Het aanmelden van de cao; nut en noodzaak Geplaatst 15 april 2022 door Esther Koot-van der Putte Het aanmelden van de cao; nut en noodzaak Door mr. dr. Esther Koot-van der Putte Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl) Esther Koot-van der Putte Onlangs plaatste het Ministerie van SZW een nieuw filmpje op haar website over de aanmelding van de cao. In het filmpje wordt stapsgewijs uitgelegd hoe een cao die is gesloten tussen cao-partijen kan worden aangemeld bij het Ministerie van SZW. Ook wordt uitgelegd hoe cao-partijen op de website van SZW een cao tussentijds kunnen wijzigen en kunnen opzeggen. Er wordt daarbij verwezen naar de benodigde webformulieren op de website van het Ministerie (www.uitvoeringarbeidsvoorwaardenwetgeving.nl). Uit het filmpje blijkt dat het aanmelden van een cao een precieze handeling is waarbij een aantal stappen is vereist. In de praktijk roept dit wel eens vragen op: “Wat is nu eigenlijk de toegevoegde waarde van het aanmelden van de cao? Is dat dan hetzelfde als de algemeen verbindend verklaring? Is het misschien voldoende dat wij als collectieve partijen een (collectieve) overeenkomst sluiten met elkaar. Waar is die aanmelding dan nog voor nodig?”. Dit soort vragen hoor ik mijn praktijk zo nu en dan. We zoomen hier daarom in op het nut en de noodzaak van de aanmelding van de cao. En we stellen vast wat het verschil is met de algemeen verbindend verklaring (hierna: AVV) van de cao. Belang van de aanmelding De aanmelding wordt gezien als constitutief vereiste voor het inwerking treden van de cao. Op het moment dat cao-partijen na de onderhandelingen een akkoord bereiken is feitelijk al sprake van wilsovereenstemming en een contract. Het akkoord wordt voorgelegd aan de leden en als die instemmen, dan kan de cao nader worden uitgewerkt en worden de teksten geschreven ten behoeve van het (al dan niet digitale) cao-boekje. In Nederland hebben we de Wet op de Loonvorming (Wet LV). In deze wet is in artikel 4 lid 1 voorgeschreven dat een cao die is afgesloten ook moet worden aangemeld bij het Ministerie van SZW: “’Van het sluiten, wijzigen of opzeggen van een collectieve arbeidsovereenkomst, doen partijen mededeling aan Onze Minister. Daarbij wordt de tekst van de gesloten overeenkomst dan wel van de gewijzigde bepalingen daarvan alsmede een toelichting daarop overgelegd.”. Deze tekst is wel wat eenvoudig. Inmiddels zijn er vele eisen verbonden aan datgene dat moet worden ingezonden. Dit is nader uitgewerkt in het ‘Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring’. De aanmelding wordt door beide partijen ondertekend, en bevat informatie over de betrokken partijen, de looptijd, en het aantal werknemers dat onder de werkingssfeer van de cao valt, inclusief de zogenoemde art. 14-werknemers (art. 1:1 Besluit aanmelding cao). Als een cao voor eerste keer wordt afgesloten, dient de integrale tekst te worden bijgevoegd, met een toelichting en – indien mogelijk – een overzicht van de geschatte loonkosten. Ook is een belangrijke eis dat bij de aanmelding een afschrift van de statuten van die verenigingen wordt gevoegd (art. 1:3 Besluit aanmelding cao). Kennisgeving van ontvangst Op grond van art. 4 lid 2 Wet LV stelt de minister zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling en alle bijlagen hiervan schriftelijk in kennis. De minister verzendt daarop de zogeheten kennisgeving van ontvangst (KVO). De cao treedt in werking op de dag volgend op de dag waarop de minister de KVO heeft verzonden. Vanaf het moment dat de KVO is verkregen kan de cao dus het beoogde effect