Cao’s, (piep)kleine vakbonden en discussies in de PvdA

1
415

Cao’s, (piep)kleine vakbonden en discussies in de PvdA

Harry Vogels
Harry Vogels

Column door Harry Vogels, cao-expert


Woord vooraf
Deze column werd geschreven voordat er donderdag jl. een cao-akkoord werd gesloten tussen uitzendbranche-organisatie NBBU en de vakbonden FNV, CNV en De Unie, zonder de vakbond LBV (zie link).

Dat is opmerkelijk nieuws. De NBBU sluit namelijk al meer dan 25 jaar cao’s af met de kleine vakbond LBV. In 2008 werd vakbond De Unie eveneens betrokken bij de NBBU-cao (zie link) en 10 jaar later sloten ook de vakbonden FNV en CNV aan bij dit overleg. Sinds afgelopen week is de LBV buiten de deur gehouden. De LBV is nog wel betrokken bij de uitzend-cao-fondsen SFU en StiPP.


In oktober las ik dat de nieuwe algemeen secretaris van de FNV, Bart Plaatje intern onderzoek wil doen naar de cao-fondsen, in het kader van een uitgebreide publicatie in het Financieele Dagblad in oktober jl. over de financiering van de vakbonden in Nederland.

Goed nieuws, want hieruit zal volgens mij zeker blijken, dat zonder geld van de werkgevers, de FNV in de huidige vorm niet kan bestaan. En ook zal dan blijken dat de FNV in de afgelopen jaren altijd goed heeft samengewerkt met kleine vakbonden. Zoals met de (piep)kleine vakbond LBV in de uitzendbranche bij de NBBU-cao en de ABU-cao en met de vakbond Werknemersvereniging Ikea Werknemers bij de Ikea-cao.

De PvdA denkt hier echter heel anders over. Volgens de PvdA is de vakbond bij Ikea een gele vakbond, die wordt gefinancierd door Ikea. En de kleine vakbonden LBV en AVV worden door de PvdA weggezet als vakbonden, die volledig door werkgevers worden betaald.

Door al dit gerumoer binnen de PvdA mag Mei Li Vos geen voorzitter en geen bestuurslid meer zijn van de vakbond AVV waar zij van het begin bij was betrokken. De vakbond AVV gaat nu verder zonder Mei Li Vos. Zij heeft samen met Martin Pikaart in 2005 knap werk verricht om de vakbond AVV (Alternatief voor Vakbond) op te richten; deze kleine vakbond doet zestien jaar later volgens mij nog steeds goed werk op cao-terrein.

Wat ging hier allemaal aan vooraf?
Cao’s, hoe en door wie ze worden gesloten, hoe dit stelsel wordt gefinancierd, het is allemaal onderdeel van politiek. Dat is al zo sinds de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomsten in 1927 (zie de informatie over cao’s en wetgeving, op een rij gezet onder deze column).

Hoe heftig politieke discussies de verhoudingen ook in cao-land kunnen domineren en vernieuwingen in de weg staan, ontdekte ik afgelopen jaar weer toen ik op de site van de PvdA zeer felle discussies las tussen PvdA-leden, over de vakbond AVV en haar voorzitter Mei Li Vos. Discussies die werden gevoerd in de aanloop naar de PvdA-voorzittersverkiezing oktober 2021.

Een van de PvdA-leden vraagt aan kandidaat-voorzitter Gerard Bosman op de PvdA-site het volgende:
‘Geachte kandidaat voorzitter PvdA,
in verband met het uitbrengen van mijn stem bij de komende verkiezing heb ik één brandende vraag in twee delen. Hebt u een opvatting over het gedrag van Mw. Vos fractievoorzitter van onze partij in de eerste kamer en haar activiteiten i.v.m. AVV? (Alternatief Voor Vakbond). Mocht u voorzitter worden welke stappen gaat u dan zetten in verband met deze zeurende kwestie.’

