Maandelijkse archieven: juni 2026

De arbeidsmarkt heeft meer nodig dan alleen nieuwe regels

De discussie over zzp’ers gaat vaak over regels. Maar misschien zouden we het eerst moeten hebben over hoe werk daadwerkelijk georganiseerd wordt. Minister Thierry Aartsen zei onlangs dat we af moeten van een ouderwetse kijk op de arbeidsmarkt. Daar ben ik het mee eens.

De realiteit is dat werk voor veel mensen niet meer in één vorm past. Mensen combineren opdrachten, ondernemerschap, tijdelijke projecten en vaste banen. Tegelijkertijd hebben organisaties behoefte aan flexibiliteit om te kunnen groeien, innoveren en inspelen op veranderingen.

De vraag is daarom niet of flexibiliteit moet blijven bestaan. De vraag is hoe we die flexibiliteit goed organiseren.

Regels alleen zijn niet genoeg

Natuurlijk zijn duidelijke regels belangrijk. Zeker om schijnzelfstandigheid en misstanden tegen te gaan. Maar regels alleen lossen het probleem niet op. Ze moeten ook werkbaar zijn voor opdrachtgevers, intermediairs en zelfstandigen.

Wat ik in de praktijk zie, is dat zekerheid niet ontstaat door beperkingen op te leggen. Zekerheid ontstaat wanneer afspraken helder zijn, betalingen correct verlopen en wet- en regelgeving goed geborgd zijn. Daarom heeft de arbeidsmarkt meer nodig dan alleen wetgeving. We hebben ook de infrastructuur nodig om moderne werkvormen goed te organiseren.

Technologie als onderdeel van de oplossing

Bij Maqqie denken we dat technologie daarin een belangrijke rol kan spelen. Niet door de arbeidsmarkt ingewikkelder te maken, maar door arbeidsrelaties transparant, compliant en eenvoudig uitvoerbaar te maken. Zodat flexibiliteit niet wordt afgeremd, maar juist zo verantwoord mogelijk wordt gemaakt.

Een eigen plek voor zzp’ers in de wet kan een belangrijke stap zijn. Maar de echte uitdaging begint daarna: zorgen dat die nieuwe werkelijkheid ook daadwerkelijk werkt voor iedereen. Daar ligt wat mij betreft de grootste kans voor de arbeidsmarkt van morgen.

Geplaatst in In de wereld, Politiek, Wetten & CAO’s | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor De arbeidsmarkt heeft meer nodig dan alleen nieuwe regels

Kamer wil verkenning van individueel uitzendverbod door Arbeidsinspectie

De Tweede Kamer wil dat Minister Vijlbrief (SZW) gaat onderzoeken of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) de bevoegdheid kan krijgen om een individueel uitzendverbod op te leggen. Een motie van Kamerlid Mariëtte Patijn (PRO) die daartoe oproept, kreeg vandaag steun vanuit vrijwel de gehele Tweede Kamer.

Misstanden vaak bij specifieke bedrijven

In haar toelichting wees Patijn erop dat misstanden met uitzendkrachten zich zelden in een hele sector voordoen, maar juist vaak geconcentreerd zijn bij specifieke bedrijven. In zo’n situatie zou volgens haar een gericht uitzendverbod opgelegd moeten kunnen worden.

Het probleem, zo stelde zij, is dat het huidige instrumentarium daar niet op is toegesneden. De NLA kan op dit moment wel een heel bedrijf stilleggen wanneer zij misstanden vaststelt, maar beschikt niet over de bevoegdheid om een individueel uitzendverbod aan één onderneming op te leggen. De motie verzoekt de regering daarom te verkennen of die bevoegdheid alsnog aan de NLA kan worden toegekend.  De NLA kan dan bij specifieke misstanden rond uitzendkrachten een uitzender een verbod opleggen om nog langer personeel te leveren aan een specifieke organisatie en zo ook afdwingen dat de inlenende organisatie het personeel zelf in loondienst neemt. 

Minister Vijlbrief staat positief ten opzichte van het verzoek voor een dergelijke verkenning.  

Vleessector

Het onderwerp speelt tegen de achtergrond van een breder debat over handhaving in de uitzendsector en meer specifiek een mogelijk sectoraal uitzendverbod voor de vleessector. Minister Vijlbrief overweegt dat en neemt daarover vóór de zomer een besluit. Zo’n verbod zou dan gelden voor de hele vleessector. 

