Maandelijkse archieven: oktober 2015

Eerste FD Gazelle voor HOBIJ

Uitzendorganisatie HOBIJ behoort voor het eerst tot de snelst groeiende bedrijven in Nederland. CEO Han van Horen mag op 24 november in Breda een FD Gazellen Award in ontvangst nemen.

In 2009 heeft HOBIJ strategische keuzes gemaakt, vanwege de crisis. Er is meer focus aangebracht binnen de organisatie en daarnaast is stevig ingezet op goed werkgeverschap.

Omzetstijging 47%
Het bedrijf is mede daardoor de afgelopen jaren flink gegroeid. De omzetstijging in 2014 was 47% ten opzichte van 2013, en ook dit jaar kan de organisatie rekenen op een flinke toename. Het personeelsbestand groeide naar zo’n 2.000 verloningen per week.

Best Workplace
Het bedrijf werd bovendien in 2014 bekroond tot Best Workplace door het instituut ‘Great Place To Work’. HOBIJ is gespecialiseerd in het werven en uitzenden van flexibele arbeidskrachten uit Europa. De focus ligt op food, logistiek en techniek.

FD Gazellen
De FD Gazellen Awards worden elk jaar uitgereikt aan de snelst groeiende bedrijven in Nederland. Het is een initiatief van Het Financieele Dagblad en Company.info, en wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO en Mazars. De beoordeling vindt plaats door een onafhankelijke jury. Bedrijven die meedoen, moeten voldoen aan een aantal criteria ten aanzien van omzetgroei en financiële gezondheid van de onderneming.

Bron: www.hobij.nl, 29 oktober 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Eerste FD Gazelle voor HOBIJ

Concurrentiebeding voor zp’er is teken van zwakte

Concurrentiebeding tussen bemiddelaar en zp’er is een teken van zwakte

Het concurrentie- en relatiebeding in contracten, een heikel onderwerp. Veel werkgevers leggen dergelijke bedingen vast in arbeidscontracten om te voorkomen dat een medewerker de kennis die hij bij het bedrijf verkregen heeft, gebruikt om later in dienst van een concurrent het bedrijf te beconcurreren. Vaak wordt het ook ingezet om te voorkomen dat een medewerker waar veel investeringen in gedaan zijn, bijvoorbeeld in de vorm van opleidingen, ‘zomaar’ overstapt naar de concurrent. Alhoewel ik hier zelf absoluut geen voorstander van ben, kan ik tot een bepaalde hoogte de overwegingen om te kiezen voor dergelijke bedingen indenken. Ik ben er echter van overtuigd dat als de relatie met de medewerker dermate goed is, er geen reden is naar de concurrent over te stappen. Wat mij hoogst verbaast, is dat het concurrentie- en relatiebeding nog altijd meer regel is dan uitzondering in contracten van bemiddelaars (intermediairs, brokers, welke naam ze ook gegeven wordt) met zzp’ers, ofwel zelfstandig professionals (zp’ers).

Concurrentiebeding met een zp’er. Waarom zou je het willen?
Ik vraag me wel eens af: wat bezielt een bemiddelaar een concurrentiebeding op te nemen in een contract met een zp’er? Is het puur de angst dat de zp’er na een maand al zegt: ‘bedankt voor de bewezen diensten, maar ik ga via bedrijf x verder’? Dat geloof ik niet. Iedere professional, hoogstens enkele uitzonderingen daargelaten, gunt het bedrijf dat hen aan een opdracht geholpen heeft tot een bepaalde hoogte zijn inkomsten in de vorm van marge. Ik zeg hierbij ‘tot een bepaalde hoogte’, want daar wringt naar mijn idee de schoen. De hoge marges die ik bemiddelaars nog altijd zie rekenen en de magere dienstverlening die ze daar tegenover stellen, lokken discussies uit. Zeker naarmate een opdracht langer duurt en de bemiddelaar dus onevenredig veel betaalt krijgt voor hetgeen hij doet. Ik kan dan ook niet anders concluderen dat dergelijke bemiddelaars hartstikke bang zijn dat een zp’er in de loop van de tijd ontevreden raakt over de dienstverlening of over het bedrag dat verdient wordt en daardoor de overstap wil maken naar een andere bemiddelaar, wat ze met een concurrentiebeding hopen te voorkomen.

