Maandelijkse archieven: april 2015

Alternatief Beschikking Geen Loonheffing | BGL en VAR

| Beschikking geen loonheffing | BGL |


Staatssecretaris Wiebes presenteert maandag 20 april in een brief aan de Tweede Kamer een alternatief voor de BGL en de VAR.

Lees de gehele brief, die hieronder deels is weergegeven:

Voorstel voor alternatief voor de BGL en de VAR
Door zzp-organisaties en vakbonden is gepleit voor een alternatief voor de BGL met als belangrijkste twee elementen: een sectorale benadering en een geconditioneerde vrijwaring voor de opdrachtgever. Ook VNO-NCW en MKB Nederland pleiten voor een (waar mogelijk) sectorale benadering. Daarbij zouden zij graag de opdrachtgever de mogelijkheid willen geven om in één keer zekerheid vooraf te krijgen voor alle zzp’ers die hij contracteert.
Voor het kabinet staat voorop dat het alternatief tevens recht moet doen aan de uitgangspunten van het wetsvoorstel BGL, namelijk dat het bijdraagt aan het herstel van het evenwicht in de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer en dat de mogelijkheden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden worden vergroot.

Hierna wordt het alternatief voor de BGL geschetst waarin de voorstellen van zzp-organisaties, vakbonden en werkgeversorganisaties zijn verwerkt. Hierbij is rekening gehouden met de uitgangspunten van het kabinet. Met het alternatief wordt aan opdrachtgevers en opdrachtnemers duidelijkheid gegeven over de fiscale kwalificatie van hun arbeidsrelatie. Evenals de BGL brengt het alternatief mee dat de huidige VAR-systematiek wordt afgeschaft.

Het alternatief houdt in dat belangenorganisaties van opdrachtgevers of belangenorganisaties van opdrachtnemers, en ook individuele opdrachtgevers of opdrachtnemers, overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven over de overeenkomst. Partijen kunnen hieraan zekerheid ontlenen omtrent de loonheffingen. De Belastingdienst zal beoordeelde overeenkomsten (voor zover mogelijk) openbaar maken, zodat deze door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt.

De Belastingdienst beoordeelt de overeenkomsten alleen op de elementen die van belang zijn om de vraag te kunnen beantwoorden of er sprake is van de plicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen. De Belastingdienst kan op basis van een voorgelegde overeenkomst geen oordeel geven over de fiscale kwalificatie van de inkomsten van de opdrachtnemer in de inkomstenbelasting.

Sectorale benadering
Onder welke voorwaarden op grond van het fiscale recht of het socialezekerheidsrecht sprake is van een plicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen, is voor elke sector hetzelfde. Een sectorale benadering, zoals door de organisaties voorgesteld, is dus niet noodzakelijk, maar het heeft wel voordelen om rekening te kunnen houden met terminologie of afspraken die in een sector gangbaar zijn en met sectorale wetgeving zoals de voor een sector relevante arboregelgeving of bijvoorbeeld in de zorg met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Sectorspecifieke overeenkomsten zijn geschikt om in de verschillende sectoren helderheid te bieden aan de opdrachtnemer en de opdrachtgever over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie en welke gevolgen daaraan verbonden zijn voor de plicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen.

Door (sectorale) belangenorganisaties kunnen (nieuw opgestelde of reeds toegepaste) sectorale voorbeeldovereenkomsten aan de Belastingdienst worden voorgelegd, die naar het oordeel van die belangenorganisaties overeenkomsten zijn waarbij voor de opdrachtgever geen plicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen geldt. De Belastingdienst beoordeelt vervolgens aan de hand van de bepalingen uit de overeenkomst die zien op de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer of er uit de overeenkomst voortvloeit dat de opdrachtgever loonheffingen moet afdragen of voldoen. Met het oordeel van de Belastingdienst dat een bepaalde overeenkomst inderdaad een overeenkomst is die zodanig is opgesteld dat er op grond van wet- en regelgeving en jurisprudentie geen verplichting is tot het afdragen of voldoen van loonheffingen, kan zekerheid worden verkregen dat er geen loonheffingen hoeven te worden afgedragen of voldaan. Uiteraard geldt deze zekerheid uitsluitend als de arbeid ook daadwerkelijk wordt verricht overeenkomstig die voorgelegde overeenkomst.

