Uitzenders werken met gemeenten aan arbeidsintegratie van vluchtelingen

0
339

Uitzenders werken met gemeenten aan arbeidsintegratie van vluchtelingen

Interview met Jurriën Koops, Algemeen Directeur ABU en Femke Kooijman, Beleidsadviseur Arbeidsmarkt en Onderzoek ABU.
ABU
‘Start kleinschalig en zorg voor draagvlak.’

De arbeidsmarktparticipatie van statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) leent zich goed voor samenwerking tussen de overheid, in het bijzonder de gemeenten en personeelsintermediairs die landelijk of regionaal actief zijn.

Begin april hield de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) hierover een bijeenkomst in samenwerking met de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU)*, Vluchtelingenwerk Nederland en UAF. Gekeken werd waar de werkintegratie van statushouders goed verloopt en welke zaken beter kunnen. Het resultaat van die bijeenkomst wordt in het najaar gedeeld. Dan komt er extra informatie en inspiratie en een call to action voor leden die ervaring hebben met de bemiddeling van statushouders, maar ook voor leden die hier mee aan de slag willen.

Van de statushouders die eind 2014 een verblijfsvergunning hebben gekregen, ontvangt twee derde nog steeds een uitkering. Deze mensen lopen een verhoogd risico op armoede. Integratie via werk is de beste manier om dit te voorkomen.
Jurriën Koops

Welke drempels zijn er?
“De begeleiding en het regionaal overleg vereisen maatwerk,” vertelt Jurriën Koops (ABU). Ook de opdrachtgever, het bedrijf waar de mensen gaan werken, moet zich ervoor openstellen en de begeleiding organiseren. Opdrachtgevers zijn hiertoe wel bereid, maar er is veel meer nodig. Statushouders ervaren taalproblemen, ze moeten wennen aan de Nederlandse werkomgeving en zijn niet meteen productief. Mensen hebben ook vaak veel meegemaakt. Tijdelijke terugval van productiviteit moet ook worden opgevangen.”

Werk stimuleert integratie
“Gemeenten merken dat statushouders sneller aan het werk komen via personeelsintermediairs. Natuurlijk is het belangrijk dat zij eerst de taal leren en een huis hebben. Toch zouden ze ons inziens ook al in een eerder stadium aan het werk kunnen gaan, want een werkomgeving stimuleert het spreken en oefenen van de Nederlandse taal. Dat geldt zelfs voor banen waar je een half jaar opleiding voor nodig hebt, zoals bijvoorbeeld de opleiding voor een baan als chauffeur.”

Uitleg van Nederlandse werksituatie
“Veel mensen die vanuit het buitenland komen, kennen de Nederlandse uitzendsituatie niet. Zij beseffen niet dat het in Nederland gebruikelijk is om met een contract van een half jaar te beginnen. Voorlichting over uitzendwerk is nodig om vertrouwen te krijgen in deze weg naar kansrijk werk. De uitzendbranche vormt in onze arbeidsmarkt een goede springplank naar bijvoorbeeld perspectief op jobs als buschauffeur, operator, pijpfitter of heftruckchauffeur.”
Femke Kooijman

Verantwoordelijkheid inburgering bij gemeenten
“Daarbij vormt de manier waarop de inburgering is geregeld, ook een aanknopingspunt. De huidige situatie gaat op de schop,” zo vult Femke Kooijman aan. “De verantwoordelijkheid lag voorheen bij de inburgeraars zelf, maar dat blijkt niet naar tevredenheid te werken. Vanaf volgend jaar ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeenten. De praktijk leerde dat het huidige systeem simpelweg niet werkt. Het is ingewikkeld en niet effectief. Nieuwkomers moeten bijvoorbeeld zelf op zoek naar een taalaanbieder. In het nieuwe inburgeringsstelsel gaan alle inburgeraars ook meer tijd besteden aan het actief kennismaken van de lokale arbeidsmarkt.