Concurrentiebeding met een zp’er. Mag het eigenlijk wel?
Een concurrentiebeding met een zelfstandig ondernemer, een raar fenomeen. Het woord zegt het al; zelfstandig. Die moet je niet willen binden. Naast dat ik er vanuit mijn ondernemersgeest op tegen ben, vraag ik me ook af: mag het eigenlijk wel? Deze vraag kwam onlangs weer eens boven tafel door een uitspraak van de rechtbank in Amsterdam, waarbij een concurrentiebeding in een tijdelijk arbeidscontract van een medewerker met een detacheerder nietig verklaard werd. Hoewel de uitspraak op een aantal punten niet te vergelijken is met de bemiddelaar-zp’er-relatie, het ging immers om een medewerker-werkgever-relatie, zette het me wel aan het denken. De rechter gebruikte een strikte interpretatie van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid die sinds 1 juli 2015 van toepassing is. In die wet is het uitgangspunt dat een concurrentiebeding alleen rechtsgeldig is in combinatie met een vaste aanstelling. Dus niet bij een tijdelijk contract. En wat voor contract heeft een bemiddelaar met een zp’er? Juist, een tijdelijk contract.

Mededingingswet en ondernemersvrijheid
Een concurrentiebeding in het contract tussen een bemiddelaar zou mijns inziens door een rechter onderuit gehaald worden. De bemiddelaar beperkt door de gang van zaken de mededinging op de Nederlandse markt. Dat is verboden op grond van de Mededingingswet die het gevolg is van Europese Verdragen en afspraken. Daarnaast wordt de zp’er door een concurrentie- en relatiebeding in zijn ondernemersvrijheid belemmerd. Voor uitzendkrachten is dat zelfs expliciet verboden in de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs. Voor zp’ers is dit nog niet in een wet vastgelegd, maar juist zelfstandigen zouden op geen enkele wijze in hun ondernemendheid beperkt mogen worden.

Tips
De gang naar het gerecht voorkom je als zp’er natuurlijk graag. Check dan ook altijd van tevoren of de bemiddelaar waar je je aanbiedt met een concurrentiebeding werkt. Maak van tevoren een selectie van partijen waar je veilig en prettig mee kunt samenwerken. Heb je om welke reden dan ook toch te maken met een dergelijke partij? Probeer het beding uit te onderhandelen. Gebruik de drukmiddelen die je hebt, dan heeft dat zeker kans van slagen. Mocht dat niet lukken, stel clausules voor, zoals de situatie waarin de bemiddelaar zijn rol als preferred supplier bij jouw opdrachtgever verliest, je vrij bent om te gaan en staan waar je wilt.

Paul van Leeuwen, HeadFirst

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Concurrentiebeding voor zp’er is teken van zwakte

Randstad Q3 2015 omzet +10%

De omzet van Randstad bedroeg in het derde kwartaal een kleine € 4,9 miljard, een stijging van 10% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

Organisch gezien steeg de omzet ruim 5%. De EBITA steeg 18%, terwijl die organisch steeg met 13%.
In het derde kwartaal realiseerde Randstad de overname van RiseSmart.

Bekijk resultaten Q3 2015

CEO Jacques van den Broek: “In Q3 zagen we stabiele groei in bijna al onze regio’s. Onze focus op recruitment, werving & selectie en HR-services wierp opnieuw vruchten af. De acquisitie van RiseSmart, gerealiseerd in het afgelopen kwartaal, vult ons dienstenpakket goed aan. RiseSmart biedt technologie waarmee outplacement en mobiliteitsvraagstukken worden ondersteund. Op termijn gaat dit een belangrijke rol vervullen in onze organisatie. We hebben in het afgelopen kwartaal ons 55-jarig bestaan gevierd, waaruit blijkt dat we als organisatie in staat zijn ons te ontwikkelen en aan te passen aan veranderende marktvraagstukken.”

Bron: Randstad.com, 29 oktober, 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Randstad Q3 2015 omzet +10%

WePayPeople vijfde keer FD Gazelle

Payrolling- en salarisadministratiebedrijf WePayPeople is voor het vijfde achtereenvolgende jaar een FD Gazelle. Medio november wordt bekend op welke positie het bedrijf in de ranking eindigt.

In 2011 deed het bedrijf voor het eerst mee, en eindigde in de landelijke ranking op nummer 1, in de categorie kleine bedrijven. Sinds 2013 valt het in de categorie middelgroot, waarin het in 2014 eindigde het als eerste van Noord-Holland.

Backoffice
Julius Kousbroek, directeur en medeoprichter: “Onze groei van de laatste twee jaar zit vooral in ‘Intermediair plus’: het verzorgen van de backoffice van uitzendbureaus en intermediairs. We hebben in deze markt een zeer sterk onderscheidend vermogen, waardoor we intermediairs en uitzendbureaus zien overstappen.”

Dag1
Intermediair Dag1 is daarvan een voorbeeld, en het toeval wil dat zij dit jaar ook een FD Gazelle zijn. Maartje Daamen, directeur en medeoprichter van Dag1: “Zaken waar we niet goed in zijn, zoals salarisadministratie, besteden we uit aan WePayPeople. Daardoor groeien we harder en kost het uiteindelijk minder geld.”

