer dan 36 uur per week, resulteert dat in een extra loonstijging als het loon op of net boven het WML ligt. Marcel Reijmers van FlexKnowledge neemt u mee in de berekeningen voor 2024. Publicatiedatum: 19 september 2023, update: 11 december 2023 Waar bestaat de kostprijs uit? De kostprijs bestaat uit een aantal elementen. Onderstaande lijst bevat de meest gangbare elementen. De looncomponenten Brutoloon Reserveringen voor vakantiedagen, feestdagen en kortverzuim/bijzonder verlof Vakantiegeld Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO Aanvulling ziektewet van 70 naar 90% voor contracten in fase A (ABU) of fase 1+2 (NBBU) Pensioenpremie Compensatie van de premie PAWW Afhankelijk van de contractvorm en/of fase: Premie sociaal fonds Scholing Kosten voor leegloop en verzuim Werkgeverslasten Premie WAO/WIA Gedifferentieerde premie Whk Premie zorgverzekeringswet Premie werkloosheidswet Kosten voor de transitievergoeding Opslag voor kosten van de eigen organisatie Wij hebben bovenstaande elementen in een excel-document verwerkt, dat u als hulpmiddel kunt gebruiken. Als u de sheets invult, krijgt u een beeld van de voorcalculatorische of commerciële kostprijs. Welke kostprijzen zijn er? Er zijn eigenlijk twee ‘soorten’ kostprijsfactoren: de voorcalculatorische of commerciële kostprijsfactor en de nacalculatorische of ‘echte’ kostprijsfactor. Voorcalculatorische kostprijsfactor Dit is het getal waarmee het bruto uurloon wordt vermenigvuldigd om de kostprijs te berekenen. Daarbovenop komt de bureaumarge om het tarief voor de klant te bepalen. Vaak worden kostprijsfactor en marge gecombineerd tot één getal en dat is dan de tarieffactor of de omrekenfactor. De hoogte van de voorcalculatorische kostprijsfactor is vrij arbitrair en kan op vele manieren worden samengesteld. Als over ‘de kostprijs’ wordt gesproken, wordt eigenlijk altijd deze variant bedoeld. Nacalculatorische marge Waar in de voorcalculatorische kostprijs voor elke kandidaat hetzelfde uitgangspunt wordt gehanteerd, worden in de nacalculatorische kostprijs individuele situaties berekend. Tijdens de verloning wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de franchise voor de pensioenregeling en ET-regeling. Deze nacalculatorische kostprijs kan dus per individu en per verloning anders zijn. De exacte waarde wordt bepaald tijdens de verloning. De voorcalculatorische kostprijs wordt vaak berekend op basis van een aantal aannames en houdt bijvoorbeeld veel minder rekening met het effect van de pensioenfranchise en bijvoorbeeld toepassing van de ET-regeling. Daarom is er na de verloning een (meestal positief) verschil tussen deze en de ‘echte’ kostprijs. Dat is de verborgen marge. Hoe hoog die moet zijn, is een strategische keuze. In de praktijk is het zo dat naarmate overheadkosten van de organisatie hoger zijn, ook de commerciële kostprijs hoger is. Welke elementen zijn al bekend? Looncomponenten De minimumlonen voor 2024 zijn gepubliceerd. De reserveringspercentages zijn bekend. Vergeleken met 2023 dalen ze licht, omdat er twee werkdagen extra zijn. Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO De pensioenpremie zal niet wijzigen. De franchise en het maximum pensioengevend uurloon zijn als voorlopige waarde vastgesteld op resp. €8,45 en € 38,26. De premie sociaal fonds is voor 2024 vastgesteld op 0,15%. De kosten voor duurzame inzetbaarheid (scholing) zijn onveranderd 1,02%. Beide premies hoeven alleen tijdens fase A/1+2 te worden betaald. De kosten voor transitievergoeding, leegloop en verzuim zijn volledig organisatie-afhankelijk, die zult u dus zelf moeten bepalen. Dat geldt ook voor de kosten van het geboorteverlof (5 dagen doorbetaald verlof voor de vaders). Dit is niet specifiek in de kostprijs opgenomen, maar zeker als u veel gebruik maakt van het uitzendbeding, is de standaard voorziening van 0,6% per definitie niet genoeg. Werkgeverslasten De voorlopige premies zijn door de Rijksoverheid op Prinsjesdag gepubliceerd. We hebben de voorlopige premies hier voor u verzameld. De premie Werkhervattingskas op ondernemingsniveau zal begin december door de Belastingdienst worden meegedeeld. Kosten van de eigen organisatie Of en hoeveel u van deze kosten in de berekeningen wilt meenemen, is een strategische keuze. Wij zien steeds vaker dat deze kosten niet of nauwelijks worden meegenomen in de kostprijsberekening, omdat de inleners transparantie vragen op dit gebied en de door ons beschreven kostprijsberekening over de kosten van arbeid gaat. De kosten van de eigen organisatie dienen naar onze mening uit de marge betaald te worden. De verwachting is daarom dat die zal stijgen, omdat