Maandelijkse archieven: februari 2018

Jonge vrouwen relatief vaak vermoeid door werk

In 2016 gaf ruim 18 procent van de vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar aan last te hebben van psychische vermoeidheid door het werk.

Minstens een paar keer per maand voelden zij zich emotioneel uitgeput door het werk, zwaar vermoeid of leeg aan het eind van een werkdag. Vrouwen in andere leeftijdsgroepen en mannen voelen zich psychisch minder vaak vermoeid. Dat melden het CBS en TNO op verzoek van de redactie van WNL.

Van alle werknemers van 15 tot 75 jaar had bijna 15 procent last van werkgerelateerde psychische vermoeidheid (burn-outklachten), vrouwen iets vaker dan mannen. Vermoeidheidsklachten komen meer voor naarmate het aantal gewerkte uren in een week hoger is. Daarnaast hebben alleenstaanden vaker dergelijke klachten dan mensen die samenleven met een partner, kinderen of beide.

Jonge vrouwen vaakst psychisch vermoeid door werk
Het aandeel werknemers met psychische vermoeidheidsklachten door werk is groter onder 25- tot 35-jarigen dan in de andere leeftijdsgroepen. Dat werknemers van 25 tot 35 jaar vaker werkgerelateerde vermoeidheid rapporteren, hangt onder meer samen met de arbeidsduur en de gezinssituatie. Zij hebben gemiddeld een langere werkweek en zijn ook vaker alleenstaand.
In vrijwel alle leeftijdsgroepen kampen vrouwen vaker met psychische vermoeidheid ten gevolge van het werk dan mannen. Vrouwen van 25 tot 35 jaar hebben het vaakst dergelijke klachten. Van vrouwen in deze leeftijdscategorie had ruim 18 procent vermoeidheidsklachten, tegen 16 procent van de mannen.

Vaker snel of hard werken en minder zelfstandigheid
Dat vrouwen vaker dan mannen last hebben van psychische vermoeidheid hangt ermee samen dat zij vaker extra hard of erg snel moeten werken, of heel veel werk moeten verrichten. Ook zien zij minder vaak dan mannen mogelijkheden om zelfstandig te beslissen hoe het werk wordt uitgevoerd, of om zelf de volgorde of het tempo van de werkzaamheden te bepalen.
Vrouwen werken vaker dan mannen in de gezondheidszorg en in het onderwijs, waar relatief veel werknemers onder druk moeten werken en een geringe autonomie ervaren.

Bron: CBS, 14 februari 2018

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Jonge vrouwen relatief vaak vermoeid door werk

Boetenormbedragen Waadi-registratie onvoldoende gedifferentieerd

| Waadi | WagwEU | Wav |


Boetenormbedragen Waadi-registratie onvoldoende gedifferentieerd
De registratieplicht op grond van de Waadi is sinds 1 juli 2012 ingevoerd. Op grond van artikel 7a Waadi dient ieder bedrijf een zogenoemde “Waadi-registratie” te hebben, indien het bedrijf arbeidskrachten ter beschikking stelt in Nederland in de zin van de Waadi. In hoeverre hebben de Waadi-registratie en de daarbij behorende boetenormbedragen in de huidige vorm nog een toekomst?

Het doel van de registratieplicht is verhoging van de transparantie van de markt, versterking van het zelfreinigend vermogen van de uitzendbranche en versterking van toezicht en handhaving.

De registratieverplichting lijkt vrij eenvoudig. Met een paar klikken en de Waadi-registratie is een feit. In de praktijk blijkt deze registratieverplichting toch problemen op te leveren. Met name voor buitenlandse bedrijven die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stellen en niet op de hoogte zijn van de registratieverplichting of gewoonweg zich niet hebben geregistreerd.
We weten inmiddels dat de registratieplicht ook mogelijk is voor buitenlandse bedrijven. Zelfs als ze (nog) niet in het Nederlandse handelsregister van de Kamer van Koophandel staan geregistreerd. Dat kan dus geen reden zijn voor buitenlandse bedrijven om dan maar geen Waadi-registratie te hebben. De buitenlandse onderneming kan zonder dat de onderneming zich ook feitelijk en/of juridisch in Nederland vestigt toch voldoen aan deze registratieverplichting.