Kandidaat-voorzitter Gerard Bosman schrijft dan terug:
‘Beste Hans,
sterker nog, ik heb de nodige stappen gezet! Ik vond en vind de AVV een ‘gele’ nepvakbond, die gesubsidieerd door werkgevers de belangen en goede cao’s van werknemers ondermijnt, juist vaak in sectoren met lage inkomens, veel flexcontracten en lage organisatiegraad. Ik ben op verzoek van partijgenoten die ook als FNV-bestuurder betrokken zijn geweest bij overleg met onze partijleiding en Mei Li Vos om duidelijk te maken dat haar bezoldigd bestuurslidmaatschap van AVV de positie van de PvdA schaadt en dat zij geen senator kan zijn voor onze PvdA als zij bestuurslid blijft… De motie werd aangenomen en Mei Li Vos liet weten af te zullen treden als plv. voorzitter bij het AVV. Mede door mijn inbreng is er ook in ons recente verkiezingsprogramma een passage opgenomen om gele nepvakbonden te bestrijden.’

Daarna gaat deze felle discussie nog even verder, waarop Mei Li Vos besloot ook haar bestuursfunctie bij vakbond AVV op te geven. Ook kandidaat-voorzitter Esther-Mirjam Sent mengt zich in deze discussie en beantwoordt PvdA-lid Hans met de woorden:
‘Dank voor uw bericht. In antwoord op uw eerste vraag, staat het volgende in het verkiezingsprogramma dat onder mijn hoede is geschreven: Om de positie van onafhankelijke vakbonden te versterken verbieden we dat werkgevers afspraken kunnen maken met ondernemingsraden of zogenaamde gele vakbonden als er een onafhankelijke vakbond in het bedrijf of in de sector actief is.’

Deze tekst wordt in de paragraaf over de ‘versterking van de vakbonden’ opgenomen in het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid 2021-2025.

Ik schrik daar wel van. Er wordt namelijk al twintig jaar onderzoek gedaan en veel gepubliceerd over de financiering van de gevestigde vakbonden. Toch is de PvdA nog steeds van mening dat vakbonden financieel onafhankelijk van werkgevers kunnen opereren. Blijkbaar heeft de PvdA de volgende onderzoeken en publicaties gemist. Een overzicht:

Journalist Alex de Vries trapt af en schrijft in 2003 in De Telegraaf over ca. € 100 miljoen onterechte betalingen door werkgevers en werknemers aan cao-fondsen, die niet algemeen verbindend zijn verklaard. In november 2003 publiceert journalist Syp Wynia een artikel in Elsevier over de schimmige geldmachine van de vakbonden en ook Gijs Herderscheê van de Volkskrant komt in 2003 tot de conclusie dat het bankieren door vakbonden met vele tientallen miljoenen euro’s van werkgevers het stelsel van cao’s bedreigt.

Nu, bijna twintig jaar later, is er nog niets veranderd in cao-land, zo blijkt niet alleen op de site van de PvdA, maar ook in een artikel van de journalisten Marieke Rotman en Emiel Wouterson in de Groene Amsterdammer van maart 2020. Ook zij schrijven dat alle vakbonden voor een groot deel afhankelijk zijn van werkgeversbijdragen: ‘De FNV, het CNV en de Unie praten er niet graag over, maar ontvangen miljoenen euro’s per jaar van werkgevers.’

Ruim een jaar later – op 1 juni 2021 – komt de NOS met een bericht naar buiten over een piepkleine vakbond LBV. Vakbond FNV haalt alles uit de kast om een nieuw cao-akkoord voor uitzendkrachten tegen te houden. De Vakbond LBV heeft als enige nieuwe afspraken gemaakt met werkgevers over een nieuwe arbeidsovereenkomst voor 200.000 uitzendkrachten. De grote vakbonden hebben minister Koolmees van Sociale Zaken gevraagd het akkoord nietig te verklaren. Vakbond FNV is not amused dat de LBV wel afspraken heeft gemaakt. ‘Ze hebben weinig leden, staan erom bekend dat je makkelijk een cao met ze kunt afsluiten en ze verdienen een groot deel van hun geld met het afsluiten van cao’s’, zegt FNV-bestuurder Karen Heynsdijk. ‘Dat maakt dit geen onafhankelijke vakbond.’