sorteren. De cao kan ook met terugwerkende kracht worden aangemeld. Stel dat onderhandelingen erg lang hebben geduurd, waardoor een aantal maanden geen cao heeft gegolden sinds het expireren van de eerdere cao. In dat geval is het aanmelden met terugwerkende kracht een middel om toch een aaneengesloten arbeidsvoorwaardenregime te realiseren. Dit is bevestigd in een uitspraak van de kantonrechter Rotterdam (JAR 2001/90). Hierin was de vraag aan de orde of de cao na inwerkingtreding met terugwerkende kracht van toepassing kan zijn in die gevallen waarin de cao een eerdere aanvangsdatum noemt dan de dag volgend waarop de minister de kennisgeving van art. 4 Wel LV heeft verzonden. De kantonrechter leidt uit de wetsgeschiedenis van art. 4 af dat dit inderdaad het geval is. Anders gezegd: de kennisgeving van de minister maakt de weg vrij voor inwerkingtreding van de cao op het door cao-partijen gewenste tijdstip. Onderscheid aanmelding en AVV Het aanmelden van de cao is te onderscheiden van de avv van de cao. De aanmelding betreft een puur administratieve handeling die ertoe strekt overzicht te houden over de cao’s die in Nederland van kracht zijn. De avv daarentegen is een veel verstrekkender instrument. Wanneer avv wordt aangevraagd, verzoeken cao-partijen de minister om hun cao ook op te leggen aan de werkgevers binnen de bedrijfstak die nog niet aan de cao waren gebonden krachtens lidmaatschap van de werkgeversvereniging. Indien zij onder de werkingssfeer vallen, moeten zij nadat het avv-besluit van kracht is geworden, ook deze avv-cao toepassen. Het Toetsingskader AVV dat de minister hanteert bij het beoordelen van het avv-verzoek is ook veel uitgebreider dan de checklist die wordt gehanteerd bij de aanmelding. Het verschil is ook te verklaren doordat de aanmelding niet meer is dan het bevestigen en registreren van de collectieve afspraak tussen cao-partijen. Het avv-besluit heeft een heel ander karakter: door het besluit krijgt de cao het karakter van materiële wetgeving. Waarom eigenlijk? Partijen hebben toch al een contract gesloten? Het voornaamste doel van de aanmeldingsplicht is dat de regering hierdoor op de hoogte blijft van de ontwikkeling van de cao-lonen in het algemeen alsmede van die van de overige ontwikkelingen in de arbeidsvoorwaarden. De bij het ministerie aangemelde cao’s vormen de basis voor het leveren van beleidsinformatie aan de bewindslieden en de beleidsdirecties. Het ministerie van SZW doet jaarlijks onderzoek naar de cao-ontwikkelingen en de resultaten hiervan worden gepubliceerd in de Voorjaars- dan wel Najaarsrapportage. Lees ook Het avv-loze tijdperk van een cao; wat geldt dan? Tijdsaspecten van de cao-werking Interview met Esther Koot, expert in cao-recht en arbeidsverhoudingen Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsvoorwaarden, cao, Esther Koot, ministerie van SZW, Wet op de loonvorming | Reacties uitgeschakeld voor Het aanmelden van de cao; nut en noodzaak
Oekraïense vluchtelingen zijn geen arbeidsmigranten, wat doen uitzenders voor hen? Geplaatst 14 april 2022 door Hinke Wever Oekraïense vluchtelingen zijn geen arbeidsmigranten, wat doen uitzenders voor hen? Sinds 1 april jl. mogen Oekraïense vluchtelingen aan het werk in Nederland. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk rijzen er nog veel vragen. De meeste Oekraïense vluchtelingen zijn vrouwen met kinderen. “Om te beginnen zijn deze vluchtelingen geen arbeidsmigranten,” zegt Jurriën Koops, directeur van uitzendbrancheorganisatie ABU. “Arbeidsmigranten gaan uit vrije keuze op zoek naar werk in een ander land. Vluchtelingen uit het oorlogsgebied doen dat niet: zij zijn gedwongen weg te gaan en willen niets liever dan zo snel mogelijk weer naar huis gaan als de omstandigheden dat toelaten.” Wat doen uitzendorganisaties voor hen? “Wij merken dat onze leden zich goed voorbereiden op Oekraïense vluchtelingen, die aangeven te willen werken. Een aantal leden heeft inmiddels Oekrainers aan het werk. We krijgen er veel vragen over. We hebben in onze organisatie een speciale Taskforce ingesteld. Zo hebben wij op ons ledennet een FAQ-overzicht ingericht wat dagelijks wordt geactualiseerd in overleg met het ministerie van SZW, de VNG en andere relevante organisaties. Ook komen er vertalingen van de verschillende uitzendovereenkomsten. En belangrijk: het ET-convenant van de Belastingdienst geldt niet en artikel 39 uit de cao (inkomensgarantie) geldt ook niet. We bundelen online informatie van verschillende organisaties. Op een aantal cruciale punten is nog onduidelijkheid. Probleem is bijvoorbeeld het valideren van documenten. In onze contacten dringen wij erop aan om die onduidelijkheid zo snel mogelijk weg te nemen. Waar we met elkaar alert op moeten zijn is dat kwaadwillende organisaties kansen krijgen om misbruik te maken van deze vluchtelingen waardoor ze slachtoffer kunnen worden van arbeidsuitbuiting. Ook dit onderwerp is geadresseerd bij het ministerie van SZW. Alle werkgevers in Nederland, dus ook de uitzenders, zijn verplicht om een melding te doen bij UWV als zij een vluchteling uit Oekraïne aan werk helpen. Een nadeel is nu dat de meldingsplicht bij UWV alleen kan worden gedaan via een met pen in te vullen formulier dat per post moet worden ingestuurd. Dat zou toch anders moeten. Ook vanuit het oogpunt van handhaving.” Concrete hulp van uitzenders “Verschillende van onze leden werken samen met gemeenten en veiligheidsregio’s en bieden onder andere tolken aan. Een deel van de ABU-leden levert ook personeel voor ondersteuning op de opvanglocaties. Ook zijn leden van ons betrokken bij gezinshereniging.” Werkend aantal vluchtelingen nog beperkt “Als er nu al mensen uit deze groep aan het werk zijn, gaat het doorgaans om jonge mensen zonder kinderen. De meeste Oekraïense vluchtelingen zijn vrouwen met kinderen. Voor hen moet eerst onderdak, onderwijs en andere opvang worden geregeld. Pas daarna ontstaat er rust en gelegenheid om te kijken naar mogelijkheden voor werk. UWV meldt dat er momenteel zo’n 900 vluchtelingen uit Oekraïne aan het werk zijn.” Interview: FlexNieuws i.s.m. ABU, 14 april 2022 Lees ook Voor vluchtelingen is veiligheid nu belangrijker dan werk Geplaatst in Branchenieuws | Reacties uitgeschakeld voor Oekraïense vluchtelingen zijn geen arbeidsmigranten, wat doen uitzenders voor hen?
Winnaars verkiezing Salarisprofessional van het jaar Geplaatst 13 april 2022 door Redactie FlexNieuws De winnaars van de verkiezing Salarisprofessional van het jaar zijn bekend. Salarisadministrateurs meer zichtbaar maken en het vak van salarisadministratie meer bekendheid geven; salarisprofessionals waarderen voor het werk dat zij binnen organisaties doen. Om die reden organiseerden werving- en selectiebureau voor salarisprofessionals Strictly People en hoofdsponsor SD Worx samen een verkiezing: Salarisprofessional van het jaar. Vorige week, op 7 april, werden 4 winnaars bekendgemaakt na een verkiezing die met maar liefst 181 nominaties begon. Salarisprofessionals konden genomineerd worden in één van de vier categorieën: 1. Junior Salarisprofessional 2. Salarisprofessional 3. Leidinggevende Salarisprofessional; en 4. Interim Salarisprofessional. 