Quickscan effecten Wet Arbeidsmarkt in balans

0
21

Minister Koolmees heeft op 6 juni j.l. de Tweede Kamer (Commissie SZW) in een brief geïnformeerd over de effecten van de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB), die sinds januari van dit jaar in werking is.

De uitbraak van de coronapandemie vertroebelt de resultaten van deze wet in het eerste half jaar. Desondanks worden er al knelpunten geschetst als gevolg van de WAB.

Lees de gehele toelichting in de Quickscan naar de effecten van de Wet Arbeidsmarkt in balans

Hieronder een aantal uitgelichte passages:

Uitzendsector ziet 12% omzetdaling door WAB
Bij uitzendbedrijven is de omzet met 12% gedaald. Als reden hiervoor wordt de WAB genoemd. Uitzendwerk is duurder geworden en vaste contracten zijn aantrekkelijker gemaakt (aldus de ABU, de Algemene Bond Uitzendondernemingen). Inleners zijn terughoudender met de inhuur van flexkrachten en opdrachtgevers gaan vaker op zoek naar andere constructies zoals zzp.

FNV en ABU: flexwerknemers worden vervangen door zzp’ers
Een punt van kritiek is dat de wet niet voorziet in regelgeving rond zelfstandigen zonder personeel, wat schijnconstructies in de hand zou kunnen werken. De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en ABU zeggen signalen te hebben ontvangen dat flexwerkers worden vervangen door zzp’ers in onder meer callcenters, de schoonmaakbranche en de horeca.

Die [‘waterbed’]effecten waren voorzien
Dat dit effect zou kunnen optreden was reeds voorzien bij de WAB en betreft een inherente en voortdurende uitdaging bij een verandering van het arbeidsmarktbeleid. Daarom werkt het kabinet aan een totaalpakket aan maatregelen om de arbeidsmarkt weer in balans te brengen, dat aan uw Kamer langs vijf sporen is toegelicht. Dit betreft een samenhangend pakket. De zzp-maatregelen zijn daar onderdeel van. Het is van belang dat zzp-ers om de juiste redenen kiezen voor het zzp-schap en dat er niet eigenlijk sprake is van een arbeidsrelatie. Het streven is uw Kamer voor de zomer te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de maatregelen die zien op het werken als zelfstandige.

Uit een poll van ‘Ondernemen met personeel’, ingevuld door 200 ondernemers en leidinggevenden, blijkt dat bijna de helft (48,5%) van de werkgevers bereid is geworden sneller een vast contract te geven aan werknemers. Een kleine meerderheid (51,5%) van de werkgevers is volgens deze poll nog altijd niet overtuigd van de voordelen.

Ook volgt uit berichtgeving in de media dat de cao-onderhandelingen tussen tuinders en vakbonden stroef verlopen nu flexwerk duurder is geworden met de WAB (Glastuinbouw Nederland). Werkgevers en vakbonden in de agrarische sector komen niet tot overeenstemming over de gevolgen van de WAB en het benutten van de ruimte binnen de WAB om via cao-afspraken tot maatwerk te komen.

Kostenstijging payroll
Wat betreft de payrollmaatregelen wordt vaak gemeld dat deze leiden tot kostenstijgingen. Zo meldt FNV een verschuiving waar te nemen van payroll naar uitzenden en van uitzenden naar zzp.

Payrollorganisatie Persoonality heeft berekend dat de WAB leidt tot salaris- en kostenstijgingen van 6 á 10%. Ook payrollwerkgever Tentoo heeft door de WAB een ander verlonings- en facturatiesysteem moeten implementeren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de maatregel dat er voor payrollwerknemers gelijke arbeidsvoorwaarden moeten worden geboden.

Oproepkrachten
Veel signalen betreffen de maatregelen omtrent oproepwerknemers. Het aanbieden van een vast aantal uren is lastig in de seizoensgebonden sectoren, zoals de agrarische sector waar het beschikbare werk sterk kan fluctueren als gevolg van weersinvloeden. De Vakcentrale voor Professionals (VCP) geeft aan dat zij zien dat contracten met een jaarurennorm voor zowel werkgevers als werknemers een oplossing kunnen bieden en ook wel in de praktijk gebruikt worden.

