Derde Nederlanders is bereid meer te werken als flexibeler werken mogelijk is Geplaatst 29 september 2023 door Redactie FlexNieuws Ruim een derde (36%) van de werkende Nederlanders is bereid meer uren te werken wanneer er ruimte is om flexibeler te werken dan nu het geval is. Dit blijkt uit onderzoek over de werk-privébalans van werkend Nederland van HR-dienstverlener Protime. Het is vooral Gen Z die er zo in staat: 50 procent van hen kijkt er zo tegenaan, bij de oudere generaties is dit gemiddeld slechts 34 procent. Nu al wel volop flexibel werken Het is niet zo dat Nederlanders nu niet de mogelijkheid hebben om flexibel te werken. Zo krijgt 58 procent van werkend Nederland de ruimte om zijn werktijden flexibel in te delen. Het zijn voornamelijk mensen met een kantoorbaan waarvoor dit geldt (74%). Van de mensen zonder kantoorbaan zegt 38 procent deze vrijheid te hebben. Toch is dat nog niet genoeg: 43 procent van werkend Nederland zou graag meer zeggenschap hebben in hun werktijden en -dagen. Het is opnieuw Gen Z die dit sterker ervaart dan de andere generaties, respectievelijk 51 en 41 procent. Flexibele werktijden niet altijd heilige graal De mogelijkheid tot flexibel werken wordt vandaag de dag veelal gepresenteerd als de oplossing voor de huidige arbeidsmarktkrapte. Toch blijkt het niet voor iedere Nederlander de heilige graal te zijn. Zo zegt 22 procent flexibele werktijden niet belangrijk te vinden. Deze groep ziet het wellicht vooral als een lokkertje voor de starters op de arbeidsmarkt: 63 procent gelooft dan ook dat vooral de jongere generaties interesse hebben in flexibele werktijden. Over het algemeen tevreden Ondanks de wens voor meer flexibiliteit is het niet zo dat men nu niet blij is met hoe het gaat. Maar liefst 84 procent van de werkende Nederlanders is tevreden met zijn werktijden en -dagen. Ook hier zien we een verschil tussen Gen Z en andere generaties: respectievelijk 75 en 85 procent. Lucas Polman, directeur Nederland bij Protime: “Flexibel werken is al jaren onderwerp van gesprek. Het werd vaak bestempeld als ‘geen-9-tot-5-mentaliteit’, maar die uitdrukking wordt inmiddels juist weer gezien als een teken van een werkplek waar overwerken heel normaal is.” “Wat in elk geval duidelijk is sinds de coronacrisis, is dat werknemers heel goed zelf kunnen bepalen waar en wanneer zij het beste werken. Werkgevers doen er goed aan om te kijken binnen welke kaders hun personeel moet bewegen, want het is bijvoorbeeld niet voor ieder beroep mogelijk om vanuit huis te werken, en ze daarbuiten helemaal vrij te laten. Dat geeft werkenden autonomie, waardoor ze meer eigenaarschap over hun werk zullen voelen en laat hen werken op de momenten of plaatsen waar zij het meest productief zijn.” Bron: Protime, 28 september 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags flexibele werktijden, onderzoek | Reacties uitgeschakeld voor Derde Nederlanders is bereid meer te werken als flexibeler werken mogelijk is
Grote meerderheid werkende Oekraïners ontevreden over baan en kansen Geplaatst 29 september 2023 door Redactie FlexNieuws Het aantal Oekraïners in loondienst is gestegen van 44% naar 50%, volgens het CBS. Echter, uit onderzoek van Hogeschool Inholland blijkt dat slechts 30% van hen tevreden is met hun huidige baan. 59% is ontevreden over hun kansen op werk dat aansluit bij hun opleidingsniveau. In Nederland is het aantal Oekraïners in loondienst met 6 procent toegenomen, van 44 procent in november vorig jaar naar 50 procent mei dit jaar (CBS). Hiermee is het aandeel werknemers onder vluchtelingen met de Oekraïense nationaliteit dit jaar verder toegenomen. Echter, uit onderzoek van Hogeschool Inholland onder 903 Oekraïners blijkt dat slechts 30 procent tevreden is met hun huidige baan in Nederland. Een meerderheid van 59 procent is niet tevreden over de kansen om werk te vinden dat