FD Gazellen
De FD Gazellen Awards worden elk jaar uitgereikt aan de snelst groeiende bedrijven in Nederland. Het is een initiatief van Het Financieele Dagblad en Company.info, en wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO en Mazars. De beoordeling vindt plaats door een onafhankelijke jury. Bedrijven die meedoen, moeten voldoen aan een aantal criteria ten aanzien van omzetgroei en financiële gezondheid van de onderneming.

Bron: www.wepaypeople.nl, 29 oktober 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor WePayPeople vijfde keer FD Gazelle

Toewijzing vergoedingen: update rechtspraak

Toewijzing vergoedingen: update rechtspraak
Uit de uitspraken van de kantonrechter te Den Haag van 24 augustus 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:9849) en de kantonrechter te Den Bosch van 1 september 2015 (4336312EJ VERZ 15-379253) blijkt, dat in een ontbindingsprocedure een billijke vergoeding aan de werknemer kan worden toegewezen wanneer de werkgever zijn (in een gerechtelijke procedure vastgestelde) verplichtingen jegens de werknemer bij herhaling schendt. De kantonrechter te Amsterdam volgt voornoemde lijn in zijn beschikking van 6 oktober 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:7278). Daarnaast heeft de kantonrechter te Amersfoort middels zijn beschikking van 15 oktober 2015 (ECLI:NL:RBMNE:2015:7538) aan de werknemer een billijke vergoeding toegewezen, omdat de werknemer niet heeft ingestemd met de opzegging door de werkgever. Naast deze beschikkingen wordt hieronder ook gewezen op de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 15 oktober 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:7335), waarin het overgangsrecht inzake de transitievergoeding wegens omstandigheden buiten toepassing is gelaten.

Ernstig verwijtbaar handelen werkgever
In de zaak waarin de kantonrechter te Amsterdam heeft geoordeeld, heeft de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht wegens een verstoorde arbeidsverhouding, nadat mediation niet tot een oplossing heeft geleid. De aanleiding voor de verstoorde arbeidverhouding is een discussie tussen partijen over de door de werkgever voorgestelde salarisverlaging, waar het personeel (inclusief werknemer) niet akkoord mee is gegaan. Bovendien heeft de werkgever de werknemer verweten, dat de werknemer de noodzaak tot de salarisverlaging heeft veroorzaakt. De werknemer is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het personeelsbeleid. Omdat de werknemer hierin tekort zou hebben geschoten, zijn de loonlasten te zwaar op de bedrijfsresultaten gaan drukken.

De kantonrechter overweegt dat er in beginsel sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, wanneer de verstoring ernstig en duurzaam is. De verstoring van de arbeidsverhouding in de onderhavige zaak wordt niet als duurzaam aangemerkt. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst evenwel, omdat voortzetting – onder meer op grond van de beperkte omvang van het bedrijf – in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd.

Aan de werknemer wordt – in aanvulling op de verzochte transitievergoeding – een billijkheidsvergoeding (ten bedrage van ca. twee maandsalarissen) toegekend. De kantonrechter overweegt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de werkgever zijn ernstige beschuldiging aan het adres van de werknemer (inhoudende dat de werknemer verantwoordelijk is voor de verslechterde financiële situatie van het bedrijf) niet, althans onvoldoende heeft weten te onderbouwen. Daarnaast wordt de werkgever verweten niet als goed werkgever te hebben gehandeld, omdat niet is ingegaan op het voorstel van werknemer om (opnieuw) een functioneringsgesprek aan te gaan. In plaats daarvan heeft de werkgever de werknemer medegedeeld de arbeidsovereenkomst te (willen) beëindigen en heeft dienovereenkomstig het personeel geïnformeerd.

Kortweg komt de overweging van de kantonrechter erop neer, dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door doelbewust aan te sturen op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het komt mij voor dat de werkgever in deze zaak zijn verplichtingen ernstig heeft geschonden door niet te proberen zijn werknemer te behouden voor het bedrijf, voordat ontslag is overwogen. De wettelijke ontslaggrond – in casu een verstoorde arbeidsverhouding – wordt niet zozeer als reden, maar als instrument gebruikt voor het beoogde ontslag.

Billijke vergoeding; geen verwijtbaar handelen vereist
In de zaak waarin de kantonrechter te Amersfoort de beschikking van 15 oktober 2015 (ECLI:NL:RBMNE:2015:7538) heeft gewezen, heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder instemming van de werknemer. De werknemer vordert in de daaropvolgende procedure niet weder te werkstelling, omdat een vruchtbare samenwerking in de toekomst wordt uitgesloten. In plaats daarvan vordert de werknemer een billijke vergoeding.