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Kamer wil verkenning van individueel uitzendverbod door Arbeidsinspectie

Aantal flexwerkers groeit weer, maar verschuiving binnen de flexschil zet door

Voor het derde kwartaal op rij telt Nederland meer flexwerknemers dan een jaar eerder. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hadden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 2,7 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie, 63.000 meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd neemt het aantal zelfstandigen verder af.

De stijging van het aantal flexwerknemers volgt op een periode waarin het aantal flexwerknemers juist kromp. In heel 2024 en de eerste helft van 2025 daalde het aantal flexwerknemers elk kwartaal ten opzichte van een jaar eerder. Sinds de tweede helft van 2025 is die trend omgeslagen.

Volgens het CBS komt de groei vooral voor rekening van werknemers met een tijdelijk contract zonder uitzicht op een vast dienstverband en van oproep- en invalkrachten. Het aantal uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk contract mét uitzicht op een vast dienstverband daalde juist.

Meer interne flexibiliteit, minder externe inhuur

De ontwikkeling sluit aan bij een trend die FlexNieuws sinds de zomer van 2025 signaleert. In zijn kwartaalanalyses maakt hoofdredacteur Wim Davidse onderscheid tussen de interne flexschil (tijdelijke werknemers en oproepkrachten) en de externe flexschil (bestaande uit uitzendkrachten, gedetacheerden en zelfstandigen). Sinds de start van de handhaving van de Wet DBA begin 2025 is volgens die analyses sprake van een duidelijke verschuiving van externe inhuur naar interne flex. 

Na de publicatie van de cijfers over het tweede kwartaal van 2025 constateerde Davidse al: “Werkgevers waarderen hun wendbaarheid, en hebben die in Q2 vooral in hun interne flexschil gezocht: meer mensen met een tijdelijk contract met uitzicht op vast, meer mensen met een contract korter dan een jaar en (vooral) meer oproepkrachten. En met alle turbulentie en onzekerheid in de externe omgeving, lijkt dat niet meer dan logisch. Rest de vraag: hoe kan de flexbranche daar meer van gaan profiteren?”

Ook in zijn analyse van het eerste kwartaal van 2026 zag hij dezelfde beweging terug: “Het is duidelijk dat werkgevers in de turbulente context van 2026 blijven hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden. De invulling daarvan verschuift al sinds begin 2025 van de externe naar de interne flexschil. De flexbranche is veel harder gekrompen dan de totale flexschil. Het is dus aan de flexbranche om te ontdekken hoe beter van die blijvende flexbehoefte te gaan profiteren.”

Aantal zelfstandigen daalt verder

Naast de verschuiving binnen de flexibele arbeidsmarkt valt vooral de verdere daling van het aantal zelfstandigen op. In het eerste kwartaal van 2026 werkten bijna 1,5 miljoen mensen als zelfstandige, 88.000 minder dan een jaar eerder. Vooral het aantal zzp’ers nam af.

Daarmee daalt het aantal zelfstandigen inmiddels voor het vijfde kwartaal op rij. Tegelijkertijd groeit het aantal werknemers met een vast contract nog steeds, zij het minder hard dan in eerdere kwartalen.

Volgens het CBS hadden ruim 9,8 miljoen mensen betaald werk, 35.000 meer dan een jaar eerder. De groei van de werkgelegenheid vlakt echter af. In mei daalde het aantal werkenden zelfs licht.

Oproepkrachten trekken groei flexwerk

Een belangrijk deel van de groei van het aantal flexwerknemers komt van oproep- en invalkrachten. In het eerste kwartaal van 2026 waren dat er volgens het CBS ruim één miljoen.

Hoewel jongeren nog altijd de grootste groep vormen, groeit het aantal oproepkrachten juist sterk onder werknemers van 25 jaar en ouder. Van de ruim één miljoen oproep- en invalkrachten zijn inmiddels ongeveer 275.000 mensen ouder dan 25 jaar.