aansluit op hun werkveld en hun opleidingsniveau. Zonder langetermijnvisie vanuit het volgende kabinet zullen Oekraïners slecht aangesloten blijven op de arbeidsmarkt en zal integratie trager verlopen. Dat stelt Martin Blaakman, Associate lector Toegankelijkheid van het Recht, Hogeschool Inholland. Veel Oekraïners hoog opgeleid In de praktijk vinden Oekraïners grotendeels werk in productiewerk, horeca, schoonmaak, tuinbouwkassen. Hier verrichten ze laaggeschoold werk dat weinig inkomen oplevert. Maar zeker twee derde van de Oekraïners is hoogopgeleid. Een groot obstakel is het gebrek aan Nederlandse taalvaardigheid. Slechts 3 procent schat de eigen Nederlandse taalvaardigheid in als goed of zeer goed. Natuurlijk vergt het tijd en inspanning om de taal te leren. Maar Oekraïners geven ook aan onvoldoende toegang tot goede, betaalbare taaltraining, onvoldoende toegang tot kinderopvang en financiële onzekerheid als obstakels te ervaren. Ook speelt een rol dat de toekomst van hun juridische status onzeker is: Oekraïners ervaren dat werkgevers dit een reden vinden om terughoudend te zijn. Meestal flexibel contract en deeltijdwerk De meeste Oekraïense vluchtelingen waren werkzaam als oproepkracht (28 procent), uitzendkracht (38 procent), of hadden een ander tijdelijk dienstverband (31 procent) (CBS). Het grootste deel werkte in deeltijd: de meesten werkten 30 tot 35 uur (29 procent); 18 procent werkte voltijds (35 uur of meer). De meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen werkte in de sector zakelijke dienstverlening (51 procent). Onder deze bedrijfstak vallen de uitzendbureaus. Vaak is niet na te gaan naar welke bedrijfstak uitzendkrachten worden uitgezonden. Behalve in de zakelijke dienstverlening werkten er naar verhouding ook veel Oekraïense vluchtelingen in de bedrijfstak handel, vervoer en horeca (31 procent). Veel uitzenders bemiddelen Oekraïners. Lees ook: Doorzaam – Ondersteuningsbudget statushouders en vluchtelingen in uitzendbranche Langetermijnvisie nodig Het rapport benadrukt dat de Nederlandse regering een langetermijnvisie moet ontwikkelen voor het verblijf van Oekraïners, met speciale aandacht voor taaltraining. Daarbij kan Nederland leren van andere landen. Duitsland bijvoorbeeld kiest ervoor om Oekraïners een kostenloze integratiecursus aan te bieden en daaropvolgend een taaltraining voor de arbeidsmarkt, de zogenaamde ‘Berufssprachkurs’. Zulke, of vergelijkbare, oplossingen kunnen Oekraïners helpen sneller passende banen te vinden, sneller voldoende inkomen te verdienen en daarmee sneller door te stromen naar zelfstandige woningen. Het is tijd om de focus te leggen op zorgvuldige integratie en ondersteuning. Dat zal op de lange termijn een waardevolle investering blijken. Geplaatst in Nieuws | Tags arbeidsmigranten, Oekraïne, werkplezier | Reacties uitgeschakeld voor Grote meerderheid werkende Oekraïners ontevreden over baan en kansen
8 tips voor flexondernemers die klaar willen zijn voor de toekomst Geplaatst 28 september 2023 door Paul Heinrichs Bureau Cicero geldt als dé expert in de controle op verplichtingen uit arbeid. Het bureau voert inspecties uit bij uitzendbureaus en detacheerders om te kijken of die voldoen aan de bekende keurmerken, zoals SNA (voor bedrijven die arbeid ter beschikking stellen), SNF(huisvesting), PayOK (beloning, arbeidsvoorwaarden) en VCU (veiligheid). De Cicero-inspecteurs die de flexbedrijven onder de loep nemen, merken dat het goed runnen van een bedrijf voor flexondernemers steeds complexer wordt. Paul Heinrichs legt uit waarom: “Het tempo waarmee wet- en regelgeving wijzigt, neemt toe. Denk aan de vele CAO-wijzigingen, de uitbreiding van de inlenersbeloning, de wijzigingen in pensioenregeling STiPP en de PAWW-regeling.” “Je moet het allemaal bijhouden. En over personeel beschikken dat kennis hiervan heeft. Dat wordt steeds lastiger nu