4. Interim Salarisprofessional. De jury bestaande uit Irshaad Rahman, Bart van der Storm en Gemmie Hermens heeft uit de genomineerden eerst een top 10 per categorie gekozen. Vervolgens koos de jury, na de inzending van verdere toelichtingen van de genomineerden, een top 3 per categorie. Na een ronde met videocalls met de top 3 heeft de jury uiteindelijk de winnaars gekozen die op 7 april zijn bekendgemaakt tijdens een gala in kasteel de Wittenburg in Wassenaar. De winnaars die zich nu Salarisprofessional van het jaar 2022 binnen hun categorie mogen noemen, zijn: Categorie Junior Salarisprofessional: Lois Rijpers, junior salarisprofessional bij SD Worx Categorie Salarisprofessional: Greetje Maaijwee, payroll specialist bij Unilever Categorie Interim Salarisprofessional: Martijn Hagendoorn, payroll consultant bij Ritchie Bros Categorie Leidinggevende Salarisprofessional: Sjack van den Hout, Manager Managed Service ADP NL & Partner CoE Pune/India Deze Salarisprofessionals van het jaar 2022 hebben ieder een opleidingscheque van Markus Verbeek Praehep ontvangen ter waarde van €2.500. Aandacht voor het vakgebied Doel van deze verkiezing is meer aandacht te vragen voor het vaak onzichtbare vakgebied van de salarisadministrateur. Elke maand worden de salarissen uitbetaald en de loonstroken gedraaid door deze grote groep salarisprofessionals in Nederland, maar je hoort maar zelden iets over dit vak. Mede door een te schaars opleidingsaanbod op het gebied van salarisadministratie zijn er momenteel grote tekorten binnen dit vakgebied. Uiteindelijk rollen veel salarisadministrateurs in het vak als zij-instromer vanuit HR of finance. En dat terwijl de salarisadministratie een cruciale rol vervult binnen elke organisatie. Een rol waar elke werkende (vaak onbewust) mee te maken heeft als het salaris wordt uitbetaald. Bron: Strictly People, 13 april 2022 Lees ook Belang van opleiding medewerkers backoffice in uitzendland zwaar onderschat Geplaatst in Nieuws | Tags loonstrook, salaris, salarisadministratie | Reacties uitgeschakeld voor Winnaars verkiezing Salarisprofessional van het jaar
Voorstellen uitzend-cao 2023 met elkaar vergeleken Geplaatst 13 april 2022 door Marcel Reijmers Door Marcel Reijmers, directeur van FlexKnowledge Op 31 maart hebben alle partijen hun voorstellen voor de CAO voor Uitzendkrachten vanaf 2 januari 2023 openbaar gemaakt. Op een aantal punten lijkt de uitkomst al vooraf vast te staan, maar op veel andere punten zijn waarschijnlijk weer stevige onderhandelingen te verwachten. In dit blog vergelijkt Marcel Reijmers de diverse voorstellen met elkaar en schetst zijn verwachtingen voor het eindresultaat. Voor het leesgemak wordt alleen verwezen naar fase A, B en C, maar natuurlijk geldt de tekst net zo goed voor fase 1+2, 3 en 4. Algemene indruk Hoewel alle partijen hun eigen saus over de voorstellen hebben gegoten, is de basis steeds heel goed herkenbaar. Niet heel vreemd als je met twee werkgeversorganisaties één cao wilt afsluiten. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de drie vakbonden. Maar dat ook de werkgevers- en werknemersvoorstellen zelf min of meer dezelfde opbouw en op bepaalde punten vergelijkbare inhoud hebben, is wellicht opmerkelijker. De reden hiervoor is het SER-akkoord dat in de zomer van 2021 waarin de vertegenwoordigers van heel werkend Nederland al min of meer hadden voorgeschreven hoe de rechtspositie van uitzendkrachten zich de komende jaren dient te ontwikkelen. Daarbovenop kwamen nog de twee rapporten van de Commissie Roemer over de