De kantonrechter overweegt, dat het verzoek van werknemer – op grond van artikel 7:681 lid 1 BW – om een billijke vergoeding kan worden toegewezen, wanneer de werknemer niet heeft ingestemd met de opzegging en geen van de wettelijke uitzonderingen op deze regel zich voordoet (bijv. toestemming UWV om het dienstverband op te zeggen, opzegging tijdens proeftijd of ontslag op staande voet). Aan toewijzing van een billijke vergoeding – op grond van het overtreden van dit wettelijk voorschrift door de werkgever – is niet de voorwaarde gesteld, dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het overtreden van het wettelijke voorschrift alleen geeft aanleiding voor toewijzing van de billijke vergoeding.

Het verzoek van de werknemer wordt toegewezen. Met inachtneming van de feiten en omstandigheden van het geval wijst de kantonrechter een billijke vergoeding toe ten bedrage van 35 maandsalarissen. Ter relativering wordt erop gewezen, dat de werknemer een relatief laag maandsalaris heeft genoten, waardoor de billijke vergoeding neerkomt op €4.000,- bruto.
Uit de beschikking van de kantonrechter te Amersfoort blijkt, dat de voorwaarden voor het toewijzen van een billijke vergoeding (dat wil zeggen, ernstig verwijtbaar handelen of nalaten) afhankelijk zijn van de wettelijke grondslag, waarop het verzoek om een billijke vergoeding is gebaseerd.

Transitievergoeding; geen toepassing van overgangsrecht
In de bijdrage met de titel ‘Nieuw ontslagrecht onder de WWZ: rechtspraak’ is stilgestaan bij het overgangsrecht, dat geldt voor het toekennen van een transitievergoeding. Samenvattend bepaalt het Besluit overgangsrecht transitievergoeding, dat wanneer de werknemer – op grond van tussen de werkgever en vakbonden gemaakte afspraken (bijv. een cao) recht heeft op bepaalde vergoedingen – de transitievergoeding niet is verschuldigd, tenzij overeengekomen is dat de werknemer recht heeft op die vergoeding in aanvulling op de transitievergoeding. De kantonrechter te Rotterdam heeft in zijn beschikking van 15 oktober 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:7335) het overgangsrecht buiten toepassing gelaten.

Op verzoek van de werkgever is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden wegens de door de werkgever voldoende onderbouwde ontslaggrond, zijnde een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer heeft verzocht om een billijke vergoeding en een transitievergoeding. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te wijzen. Ten aanzien van het verzoek om een transitievergoeding overweegt de kantonrechter als volgt.

Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is een CAO van toepassing. De CAO kent bepalingen, op grond waarvan de werknemer aanspraak heeft op een vergoeding (zijnde een aanvulling op de WW-uitkering). Onder verwijzing naar het Besluit overgangsrecht transitievergoeding maakt de werknemer dientengevolge geen aanspraak op de transitievergoeding, aldus de werkgever.

De vergoeding waarop de werknemer op grond van de CAO recht heeft, is wezenlijk lager dan de transitievergoeding, waarop de werknemer aanspraak maakt. De kantonrechter overweegt in dit verband dat het Besluit overgangsrecht transitievergoeding ziet op de situatie inzake vergoedingen, die een samenloop kent tussen oud en nieuw recht. Het Besluit overgangsrecht transitievergoeding kan daarentegen niet het gevolg hebben, dat de werknemer als gevolg van deze regeling in een substantieel minder gunstige positie terecht komt, zoals in de onderhavige zaak sprake is. De kantonrechter oordeelt dientengevolge, dat toepassing van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding (in de onderhavige zaak) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Vervolgens wordt aan de werknemer de transitievergoeding toegekend.

Bij toewijzing van een transitievergoeding is het Besluit overgangsrecht transitievergoeding leidend. Uit de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam kan echter worden afgeleid, dat toepassing ervan niet absoluut is. Het ziet ernaar uit dat onder omstandigheden kan worden geoordeeld, dat toepassing van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en daarom buiten toepassing dient te worden gelaten.

Conclusie
De gewijzigde regelgeving onder de Wet werk en zekerheid is relatief nieuw. Duidelijkheid omtrent de uitleg en toepassing van de wijzigingen wordt – onder andere – verschaft door de rechtspraak. Op grond van bovenbedoelde uitspraken wordt nadere inzicht gegeven in (de voorwaarden voor) toewijzing van de billijke vergoeding en de transitievergoeding. Het recht blijft echter in ontwikkeling. Het wordt daarom aanbevolen de rechtspraak te (blijven) volgen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Toewijzing vergoedingen: update rechtspraak