het verloop onder interne medewerkers hoog is door de mogelijkheden die zij hebben op de huidige arbeidsmarkt.” “Daar komt nog bij dat uitzenders hun dienstverlening uitbreiden of aanpassen, denk bijvoorbeeld aan payroll en zzp-bemiddeling. Dat vraagt ook meer expertise.” Verplichte certificering uitzenders Het wordt er al met al niet gemakkelijker op. Zeker niet nu de verplichte certificering voor uitzenders eraan zit te komen. “Dit ‘toelatingssysteem’ kun je zien als een totaalpakket. Naast SNA zitten daar ook de elementen van de andere bestaande, vrijwillige certificeringen in, zoals SNF, PayOK en VCU. Het grote verschil is dat alles in één certificering komt. En het wordt dus verplicht.” Heinrichs verwacht dat dit in 2026 zal ingaan. “De plannen van demissionair minister Van Gennip (SZW) zijn niet controversieel verklaard. Dus gaan de voorbereidingen hiervoor gewoon door.” Wanneer de verplichte certificering er komt, weet niemand, maar dat die er komt, lijdt geen twijfel. Acht tips voor een professionaliseringsslag Het is dus van groot belang dat flexondernemers hun bedrijf goed op orde hebben of dat snel krijgen. Heinrichs geeft hiervoor de volgende tips: Zorg voor goede software; de professionaliseringsslag begint met het maken van de keuze voor de juiste software. Het CRM, de urenregistratie, de salarisverwerking, de facturatie … alles moet naadloos op elkaar aansluiten. Minder handelingen leidt tot meer efficiëntie en – belangrijker nog – tot minder fouten. Leg procedures schriftelijk vast; dit helpt bij het standaardiseren van dagelijkse processen. En het is cruciaal in een bedrijf met een hoog verloop, waar kennis en expertise verdwijnt en nieuwe mensen ingewerkt dienen te worden. Gebruik standaard overeenkomsten; zowel de ABU als de NBBU hebben standaard (model)overeenkomsten voor hun leden. Die worden continu aangepast aan wijzigende wet- en regelgeving, waarmee je dus altijd compliant bent. Houd het kennisniveau op peil; investeren in de kennis van interne medewerkers is cruciaal. Zij moeten bijblijven. Dat kan door hen (kennis)sessies te laten bijwonen (bijvoorbeeld van de brancheverenigingen), cursussen aan te bieden, vaktitels (websites, platformen) te laten bijhouden of te investeren in individuele ondersteuning. Laat een tweede persoon meekijken; bij het starten van nieuwe activiteiten, bijvoorbeeld een uitzender die ook aan zzp-bemiddeling gaat doen, is het raadzaam altijd iemand mee te laten kijken. Twee zien meer dan één. En het helpt om samen nieuwe processen te stroomlijnen. Bedenk systematiek voor afwijkingen; zijn er afwijkingen in procedures en processen, leg deze dan vast en bedenk een oplossing hiervoor. Doe een zelfcheck; neem zelf regelmatig een steekproef. Pak eens een werknemer- of zzp-dossier en controleer dit. Zijn er afwijkingen, stuur dan bij. Begin op tijd met de voorbereiding; de praktijk leert dat het opzetten en implementeren van (administratieve) processen complexer is dan gedacht en dus de nodige tijd en aandacht vergt. Klaar voor de toekomst Volgens Heinrichs is dit niet vrijblijvend. Een uitzender en detacheerder die klaar wil zijn voor de toekomst, kan deze tips maar beter ter harte nemen. “Als je stilstaat in de ontwikkeling van kennis en software word je ingehaald door de concurrentie. En als je nu niet zorgt dat je klaar bent voor de (verplichte) certificering loop je een achterstand op. En het is maar de vraag of je die nog inhaalt. Uiteindelijk mag een opdrachtgever jou als uitzender straks niet meer inschakelen als je niet gecertificeerd bent.” Lees ook: Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Verplichte certificering, ga er nu al mee aan de slag’ Verplichte certificering uitzendbedrijven; voor wie? hoe werkt het? en gaat het helpen? Verplichte certificatie voor uitzendbureaus, wat betekent dat voor uitleners en opdrachtgevers? Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags Bureau Cicero, Certificering, webinar | Reacties uitgeschakeld voor 8 tips voor flexondernemers die klaar willen zijn voor de toekomst