ook de overheadkosten van de uitzendbureaus stijgen door de nog steeds flinke inflatie. Denk bijvoorbeeld aan de gestegen brandstofkosten en energieprijzen, huren en natuurlijk ook de lonen van de intercedenten en het andere interne personeel. De berekeningen Met het Excel-document en de al bekende informatie en enkele aannames over uw eigen situatie kunt u een goede inschatting maken van de kostprijs voor 2024. Als u er met het standaard excel-document niet helemaal uitkomt, behoefte heeft aan een nauwkeuriger berekening of andere ondersteuning nodig heeft bij de kostprijsberekening, kunt u hiervoor contact opnemen met FlexKnowledge. Nu alle kostprijselementen definitief zijn, hebben wij een geavanceerde tool beschikbaar om u hierbij te helpen. Er zijn ook versies waarin het pensioenfonds voor de Metalektro, voor de Metaal & Techniek, Transport of ABP in plaats van StiPP wordt berekend. Bovendien kunt u ook de kostprijs in geld berekenen én tariefberekeningen maken. Ideaal voor het opstellen van offertes en bij tenders en aanbestedingen. Als u een van deze geavanceerde tools wilt bestellen, stuur ons dan een mailtje. De tarieven De meeste organisaties hebben in de Algemene Voorwaarden vastgelegd dat aanpassingen van de kostprijs en de lonen altijd worden doorberekend aan de inlener. Daarnaast moet u natuurlijk kritisch kijken naar het kostenniveau van uw eigen organisatie. Periodieken en loonsverhogingen voor uw eigen medewerkers, een huurverhoging van uw kantoren, stijging van de leasekosten van het wagenpark, u wilt het eigenlijk allemaal doorbelasten aan uw inleners. In hoeverre dat haalbaar is, kunt alleen uzelf bepalen. En daarom is het dus noodzakelijk snel inzicht te krijgen in de kosten voor 2024. Met dit artikel hopen wij u daarmee goed op weg te hebben geholpen! Bekijk ook tips voor 2023 Kostprijs 2023 tips & tricks Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags ABU, cao, Kostprijs 2024, NBBU, uitzendbranche | Reacties uitgeschakeld voor Kostprijs 2024 tips & tricks
TSG neemt Zweedse detacheerder over Geplaatst 20 september 2023 door Redactie FlexNieuws The Specialist Group (TSG), leverancier van technische engineering specialisten voor sectoren zoals energie, chemie, infrastructuur, hernieuwbare energiebronnen en life sciences, neemt het bedrijfsonderdeel voor de werving en selectie van technisch personeel over van Umia Innovation, een Zweedse aanbieder van technische installaties. De financiële voorwaarden zijn niet bekendgemaakt. De overgenomen afdeling zal opereren als het nieuw gecreëerde merk ‘Altio’ onder het label STAR van TSG. Deze overname bevordert de expansie van TSG naar de Scandinavische landen en is een belangrijke stap voor de internationale groei van het bedrijf in de Europese duurzame energiesector. Zweden is een belangrijke markt voor TSG. Het bedrijf is van plan de groei van Altio in de regio verder te versnellen via organische initiatieven, gedreven door het bestaande klantenbestand van TSG. Pionier in energietransitie Altio is een pionier geweest in de energietransitie en heeft belangrijke projecten voltooid op het gebied van batterijopslag, windenergie, waterstofelektrolyzers, kernenergie en initiatieven voor koolstofopslag. Via haar uitgebreide klantennetwerk zal Altio TSG toegang geven tot geavanceerde projecten op het gebied van energietransitie. Altio voegt ook nog eens honderd technische specialisten toe aan het TSG-netwerk van 3000 experts. Sil Hoeve, Chief Executive Officer bij TSG: “Zweden heeft eerder meer dan tien miljard dollar vrijgemaakt voor investeringen in energietransitie-initiatieven in de komende vijf jaar, die binnen de kernsectoren en -disciplines vallen van TSG. Altio is de perfecte match voor TSG. Het creëert een betekenisvolle kans voor ons om een stevige voet aan de grond te krijgen in Zweden. TSG zal acquisitiemogelijkheden blijven nastreven in Zweden en andere belangrijke Europese markten.” Jonas Jonson, CEO van Altio: “De samenwerking met TSG zal ons niet alleen helpen onze doelstellingen te bereiken, maar het helpt ons ook een nog grotere impact op de energietransitie in de wereld te maken. We kijken ernaar uit om samen te werken met TSG, mondiale experts te verbinden met onze bestaande en toekomstige klanten in Zweden en TSG’s STAR-merk verder uit te bouwen.” Jonas Jonsson zal Altio blijven leiden als CEO en rapporteert aan Sil Hoeve, CEO van TSG, die ook benoemd wordt tot hoofd van de raad van bestuur van Altio. Bron: The Specialist Group, 14 september 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags overname | Reacties uitgeschakeld voor TSG neemt Zweedse detacheerder over