De vraag is welke risico’s de onderneming loopt, indien men niet beschikt over de Waadi-registratie. Als de onderneming niet beschikt over een Waadi-registratie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. De bestuurlijke boete kan niet alleen aan de onderneming worden opgelegd die de arbeidskrachten ter beschikking stelt zonder Waadi-registratie, maar ook aan de inlener bij wie de arbeidskrachten arbeid verrichten. De reden dat ook de inlener een bestuurlijke boete riskeert is, omdat men bij de invoering van deze registratieplicht vond dat inleners een grote rol spelen bij het in stand houden van malafide uitzendondernemingen. Om die reden worden ook zij nadrukkelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheid bij het tegengaan van malafiditeit in de uitzendbranche.

De boetenormbedragen zijn als volgt:

  • bij minder dat tien ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 12.000,-
  • bij tien maar minder dan 30 ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 24.000,-
  • bij dertig of meer ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 48.000,-

Bij een tweede overtreding (recidive) verdubbelen deze bedragen, bij een derde keer worden de bedragen 3 keer zo hoog.1

Zijn deze boetenormbedragen wel redelijk?
Op 24 januari 2018 oordeelde de Centrale Raad van Beroep net als de rechtbank in eerste aanleg over de redelijkheid van de hoogte van deze boetenormbedragen. Volgens de CRvB is het redelijk dat de hoogte van de boete door middel van een staffel aan een maximum is verbonden en daarbij wordt uitgegaan van drie boetenormbedragen afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten.

Desalniettemin oordeelde de CRvB dat de boetenormbedragen bij overtreding van de registratieverplichting uit de Waadi dusdanig hoog zijn dat uit een oogpunt van evenredigheid de boetenormbedragen verder hadden moeten worden gedifferentieerd. Er had namelijk ook een onderscheid moeten worden gemaakt tussen enerzijds malafide ondernemingen en daarmee gelijk te stellen werkgevers en anderzijds ondernemingen die niet tot deze categorie horen. Door het ontbreken van deze differentiatie zijn de beleidsregels waarin de boetenormbedragen zijn opgenomen naar het oordeel van de CRvB onredelijk.

Ook interessant is dat de CRvB net als de rechtbank in eerste aanleg voor de hoogte van een redelijke boete aansluiting heeft gezocht bij de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De CRvB oordeelde dat indien het gaat om minder dan tien arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld, met overeenkomstige toepassing van de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012, de boetenormbedrag van € 8.000,- passend is. De reden hiervan is dat uit de Memorie van Toelichting bij de Waadi blijkt dat de wetgever in de Waadi, voor wat betreft het boetenormbedrag, nadrukkelijk heeft willen aansluiten bij het boetenormbedrag in de Wav.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat de wetgever weer aan zet is en de beleidsregels nader moet gaan differentiëren. Het is echter de vraag wat het belang nog is (met name bij buitenlandse bedrijven) van de Waadi-registratie als straks het meldingssysteem op grond van de WagwEU in werking is getreden. Het zijn weliswaar verschillende verplichtingen met ieder een eigen wettelijk kader, maar in hoeverre is het nog redelijk om van buitenlandse ondernemingen te verlangen een aparte Waadi-registratie te hebben. Is ruim vijf jaar na de inwerkingtreding van de Waadi-registratie nu werkelijk gezorgd voor verhoging van de transparantie van de markt, versterking van het zelfreinigend vermogen van de uitzendbranche en versterking van toezicht en handhaving? Daar valt over te twijfelen.

Bovendien zal de overheid via het meldingssysteem van de WagwEU in de toekomst ook over informatie beschikken dat er arbeidskrachten tijdelijk in Nederland arbeid verrichten. Zou de overheid, als hij echt de doelen die ten grondslag liggen aan de Waadi-registratie zou willen bereiken, dan niet automatisch bij bedrijven, die een melding doen op grond van de WagwEU, die bedrijven moeten wijzen op de registratieverplichting op grond van de Waadi? Of bijvoorbeeld ergens in het meldingssysteem een vinkje aanzetten, zodat ook de registratieverplichting op grond van de Waadi wordt voltooid c.q. een automatisch bericht uitgaat naar het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Recent is bekend geworden dat het meldingssysteem ten behoeve van de meldingsplicht op grond van de WagwEU zoals het nu er naar uitziet per 1 januari 2019 klaar is.2 Als het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan toch bezig is met het aanpassen van de beleidsregels rondom de boetenormbedragen op grond van de Waadi, is het wellicht een idee om gelijk ook even een vinkje of alert in te voeren ten behoeve van de Waadi-registratie. Dat zou prima passen bij de beoogde efficiënte ‘administratieve samenwerking’ tussen verschillende instanties en arbeidswetten.