Dat is opvallend, omdat juist deze groep mogelijk geraakt wordt door nieuwe wetgeving. Het kabinet wil vanaf 2028 nulurencontracten voor de meeste oproepkrachten vervangen door zogenoemde bandbreedtecontracten, waarin een minimum- en maximumaantal uren wordt vastgelegd. Alleen jongeren, studenten en AOW-gerechtigden zouden nog op basis van een nulurencontract mogen werken.

Kansen voor de flexbranche?

Ondanks de groei van het aantal flexwerknemers is de totale flexschil (intern plus extern) iets kleiner geworden. In het eerste kwartaal van 2026 hoorde 37,6 procent van de werkzame beroepsbevolking tot de flexschil, tegen 37,9 procent een jaar eerder. Het aandeel werknemers met een vast contract steeg van 56,8 naar 57,2 procent. Het op één hoogste aandeel in meer dan twaalf jaar.

Volgens Davidse hoeft de voorgenomen afschaffing van nulurencontracten niet per definitie slecht nieuws te zijn voor de flexbranche. “Zodra en voor zover de nulurencontracten verdwijnen en worden vervangen door bandbreedtecontracten (maar dus niet in het geval van scholieren, studenten, jongeren en AOW’ers, samen duidelijk veruit de grootste groep van de oproepkrachten) zal de complexiteit en onduidelijkheid voor werkgevers toenemen en de aantrekkelijkheid afnemen, wat mogelijkheden kan bieden voor uitzendbureaus en detacheerders.”

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Aantal flexwerkers groeit weer, maar verschuiving binnen de flexschil zet door

Henk Geurtsen, 50 jaar expert in de flexbranche

Henk Geurtsen is een harde werker, iemand die altijd vooruit denkt, gek is op arbeidsrechtelijke puzzels, verloningsissues, kwaliteitsverbetering en cijfers. Op 1 december 2026 werkt hij vijftig jaar in de flexbranche, waarvan de eerste tien jaar in dienstverband en de jaren daarna als zelfstandig interimmanager en vooral als consultant. Op zijn jubileumdag vindt, niet toevallig, het wet- en regelgevingevent van Experts in Flex plaats. In dit interview blikt hij terug op zijn werk en ervaring in de branche.

Henk, hoe rolde je in deze sector?

“Het kwam voort uit mijn interesses. Op de havo merkte ik dat ik vooral de vakken economie, handelswetenschappen en wiskunde leuk vond, maar hele dagen in de schoolbanken doorbrengen, daar was ik op een gegeven moment klaar mee. Op mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste baan op de administratie van een bedrijf en begon ik met avondstudie. Een jaar later zag ik een vacature voor loonadministratie en finance op het hoofdkantoor van (studenten)uitzendbureau ASA, die me enorm aansprak. Op 1 december 1976 ben ik daar begonnen.”

“Naast fulltime werken, heb ik ruim tien jaar avondstudies gevolgd op het terrein van loonadministratie, finance, arbeids- en belastingrecht. Ik had toen al veel affiniteit met arbeidsrechtelijke vraagstukken binnen de loonadministratie, al was dat op dat moment nog niet zo’n groot thema in de flexbranche als nu.”

Hoe werkte het met verloning en cao-toepassing in die begintijd?

“Er werden vaak netto loonafspraken gemaakt over wat je netto per uur verdiende. Er werd netto-bruto verloond. Vanuit dat nettobedrag werd berekend wat daar bruto bij hoorde en dat brutobedrag zag je op de loonstrook staan. Het maakte dan niet uit of iemand bijvoorbeeld 20 of 40 uur werkte. Het nettobedrag per uur was altijd hetzelfde.”

“De ABU bestond toen al, de NBBU nog niet. Er was een relatief eenvoudige ABU-cao voor administratieve krachten. Gekscherend zeg ik weleens dat in die tijd de kaft van de cao dikker was dan de inhoud. Voor uitzendkrachten met alle overige functies was er nog geen cao.”

“Er was nog geen internet en geen Excel. De fax, die nu in het museum staat, was er toen nog niet. Nul digitalisering. Vrijwel alle uitzendkrachten kwamen op vrijdag hun urenbriefjes inleveren op de vestigingen, waarna ze hun loon van de vorige week veelal contant kregen uitbetaald. Op vrijdagmiddag en -avond was het daardoor superdruk op de vestigingen. De werkbriefjes gingen in koerierstasjes naar het hoofdkantoor. Daar werd alles verwerkt en naar het computercentrum gebracht.”