Het oordeel van de Belastingdienst wordt schriftelijk vastgelegd, waarbij wordt aangegeven voor welke termijn een vrijwaring voor de loonheffingen wordt gegeven indien de overeenkomst wordt afgesloten en er in de praktijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt. Gedacht wordt aan een termijn van vijf jaar, met een voorbehoud indien de wet- of regelgeving gedurende die vijf jaar wijzigt. Jurisprudentie kan aanleiding zijn een eerder beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst voor de toekomst in te trekken. Daarbij moeten de beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen.

De voorbeeldovereenkomsten worden door de Belastingdienst gepubliceerd op internet zodat elke opdrachtgever en opdrachtnemer daar gebruik van kan maken.

Sectoroverstijgende benadering
Of er sprake is van een plicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen wordt bepaald in fiscale regelgeving en socialezekerheidsregelgeving die voor elke sector geldt. Het blijft dus mogelijk om op een wijze die sectoronafhankelijk is, zekerheid te geven over het moeten afdragen of voldoen van loonheffingen. Dit betekent dat belangenorganisaties ook voorbeeldovereenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst die geen sectorspecifieke kenmerken hebben en die voor meerdere sectoren kunnen worden gebruikt.

Maatwerk
Individuele opdrachtgevers en opdrachtnemers die geen gebruik willen of kunnen maken van de hiervoor bedoelde voorbeeldovereenkomsten, kunnen zelf een overeenkomst opstellen en voorleggen aan de Belastingdienst. Indien uit de overeenkomst geen verplichting tot het afdragen of voldoen van loonheffingen voortvloeit, bevestigt de Belastingdienst dit schriftelijk. In andere gevallen kan de overeenkomst in overleg met de Belastingdienst worden aangepast zodat alsnog de vrijwaring voor de loonheffingen kan worden gekregen. Net als bij de eerder genoemde voorbeeldovereenkomsten geldt de vrijwaring uiteraard alleen indien in de praktijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt en voor een termijn van (bijvoorbeeld) vijf jaar, met een voorbehoud indien de wet- of regelgeving gedurende die vijf jaar wijzigt. Jurisprudentie kan aanleiding zijn een eerder beoordeelde overeenkomst voor de toekomst in te trekken. Daarbij moeten de beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen.
Dergelijke overeenkomsten zullen, uiteraard geanonimiseerd en met instemming van de opdrachtgever en opdrachtnemer, door de Belastingdienst als voorbeeldovereenkomst op zijn website worden gepubliceerd zodat andere opdrachtgevers en opdrachtnemers daar hun voordeel mee kunnen doen.

Een deel van de hiervoor beschreven voorbeeldovereenkomsten kan en zal vaak gedetailleerd zijn en zal in veel gevallen details of bepalingen bevatten die mogelijk niet van belang zijn voor kleinere opdrachtgevers en opdrachtnemers die slechts incidenteel iemand inhuren. Om ook deze opdrachtgevers en opdrachtnemers zekerheid te kunnen bieden zonder dat het nodig is dat zij hun overeenkomsten aan de Belastingdienst ter beoordeling voorleggen, zal de Belastingdienst enkele voorbeeldovereenkomsten ontwikkelen die zijn ontdaan van bijvoorbeeld de sectorale elementen en waaraan partijen een gelijke zekerheid kunnen ontlenen. Deze voorbeeldovereenkomsten kunnen in meerdere sectoren worden gebruikt en worden gepubliceerd op de website van de Belastingdienst. Indien een van deze voorbeeldovereenkomsten wordt gebruikt en voor zover daar geen bepalingen aan zijn toegevoegd die afbreuk doen aan de inhoud van de voorbeeldovereenkomst en tegelijkertijd daadwerkelijk in overeenstemming met die overeenkomst wordt gewerkt, leidt ook die overeenkomst tot vrijwaring voor de loonheffingen. Daarnaast zal de Belastingdienst bepalingen publiceren op zijn website die van belang zijn voor de beantwoording van de vraag of er een verplichting is tot het afdragen of voldoen van loonheffingen. Deze bepalingen kunnen worden gebruikt om een overeenkomst samen te stellen die vervolgens aan de Belastingdienst kan worden voorgelegd ter beoordeling.