Ondertussen ontving vakbond FNV in 2019 bijna €60 miljoen via de sociale fondsen van werkgevers. (Zie Jaarverslag FNV 2019, pag. 18). De minister keurde de ABU-cao, gesloten met vakbond LBV, gewoon goed.

Journalisten Rob de Lange en Rik Winkel van het Financieele Dagblad doen in 2021 uitgebreid onderzoek in de schimmige cao-fondsen en concluderen dat alle vakbonden steeds meer afhankelijk zijn van werkgevers. In dit artikel in het FD van 12 oktober 2021 komt dan ook eindelijk iemand van vakbond FNV tot het inzicht, dat het systeem van werkgeversbijdragen anders moet. Bart Plaatje, sinds dit jaar FNV-secretaris, zegt daar: ‘Ik heb een lijst opgevraagd om te weten hoeveel fondsen er zijn en of het wel een gezonde situatie is.’

Lees ook
Cao-fondsen en het politieke spel bij het private WW-fonds

Kan iedereen zomaar een vakbond oprichten en cao’s afsluiten?
Nee, er zijn wettelijke regels voor. Hieronder een overzicht:

Cao’s en wetgeving (bron Stichting van de Arbeid)
De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst kwam in 1927 tot stand (Wet CAO). Deze wet definieert onder meer wat een cao is, namelijk “een overeenkomst, aangegaan door een of meer werkgevers of een of meer verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers en een of meer verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van arbeiders, waarbij voornamelijk of uitsluitend worden geregeld arbeidsvoorwaarden, bij arbeidsovereenkomsten in acht te nemen” (artikel 1 Wet CAO). Uit deze definitie blijkt dat een cao kan worden afgesloten door een of meer werkgevers of werkgeversorganisaties en een of meer vakorganisaties. Aan vakorganisaties wordt de eis gesteld dat zij op grond van hun statuten over de bevoegdheid moeten beschikken om cao’s af te sluiten. Ook dienen zij onafhankelijk van anderen te kunnen functioneren.

In eerste instantie geldt de cao alleen voor díe werkgevers en werknemers die lid zijn van de organisaties die deze hebben afgesloten. Een cao treedt pas in werking als deze bij de Inspectie SZW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter registratie is aangeboden. Deze stuurt na ontvangst van de cao een ontvangstbevestiging waarmee deze rechtsgeldigheid formeel is geregeld.

Overigens is de werkgever die betrokken is bij de cao verplicht de arbeidsvoorwaarden van die cao ook toe te passen op werknemers in zijn onderneming die geen lid zijn van de betrokken vakorganisatie(s) (artikel 14 Wet CAO). Dit geldt voor rechtstreekse betrokkenheid bij een ondernemingscao dan wel via het lidmaatschap van een werkgeversorganisatie bij een bedrijfstakcao.

In 1937 is de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van cao’s tot stand gekomen. De wet geeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bevoegdheid om op verzoek van een of meer van de cao-partijen die voor een bedrijfstak een cao hebben afgesloten, de cao-bepalingen die daarvoor in aanmerking komen, ook dwingend van toepassing te verklaren op werknemers (en werkgevers) in die bedrijfstak die niet betrokken waren bij de totstandkoming van die cao.

Regelgeving in het kader van deze wet is onder andere te vinden in het toetsingskader AVV.
(https://wetten.overheid.nl/BWBR0028909/2019-07-12 )
Ten slotte moet ook de Wet op de loonvorming worden vermeld. Deze kwam in 1970 tot stand. Met deze wet wilde de overheid (ondanks het uitgangspunt van vrije loonvorming) niettemin over een mogelijkheid beschikken om in noodsituaties in te kunnen grijpen in de loonontwikkeling. De wet is in de jaren zeventig regelmatig toegepast. Pas in 1987 is de wet zodanig gewijzigd dat ingrijpen alleen nog maar mogelijk is in zeer uitzonderlijke situaties. Sindsdien is de wet niet meer toegepast.

