Handboek Loonheffingen 2016 – uitgave 3 Geplaatst 24 februari 2016 door Hinke Wever | Loonbelasting tabellen | Loonheffing | Loontijdvak en tijdvaktabellen | Handboek Loonheffingen 2016, uitgave 3, is door de Belastingdienst gepubliceerd. > Zie download In de 3e uitgave werd 1 onderwerp toegevoegd: Nieuwe loonbelastingtabellen per 1 april 2016 (punt 18). De tarieven, bedragen en percentages per 1 januari 2016 zijn daardoor verplaatst van punt 18 naar punt 19. Verder zijn een aantal fouten verbeterd en onderwerpen uitgebreid: In de 1e alinea van punt 3 staat nu dat de werknemer het belaste rente- en kostenvoordeel in de inkomstenbelasting kan aftrekken in plaats van alleen het belaste rentevoordeel. Ook werden bij dit punt 2 alinea’s toegevoegd: over het aangeven van het rentevoordeel en over het verleggen van de inhoudingsplicht. De titel van punt 4 is verbeterd en ook de inhoud van dit onderwerp is verbeterd en uitgebreid. – Bij punt 7 is: — een verandering toegevoegd (het vervallen van een aantal codes soort inkomstenverhouding/inkomenscode) — een aandachtspunt toegevoegd (naam van de rubriek ‘pseudo-eindheffing VUT’ nog niet aangepast) — de titel en de 1e zin van het 2e aandachtspunt verbeterd (AOW’ers zijn verzekerd voor de ZW) – bij de informatie over de nieuwe rubrieken ‘Contractloon’ en ‘Contracturen per week’ een link naar de gegevensspecificaties toegevoegd – Bij punt 15 is een alinea toegevoegd met de definitie van de echtgenoot van de bestuurder. In de alinea daarboven is ‘in eerste instantie’ geschrapt. – Bij punt 17 werd de kop en de 1e zin van de laatste alinea verbeterd. – Bij de tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2016 is: — in tabel 9c de kop boven de rechterkolom verbeterd — in tabel 10 de percentages bij sectorcode 64 en 66, code risicopremiegroep 02 verbeterd Verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2015’ zijn nu verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2016’. Tot slot zijn de tijden van de werkwoorden aangepast, omdat de 3e uitgave in 2016 verschijnt. Bron: Belastingdienst, 22 februari 2016 Geplaatst in Rechtspraak | Tags belastingdienst, Handboek Loonheffingen | Reacties uitgeschakeld voor Handboek Loonheffingen 2016 – uitgave 3
Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2016 Geplaatst 24 februari 2016 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Provincies » | 24 februari 2016 Naam CAO Provincies Akkoord CAO Provincies 2016 > Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2016 Looptijd De nieuwe CAO heeft een looptijd van een jaar: 1 januari 2016 tot 1 januari 2017. Loonsverhogingen – 2,2% loonsverhoging per 1 april 2016; – € 300 eenmalige uitkering in april 2016. Arbeidsvoorwaarden • De minimum schaalbedragen van schaal 1 t/m 4 en het maximum schaalbedrag van shcaal 1 zijn aangepast. • Daarnaast hebben vakbonden en provincies afgesproken een onderzoek in te stellen naar de externe inhuur door provincies. • Ook worden tijdens de looptijd van deze CAO een aantal afspraken uit de vorige CAO afgerond en afspraken gemaakt op basis van de evaluatie van het belonings- en beoordelingssysteem bij de provincies. • Er ia een lagere pensioenpremie afgesproken, waardoor 1,4 procent loonruimte vrijvalt. Bron: CNV Overheid, 23 februari 2016 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Provincies | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2016
Principeakkoord CAO HBO 2016-2017 Geplaatst 24 februari 2016 door Redactie FlexNieuws | Download CAO HBO » | 24 februari 2016 Naam CAO HBO CAO Hoger Beroepsonderwijs Download Principeakkoord CAO HBO 2016-2017 > Principeakkoord CAO HBO 2016-2017 Looptijd De cao heeft een looptijd van 1 april 2016 tot en met 31 maart 2017. Loonmutaties – 3,65% loonsverhoging per 1 april 2016; – €250 eenmalige uitkering in april 2016; – €500 eenmalige uitkering in november 2016; Arbeidsvoorwaarden – In de nieuwe cao staan bovendien heldere procesafspraken over aanpassingen van de bovenwettelijke regeling, een regeling waarbij ontslagen werknemers in het hbo naast een WW-uitkering recht hebben op een aanvulling. Bron: CNV Onderwijs, 23 februari 2016 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, hbo | Reacties uitgeschakeld voor Principeakkoord CAO HBO 2016-2017