Vakbonden melden verder dat werkgevers in veel cao’s de oproeptermijn willen verkorten van 4 dagen naar 1 dag, conform de mogelijkheid die de wet hiervoor biedt, en dat er werkgevers zijn die oproepkrachten die net korter dan 12 maanden in dienst zijn geen aanbod willen doen voor een vast aantal uren maar hen liever vervangen voor andere (soorten) flexwerkers. Ook zijn er signalen dat er werkgevers zijn die voorwaarden willen verbinden aan het aanbod voor een vaste arbeidsomvang, bijvoorbeeld door de contracturen of het salaris naar beneden bij te stellen.

FNV geeft aan dat het ook voorkomt dat werknemers onder druk worden gezet om schriftelijk afstand te doen van een vaste arbeidsomvang en dat werknemers niet altijd juist geïnformeerd worden over de bescherming die ze genieten bij een contract met vaste uren. Het is niet bekend hoe vaak dat in de praktijk gebeurt en of het dus incidenteel of trendmatig plaatsvindt. Het doel van de WAB is immers om de rechtspositie van oproepkrachten te verbeteren door meer zekerheid op werk en inkomen te geven. De kans dat deze situaties zich zouden kunnen voordoen is bij de invoering van de WAB aan de orde geweest, ook in relatie tot het doenvermogen van kwetsbare oproepkrachten en hun vermogen om zonodig naar de rechter te stappen.

Onderzoek naar meer juridische ondersteuning oproepkrachten
Gezien deze signalen maak ik van de gelegenheid gebruik om oproepkrachten die deze situaties in de praktijk ondervinden te attenderen over hun rechten en plichten op rijksoverheid.nl en wijs op de rechtsmiddelen die openstaan om hulp in te roepen zoals een rechtsbijstandverzekering, het juridisch loket of de vakbond. Om deze kwetsbare werkenden verder te ondersteunen zal ik bezien of er mogelijkheden zijn om samen met het Juridisch Loket het doenvermogen van werknemers op arbeidsrechtelijk gebied te verbeteren.

Verduidelijking nodig van ingangsdatum vaste arbeidsomvang
Door de WAB moet een werkgever na 12 maanden een oproepkracht een aanbod voor een vast aantal uren doen. Uit publieksvragen, literatuur en publicaties van werkgeversvereniging AWVN blijkt dat de wet op dit punt onvoldoende duidelijkheid schept. De onduidelijkheid zit in de vraag wat de ingangsdatum voor de vaste arbeidsomvang moet zijn, als de werknemer dat aanbod aanvaardt. Ik kondig hierbij, mede namens de minister voor Rechtsbescherming, aan dat ik de wet op dit punt zal verduidelijken door een bepaling op te nemen in de Verzamelwet SZW 2021.

Op grond van de WAB heeft de werkgever op dit moment een maand de tijd om een aanbod voor een vaste arbeidsomvang te doen na een periode van 12 maanden. Ik ben voornemens voor te stellen de werknemer ook maximaal een maand te geven om het aanbod te accepteren, waarbij de vaste arbeidsomvang ingaat op de eerste dag na de veertiende maand als de werknemer accepteert. Dit betekent dat het vaste aantal uren ingaat op de eerste dag na de veertiende maand, tenzij de werkgever en werknemer een eerder moment overeenkomen. Vanaf dat moment heeft de werknemer dus recht op dat vaste aantal uren en daarmee op betaling van loon over dat aantal uren. Ik sluit hierbij aan bij de oplossing die ook in de literatuur is voorgesteld.

Administratieve vereisten lage WW-premie uitgesteld tot 1 juli 2020
Omdat niet alle werkgevers in staat zijn gebleken om vóór 1 januari 2020 een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum voor al hun vaste werknemers in hun loonadministratie te hebben, heb ik in december in samenspraak met de Belastingdienst besloten werkgevers drie maanden extra de tijd te geven om aan deze administratieve vereisten voor de lage WW-premie te voldoen. In mijn brief van 9 december jl. heb ik uw Kamer daarover geïnformeerd. Hier komen echter nog drie maanden bij. Deze aanpassing is onderdeel van het noodpakket maatregelen voor banen en economie dat op 17 maart jl. door het kabinet in reactie op de uitbraak van de coronacrisis is aangekondigd. Werkgevers hebben hiervoor dus nu tot 1 juli 2020 de tijd.