“Nadat de verloning klaar was, gingen de loonstroken en andere informatie in koerierstasjes terug naar de vestigingen. Een deel van de uitzendkrachten werd per bank betaald. Elke woensdagochtend reed een taxi met betalingsopdrachten en ponskaarten naar de bankgirocentrale in Amsterdam. Daar moest het voor de middag verwerkt worden, zodat het geld op vrijdag op de rekening van de uitzendkrachten stond.”

Wat was je volgende stap?

“Na twee jaar merkte ik door mijn werkervaring en studie dat ik verder wilde groeien. Daarvoor bood de relatief kleine backoffice van ASA mij te weinig mogelijkheden. In 1979 werd ik manager van de administratie bij Stuwa uitzendbureau, een aanzienlijk grotere organisatie. De uitzendbranche maakte in 1981 en 1982 vanwege economische malaise een moeilijke periode door. Stuwa deed het eigenlijk best goed, omdat we als managementteam in staat waren geweest om de bedrijfskosten op alle fronten te minimaliseren.”

“In 1982 ging Stuwa op het overnamepad. Door meerdere overnames in een half jaar tijd werd het bedrijf in 1982 verviervoudigd. Het samenvoegen van meerdere hoofdkantoren in 1982 en begin 1983 was een hectische en vooral boeiende periode. Met alles wat er speelde, leverde dat mij een steile leercurve op.”

Waarom besloot je voor jezelf te beginnen?

“Na de overnames werd Stuwa omgedoopt tot Werknet Uitzendorganisatie. Ik werkte binnen de holding. In 1986 stond er een supergezond bedrijf. Toen kreeg ik nieuwe kriebels, omdat het veranderen en verbeteren meer op beheren begon te lijken en daar lag niet mijn uitdaging. De vertrouwensband met de twee eigenaren van Werknet was zo goed dat ik, toen ik na begon te denken over een andere uitdaging, dat openlijk met hen kon bespreken, terwijl ik toen nog helemaal niet wist wat ik precies wilde gaan doen. Zij hebben mij daarin volledig gesteund.”

“Toen ik in het najaar van 1986 besloot om zzp’er te worden, terwijl dat begrip nog helemaal niet bestond, werd Werknet mijn eerste klant. In het begin vonden sommige mensen in mijn omgeving de stap naar zelfstandigheid een rare move. Waarom gaf ik al mijn zekerheden op, terwijl in september 1986 net ons eerste kind was geboren?”

“De eerste jaren bestonden mijn werkzaamheden uit een mix van advieswerk en interim- management opdrachten. Met het steeds ingewikkelder worden van de wet- en regelgeving in de flexbranche ben ik mij helemaal gaan toeleggen op het advieswerk.”

Wat trekt jou aan in het advieswerk?

“Ik houd van de afwisseling. Ik vind het heerlijk om in lastige cao-vraagstukken te duiken, die voor de flexbranche steeds ingewikkelder worden. Als adviseur heb je een vertrouwensrol en kun je meedenken over veel verschillende varianten om de onderneming succesvol en compliant te maken en te houden. Ik vind het ook interessant om oplossingen te bedenken en tools te ontwikkelen die lastige administratieve verplichtingen, voortvloeiend uit de cao of wetgeving, vergemakkelijken.”

“De diversiteit en mijn grote netwerk met contacten zijn voor mij heel belangrijk. Het continu switchen van de ene hulpvraag naar de andere, daar geniet ik van. Ik ben ook iemand die, als ik tijdens mijn vakantie op het strand lig, gerust de hele middag besteed aan het uitpluizen van een nieuwe uitzend-cao of teksten van een complexe regeling die wordt gewijzigd. Zoals een ander een boek leest, smul ik van dat soort ingrijpende wijzigingen en hoe die te kunnen vertalen naar de dagelijkse praktijk voor al die flexbedrijven.”

Hoe kwam je tot de oprichting van franchiseformule Experts in Flex?

