Maandelijkse archieven: februari 2026

Beleid, wetgeving en toezicht arbeidsmarkt ligt nu bij twee ministers. Zo hebben Vijlbrief en Aartsen hun taken verdeeld.

Vijlbrief: breed arbeidsmarktbeleid en toezicht

Vijlbrief krijgt de klassieke SZW-portefeuille: sociaaleconomisch beleid, inkomensbeleid, bestaanszekerheid, werknemers- en volksverzekeringen en het pensioenstelsel. Met deze portefeuille wordt Vijlbrief ook verantwoordelijk voor politiek gevoelige dossiers binnen de sociale zekerheid, zoals hervormingen van WW en pensioen.

Naast het brede arbeidsmarktbeleid — waaronder arbeidsverhoudingen en ontslagrecht — zit ook het arbeidsmigratiebeleid in de portefeuille van de D66-politicus. Het nieuwe kabinet staat relatief positief ten opzichte van arbeidsmigratie, maar zegt daarbij dat het wel beter gereguleerd moet worden. Zeker als het gaat om huisvesting. Het nieuwe kabinet wil dat (uitzend)werkgevers hier meer verantwoordelijkheid voor krijgen. Daarbij moeten vluchtelingen en statushouders sneller aan de slag kunnen. Verder wil het nieuwe kabinet een pilot starten om goed geschoolde arbeidskrachten (van buiten de EU) voor een periode van drie jaar naar Nederland te halen.

Vijlbrief wordt ook verantwoordelijk voor toezichthouders en uitvoerders zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie en UWV. Het ligt voor de hand dat ook de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) onder zijn portefeuille valt. Die moet per 1 januari 2027 ingaan, al neemt het kabinet daar naar verwachting voor de zomer een definitief besluit over. Dat hangt mede af van de uitvoerbaarheid, waaronder de capaciteit bij de toelatingsautoriteit.

Aartsen: participatie en het zzp-dossier

Aartsen krijgt een smallere portefeuille, met nadruk op uitvoering: kinderopvang, re-integratie, participatie, arbeidsomstandigheden, inburgering en de Sociale Verzekeringsbank. Daarmee wordt Aartsen verantwoordelijk voor de nieuwe Werkcentra 

Bovendien: Aartsen gaat vorm en inhoud geven aan het zzp-beleid.

Op dat dossier is hij geen nieuwkomer. Als Kamerlid was Aartsen initiatiefnemer van de Zelfstandigenwet, die inmiddels is opgenomen in het coalitieakkoord. Het ligt daarom voor de hand dat hij ook verantwoordelijk wordt voor aanpalende dossiers, zoals de verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ).

Volgens het coalitieakkoord start het kabinet met het zogeheten R-deel van de Wet VBAR: het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag inhuurtarief (rond de € 37 per uur). Een voor de uitzendsector belangrijke stap.

De bredere Zelfstandigenwet is nog niet wetgevingsrijp. Er ligt nog geen adviesaanvraag bij de Raad van State en de internetconsultatie leverde stevige kritiekpunten op. Politiek ligt het voorstel gevoelig: sommige partijen vinden de bescherming voor kwetsbare zelfstandigen onvoldoende, terwijl anderen juist moeite hebben met verplichtingen rond pensioen en arbeidsongeschiktheid.

De handhaving op schijnzelfstandigheid, op basis van bestaande regels totdat er een nieuwe wet is, ligt vooral bij de Belastingdienst en daarmee staatssecretaris Eerenberg (zie hier voor kort profiel), en voor een deel bij de Arbeidsinspectie (portefeuille Vijlbrief).

Meer weten? 

Bovenstaande onderwerpen komen uitgebreid aan bod in de aankomende WebinarWeek. Met daarin onder meer (op 9 maart) een gesprek met NAU-directeur Kees van Nieuwamerongen, de uitvoerder van de Wet TTA. Op 11 maart een webinar over zzp-inhuur en de regels anno 2026 en 12 maart twee keer een webinar over hoe als bureau voor te bereiden op die Wet TTA. Zie deze pagina voor het volledig programma en de mogelijkheid tot (gratis) inschrijven.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Beleid, wetgeving en toezicht arbeidsmarkt ligt nu bij twee ministers. Zo hebben Vijlbrief en Aartsen hun taken verdeeld.