Keuzevrijheid
Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen zelf kiezen of zij een (sectorspecifieke of sectoroverstijgende) voorbeeldovereenkomst gebruiken of dat ze zelf een overeenkomst opstellen en voorleggen aan de Belastingdienst. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van dit alternatief dat de Belastingdienst overeenkomsten gaat voorschrijven. Het opstellen van een overeenkomst tot opdracht is een zaak tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en dat is iets waar de Belastingdienst niet in zal treden. De rol van de Belastingdienst houdt op bij de fiscale beoordeling van die overeenkomst en het publiceren van voorbeeldovereenkomsten zodat opdrachtgevers en opdrachtnemers een keuze kunnen maken uit een aantal overeenkomsten die door de Belastingdienst zijn beoordeeld en die dus zekerheid vooraf bieden over de loonheffingen.

Verantwoordelijkheid
Zoals hiervoor al vermeld, is het van belang dat ook daadwerkelijk wordt gewerkt overeenkomstig de beoordeelde overeenkomst. Indien bij een controle van de Belastingdienst blijkt dat er in de praktijk niet volgens die overeenkomst wordt gewerkt, is er geen vrijwaring voor de loonheffingen. De Belastingdienst beoordeelt de arbeidsrelatie op grond van de aangetroffen feiten en omstandigheden. Het kan daarbij zijn dat de arbeidsverhouding gelet op de wijze waarop wordt gewerkt, moet worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking. Is dat het geval, dan zal de Belastingdienst aan de opdrachtgever een correctieverplichting of een naheffingsaanslag voor de loonheffingen opleggen. Of de Belastingdienst daarbij een boete kan opleggen, is afhankelijk van de omstandigheden. Als de werkgever te laat betaalt, kan een verzuimboete worden opgelegd. Afhankelijk van de mate van schuld van de werkgever, kan er een vergrijpboete worden opgelegd.

Procedurele aspecten
Het beoordelen van een overeenkomst door de Belastingdienst heeft naar verwachting een gemiddelde doorlooptijd van zes weken. Dit kan langer zijn indien er veel overleg nodig is over de overeenkomst. Dit kan korter zijn als de te beoordelen overeenkomst grote gelijkenissen vertoont met reeds eerder beoordeelde overeenkomsten. De beoogde beoordelingen sluiten aan bij de bestaande praktijk van vooroverleg waarin geen beschikking wordt afgegeven en de formele mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen het oordeel van de Belastingdienst buiten beeld blijven. Wel is de Belastingdienst aan een afgegeven instemming op een overeenkomst gebonden en mogen partijen die conform de beoordeelde overeenkomsten handelen rekenen op de gevolgen voor de loonheffingen en de gevolgen voor de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen die daarbij in het vooruitzicht zijn gesteld. Dit betekent dat er vrijwaring voor de loonheffingen is voor zover ook daadwerkelijk overeenkomstig de voorbeeldovereenkomst wordt gewerkt.