Naast de Wet CAO, de Wet avv en de Wet op de loonvorming zijn er ook internationale verdragen in het kader van de International Labour Organisation die betrekking hebben op collectieve onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Met name de ILO-Conventies nr. 87 en 98 zijn van belang.

Conventie nr. 87 heeft betrekking op het vrij kunnen oprichten en lid worden van organisaties van werkgevers en van werknemers. Conventie nr. 98 biedt werknemers bescherming tegen vakbondsdiscriminatie en verplicht de overheid om het recht op vrijheid van organisatie en onderhandeling te handhaven en om vrijwillige onderhandelingen over de regeling van arbeidsvoorwaarden onder meer via cao’s te bevorderen. In dit verband kan tevens nog worden gewezen op ILO-Conventie nr. 154, gericht op het bevorderen van collectieve onderhandelingen.

Deze verdragen zijn door de Nederlandse regering geratificeerd en hebben daarmee ook rechtskracht gekregen.

Nieuws in context van uitzend-cao’s en SER-akkoord hervorming arbeidsmarkt
25 november 2021 – Vakbonden sluiten ook akkoord met NBBU over CAO voor Uitzendkrachten
17 november 2021 – Vakbonden en ABU bereiken akkoord over nieuwe CAO voor Uitzendkrachten
1 juli 2021 – FNV wil marktconform pensioen uitzendkrachten vanaf dag één
28 juni 2021 – FNV rapport: uitzendkrachten zitten vast in de draaideur
16 juni 2021 – FNV-Ledenparlement stemt in met SER-advies arbeidsmarkt
28 mei 2021 – Vakbonden willen nietigverklaring cao-akkoord LBV met uitzendkoepels
31-10-2019 – CNV Vakmensen: Langdurig uitzendwerk leidt tot loonkloof
19 juni 2019 – Cao’s ABU en NBBU geharmoniseerd

1 REACTIE

  1. Zelf ben ik als uitzendkracht een aantal jaren geleden eens aanwezig geweest bij de CAO onderhandelingen voor de uitzend CAO’s.

    Natuurlijk snap ik dat zo’n “(piep)klein bondje” wat de “Landelijke Belangen” vertegenwoordigt het erg druk heeft met zo’n imense taak. Maar als tijdens het koffiemoment voor de CAO onderhandelingen de voorstellen van de “grote drie” op papier uitgedeeld worden, je als “(piep)klein bondje” een kwartiertje later ook spontaan met spoed een printer moet gebruiken om je voorstellen voordat onderhandelingen beginnen ook te kunnen delen, dan vraag ik me af hoe goed je “al je leden” binnen de uitzendsector vertegenwoordigt.

    Dat is naar mijn gevoel eerder een geval van snel overtikken wat de anderen willen om toch ook een beetje geloofwaardig over te komen, zodat je aan de rand van de onderhandelingstafel gedoogd wordt. Om daarna als de onderhandelingen stroef lopen, tijdens een schorsing bij de werkgevers aan te geven dat als het met de andere bonden niet lukt, dat je wel zou willen tekenen bij het stippellijntje.

    Ik heb het voorstel vanuit de “(piep)kleine bond” richting de werkgevers niet zelf gehoord.
    Maar na hervatting van de onderhandelingen kon uit de hele dynamiek tussen de partijen aan beide kanten van de tafel, dit voorstel wel afgeleid worden. En dan vooral uit de houding van de werkgeversorganisaties.

    In mijn optiek ondermijn je als “(piep)klein bondje” op deze manier juist de belangen van de eventuele leden die je hebt. Maar daarnaast ook vooral de belangen van de leden van de “grote drie”.
    Het kan dus eerder tegenwerking genoemd worden, in plaats van de hierboven aangehaalde samenwerking.

    Daarnaast kan de financiering van bonden inderdaad beter.
    En de prikkels die vanuit de huidige vorm naar voren komen zijn waarschijnlijk een groot deel van de oorzaak van het bestaan en gedrag van dit soort “(piep)kleine” werknemersvertegenwoordiging die de prioriteit van het tekenen hoger stelt dan het best haalbare resultaat voor hun leden, en de overige werknemers die onder de desbetreffende CAO vallen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here