Zelfstandige zorgondernemers inhuren? Het kan wél als je het goed inricht

Als je iets maar vaak genoeg zegt, lijkt het vanzelf waarheid te worden. Zoals deze stelling: als zelfstandige binnen de muren van een zorginstelling werken, kan gewoon niet. Sinds de Belastingdienst werk maakt van handhaving op schijnzelfstandigheid, hoort Erik Biemond dit te pas en te onpas van zijn klanten. Zij horen het op hun beurt weer van de Belastingdienst. Of denken dat te horen.

Biemond is directeur van zzp-bemiddelingsbureau Biemond & Hoekman, gespecialiseerd in de inhuur van zelfstandige professionals in de gehandicaptenzorg. Zijn klanten dachten aanvankelijk dat veel zelfstandigen als gevolg van de handhaving in vaste dienst zouden komen. Met zijn bureau had hij daarop al voorgesorteerd: zelfstandige professionals konden bij hem overstappen naar detacheren of hybride werken.

Maar terwijl in een sector als de kinderopvang de zelfstandigheid zo goed als verdween, gebeurde dat in de zorg niet. “Iedereen heeft onderschat hoe trots zelfstandig zorgondernemers zijn op hun bedrijf. Ze hebben prettige samenwerkingen, voeren mooie projecten uit en worden teruggevraagd. De eigen regie en vrijheid willen ze helemaal niet opgeven.”

Een hoop verbeterpunten

En dus zit de zorg in een spagaat. Zorginstellingen zijn huiverig voor het werken met zzp’ers. Ze vinden het een risico en verkiezen vaak ook vaste dienst. Tegelijkertijd moet de zorg doorgaan en mogen er geen gaten in de roosters vallen. Dus nemen zorginstellingen het risico. Biemond liet vorig jaar zelf het risico op schijnzelfstandigheid onderzoeken onder zorginstellingen. De conclusie: zowel bij opdrachtgevers als zzp’ers valt er een hoop te verbeteren.

Om met de zzp’ers te beginnen: ze blijven te lang hangen bij dezelfde opdrachtgever, ziet hij. “Soms werken ze jarenlang op dezelfde afdeling, omdat ze het daar kennen en het leuk hebben. Ze gebruiken de spullen van de zorginstelling, omdat het lekker makkelijk is. En ze hebben niet, zoals de kwaliteitswet (Wkkgz) voorschrijft, een eigen kwaliteitssysteem, want dat is zoveel gedoe en niemand vraagt ernaar. Zzp’ers krijgen veel gezag en instructies vanuit het kwaliteitssysteem van de instellingen.”

Bij veel zorginstellingen is het inhuurproces evenmin afgestemd op het voorkomen van schijnzelfstandigheid. “Opdrachtgevers behandelen zelfstandigen alsof het werknemers zijn. Ze geven instructies hoe ze moeten werken, laten ze meedoen aan het afdelingsoverleg. Opdrachtgevers vragen niet naar het kwaliteitssysteem van hun zelfstandigen. Best gek eigenlijk. Hun eigen kwaliteitsplan nemen ze bloedserieus, maar bij de inhuur van zelfstandigen lijkt het er niet toe te doen.”

Essentieel voor zzp’ers: een eigen kwaliteitssysteem

De tijden dat er zo gewerkt kon worden, zijn voorbij, zegt Biemond. Als bemiddelaar heeft hij er baat bij om opdrachtgevers en opdrachtnemers zoveel mogelijk te faciliteren in het beperken van de risico’s. Hij stelde met een arbeidsrechtjurist een lange lijst met omstandigheden die wijzen op werken buiten dienstbetrekking (zie kader) en stuurde die naar zijn opdrachtgevers.

Voor zelfstandige zorgondernemers is de eerste vereiste een professioneel kwaliteitssysteem. “Vaak hebben ze een halfslachtig systeem, de aansluiting bij een klachtenprocedure, een paar losse certificaten. Maar een kwaliteitssysteem is veelomvattender. Het is een compleet handboek. Wat zijn je specialisaties, met welke doelgroep werk je, welke handelingen mag je doen, hoe ga je om met klachten, met privacy van cliënten, met incidenten, wat is het opleidingsplan.”