Rol van het UWV
Indien volgens een door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst wordt gewerkt, hoeven er geen loonheffingen te worden afgedragen of voldaan en kan de opdrachtnemer ook geen aanspraak maken op een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een uitkering, volgt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het door de Belastingdienst ingenomen standpunt dat er geen verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen is geweest. De Belastingdienst en het UWV passen immers dezelfde wet- en regelgeving toe om tot een oordeel te komen of er sprake is (geweest) van de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Ingeval de opdrachtnemer aan het UWV voldoende aannemelijk maakt dat in de praktijk niet volgens de overeenkomst is gewerkt en hij dientengevolge wellicht verzekerd was voor de werknemersverzekeringen, dan kan hij mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering. Het UWV geeft in dat geval de informatie over de opdrachtgever door aan de Belastingdienst. Dit is voor de Belastingdienst een aanwijzing dat er feitelijk niet volgens de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst is gewerkt. De Belastingdienst zal vervolgens bij de opdrachtgever de feiten nagaan en indien nodig een nader onderzoek instellen en zo nodig een correctieverplichting of een naheffingsaanslag opleggen.

Aangezien het zowel voor de fiscaliteit als voor de sociale zekerheid van belang is of er sprake is van verplichting tot het afdragen of voldoen van loonheffingen, werken het UWV en de Belastingdienst ook op dit moment al samen. Er zijn afspraken gemaakt tussen het UWV en de Belastingdienst over informatie-uitwisseling met betrekking tot de uitvoering. De Belastingdienst zal de beoordeling van dit jaar aan hem voorgelegde sectorale voorbeeldovereenkomsten en de dit jaar door de Belastingdienst ontwikkelde voorbeeldbepalingen met het UWV afstemmen voordat een oordeel wordt uitgesproken en voordat ze worden gepubliceerd. Met deze voorbeeldovereenkomsten zal naar verwachting duidelijk worden aan welke soort voorbeeldovereenkomsten behoefte is. Zo kan zicht ontstaan op het tot stand komen van overeenkomsten die door beide organisaties herkend worden als overeenkomsten die geen verschuldigdheid van loonheffingen en verzekeringsplicht opleveren. Naar verwachting zal op deze wijze in de loop der tijd een consistent beleid zichtbaar zijn en zal de afstemming meer op hoofdlijnen plaatsvinden via monitoring en bespreking in het kernteam van de loonaangifteketen. Het UWV zal nog een uitvoeringstoets doen.

Bron: Brief aan Tweede Kamer, 20 april 2015

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Alternatief Beschikking Geen Loonheffing | BGL en VAR

Beschikking geen loonheffing (BGL) na kritiek ingetrokken

| Beschikking geen loonheffing | BGL |


Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft zijn plan voor een nieuwe arbeidsverklaring (BGL) voor zzp’ers ingetrokken.

Hij heeft hiertoe besloten na uitvoerig overleg met werkgeversorganisaties, vakbonden en ZZP-organisaties.

De BGL (Beschikking Geen Loonheffing) was bedoeld voor betere handhaving op schijnzelfstandigheid en om werkgevers medeaansprakelijk te maken. Volgens werkgevers- en werknemersorganisaties schoot het plan zijn doel voorbij. Zij voorzagen te grote administratieve lasten.

Vandaag, maandag 20 april presenteert Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer een breed gedragen alternatief, dat de afgelopen drie maanden met inbreng van de sociale partners tot stand kwam en per 2016 in werking moet treden. In dit plan is meer ruimte voor sectorspecifieke afspraken en maatwerk, ook de administratieve rompslomp is minder groot.

Bron: FD, 20 april 2015, zie ook het achtergrondinterview van FD

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Beschikking geen loonheffing (BGL) na kritiek ingetrokken

ZP-Facts – inzicht in trends

HeadFirst presenteerde onlangs de nieuwe monitor voor de markt van Zelfstandig Professionals: ZP Facts

Waarom? Om Zelfstandig Professionals (ZP’ers) en Opdrachtgevers iets concreets in handen te geven waar ze iets aan hebben; inzicht in concrete ontwikkelingen en trends in de markt van Zelfstandig Professionals in de zakelijke dienstverlening. Maar bovenal willen we nog meer transparantie aanbrengen in de flexibele arbeidsmarkt.