“In 2016 besloot ik dat het goed was een formule te bedenken voor een samenwerking, waarbij ik geen geld hoef te verdienen aan de formule, maar waarbij iedere collega de eigen broek op moet houden en waarin je met elkaar een sterke multidisciplinaire positie neer kunt zetten. Zo ontstond Experts in Flex. Samen kunnen wij een brede vraagstelling uit de markt bedienen. Sinds 2023 organiseren wij samen elk najaar het FlexFuture event wet- en regelgeving. Om dat te realiseren ben ik ook heel blij met de inzet van mijn collega’s, want je hebt elkaar echt nodig om zo’n grootschalig event succesvol neer te kunnen zetten.”

“Experts in Flex telt momenteel vier experts, waaronder Bert Visser die al sinds 2016 van de partij is. Hans Scheers sloot zich in 2017 aan bij Experts in Flex. In april 2024 maakte mijn dochter Moniek Geurtsen ook die stap. Ik voel me uiteraard apetrots dat mijn dochter, nadat ze eerst ervaring heeft opgedaan bij een backofficedienstverlener, nu ook partner is bij Experts in Flex.”

Wat zeggen ondernemers over jou? Waarom werken ze graag met je?

“Ze noemen vaak mijn vakkennis en mijn betrokkenheid. Ze zeggen dat ik rationeel met hen meedenk en me ook echt verplaats in hun situatie. Ik zie de keuzes waar ze voor staan. Welke keuzes zou ik maken als het mijn tent was? Zou ik nog wel lekker kunnen slapen als ik voor die of die oplossing koos? Daar ben ik open in, waardoor ze via mijn voorstellingsvermogen voelen wat een keuze met zich mee kan brengen.”

Hoe ervaar je de huidige tijd vergeleken met tien, twintig, dertig jaar geleden?

“De veranderingen volgen elkaar in een steeds sneller tempo op. Voor een ‘normaal’ mens zijn de wijzigingen bijna niet meer bij te houden. Daarom is zo’n jaarlijks FlexFuture event ook zo belangrijk: daar nemen we iedereen mee in wat er het volgende jaar allemaal staat te gebeuren.”

Hoe kijk je terug op het overrompelende verlies van je vrouw Nelleke in 2021?

“Dat was een enorme rollercoaster. In oktober 2021 leek er nog niets aan de hand. Nelleke was volop aan het werk, had net de opleiding bewegingstherapeut voor paarden afgerond en was gestart met een vervolgopleiding. Vanwege wat vage en ogenschijnlijk niet spannende klachten vond er een medisch onderzoek plaats, waarna ze te horen kreeg dat ze ongeneeslijk ziek was. Acht weken daarna overleed ze al.”

“Ondanks alle emoties en het hoge tempo waarin haar gezondheid achteruitging, hebben we er iets heel moois van gemaakt. Ik heb de mantelzorg op me genomen. Dat heeft er zeker toe bijgedragen dat we die acht weken op zo’n mooie en intense manier hebben kunnen beleven. We hebben tot het laatste moment met elkaar het leven gevierd, totdat Nelleke op 14 december 2021 overleed. Direct na haar overlijden kreeg ik veel reacties dat we die periode van acht weken zo mooi en positief hadden vormgegeven. Enkele dagen na haar overlijden vertelde ik tegen de huisarts dat ik maatschappelijk iets wilde doen met de manier waarop we dit met het hele gezin vorm hebben weten te geven, al zag ik nog niet hoe ik dit kon doen. Medio januari wist ik het: ik ga een boek schrijven! Ik heb direct mijn iPad gepakt en ben aan de slag gegaan.”

“Op 1 februari 2022 heb ik mijn werk weer opgepakt. Ook daarin wilde ik naar de toekomst blijven kijken. Ik kon toen gelijk vol aan de bak, omdat er zich een grote due diligence aandiende. Alles verliep op de manier zoals het goed bij mij past. Met oog voor de positieve dingen in het leven, uiteraard afgewisseld met emotionele momenten. Ik was volop aan het werk naast elke week een opa-dag, waarbij ik paste op mijn kleinkinderen van toen bijna drie en bijna een jaar oud én het schrijven van mijn boek.”

“Gelukkig heb ik nu weer een fijne relatie en ben ik qua werk nog lang niet uitgekeken. Formeel kan ik met pensioen gaan, maar dat is niets voor mij. Ik vind mijn werk veel te leuk.”