ABU en NBBU zeer kritisch over Wet verbetering zekerheid flexkrachten Geplaatst 28 september 2023 door Arthur Lubbers Demissionair minister Van Gennip kan gewoon doorgaan met de voorbereiding van de Wet verbetering zekerheid flexkrachten. Maar de brancheorganisaties zijn kritisch. De ABU vreest voor verdere verschuiving van uitzenden naar zzp. En de NBBU waarschuwt vooral voor nog meer lastenverzwaring voor (MKB-)uitzenders. De internetconsultatie van de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten is nu afgerond. Na mogelijke aanpassingen op basis van het commentaar gaat het conceptwetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Tot vreugde van minister Karien Van Gennip (SZW) kan zij doorgaan met de voorbereiding van de wet omdat het onderwerp niet controversieel is verklaard. Ondanks de demissionaire status van het kabinet kan de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘gewoon’ behandelen. In de Tweede Kamer is een grote meerderheid voor de arbeidsmarktplannen van Van Gennip, zo blijkt uit eerdere debatten. De stemming zal echter naar verwachting pas na de verkiezingen plaatsvinden. Lees ook: Wet Meer zekerheid flexwerkers – update Inhoud wet Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers omvat deze 3 concrete maatregelen: Positie oproepkrachten versterken door het afschaffen van nulurencontracten; deze worden vervangen door (vaste en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor werkenden worden ingeroosterd en betaald krijgen. (Scholieren en studenten mogen nog wel met oproepovereenkomst werken, met als voorwaarde een arbeidsgrens van gemiddeld maximaal 16 uur per week op jaarbasis) Positie uitzendkrachten verbeteren door inperking uitzendtermijn; de maximale termijn van Fase A wordt verkort van 78 weken naar 52 weken, waarbij geen afwijkingen per CAO meer mogelijk zijn. (Dit is overigens al in de huidige Uitzend CAO bepaald). En de maximale termijn van Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Na deze periode moet de uitzendkracht een vast contract krijgen bij het uitzendbureau. (En er zal geen mogelijkheid meer zijn via cao hiervan af te wijken, wat betekent dat de uitzendtermijn (Fase A en B) maximaal 3 jaar wordt.) Draaideurconstructies voorkomen; de onderbrekingstermijn waarna een werkgever iemand opnieuw in tijdelijke dienst mag nemen gaat naar 5 jaar (die tussenpoos is nu nog 6 maanden). De onderbrekingstermijn van 5 jaar geldt straks ook bij fase A en B bij uitzenden. (Voor scholieren en studenten met een bijbaan gaan andere regels gelden. Ook voor seizoensarbeid blijft een uitzondering gelden; per cao kan een onderbrekingstermijn van 3 maanden worden afgesproken voor functies die maximaal 9 maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend.) De werkgeversorganisaties voor uitzenders hebben uiteraard gebruik gemaakt van de mogelijkheid te reageren op het wetsvoorstel. ABU: ‘onwenselijk’, ‘onjuist’, ‘disproportioneel’ De ABU steunt in beginsel het wetsvoorstel – zij heeft zich ten slotte gecommitteerd aan het SER-advies waar dit een uitwerking van is. Maar de brancheorganisatie is ook kritisch. Een paar van de belangrijkste kritiekpunten: ‘Onwenselijke’ verschuiving Opnieuw wijst de ABU er op dat samenhangende en gelijktijdige regulering van zzp nodig is, zoals afgesproken in het SER-advies. Voor de brancheorganisatie is en blijft dit een harde voorwaarde voor steun aan de voorgestelde wijzigingen van het uitzendregime. Uitzenders vrezen een waterbedeffect (verschuiving van uitzenden naar zzp) als uitzenden wel strenger wordt gereguleerd en zzp niet. De ABU stelt: ‘De situatie op de arbeidsmarkt wordt ondertussen steeds nijpender door de onwenselijke verschuiving van uitzendwerk – als de best gereguleerde vorm van flexibel arbeid – naar schijnzzp.’ Ook de NBBU maakt zich overigens zorgen over de verdere verschuiving naar minder gereguleerde vormen van flex. Lees ook: ABU reactie op Kamerbrief Van Gennip: Meer meters nodig op zzp-dossier ‘Onjuist beeld’ uitzenden Daarnaast ziet de ABU een ‘aantal onduidelijkheden, onjuistheden en tegenstrijdigheden’ met het SER-advies. Zo wordt in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel gesteld dat uitzendkrachten 10% van de werkzame beroepsbevolking uitmaken. Dit percentage betreft echter ‘iedereen die in het jaar op enig moment als uitzendkracht werkzaam is geweest’, terwijl het gemiddeld aantal werkenden in dat jaar substantieel lager is. Hierdoor wordt ten onrechte een beeld geschetst dat het aantal uitzendkrachten de afgelopen jaren fors zou zijn gegroeid, stelt de ABU. Onderbrekingstermijn van 5 jaar ‘disproportioneel’ De ABU noemt het voorstel om de administratieve vervaltermijn van vijf jaar mee te tellen in de keten (van drie jaar) ‘in strijd met het SER-advies’ en ‘disproportioneel’. De brancheorganisatie geeft aan dat dit de arbeidsmarktkansen van flexkrachten niet vergroot. Integendeel. Wat er volgens de branchevereniging dan gebeurt is dat een werknemer die bijvoorbeeld een maand heeft gewerkt bij terugkomst na drie jaar, direct een contract voor onbepaalde tijd moet worden aangeboden. Grote kans dat die werknemer dan geen contract krijgt of aan de slag gaat als schijnzelfstandige, vreest de ABU. Arbeidsgrens scholieren en studenten Scholieren en studenten mogen straks nog wel met oproepovereenkomst werken, met als voorwaarde een arbeidsgrens van gemiddeld maximaal 16 uur per week op jaarbasis. De ABU vraagt zich af of de voorgestelde arbeidsgrens niet averechts werkt en scholieren en studenten richting platformwerk duwt, waar zij immers niet te maken hebben met allerlei regels maar gewoon kunnen werken waar, wanneer en hoeveel zij willen werken. De brancheorganisatie waarschuwt voor dit ‘onwenselijk, maar reëel gevolg’ van deze wetgeving. NBBU: nog meer administratieve lastendruk Ook de NBBU stelt dat het wetsvoorstel aansluit bij het SER MLT-advies, waar in de NBBU-cao voor Uitzendkrachten al opvolging aan wordt gegeven. Maar ook de NBBU plaatst toch enkele zeer kritische kanttekeningen. ‘Negatieve effecten’ lange onderbrekingstermijn Een administratieve vervaltermijn (onderbrekingstermijn) van vijf jaar om draaideurconstructies te voorkomen heeft volgens de NBBU juist negatieve effecten voor specifieke doelgroepen. Volgens de NBBU biedt de uitzendbranche bij uitstek uitkomst voor mensen die moeite hebben aan een baan te komen of te behouden. ‘Door het laten vervallen van de onderbrekingstermijn van 6 maanden en daarvoor in de plaats een administratieve vervaltermijn van 5 jaar in te voeren, voorzien wij dat met name deze substantiële groep tussen wal en schip zal belanden, wat zal leiden tot een hogere instroom in de WW en bijstand’, stelt de NBBU. Volgens de NBBU zijn uitzonderingen voor specifieke doelgroepen moeilijk te realiseren. De brancheorganisatie stelt als compromis een generieke vervaltermijn van twee jaar voor. Want ook dan is het toepassen van draaideurconstructies niet meer interessant. Uitzondering pensioen De NBBU wijst op een tegenstrijdigheid waar het gaat om pensioen voor uitzendkrachten. In het SER-MLT advies is opgenomen dat pensioen voor uitzendkrachten het beste geregeld kan worden in een afzonderlijk pensioenarrangement. Maar in het wetsvoorstel staat dat de pensioenregeling voor uitzendkrachten moet worden meegenomen bij het bepalen of er sprake is van (overige) gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor de uitzendkracht (inlenersbeloning, red.). Dat zou betekenen dat zowel de pensioenregeling van de uitzendsector als die van