Hendarin Mouselli, VRF Advocaten

Voetnoten
1] Inspectie SZW / Boetes Waadi
2] L.F. Asscher d.d. 23 oktober 2017, brief aan de Tweede Kamer, Geannoteerde Agenda Raad WSBVC 23 oktober 2017

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Boetenormbedragen Waadi-registratie onvoldoende gedifferentieerd

Stakingsmelding: piloten Transavia


De piloten bij Transavia dreigen met werkonderbrekingen, omdat er nog steeds geen nieuwe cao-afspraken kunnen worden gemaakt.

De pilotenvakbond, de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers, heeft flyers uitgedeeld om passagiers te waarschuwen en een allerlaatste kans te bieden voor overleg.

De VNV heeft volgens eigen zeggen meer dan 14 maanden vergeefs geprobeerd om het gesprek aan te gaan met het management van Transavia. Een staking lijkt hen nu nog de enige manier om hun eisen kracht bij te zetten:

  • stabielere roosters
  • meer grip op vrije tijd
  • goede beroepsongeschiktheidsregeling
  • bescheiden loonstijging

De onvoorspelbare roosters, waardoor buiten het werk niets kan worden gepland, zijn de belangrijkste bron van ergernis.

Bron: Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers, 13 februari 2018

Stakingsmelding

Op grond van art. 10 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediair(s) (Waadi) is het uitzendbureaus e.d. niet toegestaan arbeidskrachten ter beschikking te stellen aan bedrijven, ondernemingen of onderdelen daarvan, waar op dat moment een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.

Meer over de Waadi

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Stakingsmelding: piloten Transavia

Onderhandelingsresultaat CAO ICK 2018



13 februari 2018

CAO-naam
CAO ICK
CAO Informatie-, Communicatie en Kantoortechnologiebranche (ICK)

Download Onderhandelingsresultaat CAO ICK 2018
> Onderhandelingsresultaat CAO ICK 2018 (26-01-18)

Looptijd
Looptijd 1 jaar (1 januari 2018 t/m 31 december 2018).

Loonmutaties
– 2,0% loonsverhoging per 1 januari 2018

Arbeidsvoorwaarden
– Er zal een vervolg komen met betrekking tot het project Duurzame Inzetbaarheid. Ook het project Mantelzorg zal doorgaan en wij zullen hier extra aandacht voor vragen.
– Er is geen sprake van verplichting tot overwerk 10 jaar voorafgaand aan de voor u geldende pensioenleeftijd.

Bron: CNV Vakmensen, 12 februari 2018

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO ICK 2018

Vier keer meer mannelijke zzp’ers in zorg

In de afgelopen tien jaar is het aantal mannelijke zzp’ers in de zorg met 290% toegenomen. Het aantal vrouwelijke zzp’ers is in dezelfde periode met 65% toegenomen.

Dat blijkt uit onderzoek van Thuiszorgorganisatie Zuster Jansen, die CBS-gegevens van 2007 tot en met 2017 analyseerde. In de zorg werken meer vrouwen (80%) dan mannen. Mannen kiezen echter vaker voor zzp-werk dan vrouwen.

Migratieachtergrond
De afgelopen tien jaar is het aantal zzp’ers met niet-westerse migratieachtergrond met 268% toegenomen. Een opvallende stijging, als deze wordt afgezet tegen de stijging van het aantal zzp’ers in de zorg met een westerse migratieachtergrond (85%) en zonder migratieachtergrond (57%). Ondanks de stijging bestaat het merendeel van de zzp’ers in de zorg nog uit mensen zonder migratieachtergrond (82%).

Leeftijd
Tien jaar geleden was tweederde van de zzp’ers 45 tot 65 jaar. Nu is dat iets meer dan de helft. In diezelfde periode is de leeftijdscategorie van 25 tot 45 jaar gestegen van 32% naar 37%. Het aantal jongeren tot 25 jaar is gestegen van 500 naar 2600, en 65-plussers van 1100 naar 2900.

Deeltijd
De werkweek van werknemers in de zorg wordt steeds korter. Het aantal werknemers dat voltijd werkt is sinds 2007 met 3% afgenomen. Het aantal werknemers dat 20 tot 35 uur per week werkt is daarentegen met 14% gestegen.

Ook het aantal werknemers dat minder dan 20 uur per week werkt is afgenomen. De groep die 12-20 uur per week werkt is met 22% afgenomen. De groep die minder dan 12 uur per week werkt is met 19% afgenomen.

Bron: Zuster Jansen, 13 februari 2018

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Vier keer meer mannelijke zzp’ers in zorg