Om de opdrachtnemers te faciliteren, heeft zijn bureau een online kwaliteitssysteem opgesteld. Dit platform OZD begeleidt zorgprofessionals stap voor stap bij het opstellen en borgen van hun kwaliteitssysteem. “Daarmee ondervang je essentiële zaken. Zo maak je een gigantisch verschil met de inbedding. Want het werk is vaak wel ingebed in de zorg, maar de werker hoeft dat niet te zijn. Met dat eigen handboek toon je die zelfstandigheid aan.”

In het dossier zit nog een extra tool die het externe ondernemerschap kan aantonen: een omzetverdeler, waarin je de omzetspreiding bij meerdere opdrachtgevers kan zien. Maar ook hiervoor geldt: de opdrachtgever moet daar wel om vragen.

Het kan wél

Als je het goed inricht, kan zelfstandigheid binnen zorginstellingen wél, is de stellige overtuiging van arbeidsrechtadvocaat en expert Joost van Ladesteijn. Dat het niet zou kunnen, menen opdrachtgevers vaak op te maken uit de voorbeelden die zijn ingediend door brancheorganisaties in de zorg en beoordeeld door SZW en de Belastingdienst.

De zorgverlening binnen zorginstellingen laat zich in algemene zin lastig verenigen met ondernemerschap, is het beeld dat opdoemt uit de beoordelingen. “Het ziekenhuis is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg. Daardoor is per definitie sprake van een bepaalde mate van werkgeversgezag, dat niet is uit te sluiten.” Het zij-aan-zij werken met collega’s in loondienst; ingepland worden in een rooster, nauwelijks commercieel risico lopen; werken onder gezag en instructie van de organisatie. Het zijn allemaal aanwijzingen voor een arbeidsovereenkomst, stelt de Belastingdienst.

Van Ladesteijn benadrukt dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst een individuele toets geldt. “Daarin spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Veel ingediende zorgcasussen zijn summier onderbouwd en doorlopen matig de uitlegfase. De omstandigheden die wél zouden wijzen in de richting van opdrachtnemerschap zijn matig bepleit. Sommige casussen besloegen zogezegd één kantje. Een Belastingdienst kan dan als handhaver op basis van het geldende toetsingskader geen kant op. Ik zou er ook een streep door hebben gezet.”

Zo ziet de Hoge Raad het inbeddingscriterium niet als doorslaggevend. En als werk ingebed is, hoeft dat nog niet te gelden voor de werker. “Nota bene de Belastingdienst draagt daartoe uitdrukkelijk in de zorgcasussen contra-indicaties aan, maar kon niet vaststellen dat daarvan sprake was.”

Hij vindt het jammer dat juist door de zorgcasussen de mythe is versterkt dat zorgverlening en zzp niet samen gaan. “Het is in elk geval an sich zeker voorstelbaar dat in de zorg op basis van een overeenkomst van opdracht kan worden gewerkt.” 

Essentieel voor opdrachtgevers: een beheersingssysteem

Wat je als opdrachtgever te doen staat, en dat geldt trouwens ook buiten de zorg, is aantonen dat het kan, zegt Van Ladesteijn. “Je moet je zaak bepleiten en de uitlegfase naar je hand zetten.”

Dat zorginstellingen professioneler moeten omgaan met hun inhuur, dat beaamt Van Ladesteijn. “Verschillende opdrachtgevers verleggen in het contract de aansprakelijkheid voor het beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een broker en denken dat zij dan wel goed zitten. Maar die beoordeling gebeurt lang niet altijd op voldoende niveau, waarbij ook de zorginstelling risico’s loopt voor de kwaliteit van de zorg. Je ziet hetzelfde bij uitzending en varianten daarop. Je kunt erop wachten dat de discussie over schijnzelfstandigheid verlegt naar verkapte uitzending, nog los van eventuele aanstaande wet- en regelgeving.”

Voor opdrachtgevers is een professioneel beheersingssysteem een must. Ook de Belastingdienst wijst op het belang hiervan in het handhavingsplan. “Het is een van de eerste zaken waar de Belastingdienst naar kijkt”, weet van Ladesteijn. “Het draagt zeker bij aan de beheersing van risico’s. De feitelijke uitvoering sluit beter aan bij wat op papier staat. Hoe geef je invulling aan de verantwoordelijkheid die op je rust? Welk risico acht je acceptabel? Dienen er zaken te worden verbeterd? Is het dan een haalbare kaart?”