arbeidsmigranten. De eerste punten hebben we al gezien in de huidige cao: verkorting van fase A en B, uitbreiding van de inlenersbeloning en voor de arbeidsmigranten inkomensgarantie en huisvesting. In de CAO voor Uitzendkrachten zoals die gaat gelden vanaf 2023 gaan we nog veel meer terugzien. Piketpaaltjes Hoewel er op een aantal punten dus vrij makkelijk overeenstemming bereikt zal worden, hebben zowel de werkgevers als de werknemers ook duidelijke grenzen aangegeven. Voor de werkgevers is het ‘tot hier en niet verder’ waar het gaat om beperking van de flexibiliteit die verder gaat dan de wet. Dus geen verkorting van fase A naar 26 weken, geen afschaffen van de onderbrekingstermijn bij opvolgend werkgeverschap en geen verdere beperking aan nuluren- en oproepcontracten. Het argument hiervoor is het ‘waterbedeffect’: het vluchten van opdrachtgevers naar minder goed gereguleerde (lees: goedkopere) vormen van flex. Op bepaalde punten lijken de vakbonden hier wel in mee te willen gaan. Bij enkele van hun wensen geven ze namelijk aan dat het in de cao direct moet gaan gelden als de wetgeving wijzigt. De vakbonden zetten stevig in op ‘zeggenschap over werktijden en beschikbaarheid’ met roosters die lang van te voren bekend moeten zijn, niet zonder instemming van de werknemer gewijzigd kunnen worden en in sommige situaties een flextoeslag op het loon. De werkgevers reppen hierover met geen woord in hun voorstellen. En hoewel alle partijen erkennen dat de effecten van de nieuwe regels voor arbeidsmigranten nog niet duidelijk zijn, bepleiten de vakbonden alvast een uitbreiding naar 3 maanden van de inkomensgarantie en willen de werkgevers het nog even zo laten. Tot zover de hoofdlijnen. Laten we per onderwerp de standpunten en verschillen gaan bekijken. Beloning Alle partijen conformeren zich aan (forse) uitbreiding van de inlenersbeloning. Allemaal spreken ze van gelijke (identiek) en gelijkwaardige (waarde in geld) arbeidsvoorwaarden en de werkgevers voegen daar nog aan toe dat niet alles op deze manier is in te passen, dus die hebben het ook over eigen regelingen voor bijvoorbeeld scholing, arbeidsongeschiktheid en leegloop. Dit alles komt ongetwijfeld voort uit de opdracht die partijen hebben meegekregen van de SER. Een tijdspad wordt er in de voorstellen niet aan gekoppeld, maar de bonden willen vast sneller en meer dan de werkgevers. Op dit moment zie ik zelf drie soorten beloning: Inlenersbeloning: gericht op de primaire arbeidsvoorwaarden Het loonverhoudingsvoorschrift uit de WAADI: de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden Payrollbeloning: de primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden Naar mijn mening zal de inlenersbeloning op termijn gelijk worden aan wat nu de payrollbeloning is, want alleen dan kun je spreken van gelijke/gelijkwaardige beloning. Vakbond De Unie legt overigens nog een interessante suggestie op tafel: laat uitzendkrachten niet het loongebouw voor specifieke functies doorlopen, maar betaal ze het gemiddelde van de schaal. Vooral bedacht om te borgen dat de uitzendkracht niet elke keer op het laagste niveau binnenkomt als hij wisselt van opdrachtgever of functie. Als daarmee het geven van periodieken aan uitzendkrachten zou komen te vervallen – en zo lees ik de tekst wel – zou dat een flinke administratieve lastenverlichting betekenen voor veel uitleners. In steeds meer cao’s worden afspraken gemaakt in het kader van zwaar werk. De bonden zouden graag een eigen regeling willen in de cao of anders aansluiten bij de cao van de inlener. Een begrijpelijke wens en wij