de inlener moeten moet worden vertaald naar een bepaalde waarde. Vervolgens zal dan een vergelijking moeten plaatsvinden. Dat is volgens de NBBU een zeer complex en tijds- en kostenintensief proces. Oftewel niet goed uitvoerbaar. Het leidt tot ‘enorme lastenverzwaring’ voor (uitzend)werkgevers. Volgens de NBBU zou de pensioenregeling als arbeidsvoorwaarde uitgezonderd moeten worden van de bepaling over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in artikel 8 Waadi. (Onredelijke) lastenverzwaring De NBBU vreest dat ‘de voorstellen ten aanzien van gelijkwaardigheid van arbeidsvoorwaarden en de administratieve onderbrekingstermijn kunnen leiden tot een (onredelijke) lastenverzwaring van de werkgever’. Volgens de brancheorganisatie die opkomt voor de belangen van MKB-uitzenders is juist verlaging van de administratieve lastendruk nodig. De NBBU benadrukt dat bij de uitwerking van het wetsvoorstel vooral ook gelet moet worden de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid. Brigitte van der Burg, NBBU MKB bezwijkt onder ‘verstikkende regeldruk’ NBBU-voorzitter Brigitte van der Burg uitte onlangs in een blog ook haar zorgen over de toenemende lastenverzwaring voor werkgevers die de politiek de MKB-ondernemers oplegt. Zij ziet een ‘opeenstapeling van maatregelen om flex te beprijzen, beperken en te reguleren’. Van der Burg stelt: ‘Het ondernemerschap wordt steeds meer ontmoedigd door verstikkende regeldruk. (..) Een mkb-ondernemer met maximaal 10 personeelsleden – dat zijn de meeste bedrijven in Nederland – kan al deze regels met de beste wil van de wereld niet meer bijhouden. (..) Wie wil er met deze verschillen tussen realiteit en politiek voorstellingsvermogen na de verkiezingen nog werkgever zijn, met name in het MKB?’ vraagt Van der Burg zich af. Lees ook: Wet Meer zekerheid flexwerkers stuit op kritiek arbeidsrechtexperts Geplaatst in Politiek | Tags ABU, arbeidsmarkthervorming, NBBU, Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten | Reacties uitgeschakeld voor ABU en NBBU zeer kritisch over Wet verbetering zekerheid flexkrachten
Kijk verder dan werkgeluk alleen Geplaatst 28 september 2023 door Gastblogger Voor veel Nederlanders is gelukkig zijn het belangrijkste levensdoel. En als werkgever kun je verder kijken dan werkgeluk alleen. Het lijkt me vanzelfsprekend dat je een fijne werkplek wilt bieden en zo mensen blij en gemotiveerd wilt houden. Maar met alleen een focus op werkgeluk worden je werknemers niet per se gelukkiger. Auteur: Jacco Vingerling, CEO en oprichter van arbeidsbemiddelaar Bowers & Jackling Ik wil graag verduidelijken dat het goed is dat we op de werkvloer steeds meer aandacht aan werkgeluk besteden. Zo word ik enthousiast wanneer organisaties vaker letten op zaken als vitaliteit, mentaal welzijn, een gezonde werk-privébalans en intrinsieke motivatie. Alles om medewerkers op en rondom het werk lekker in hun vel te laten zitten. Tijdens de huidige Week van het Werkgeluk liggen dit soort thema’s extra onder een vergrootglas. Mooi natuurlijk, maar kijk uit voor tunnelvisie. Uit meerdere studies blijkt dat gelukkige werknemers productiever zijn, beter presteren én minder verzuimen. Dat klinkt iedere organisatie natuurlijk als muziek in de oren. Dus zetten bedrijven en instellingen massaal in op het vergroten van werkgeluk. Immers hebben werkgevers alleen invloed op het werkgeluk van werknemers, toch? Of zijn er voorbeelden te bedenken waarbij de oorzaak van minder presterende collega’s in de privésferen ligt? Denk aan een collega in rouw, een medewerker met liefdesverdriet of een teamlid met financiële uitdagingen of fysieke klachten. Samen met mede-eigenaar van Bowers & Jackling, Dennis Versnel ben ik op onderzoek uitgegaan. Geluksprofessor Om beter grip te krijgen op het thema schakelden wij de hulp in van Prof. dr. Ruut Veenhoven. Hij is emeritus