Enkele belangrijke omstandigheden die wijzen in de richting van werken buiten dienstbetrekking (de lijst is niet uitputtend)
Duur van de opdracht: maximaal 6 maanden, geen automatische verlenging.
De werkzaamheden zijn projectmatig ingericht. De opdracht is afgebakend in periode en doel, met vooraf beschreven resultaten. De zzp’er bepaalt zelf de wijze van uitvoering, planning en volgorde van de werkzaamheden.
Specifiek voor de zorg: de zzp’er die valt onder de Wkkgz, voldoet aan de eisen: klachtenregeling, geschilleninstantie, actueel cv, VOG, kwaliteitssysteem.
De zorg-zzp’er heeft zijn eigen kwaliteitssysteem/kwaliteitshandboek, met onder meer:

– Meldcode huiselijk geweld & kindermishandeling
– Procedure meldplicht calamiteiten/geweld
– Incidentenregistratie (VIM, meestal via de instelling)
– Scholings- en deskundigheidsbeleid
– AVG-basisdocumentatie

De zzp’er heeft een zelfstandigenverklaring-formulier en zzp-vragenlijst naar waarheid ingevuld.
Zzp’ers werken anders dan werknemers. Ze lopen niet mee; om te beoordelen of een opdracht passend is voor hen, plannen zij een bedrijfsbezoek voor overleg en inschatting en matching. Er worden geen diensten ingepland. Zij gebruiken eigen materialen of huren ze van de instelling. Ze doen niet mee aan regulier teamoverleg en functioneringsgesprekken. Overleg in het kader van goede zorgverlening voor de cliënt of patiënt gaat in overleg met de instelling.
Er wordt afgesproken en vastgelegd wat wanprestatie is en wat de gevolgen van wanprestatie zijn (zoals stopzetten van de zorg of een boete).
De zzp’er komt met zijn eigen tarief en voorwaarden. Het tarief is inclusief reiskosten, aansprakelijkheidsverzekering, ORT en opslag eigen materialen.
De zzp’er gedraagt zich naar buiten als ondernemer (bijvoorbeeld een eigen website; meerdere opdrachtgevers per jaar; acquisitie; inschrijving KvK; commercieel risico)
Opdrachtgevers doen periodieke controles van PNIL op schijnzelfstandigheid.

 

Lees ook op ZiPconomy:

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Zelfstandige zorgondernemers inhuren? Het kan wél als je het goed inricht

Brunel Nederland in Q4 in omzet-afgrond gestort

Wereldwijd zag Brunel de omzet in het vierde kwartaal met (maar) -4% krimpen ten opzichte van een jaar eerder, naar 300,4 miljoen euro (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het derde kwartaal was er totaal mondiaal nog -7% omzetkrimp. Voor het totale jaar 2025 kwam de omzet uit op 1,22 miljard euro, na een krimp van -7% ten opzichte van 2024.

Ook druk op de marge, winst en conversieratio

In het laatste kwartaal van 2025 kromp de totale brutomarge met -11% (organisch), en in het hele jaar kwam de marge-krimp daarmee op -14%. De brutomarge als percentage van de jaaromzet zakte naar 17,6%, van 18,5% een jaar eerder. De operationele kosten daalden met -9% wat minder dan de bruto marge, en dat drukte de winst. De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) zakte in Q4 naar 3,8%, van 4,3% een jaar eerder; het jaar-percentage kwam daarmee op 3,1%, na 4,3% in 2024. De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge, zegt iets over de productiviteit en efficiency van de organisatie) kwam in Q4 uit op een behoorlijke 21,9%, wat lager dan de 23,3% van 2024. De theoretische streefwaarde is 25%, dus in de mondiale Brunel-praktijk liggen er nog steeds uitdagingen op vier terreinen: omzet, marge, kosten en productiviteit. De aandelenbeurs reageerde vrij positief, met in de loop van de ochtend een plus van zo’n +4% voor het aandeel Brunel (BRNL.AS), terwijl de beurs (AEX) met +0,2% maar een fractie in de plus stond.

