Maandelijkse archieven: april 2010

Aanpassingen ABU CAO Uitzendkrachten per 3 mei



ABU13 april 2010

De ABU voert vanaf 3 mei 2010 inhoudelijke wijzigingen door in de CAO voor Uitzendkrachten.

De belangrijkste aanpassingen betreffen de definitie van opvolgend werkgeverschap en de toepassing van de inlenersbeloning.

Inlenersbeloning

  • De uitzendonderneming kan met de uitzendkracht overeenkomen de inlenersbeloning toe te passen vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming. Dit met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 9 lid 4 van de CAO.
  • Het feitelijk loon bij de toepassing van de inlenersbeloning moet, indien de uitzendkracht werkzaam is in fase C, minimaal gelijk te zijn aan het terugvalloon*. De toepassing van voornoemde inlenersbeloning dient schriftelijk te worden bevestigd aan de uitzendkracht.
  • Bij toepassing van de inlenersbeloning mag de uitzendonderneming alleen van deze keuze afwijken na een onderbreking van de verblijfsduur bij desbetreffende opdrachtgever van 26 weken of meer. Dit impliceert dat indien inlenersbeloning met de uitzendkracht wordt overeengekomen vanaf de eerste dag van de verblijfsduur, dit tevens geldt voor de overige uitzendkrachten van de betrokken uitzendonderneming die dezelfde of nagenoeg dezelfde arbeid verrichten bij dezelfde opdrachtgever.

*Terugvalloon: 90 procent van het feitelijk loon in de laatst beëindigde terbeschikkingstelling doch minimaal het wettelijk minimumloon.

De integrale aanpassingen van de ABU CAO »

Gerelateerd nieuws
01-03-10 Donner blijft bij avv ABU uitzend-cao
15-01-10 Vakkrachtenmelding Schildersbedrijf binnen ABU-CAO
24-12-09 ABU: CAO-wijzigingen vergoedingen ET

Bron: ABU, 7 april 2010

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Aanpassingen ABU CAO Uitzendkrachten per 3 mei

RWI-advies: flexibiliteit voor arbeid en zorg

12 april 2010

De arbeidsmarkt is gebaat bij werknemers die hun (mantel)zorgtaken optimaal kunnen combineren met hun werk. Daarvoor zijn maatwerkafspraken nodig die werknemers en leidinggevenden op de werkvloer maken.

In het advies ‘Werken met zorg’ gaat de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in op mogelijkheden om arbeid en zorg beter te combineren. Deze liggen vooral in het beter verkennen en ruimer benutten van de mogelijkheden tot flexibiliteit.

Maatwerk voor arbeid en zorg
De RWI adviseert onder meer om de mogelijkhwerknemers die hun (mantel)zorgtaken optimaal kunnen combineren met hun werk. Daarvoor zijn maatwerkafspraken nodig die werknemers en leidinggevenden op de werkvloer maken. In het advies ‘Werken met zorg’ gaat de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in op mogelijkheden om arbeid en zorg beter te combineren. Deze liggen vooral in het beter verkennen en ruimer benutten van de mogelijkheden tot flexibiliteit.

Flexibiliteit beter benutten
De RWI adviseert onder meer om de mogelijkheden en vormen van flexibiliteit die binnen bedrijven en organisaties inpasbaar zijn zoveel mogelijk toe te passen en de bekendheid daarvan te vergroten. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om aangepaste werktijden, thuiswerken, een variabel aantal uur per week werken of aanpassingen aan de inhoud van het werk. Verlofregelingen kunnen daaraan ondersteunend zijn. Uit onderzoek in opdracht van de RWI is eveneens gebleken dat de mogelijkheden die (verlof)regelingen daarin kunnen bieden, nog relatief onbekend zijn, waardoor deze niet worden benut.