WW-premie en overwerk in 2020
Een tweede aanpassing in reactie op de uitbraak van de coronacrisis betreft een tijdelijke afwijking van één van de herzieningssituaties. In het Besluit Wfsv is opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt (de zogenoemde 30% herzieningssituatie). Door het coronavirus leidt deze bepaling nu tot onbedoelde effecten in sectoren waar veel extra overwerk nodig is, zoals de zorg. Om deze onbedoelde effecten weg te nemen, heeft het kabinet besloten dat geen enkele werkgever over het kalenderjaar 2020 de WW-premie op grond van overwerk hoeft te herzien. Het Besluit Wfsv zal hiertoe tijdelijk worden aangepast. Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Omzeiling ketenbepaling door klein vast contract en herhaalde uitbreiding aantal uren voor bepaalde tijd
Naar aanleiding van de publicatie van het geactualiseerde Kennisdocument hebben enkele partijen vragen gesteld over de situatie waarin een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd via een addendum wordt uitgebreid voor bepaalde tijd. (bijvoorbeeld 10 vaste uren per week, met tijdelijk 20 extra uren per week). Hierbij is sprake van twee arbeidsovereenkomsten, waarbij voor het vaste contract de lage WW-premie geldt en voor de tijdelijke uitbreiding de hoge WW-premie. Ook arbeidsrechtelijk gezien is dit de norm. Op herhaaldelijke urenuitbreidingen voor bepaalde tijd is namelijk de ketenbepaling van toepassing. Dit voorkomt dat de ketenbepaling omzeild kan worden door een vast contract met zeer kleine omvang aan te gaan en telkens het aantal uren voor bepaalde tijd uit te breiden. Bovendien geldt dat als de vaste en tijdelijke uren gezamenlijk gezien zouden worden als één arbeidsovereenkomst, er sprake zou zijn van een oproepovereenkomst. Er is dan immers geen sprake meer van één aantal uren per tijdvak, maar van meerdere, verschillende aantallen uren: het vaste aantal uren voor en na de uitbreiding, en het hogere aantal uren tijdens de uitbreiding.

Seizoensarbeid
Eerder heb ik – zegt minister Koolmees in zijn toelichting – toegezegd uw Kamer uiterlijk dit voorjaar te zullen informeren over de uitkomsten van gesprekken met sociale partners over specifieke knelpunten bij seizoensarbeid conform de motie-Wiersma-Heerma. Ik heb de afgelopen tijd met sociale partners in de Stichting van de Arbeid overlegd over de uitvoering van deze motie. Bij deze gesprekken, die vooral zijn gegaan over knelpunten en mogelijke oplossingen in de context van WW-premiedifferentiatie, zijn ook decentrale werkgeversorganisaties, UWV en de Belastingdienst betrokken geweest. Wegens de coronacrisis is het nog niet gelukt om tijdig tot voldoende uitgewerkte beleidsvarianten te komen. Ik verwacht dat ook de komende tijd de coronacrisis zoveel prioriteit van de betrokken partijen zal vragen dat de gesprekken over de WAB en seizoensarbeid verdere vertraging op zullen lopen. Ik streef ernaar u dit najaar te informeren over de uitkomsten van de gesprekken en de te nemen vervolgstappen, uiteraard ook in de context van de verdere gevolgen van de coronacrisis voor seizoenssectoren. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van de motie-Wiersma c.s. over langjarige tijdelijke contracten.

Gevolgen WAB voor toeristische sector
Recent is ook de motie van de leden Haga/Aartsen aangenomen, die de regering verzoekt om specifiek te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de invoering van de WAB voor de toeristische sector en deze in de quickscan mee te nemen. Signalen uit de toeristische sector zijn afkomstig van de horeca die in deze brief al geadresseerd zijn bij oproep en premiedifferentiatie. Volgens Koninklijke Horeca Nederland wordt het inhuren van flexibele krachten ingewikkelder en duurder en ervaren ondernemers dat als onrechtvaardig, bijvoorbeeld bij de strandpaviljoens. Verder zijn er geluiden in de media van horecawerkgevers die menen dat veel jonge flexwerkers zelf niet in vaste dienst willen. Tot slot, relevant om hier te benoemen dat in de Horeca-cao inmiddels aparte afspraken zijn gemaakt voor oproepkrachten die als seizoenskrachten werken.

Aldus de minister in passages uit zijn toelichting.

Bron: Tweede Kamer, 6 juni 2020

Lees ook
Brief aan minister Koolmees: uitzendkrachten worden verplicht zzp?
Het arbeidsmarkt spoorboekje van minister Koolmees