Zeer gevarieerd mondiaal beeld: mooie groei naast zeer sterke krimp

De omzet in de regio Middle East & India (in Q4 goed voor bijna 15% van de groepsomzet) groeide met +10%, en ook in de Americas, Asia en Rest of world (samen goed voor bijna 43% van de groepsomzet) was er groei, in totaal zo’n +5%. De omzet in de regio Australasia (de grootste regio, met nog 16% van de groepsomzet) werd -3% kleiner in Q4. Maar flinke krimp zat er nog steeds in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland): -16% in Q4 en zelfs -21% in het hele jaar. Die krimp was dus nog steeds sterker dan de stevige Randstad-krimp van -9% in die regio. Maar de sterkste omzetkrimp werd gerealiseerd in Nederland: daar viel de omzet met -23% van een klif, en kwam in Q4 uit op 42,7 miljoen euro in Q4.

Spreiden of specialiseren: krimp in 7 sectoren, groei in 2 sectoren

De enorme omzetkrimp van Brunel Nederland is niet alleen opvallend binnen Brunel International, maar ook binnen de Nederlandse flexbranche. Daarvan zijn nog op dit moment nog niet alle cijfers beschikbaar, maar ten opzichte van de cijfers die er al wel zijn, valt de -23% van Brunel Nederland enorm uit de toon (hoewel de omzet van Randstad Professional in Nederland met een nauwelijks minder stevige -21% instortte). Zo’n sterke krimp heeft Brunel zelfs niet beleefd tijdens de dramatische intelligente lockdown vanwege corona in 2020.

De Nederlandse omzet van Brunel voor het hele jaar 2025 kwam uit op 185,5 miljoen euro, na een organische krimp van -14%. Die omzet is – behoorlijk versnipperd – gerealiseerd in 9 verschillende sectoren. De grootste in 2025 waren de Publieke sector (Overheid, Onderwijs, Zorg), de Financiële dienstverlening (Banken, Verzekeraars) en Industrial & Technology. Opvallend is dat de Publieke sector eigenlijk alleen in Nederland door Brunel wordt bediend en nauwelijks of niet in de andere landen en regio’s. Datzelfde geldt bijna net zo sterk voor de Financiële dienstverlening. De Nederlandse omzet daalde in 7 van de 9 sectoren, met sterke krimp in de drie genoemde sectoren: -18% in Publieke Sector, -13% in Financiële dienstverlening en -18% in Industrial & Technology. Er was omzetgroei in Conventionele Energie en Infrastructuur. Hier blijkt net als vorig jaar het spanningsveld tussen kiezen voor spreiding of voor specialisatie.

Net als in de voorgaande kwartalen zakte de brutomarge nog harder dan de omzet: in Q4 met -27%. Het brutomargepercentage zakte daardoor, van 24,7% in Q4 2024 naar 23,6% in Q4 2025 (was nog 25,9% in Q4 2023). Over het hele jaar 2025 zakte de brutomarge met -19%, van 25,3% van de omzet naar 23,5% (nog 26,5% in 2023).

De EBIT-marge halveerde zowat, van 8,4% naar 4,4%. Ter vergelijking: Randstad rapporteerde eerder deze maand een daling van de EBITA-marge van 4,6% naar 2,8% in Nederland. De Nederlandse conversieratio kreeg daardoor ook een flinke knauw, en zakte van een fraaie 31,1% in 2024 naar een nog alleszins redelijke 20,5% in 2025.

Die flinke daling is mede te danken aan relatief beperkte daling van de operationele kosten in Nederland: -9% in Q4 en -8% in het hele jaar. Ook van invloed: de verslechtering van de ratio direct personeel / indirect personeel, die zakte van 6,6 in 2024 naar 6,2 in 2025. Dat is een gevolg van de krimp van het aantal directs (bemiddelde kandidaten) met -16% (-24% in Q4!) en de minder sterke krimp van het aantal indirects (eigen mensen) met -10% (-6% in Q4). De sterk negatieve trend van het aantal bemiddelde kandidaten is in onderstaande grafiek goed zichtbaar.