hoogleraar ‘Sociale condities voor menselijk geluk’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Simpel gezegd is hij de eerste geluksprofessor ter wereld. Hij is in de jaren 70 begonnen met zijn onderzoeken naar geluk, wat hij in de beginjaren bestempelde als levensvoldoening. Toen was dit onderwerp nog weinig onderzocht. Nu verzamelt hij alle onderzoeken over geluk en zet deze in The World database of Happiness. De gesprekken met de geluksprofessor maakten ons veel duidelijk. Zo weten we nu dat geluk wordt bepaald door erfelijkheid, omgeving en gedrag. Het is voor ongeveer veertig procent een kwestie van genetische aanleg, het is een beetje afhankelijk van je sociale positie en behoorlijk afhankelijk van je levensvaardigheid. Dat laatste is hoe goed je met problemen kunt omgaan, je energielevel, mentale weerbaarheid, et cetera. De driedelige kern (erfelijkheid, omgeving en gedrag) kun je onderverdelen in vijftien universele geluksfactoren, waaronder bijvoorbeeld gezondheid, de financiële situatie en ja, ook werk valt hieronder. Met andere woorden: een groot deel van je geluksperceptie is beïnvloedbaar. Tien procent meer levensgeluk Door onze deep dive in de wereld van geluk werd het voor ons als werkgever steeds duidelijker: wij willen dat onze medewerkers gelukkig zijn. Niet alleen ‘werkgelukkig’, maar écht gelukkig. Daarom ontwikkelden we bij Bowers & Jackling, met behulp van de inzichten van geluksprofessor dr. Ruut Veenhoven, een geluksprogramma met als doel dat onze medewerkers tien procent meer levensgeluk ervaren binnen twee jaar. Hiervoor richten wij ons op dertien van de vijftien geluksfactoren; BNP en leeftijd laten we voor wat het is. Het uitgangspunt is dat iedereen kansen heeft om geluk te verhogen. Het is alleen wat ongewoon om dat te onderzoeken bij een zorgeloos bestaan. Laat staan via je werkgever. Toch doen wij dat. Sterker nog, de eerste metingen zijn al afgerond en de bevindingen zijn besproken met individuele werknemers. Na de nulmeting meten we hun geluksniveau continu met behulp van een speciale app, waarna we persoonlijke programma’s samenstellen. De resultaten tot nu toe tonen aan dat we de beoogde stijging van tien procent bij verschillende medewerkers eerder behalen dan de gestelde twee jaar. Dit werkt overigens alleen als je het echt serieus aanpakt. Als we zien dat deelnemers – werknemers doen alleen vrijwillig mee – laag scoren op gezondheid, dan bieden we bijvoorbeeld een bloedonderzoek aan. Uiteraard hebben wij geen inhoudelijke inzage in de resultaten, maar wel een gemiddelde van de hele groep. Daaruit komen interessante resultaten naar voren. Zo valt het in de bloedanalyses op dat best veel mensen vitaminetekorten hebben en dat stress meetbaar is in het bloed. Ook opvallend zijn voedselintoleranties, zonder dat mensen zich bewust waren van klachten. Dat zijn ze nu wel en dus lieten we externe experts bijvoorbeeld supplementen en voedingsadviezen voorschrijven. Daardoor hebben we nu al medewerkers die grote verschillen ervaren in hun energiegehalte. Ze zijn frisser en worden energieker wakker. Enkele collega’s zijn zelfs zo enthousiast dat ze hun partner of gezin ook zo’n bloedonderzoek hebben laten doen. Het heeft dus echt meerwaarde in het leven van onze collega’s. Week van het werkgeluk Ik daag ondernemers, CEO’s en HR-verantwoordelijken uit om verder te kijken dan werkgeluk alleen. Niet alleen deze week, maar het hele jaar door. Zoek uit in hoeverre jouw werknemers gelukkig zijn en hoe jij daar positief aan kunt bijdragen. Sinds ik met de geluksprofessor in het onderwerp ben gedoken zie ik blijere, gezondere en beter presterende medewerkers. Dat maakt ons dan weer gelukkig en laat ‘weldoen’ nou precies één van de 15 geluksfactoren zijn. Geplaatst in Arbeidsmarktdata | Tags onderzoek, werkgeluk | Reacties uitgeschakeld voor Kijk verder dan werkgeluk alleen