horen het ook vaak op onze helpdesk, maar ik vrees dat het lastig is te realiseren, omdat hij niet alleen gekoppeld is aan een cao, maar ook aan een bedrijfstakpensioenfonds. Dat zou ervoor pleiten het in de CAO voor Uitzendkrachten te regelen. De vakbonden willen bovendien een verplichting om binnen een maand na afloop van het dienstverband de transitievergoeding uit te betalen, dus zonder dat de werknemer daar nog om hoeft te vragen. Flexibiliteit en werkzekerheid en zeggenschap over werktijden Voor wat betreft de fases lijken de partijen het nu al eens: fase A blijft 52 weken en fase B gaat terug naar 2 jaar. Verrassend vind ik zelf dat ook de vakbonden het nog steeds hebben over 6 contracten. Ik had ingeschat dat de inzet 2 jaar en 4 contracten zou worden, wat meer in lijn is met het reguliere arbeidsrecht. De werkgevers willen graag een jaarurennorm afspreken. Dat zou enerzijds meer flexibiliteit kunnen geven bij het inroosteren en anderzijds meer inkomenszekerheid. Hét grote voordeel is dat de toets op het betalen van het WML niet meer élke betaalperiode gedaan hoeft te worden, maar in principe maar 1 keer per jaar of bij einde dienstverband. Dat geeft dus veel meer ruimte om ook onderin het loongebouw met plus- en minuren te werken. Voor de werknemer is het voordeel dat hij voortaan een vast maandinkomen krijgt. De werkgevers willen ook graag een verkorting van de 4 dagentermijn uit de WAB. Het liefst voor alle uitzendkrachten en als dat niet lukt, willen ze graag aansluiten bij de cao van de inlener. Het eerste lijkt me onhaalbaar in de onderhandelingen, het tweede is eigenlijk heel logisch. De werknemers zetten vooral in op het respecteren van de wensen van werknemers bij het inroosteren en het vervolgens ook niet meer wijzigen ervan. Roosters zouden ook (veel) langer van tevoren beschikbaar moeten zijn. En als dat niet haalbaar is, zouden werknemers een flextoeslag moeten krijgen of zouden de regels die daarvoor in de cao van de inlener staan, ook onderdeel van de inlenersbeloning moeten worden. In bijzondere situaties, zoals voor mantelzorg, zou de werknemer vaste werktijden moeten kunnen krijgen. Heel bijzonder vind ik de eis dat geboorteverlof en ouderschapsverlof conform de Wet Wieg moet worden doorbetaald. Het lijkt mij wat overdreven om een wettelijke verplichting in de cao op te nemen. De bonafide bureaus hebben zo’n bepaling helemaal niet nodig en de malafide bureaus trekken zich er waarschijnlijk toch niets van aan, of het nu in de cao staat of niet. Dat geldt helaas voor wel meer bepalingen, vrees ik…. In de SER is ook het afschaffen van onderbrekingstermijnen afgesproken in ketens van arbeidsovereenkomsten en bij opvolgend werkgeverschap. ABU en NBBU willen daar nu niets over afspreken in afwachting van wet- en regelgeving. De vakbonden willen dat op zich ook wel afwachten, maar als die wet er eenmaal is, moet hij direct gaan gelden voor uitzendkrachten. Arbeidsongeschiktheid De werkgevers zijn vaag over hun precieze standpunt. Verder dan ‘we moeten iets met het einde van het contract met uitzendbeding bij ziekte vanwege de jurisprudentie die er nu ligt en dat hangt nauw samen met de wachtdagen en de aanvulling ziektewet’, komen ze niet. De vakbonden maken het een stuk concreter: Afschaffen van de wachtdag(en), geen eigen bijdrage van de werknemers voor de aanvulling op de Ziektewet en een hoger loon bij ziekte. Het eerste jaar 100% en het tweede jaar 80%, ongeacht het type contract. Onduidelijk is hoe de bonden dat zien na afloop van het dienstverband bij contracten zonder beding, waar die