Het boek Nelleke

In het boek ‘Nelleke’ beschrijft Henk de rollercoaster die hen overkwam, maar hen niet verlamde. Dat kwam door de kwaliteit van hun relatie en de manier waarop ze omgingen met de situatie. De rauwe chronologische feiten van het ziekteproces worden in het boek omringd door creatieve aandacht en manieren om in kleine en grote momenten samen het leven te vieren. Zo maakten ze het voor zichzelf, hun kinderen, kleinkinderen en de grotere kring van familie, vrienden, buren en andere betrokkenen mogelijk om de schok te verwerken en praktisch mee te leven. Als je wilt lezen hoe zij zijn omgegaan met de situatie, hoe het voelt als je daar middenin zit en je toch samen positief het leven kunt vieren, is dit boek een aanrader en eyeopener.

Het boek ‘Nelleke’ is online overal verkrijgbaar. Wil je graag een door Henk persoonlijk gesigneerd exemplaar ontvangen? Stuur dan een e-mail naar henk.geurtsen@expertsinflex.nl” 


FlexFuture event wet- en regelgeving 1 december 2026

Het FlexFuture event wet- en regelgeving op 1 december 2026 zal weer bol staan van het delen van belangrijke informatie om goed voorbereid 2027 in te gaan. Kaarten (nu met een speciale early bird korting) zijn al te bestellen. Henk: “We zitten nu al op 74 bezoekers, dus dat belooft wat!” Na afloop van het event zal er een speciale borrel zijn om het 50-jarig jubileum van Henk te vieren.

Informatie en aanmelden via de website van Experts in Flex.  

 

 

Geplaatst in Interviews | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Henk Geurtsen, 50 jaar expert in de flexbranche

Werving zakt naar plek vijf: HR richt zich op behoud en skills van bestaande medewerkers

Inzetbaarheid, vitaliteit en verzuim vormen nu de nummer één prioriteit, gevolgd door leren en ontwikkelen en strategische personeelsplanning. Voor 2027 verwachten respondenten dat werving zelfs buiten de top vijf valt. Slechts 13% ervaart ‘geen’ arbeidsmarktkrapte tot ‘bijna niet’.

De oorzaak is paradoxaal: juist omdat de arbeidsmarkt structureel krap blijft, zoeken werkgevers niet langer alleen naar nieuw bloed. ‘De aanhoudende krapte dwingt werkgevers om beter te kijken naar de skills van de mensen die al binnen zijn,’ zegt Chiara Kieft van Berenschot.

Skills centraal

Die omslag vergt veel meer dan alleen anders denken. Organisaties moeten van functiegericht naar skillsgericht werken. Francel Vos, gespecialiseerd in dat thema bij Berenschot: ‘Veel organisaties zijn nog ingericht rond functies en vaste loopbaanpaden. Ze zien kwaliteiten van medewerkers over het hoofd. De vraag moet zijn: welke ambities hebben we, wat moeten we doen om die te realiseren, welke vaardigheden zijn nodig en hoe benutten we die beter?’

Meer dan de helft van ondervraagde organisaties noemt het plannen van benodigde vaardigheden en toekomstige competenties nu als belangrijk doel. Samenwerking, sociale vaardigheden en wendbaarheid springen eruit als meest gewenste capaciteiten.

De praktijk volgt al: 67 procent van de organisaties zet in op het verder opleiden van bestaand personeel. 47 procent probeert uitstroom te beperken via meer aandacht voor motivatie en betrokkenheid. Inzetbaarheid wordt steeds vaker gezien als onderdeel van aantrekkelijk werkgeverschap, niet alleen als uitvalpreventie.

Overeind blijft dat 87 procent zegt ‘vrijwel altijd’ (18%), ‘regelmatig’ (43%) of ‘af en toe’ (29%) arbeidsmarktkrapte te ervaren bij het vervullen van vacatures. Het zal moeten blijken hoe die cijfers zich verhouden tot radicale switch die HR maakt van ‘werven’ naar ‘behouden’.

Opvallend tot slot blijft de geringe aandacht voor kunstmatige intelligentie in personeelsplanning. Hoewel AI steeds vaker praktisch wordt ingezet om processen efficiënter te maken, wordt de impact op werkinhoud en benodigde vaardigheden nog weinig meegenomen.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Reacties uitgeschakeld voor Werving zakt naar plek vijf: HR richt zich op behoud en skills van bestaande medewerkers