Advies te evalueren
Ook adviseert de RWI werkgevers, leidinggevenden en werknemers om gemaakte afspraken over arbeidsduur en –patroon periodiek te evalueren. Daarbij kan dan eveneens ter sprake komen of de arbeidsduur kan worden uitgebreid. Het vergroten van de arbeidsdeelname is immers een belangrijke doelstelling.

Mantelzorg
De positie van werkende mantelzorgers verdient volgens de RWI structureel meer aandacht. Uit het onderzoek ‘Arbeid en zorg op de werkvloer’, uitgevoerd in opdracht van de RWI, is gebleken dat binnen organisaties veelal onbekend is bij wie er sprake is van mantelzorg en op welke wijze werkgevers en werknemers daarmee om kunnen gaan.

Wat de RWI betreft hebben gemeenten een belangrijke rol bij de ondersteuning van mantelzorgers. Dat kan door hen bij aanvragen in het kader van de WMO te wijzen op bestaande regelingen. Ook kunnen gemeenten de mogelijkheden ter ondersteuning van werkende mantelzorgers uitwerken, in kaart brengen en waar mogelijk initiatieven ontplooien om die ondersteuning te verbeteren.

Zorg voor kinderen

Wanneer het gaat om het combineren van arbeid met de zorg voor kinderen, ziet de RWI vooral potentie in de ontwikkeling naar ‘nieuwe dagarrangementen’. Hierbij worden onderwijs, opvang en vrijetijdsactiviteiten geïntegreerd. Op veel plaatsen integreren scholen al het onderwijs en de (buitenschoolse) opvang. Dit levert voordelen op voor zowel de kinderen, die ondermeer te maken hebben met minder overdrachtsmomenten, als de werkende ouders die meer ‘rust’ en ruimte krijgen om arbeid en zorg te combineren.

Bron: RWI, 26 maart 2010

Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor RWI-advies: flexibiliteit voor arbeid en zorg

Taskforce DeeltijdPlus: flexibel werken wettelijk regelen

6 april 2010

“Flexibilisering moet de norm zijn voor toekomstig personeelsbeleid”, dat is een belangrijke conclusie in het eindrapport van de Taskforce DeeltijdPlus.

De taskforce is twee jaar geleden opgericht door kabinet en sociale partners, met als doel een cultuuromslag te bewerkstelligen die vrouwen in kleine deeltijdbanen de kans geeft meer uren te gaan werken.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Het eindrapport ‘De discussie voorbij’, concludeert dat alles wat vrouwen nu belemmert om meer te gaan werken tot het verleden moet gaan behoren. Vrouwen die niet werken zouden een uitzondering moeten zijn. Net als mannen die geen structurele zorgtaken verrichten of bedrijven die niet flexibel werken. De Taskforce DeeltijdPlus is van oordeel dat deze cultuurverandering een verantwoordelijkheid is voor alle betrokken partijen: de overheid, de sociale partners, bedrijven, mannen en vrouwen. Die verantwoordelijkheid moeten ze nú nemen en niet langer op elkaar wachten

Flexibilisering als norm

De taskforce ziet een grote noodzaak tot flexibilisering van het werk. Dat moet de norm voor toekomstig personeelsbeleid zijn. De taskforce beveelt dan ook aan om een wettelijk recht op flexibele werktijden te maken. Daarnaast moeten scholen en kinderopvang samengevoegd worden op één locatie en moeten ouders flexibel gebruik kunnen maken van deze geïntegreerde dagopvang.

Instrumenten

Tijdens de eindconferentie overhandigde de voorzitter van de taskforce Pia Dijkstra in Den Haag het eindrapport aan FNV-voorzitter Agnes Jongerius, demissionair ministers Donner en Rouvoet en VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes. Ook namen zij het handboek ‘Grotere Deeltijdbanen’ in ontvangst. In dit boek staan instrumenten voor bedrijven om het klimaat waarin vrouwen gemakkelijker meer werken te optimaliseren.

Bron: FNV, 31 maart 2010

Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor Taskforce DeeltijdPlus: flexibel werken wettelijk regelen