Transparantie aanbrengen in de minst homogene groep werkenden in Nederland, de steeds grotere groep zzp’ers, is een uitdaging. Een derde van deze groep zelfstandigen bestaat uit hoogopgeleide kenniswerkers, maar ook dit deel van de zelfstandigen is verre van homogeen. Zelfstandige kenniswerkers verhuren hun specialistische kennis in zeer uiteenlopende vakgebieden, van management tot HR en IT tot marketing. Om inzicht te krijgen is het noodzakelijk om big data afkomstig van deze groep om te zetten in een betrouwbare monitor van en voor de markt van ZP’ers.

Wij zijn deze uitdaging aangegaan. We hebben een groot netwerk van ZP’ers en kennen ze als geen ander. Om het ‘evidence based’ aan te pakken, hebben we onze zorgvuldig opgebouwde data van meer dan tienduizend professionals uit ons netwerk door de Universiteit van Tilburg laten analyseren. Duizenden profielen van professionals en door HeadFirst ontvangen en uitgevoerde opdrachten zijn wetenschappelijk getoetst en gevalideerd. Hieruit is de nieuwe monitor ZP Facts ontstaan. Vanaf begin dit jaar wordt elk kwartaal een nieuw rapport uitgegeven.

Waarom is inzicht in de ZP-markt zo belangrijk en wat kan je ermee?
Terwijl de groep ZP’ers een belangrijk onderdeel van werkend Nederland is en dus ook van de Nederlandse economie, wordt er nog onvoldoende onderzoek gedaan naar het reilen en zeilen van deze groep. Het onderzoek dat wordt gedaan is vaak onvolledig, gebaseerd op subjectieve enquêtes, niet onafhankelijk of het is ad hoc. En officiële instellingen als het CBS hebben wel inzicht in aantallen, maar niet in de details van wat de ZP’er bezighoudt.

Doorlopend kwantitatieve inzage in de ZP-markt
ZP Facts biedt doorlopend een kwantitatieve kijk op de markt voor Zelfstandig Professionals in de zakelijke dienstverlening. Vaste ontwikkelingen op vaste thema’s als aantal opdrachten, tarieven, contracturen en opdrachtduur komen elk kwartaal aan bod door het af te zetten tegen het voorgaande kwartaal en hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Daarnaast wordt ZP-Facts elk kwartaal uitgebreid met een specifiek wetenschappelijk onderzocht thema. Hiermee biedt het een unieke beeld, dat veel verder gaat dan onderzoek uit enquêtes en interviews met ZP’ers.

In het eerste rapport is bijvoorbeeld een verdieping gemaakt op het reisgedrag van ZP’ers binnen Nederland. Ze reizen bijna drie keer zolang als de gemiddelde Nederlander. In combinatie met het feit dat het aantal ZP’ers toeneemt en dat zij veelal met de auto reizen, is de conclusie te trekken dat de filedruk op de Nederlandse snelwegen de komende jaren alleen maar gaat toenemen.

Wat heeft de ZP’er aan deze nieuwe monitor?
Met de monitor hebben we ook voor ogen ZP’ers handvatten te bieden in de keuzes die ze maken. We bieden ze nog beter inzicht in vraag en aanbod in de markt. Komt er uit de monitor bijvoorbeeld naar voren dat er gedurende een periode weinig opdrachten op een bepaald vakgebied zijn, dan kan het verstandig zijn voor een ZP’er die actief is in dat vakgebied ook eens te kijken naar een ander vakgebied. Een vakgebied waar wel veel opdrachten in te vinden zijn en dat dichtbij zijn ‘core’ vakgebied licht, waar hij ook interesse in heeft en waarin hij zijn kennis kan uitbreiden. Zo gokt hij niet op één paard en stuurt hij zijn carrière bij op basis van deze monitor. Daarbij kunnen ZP’ers zich aan de hand van de geboden informatie meten aan hun zogenoemde peers om te beoordelen hoe zij in de markt liggen.

Enkele opmerkelijke cijfers uit het eerste rapport
De eerste editie die begin 2015 verscheen, stond in het teken van een terugblik op de afgelopen 2 jaar en geeft daarmee een indicatie voor de ontwikkeling in 2015.