Verwachtingen

Brunel International verwacht dat de jaar-op-jaar trend in het eerste kwartaal van 2026 zal verbeteren ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. DACH zal gedurende het eerste kwartaal terugkeren naar groei, terwijl Nederland een langzaam begin van het jaar kent. Nu de prestaties zich de afgelopen kwartalen hebben gestabiliseerd en een gedisciplineerde uitvoering blijft zorgen voor efficiëntiewinst, stelt Brunel dat het goed is gepositioneerd om te profiteren van verbeterde marktomstandigheden op termijn.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Brunel Nederland in Q4 in omzet-afgrond gestort

Nieuwe podcast ‘DetAIchering’ laat zien hoe AI de toekomst van detachering vormgeeft

In de nieuwe podcast DetAIchering brengt detacheringsbureau Joinuz kunstmatige intelligentie en detachering samen. Initiatiefnemer is Tristan van Heerdt, algemeen directeur van Joinuz, die samen met marketingmanager Joy Buijsse en diverse AI-experts onderzoekt hoe technologie het recruitment-, selectie- en detacheringsproces blijvend verandert. De focus ligt op concrete toepassingen die nú al impact hebben, in plaats van technische theorie of abstracte buzzwords.

“Onze sector staat aan de vooravond van grote veranderingen,” zegt Van Heerdt. “Tijdens een recente AI-beurs hoorden wij dat er inmiddels ruim 4.500 AI-bedrijven actief zijn in Nederland. De grote vraag is: welke oplossingen doen er écht toe? Omdat we bij Joinuz continu voorop willen lopen, gaan we in gesprek met de beste spelers in de markt. Met DetAIchering laten we zien hoe AI kan bijdragen aan slimmer én mensgerichter werken.”

Inspirerende gesprekken met experts

In iedere aflevering ontvangen Van Heerdt en Buijsse een toonaangevende partij uit de AI- en recruitmentwereld. Samen bespreken zij hoe AI-processen binnen arbeidsbemiddeling efficiënter, transparanter en toekomstbestendig kunnen worden ingericht. Met inspirerende gesprekken, praktijkvoorbeelden en een frisse kijk op de toekomst biedt DetAIchering waardevolle inzichten voor professionals in recruitment, HR, uitzenden en detacheren.

“Begin dit jaar richtten we bij Joinuz een eigen podcastruimte in, die tot nu toe vooral intern werd gebruikt,” vervolgt Tristan. “Nu is het moment gekomen om ook extern van ons te laten horen. Een eigen podcast op Spotify was al langer een wens en die droom is nu werkelijkheid.”

Eerste afleveringen en gasten

Inmiddels zijn er vier afleveringen opgenomen. In de eerste aflevering is Lucas Meijer, co-founder van Spadework, te gast. Hij vertelt over hun AI-gedreven CV-tool en deelt een vooruitblik op de innovaties die binnenkort worden gelanceerd.

“De zoektocht naar de juiste AI-toepassingen is heel herkenbaar,” zegt Hugo-Jan Ruts, algemeen directeur van ZiPmedia en uitgever van FlexNieuws. “Ik ben blij dat we de podcasts via FlexNieuws kunnen delen. Ze sluiten prima aan bij de verhalen die wij al brengen: verdiepend, informatief en gericht op waar wij ook voor staan: future proof ondernemen in flex.”

DetAIchering is nu te beluisteren op Spotify . Nieuwe afleveringen zullen ook hier op FlexNieuws verschijnen.

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe podcast ‘DetAIchering’ laat zien hoe AI de toekomst van detachering vormgeeft

Gouke de Vries (Kenonz): ‘Gastvrijheid staat bij mij voorop’

Hij begon in een schuurtje in het Oudehorne in 2013. Met helemaal niks, behalve een bureau, telefoon en een netwerk opgebouwd in Friesland als voorzitter van de korfbalclub LDODK. En met een bak aan ervaring in de detacheringswereld, opgedaan bij DIT Group als accountmanager en als regiodirecteur bij Maandag. “Voor een jongen geboren en getogen in Friesland was dat mijn kennismaking met de grote mensenwereld.” Maar het was niet het pad dat Gouke de Vries uiteindelijk koos. “Ik wilde niet in het keurslijf van de grote partijen blijven lopen.”

En dus startte hij zijn eigen detacheringsbureau. “Een spannende keuze”, vertelt hij. “Om echt te groeien moest ik al gauw de volgende stap zetten en niet meer zelf de sales doen. Ik heb in één keer negen mensen aangenomen. Het bedrijf opbouwen blijft het allerleukst.” Anno 2026 is Kenonz een volwaardig detacheringsbureau dat 700 mensen detacheert bij de overheid, gemeenten, provincies en waterschappen. Het schuurtje is al lang verruild voor een kantoor in Gorredijk met nog vijf andere vestigingen verspreid over het land, van Schagen tot Eindhoven.