aanvulling er nu niet is en die ook niet gebruikelijk is in andere sectoren. Duurzame inzetbaarheid Wekgevers geven aan dat ze het belangrijk vinden. De vakbonden maken het een stuk concreter: recht op doorbetaalde functiegerichte scholing (zowel de opleiding zelf als de benodigde tijd), een persoonlijk budget, een jaarlijks scholings/loopbaangesprek en voor niet-Nederlandstaligen een cursus Nederlands, zowel de opleiding zelf als de benodigde tijd. Pensioen Alle partijen zijn het er over eens dat er een nieuwe regeling moet komen en daar worden ook al gesprekken over gevoerd. Hier zijn de werkgevers ineens heel concreet: de totale premie zou 16% moeten worden waarvan 60% door de werkgevers wordt betaald en 40% door de werknemers. De NBBU benoemt zelfs al een ingangsdatum, namelijk 1 januari 2026. Ik heb gehoord dat de nieuwe regeling eigenlijk al kant en klaar op de plank ligt, maar ook hier wordt vast gewacht op regelgeving uit Den Haag. In de tussentijd staan alle partijen open voor verbetering van de Basisregeling. Uit administratief oogpunt hoop ik van ganser harte dat partijen de wachttijd volledig af zullen schaffen of voor elke nieuwe werkgever opnieuw een korte wachttijd zullen hanteren. De huidige regeling waarbij de werkgever wel geacht wordt de juiste regeling toe te passen en ook dóór te tellen, maar waarbij hij geen toegang heeft tot informatie daarover, is onuitvoerbaar. Arbeidsmigranten Werkgevers willen de effecten van de dit jaar ingevoerde maatregelen afwachten en aansluiten bij de verdere uitwerking van de aanbevelingen van de commissie Roemer. De werknemers willen alvast een stap verder gaan: de eerste drie maanden een maximale huurprijs van 20% van het WML, en daarna kamer(ver)huur op basis van het reguliere arbeidsrecht; afschaffing van de ET-regeling of de ruilvoet naar 100%; ook na de net ingevoerde inkomensgarantie van 2 maanden nog recht op een bedrag van het wettelijk minimum maandloon, ongeacht het aantal uur en een contract van minstens drie maanden als de werknemer in het buitenland geworven is. FNV benoemt als enige ook nog een flinke aanscherping van de kwaliteit van de huisvesting. Looptijd Waar de ABU zich duidelijk heeft uitgesproken een cao te willen die tot en met 2025 loopt, hebben de andere partijen het over een looptijd die moet passen bij de afspraken die worden gemaakt. Wat gaat het volgens mij worden? Ik besef dat ik erg voorbarig ben: de feitelijke onderhandelingen moeten nog beginnen. Maar op basis van de vijf voorstelbrieven en de afspraken die er in de huidige cao al zijn gemaakt, denk ik aan het volgende: Looptijd tot en met 2024 Fase B gaat van 3 naar 2 jaar en het blijven 6 contracten. Wellicht dat een teruggang naar 4 bespreekbaar is voor de werkgevers, als wisselgeld voor bijvoorbeeld de doorbetaling bij ziekte. Uitbreiding van de inlenersbeloning met de vaste eindejaarsuitkering (is al afgesproken), de vakantiedagen; feestdagen (denk aan Goede Vrijdag of elk jaar 5 mei) ;alle varianten op seniorendagen uit de CAO van de inlener; niet alleen de netto, maar ook de bruto vergoedingen, inclusief zaken als diplomatoeslagen. Alle contractvormen één wachtdag bij arbeidsongeschiktheid; de inhouding van het werknemersaandeel van de premie voor de aanvulling ziektewet vervalt, net als de wachtdagcompensatie (netto effect voor de werknemer is verwaarloosbaar); een doorbetaling van 100% die na X werken begint af te bouwen en eindigt op 80% in het tweede jaar. Uitbetaling van de transitievergoeding binnen een maand na het niet-verlengen of beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor werknemers in fase B of C. Voor fase A beseffen partijen dat de oorzaak van het niet verlengen niet altijd duidelijk is en kondigen een onderzoek aan 🙂 Recht op doorbetaling van het loon als de opleiding onder werktijd wordt gevolgd óf een persoonlijk budget en een jaarlijks scholingsbehoeftegesprek voor álle uitzendkrachten. Ik vrees dat we nog een jaar langer door moeten modderen met de huidige pensioenafspraken, maar dat dan vanaf 2024 wel één regeling gaat gelden, waarbij er vast nog iets ingewikkelds bedacht wordt om te voorkomen dat werknemers er netto teveel op achteruit gaan door de werknemersbijdrage die er nu in de basisregeling niet is. Geen uitbreiding van de inkomensgarantie als de onderzoeken daar geen aanleiding toe geven, maar wel aanpassing van de ET-regeling. Gezien de huizenmarkt denk ik niet dat er een maximering van de huurprijs op 20% van het WML komt, maar misschien wel op 25%. Laten we hopen dat we niet zolang op het eindresultaat hoeven te wachten als met de huidige CAO en dat we dus net na de zomer als sector weten waar we aan toe zijn. Ik wens alle partijen veel wijsheid toe, komende maanden! Lees ook Voorstellen onderhandelingen uitzend-cao vanaf 2023 Geplaatst in Branchenieuws | Tags ABU, CAO voor Uitzendkrachten, CNV, De Unie, FNV, Marcel Reijmers, NBBU | Reacties uitgeschakeld voor Voorstellen uitzend-cao 2023 met elkaar vergeleken
Dennis Ender benoemd tot algemeen directeur van De Gilde Groep Geplaatst 13 april 2022 door Redactie FlexNieuws Dennis Ender is benoemd tot algemeen directeur van De Gilde Groep. De Gilde Groep, personeelsbemiddelaar in betonbouw en elektrotechniek, haalt met Ender – naast bestuurlijke en commerciële ervaring- meer dan 20 jaar ervaring in de HR -dienstverlening in huis. De laatste 7,5 jaar was hij werkzaam bij Manpower Group en lid van de board of directors. Dennis Ender Schaarse vaklieden Ender kan gelijk vol aan de slag. De Gilde Groep is met name groot in de bemiddeling van betontimmermannen en elektromonteurs naar bijvoorbeeld infrastructurele werken zoals zeesluizen en in de scheepsbouw. Vaklieden die schaars zijn. Ender: ‘Betonbouw en elektrotechniek kennen grote personele uitdagingen. Maar De Gilde Groep heeft een sterke positie in de markt en een onderscheidende aanpak. Je ziet dat vaklieden graag voor De Gilde Groep werken en opdrachtgevers ons roemen omdat we onze projecten op tijd opleveren met de professionele inzet van vakkrachten.’ Kijken naar de keten De aanpak van De Gilde Groep beperkt zich niet tot de bemiddeling van vaklieden. Ze werken in de hele keten, van bedrijven die prefab onderdelen maken -zoals een onderdeel van een brug- tot de aannemer die het afmaakt. De Gilde Groep zorgt voor het tijdig opleveren van projecten doordat het constant nagaat of de juiste vaklieden ‘aan boord zijn’. Dat doen ze met een plan van aanpak, instructie van de vaklieden, monitoring van het project en een evaluatie. Een werkwijze die Ender kent. In zijn laatste rol bij Manpower Group keek hij ook naar de hele keten en was hij verantwoordelijk voor het overnemen van (delen) van recruitmentprocessen voor vast personeel en het overnemen van het hele inhuurproces voor tijdelijk personeel van opdrachtgevers. Bron: De Gilde Groep, persbericht 12 april 2022 Lees ook De Gilde Groep neemt RSBM Uitzendgroep over De Gilde Groep neemt Parallel over Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags benoeming, Beton, De Gilde Groep, Elektrotechniek | Reacties uitgeschakeld voor Dennis Ender benoemd tot algemeen directeur van De Gilde Groep