Statushouders verdienen kansen. Ze kunnen bijdragen aan behoeften in de arbeidsmarkt. Een succesvolle arbeidsparticipatie vraagt echter wel commitment, aandacht en regionale samenwerking van alle betrokken partijen.”

Wat kan de ABU doen?
“Voortgaan op de huidige weg,” zegt Jurriën Koops. “Uit de Uitzendmonitor blijkt dat uit-zendorganisaties in 2017 circa 7500 mensen met een Syrische of Somalische achtergrond aan werk hebben geholpen. Daar zijn wij trots op.
Ook via de alliantie ‘Samen werken voor werk’ kunnen wij hier op inspelen. Wij kunnen onze leden nog beter in beeld brengen, zodat zij betrokken raken bij het aan het werk helpen van deze groepen werkzoekenden.” Lees meer >

Lobby en voorlichting aan alle betrokken partijen
“In onze lobby moeten wij duidelijk maken wat er in het hele land speelt op gemeentelijk niveau en hoe dit de arbeidsintegratie van statushouders stimuleert of juist stagneert,” zegt Jurriën Koops.

“De decentrale versnippering van regelgeving is een aandachtspunt. In Alkmaar moeten statushouders bijvoorbeeld eerst de Nederlandse taal leren voor ze mogen gaan werken. Enkele kilometers verderop, in Schagen, mogen statushouders meteen gaan werken en tegelijkertijd de taal leren. Dit laat zien dat het al lastig is om regionaal samenhangend beleid te maken, laat staan dit landelijk te doen.”

Kleinschalig beginnen
Wat is een goede aanpak van zo’n arbeidsintegratietraject?
“Wij adviseren aan organisaties die dit voor het eerst doen, vooral kleinschalig te beginnen om ervaring op te doen. Start een traject met een of enkele statushouders,” zegt Femke Kooijman. “Ook als de opdrachtgever meteen al een flink aantal statushouders in dienst wil nemen. Er zijn leerervaringen nodig. Een traject duurt doorgaans een paar maanden. Wees geduldig, vooral in het begin. Het gaat echt stap voor stap. Wanneer de eerste statushouders succesvol zijn geïntegreerd op de werkvloer, kan het traject navolging krijgen en zich uitbreiden als een olievlek.”

Zorg voor draagvlak en plan van aanpak
“Het is belangrijk om draagvlak te creëren binnen je (uitzend)organisatie, het draait om commitment, ook in de organisatie van de opdrachtgever. Maak dus een plan van aanpak,” adviseert Femke Kooijman. “Beschrijf daarin de rollen van alle betrokkenen. Hoe verloopt de communicatie? Wie helpt de mensen om arbeidsfit te zijn of te worden. En wie neemt de algehele trajectbegeleiding voor zijn rekening? Wie is specifiek verantwoordelijk voor de jobcoaching? Wie assisteert bij het oefenen van de Nederlandse taal en het wennen aan de bedrijfscultuur op de werkvloer?

Duale werktrajecten zijn vaak geschikt voor deze doelgroep. Daarbij zijn de mensen drie of vier dagen per week aan het werk en gaan ze een dag per week naar school.”

Werkparticipatie Vluchtelingen
“De SER (Sociaal Economische Raad) geeft aan dat er twee jaar geleden veel voorbeelden van succesvolle trajecten voor werkparticipatie zijn ontwikkeld. Nu doet de SER aan gemeenten, bedrijven en intermediairs de oproep om alle pareltjes van werkintegratie op te schalen naar enkele honderden. Daar werken wij als brancheorganisaties graag aan mee,” zo besluit Jurriën Koops.
Lees verder >

Interview: Hinke Wever

Zie ook
Hoe begeleiden @WORK en Haprotech statushouders naar jobs in techniek en productie?
Hoe begeleiden Logistic Force en Olympia statushouders naar jobs in logistiek?
Nederlandse bedrijven helpen 3500 vluchtelingen aan werk
SER: Vluchtelingen komen niet snel genoeg aan werk