Werk maken van werkplezier

Gouke de Vries

Gouke de Vries heeft een achtergrond in de horeca en een liefde voor Zuid-Afrika. Wat dat met elkaar te maken heeft? “Gastvrijheid, de mensen daar zijn echt vriendelijk en gastvrij. En in de horeca staat gastvrijheid ook voorop. Daar houd ik van en dat moet ook terugkomen in ons bedrijf. Net als werkplezier.”

Als directeur/eigenaar is De Vries niet alleen het gezicht naar buiten, hij steekt ook veel tijd en energie in de cultuurbewaking binnen Kenonz. “Wat ik graag zou willen is later in het bejaardenhuis een Beerenburg drinken met mijn collega’s die terugdenkend zeggen ‘bij Kenonz, dat is de mooiste tijd geweest’.” Werkplezier bieden aan gedetacheerden begint met tevreden interne medewerkers. Daar maakt De Vries echt werk van. Zo is hij met een Lemsteraak al zeilend door het land gegaan om collega’s te ontvangen op het schip. “Gewoon een goed gesprek voeren. Wat ervaar jij? Wat kan er beter? Je moet medewerkers laten meedenken. De kracht is dat je het met z’n allen doet.”

Hetzelfde doet De Vries door collega’s in een vakantiehuisje op Terschelling te ontvangen. “In twee weken tijd zijn er zo’n twintig mensen langs geweest. Met de een heb ik gewandeld en met de ander ga je kroeg in. Het gaat erom dat je elkaar van mens tot mens spreekt. Alleen al door te vragen ‘hoe gaat het met jou?’ en een goed gesprek te voeren kun je burn-outs voorkomen. Dat zijn geen functioneringsgesprekken, maar waarderingsgesprekken.”
Investeren in eigen medewerkers is volgens De Vries misschien wel belangrijker dan investeren in klanten. “Heb je de juiste mensen die gelukkig zijn in hun werk dan is de klant ook blij.”

2026 wordt ‘pittiger’

Waar de gemiddelde omzet van detacheerders volgens de VvDN MarktMonitor al enige tijd afneemt, heeft Kenonz goede jaren achter de rug. “We presteren vrij stabiel en kennen tegen de stroom in zelfs een lichte groei”, vertelt De Vries. Of 2026 ook succesvol zal zijn? “Daar ben ik ook nieuwsgierig naar. Er is nog genoeg vraag vanuit overheden. Maar detachering wordt duurder. Vooral de verdubbeling van de pensioenpremie hakt erin. Dat zal het voor ons wel iets pittiger maken dan voorheen.”

Aan de andere kant vindt De Vries het ook logisch dat detacheren duurder wordt. “De tarieven in detacheringsland zijn heel lang gelijk gebleven. Nu gaan de prijzen omhoog, dat is ook een kwestie van gewenning.”

Waardering dankzij eigen cao detachering

Een belangrijke verandering in detacheringsland is de eigen cao die leden van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) vanaf 1 januari dit jaar mogen toepassen. Reden voor tientallen detacheerders om in de afgelopen maanden lid te worden van de branchevereniging. Dat geldt ook voor Kenonz. Gouke de Vries is zeer positief hierover. “De cao schrijft gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor. Wij zaten wat dat betreft al vrij goed. De grootste winst van de eigen detacherings-cao vind ik dat detachering niet meer wordt gezien als uitzenden. Want detacheren is geen uitzenden. Dus ik ben blij dat we niet meer onder de uitzend-cao van de ABU vallen, maar een volwaardige eigen cao hebben. Dat zorgt ervoor dat gedetacheerden zich gewaardeerd en serieus genomen voelen.”

De Vries pleit dan ook voor een sterke branchevereniging die ontstaat doordat  steeds meer (grote en kleinere) detacheringsorganisaties zich aansluiten. “Dat creëert draagvlak en dat is nodig om onze boodschap in Den Haag goed over te brengen: wij zijn een volwaardige partij op de arbeidsmarkt die opdrachtgevers flexibiliteit bieden en onze mensen de zekerheid van een vast contract. Je mag detacheren niet verwarren met uitzenden.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Gouke de Vries (Kenonz): ‘Gastvrijheid staat bij mij voorop’