Enkele feiten:
In 2013 steeg het aantal opdrachten, in 2014 was hierin een lichte daling. Daartegenover staat een sterke stijging van het aantal zzp’ers in Nederland. De gemiddelde opdrachtduur de afgelopen twee jaar bedroeg 16,5 maand, een verrassend feit. Vrouwelijke ZP’ers werken gemiddeld 29 uur per week, mannen 33 uur. Het gemiddelde uurtarief is sinds 2013 continu afgenomen, in totaal zo’n 10 euro in 2 jaar.

Bekijk het volledige eerste rapport.

De tweede editie komt half april 2015 uit. Wilt u hiervan op de hoogte gehouden worden, meld dit op www.zpfacts.nl.

Paul van Leeuwen

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor ZP-Facts – inzicht in trends

Kamer vreest positie flexwerker na nieuwe wetgeving

De Tweede Kamer vraagt zich af of de nieuwe Wet Werk en Zekerheid er wel toe leidt dat werknemers met een flexibele baan eerder een vast contract krijgen.

Dat bleek donderdag bij een debat met minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken.

Aanleiding was het bericht dat ING honderden trouwe uitzendkrachten voor 1 juli laat afvloeien. In reactie daarop zei de bank dat dit ontslag niet gerelateerd was aan invoering van de WWZ. Uitzendkrachten die dit jaar voor 1 juli worden ontslagen zullen financieel worden gecompenseerd.

SP, CDA en ChristenUnie denken dat veel andere werkgevers hetzelfde doen als ING. ‘De draaideur blijft draaien, alleen nu sneller’, aldus SP-Kamerlid Sadet Karabulut.

Vakbond CNV heeft inmiddels een meldpunt ingericht voor misstanden rond de WWZ.

Cultuuromslag
Minister Asscher vindt het te vroeg om te concluderen dat de wet niet werkt. Hij ziet ook goede voorbeelden, zoals de cao voor ziekenhuizen waarin is afgesproken dat meer werknemers een vast contract krijgen. ‘We moeten de wet een kans geven een cultuuromslag teweeg te brengen en dat gaat niet vanzelf.’

In 2018 wordt de Wet Werk en Zekerheid geëvalueerd.

Bekijk hier het verslag (stenogram) van het Tweede Kamer debat over de Wet Werk en Zekerheid.

Bron: Tweede Kamer, 16 april 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kamer vreest positie flexwerker na nieuwe wetgeving

CNV start meldpunt misstanden Flexwet

| Download Wet Werk en Zekerheid |


Het CNV start vandaag een meldpunt voor werknemers die te maken krijgen met misstanden als gevolg van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Aanleiding voor het meldpunt zijn misstanden bij verschillende werkgevers, waarbij flexwerkers in de aanloop naar de nieuwe ontslagregels hun werk kwijtraken.

‘In de aanloop naar 1 juli zien wij steeds vaker dat werkgevers de WWZ gebruiken om tijdelijke krachten te dumpen’, zegt Arend van Wijngaarden, bestuurslid van CNV Vakcentrale. ‘Wij vrezen dat voorbeelden als ING, de vleessector en de belastingdienst slechts het topje van de ijsberg zijn. Deze praktijk strookt niet met de intentie van de wet en de afspraken die wij hebben gemaakt in het Sociaal Akkoord.’

Meldpunt
Het CNV roept iedereen op misstanden naar aanleiding van de Flexwet te melden op www.cnvmeldpunt.nl. Het CNV zal de werkgevers vervolgens aanspreken op hun verantwoordelijkheid, zoals eerder ook bij ING is gebeurd.

Informatie WWZ
Op de website van het meldpunt is voor iedereen informatie te vinden over de WWZ. Alle werknemers met een tijdelijk contract, uitzend- of payrollovereenkomst en een oproepcontract kunnen door de nieuwe wet geraakt worden.

Bron: CNV, 17 april 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor CNV start meldpunt misstanden Flexwet