Aanvang bedenktermijn werknemer Geplaatst 24 februari 2016 door Hinke Wever Aanvang bedenktermijn werknemer Sinds 1 juli 2015 komt de werknemer de bevoegdheid toe om een beëindigingsovereenkomst zonder opgaaf van redenen schriftelijk te ontbinden binnen twee, dan wel drie weken nadat de beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen. Deze bedenktermijn behelst een aanvulling op de rechtsbescherming, die de werknemer toekomt wanneer hij met de werkgever een beëindigingsovereenkomst sluit. De werkgever mag pas aannemen dat de werknemer instemt met de beëindiging van diens arbeidsovereenkomst, wanneer de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig dienovereenkomstig heeft verklaard. De werknemer komt geen bedenktermijn toe, wanneer hij een beëindigingsovereenkomst heeft ontbonden en partijen binnen zes maanden na deze ontbinding opnieuw een beëindigingsovereenkomst aangaan. In zijn kort gedingvonnis van 10 februari 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:996) laat de kantonrechter Rotterdam zich uit over het moment van totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst, hetgeen bepalend is voor de aanvang van de bedenktermijn. Casus In de onderhavige zaak hebben werkgever en werknemer een beëindigingsovereenkomst gesloten. Partijen hebben op 21 september 2015 overeenstemming bereikt over de voorwaarden en de tekst van de beëindigingsovereenkomst De werknemer heeft de beëindigingsovereenkomst ondertekend en gedateerd op 28 september 2015. Op 9 oktober 2015 deelt de gemachtigde van werknemer schriftelijk aan de werkgever mee, dat de beëindigingsovereenkomst binnen de geldende bedenktermijn namens de werknemer wordt ontbonden. De daaropvolgende correspondentie tussen (de gemachtigden van) partijen wordt afgesloten met het bericht van de gemachtigde van werknemer van 3 november 2015, waarin wordt aangegeven dat de werknemer berust in de eerder door partijen overeengekomen en door hem ondertekende beëindigingsovereenkomst. De werknemer stelt zich in de door hem gestarte kort gedingprocedure onder meer op het standpunt, dat de beëindigingsovereenkomst gedurende de voor hem geldende bedenktermijn is ontbonden. Dientengevolge is zijn arbeidsovereenkomst voortgezet en wordt onder meer doorbetaling van het salaris en wedertewerkstelling gevorderd. In diens verweer stelt de werkgever onder meer, dat de bedenktermijn is aangevangen op 21 september 2015 (en is geëindigd op 5 oktober 2015), waardoor de werknemer niet op tijd gebruik heeft gemaakt van zijn ontbindingsbevoegdheid. De kantonrechter overweegt dat in de wetgeschiedenis inzake de bedenktermijn wordt verwezen naar de werknemer die een beëindigingsovereenkomst ondertekent en dat voor de voorwaarden van deze schriftelijkheidsvereiste aansluiting is gezocht bij het (strenge) schriftelijkheidsvereiste, dat geldt voor het concurrentiebeding. Aan dit schriftelijkheidsvereiste wordt voldaan ingeval van ondertekening door de werknemer. Hiervan uitgaande oordeelt de kantonrechter in de onderhavige zaak, dat de bedenktermijn is aangevangen op 28 september 2015; de datum waarop de werknemer de beëindigingsovereenkomst heeft gedateerd en ondertekend. De vorderingen van de werknemer worden evenwel afgewezen. Zijn gemachtigde heeft op 3 november 2015 bericht, dat de werknemer berust in de beëindigingsovereenkomst. De kantonrechter volgt de werkgever in zijn standpunt, dat ervan uit dient te worden gegaan, dat ingevolge deze berusting in – ofwel het opnieuw instemmen met – de (oorspronkelijke) beëindigingsovereenkomst binnen zes maanden na de ontbinding binnen de bedenktermijn partijen opnieuw een beëindigingsovereenkomst zijn aangegaan. In dit verband overweegt de kantonrechter, dat de werkgever ervan uit mocht gaan dat de gemachtigde namens de werknemer heeft gehandeld en – hiervan uitgaande – de werknemer niet opnieuw een bedenktermijn toekomt. Conclusie Zowel werkgever, als werknemer dienen erop bedacht te zijn wanneer de bedenktermijn van de werknemer aanvangt om een beëindigingsovereenkomst te ontbinden. De aanvangsdatum is de datum waarop de werknemer de beëindigingsovereenkomst heeft ondertekend. Het komt aannemelijk voor, dat het uitgangspunt hierbij is de in de beëindigingsovereenkomst vermelde datum. Daarnaast is het raadzaam ook rekening te houden met de gevolgen van ontbinding van de beëindigingsovereenkomst. In beginsel wordt de arbeidsovereenkomst in dat geval voortgezet. Indien voorafgaande aan de onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst een procedure (bij het UWV of kantonrechter) is gestart, kan in dit verband onder meer worden overwogen te verzoeken om voortzetting van de procedure op te schorten voor de duur van de bedenktermijn. Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsrecht, Beëindigingsovereenkomst, kantonrechter Rotterdam, UWV, Van Diepen Van der Kroef Advocaten | Reacties uitgeschakeld voor Aanvang bedenktermijn werknemer
MKB kiest vaker flex en niet vast personeel Geplaatst 24 februari 2016 door Hinke Wever MKB kiest vaker flex en niet vast personeel Meer dan de helft van alle ondernemers in het midden- en kleinbedrijf wil dit jaar liever geen medewerkers in vaste dienst aannemen. Dit blijkt uit onderzoek van Timing uitzendteam onder ruim 300 mkb-bedrijven. Een meerderheid van hen (61,5%) verwacht dit jaar te groeien, maar 60,4 procent vindt dat er teveel risico’s zitten aan het aannemen van vast personeel. De inzet van tijdelijke flexkrachten wordt door 52,3 procent “een goede manier” genoemd om de groei van hun bedrijf te kunnen opvangen. In opdracht van Timing heeft Panelwizard ruim 300 mkb’ers gevraagd naar hun verwachtingen voor 2016 en of ze denken extra personeel nodig te hebben. Van de ondernemers die groei voorspellen, zegt 56,3 procent ‘terughoudend’ te zijn in het aannemen van vast personeel. De belangrijkste reden hiervoor is een toenemende behoefte aan meer flexibiliteit. Dit geldt voor 48,7 procent van de ondervraagden. Daarnaast worden de risico’s en kosten van ziekteverzuim (39,7%) en de verplichtingen van de Wet werk en zekerheid (33,7%) als belangrijkste oorzaken gezien om te kiezen voor flexibel in plaats van vast personeel. Commercieel directeur Paul Haarhuis van Timing: “De overheid koppelt de huidige economische groei aan een verwachte toename van het aantal vaste banen. Maar deze groei leidt niet tot meer vaste contracten. Dit onderzoek bewijst dat mkb’ers een belemmering voelen om vast personeel in dienst nemen.” Matige kennis van complexe regels Uit het onderzoek van Timing komt verder naar voren dat 68,4 procent van de mkb-bedrijven de werving en selectie van nieuw personeel zelf doet en niet uitbesteedt. Tegelijkertijd zegt 25 procent ‘matig’ op de hoogte te zijn van alle wet- en regelgeving op personeelsgebied. Van de ondervraagde ondernemers vindt 22,7 procent zichzelf goed op de hoogte en 6,2 procent ‘uitstekend’. Slecht op de hoogte is 2,3 procent. Paul Haarhuis: “Wet- en regelgeving voor arbeidsrecht wordt steeds complexer. Wij komen heel vaak bedrijven tegen die hiervan de gevolgen ondervinden doordat ze bijvoorbeeld niet weten dat ze in aanmerking komen voor subsidies. Dat wordt ze meestal ook niet verteld.” “Overheid remt groei banen” Met name de Wet werk en zekerheid is sinds deze vorig jaar van kracht werd, onderwerp van zware kritiek vanuit het bedrijfsleven. De wet is bedoeld om meer mensen met een flexcontract aan een vaste baan te helpen, maar in de praktijk lijkt precies het tegenovergestelde te gebeuren. Het onderzoek in opdracht van Timing, onderstreept dit. Paul Haarhuis: “Het bewijs is geleverd dat de groei van onze werkgelegenheid hieronder lijdt.” Bron: Timing, 22 februari 2016 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags flexibiliteit, MKB, Paul Haarhuis, personeelsbeleid, Timing, uitzendkrachten, vast en flex, WWZ | Reacties uitgeschakeld voor MKB kiest vaker flex en niet vast personeel