De aanvullende module Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta): updates uit de praktijk Geplaatst 4 juli 2025 door Normec VRO ‘Behaal tijdig het SNA-keurmerk, zodat uw onderneming in aanmerking komt voor de overgangsregeling. Doe vervolgens de aanvullende Wtta-module. Met die stappen bent u helemaal klaar voor de nieuwe wet.’ Als koploper in de branche is Normec VRO vanaf het begin nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten. Zo was er in 2024 elke zes weken een plenair overleg met het kwartiermakersteam van de toen nog op te richten Toelatende Instantie (TI). In het voorjaar van 2025 krijgt dit een vervolg, met de TI in oprichting als betrokken partij. Daarnaast zijn er vier werkgroepen met experts, waarin de volgende thema’s centraal staan: capaciteit, kwaliteit, IT en samenwerking. Wtta in werkgroepen: capaciteit, kwaliteit, IT en samenwerking Daar wordt onder meer gesproken over de huidige en toekomstige capaciteit van inspectie-instellingen, de kwaliteit van zowel de inspecties als de inspecteurs, de rol van (nieuwe) inspectie-instellingen, het toezicht op en de samenwerking met deze instellingen en ook de technologische aspecten die hierbij komen kijken. Komt er een systeem waar ondernemingen hun rapport kunnen aanleveren en hoe ziet dat eruit? Krijgen zij direct inzicht in hun mate van naleving van de wetgeving? In hoeverre is het wenselijk en technisch mogelijk om een dergelijk systeem te koppelen aan inspectie-instanties? Wij stomen ondernemers klaar voor de nieuwe wet en helpen hen voldoen aan de gestelde eisen Naast het delen van onze ideeën en kritische blik, zijn we er in de praktijk ook voor de flexbranche. Uitzendbureaus, payrollers, doorleners, detacheerders, brokers en inleners; iedereen krijgt met de Wtta te maken. ‘Wij stomen ondernemers klaar voor de nieuwe wet en helpen hen voldoen aan de gestelde eisen.’, zegt Julisa. Zo heeft Normec VRO al elf controles voor de aanvullende Wtta-module uitgevoerd en zijn er nog 23 gepland. Bovendien staan er maar liefst 28 offertes uit. “Het is mooi om te zien dat steeds meer ondernemingen hier nu al serieus mee aan de slag gaan en zo een duidelijke voorsprong nemen in de voorbereiding op de nieuwe wetgeving.” Julisa: ‘Bij Normec VRO hanteren wij een bewuste strategie van lichte overcapaciteit. Deze keuze stelt ons in staat om flexibel te reageren op piekbelastingen en de groeiende vraag naar inspecties binnen de Wtta-module.’ En dat is zeer gewenst, want voor de Wtta-module is minstens één à anderhalve dag extra inspectietijd (exclusief voorbereidende werkzaamheden en uitwerking) nodig, naast de inspectie voor het SNA-keurmerk. Dat betekent dat de tijdsbesteding verdubbelt. De investering in capaciteit is daarmee niet alleen gericht op het heden. Hiermee anticiperen we ook op de verwachte toename in vraag zodra de Wtta volledig van kracht wordt. Op deze manier kunnen we zonder concessies aan kwaliteit of doorlooptijd nieuwe aanvragen aannemen en verwerken. ‘Wij staan klaar voor de markt én zijn klaar voor wat gaat komen.’, stelt de Business Unit Director. Invoering van de Wtta? Proactieve inleners zijn er klaar voor Via verschillende online (nieuws)kanalen houdt Normec VRO geïnteresseerden op de hoogte. Met inhoudelijke artikelen creëren onze experts bewustwording over de verantwoordelijkheid van inleners voor de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Inlenende bedrijven schakelen Normec VRO in om hun flexpartners te inspecteren in het licht van de nieuwe wet. Eerste resultaten van controle op aanvullende Wtta-module Normec VRO voerde al elf controles op de aanvullende Wtta-module uit. Daaruit kwam duidelijk naar voren dat er werk aan de winkel is. Met name processen en systemen binnen bedrijven vragen om verbetering of een aangepaste inrichting. Zo zijn er zaken in de Wtta-module die afwijken van de eisen in het SNA-keurmerk. Bij het SNA-keurmerk zorgt u dat de financiële administratie volledig en juist is verwerkt binnen drie maanden. In de Wtta-module moeten alle (kas)transacties binnen één maand zijn verwerkt. Bij het SNA-keurmerk wordt geen all-in loon toegepast. Voor de Wtta-module geldt: als er wel een all-in loon wordt toegepast, dan moet dit gespecificeerd worden op de loonstrook. Wat in de huidige normeis echter (nog) ontbreekt, is een belangrijk criterium: de wettelijke vakantiedagen die zijn verwerkt in het all-in loon moeten volgens de wet daadwerkelijk worden genoten. Dit volgt onder meer uit het Robinson en Steel-arrest, waarin werd geoordeeld dat een all-in loon kan worden gezien als een vooruitbetaling op wettelijke vakantiedagen, mits deze vakantiedagen ook daadwerkelijk op een later moment worden genoten. De normeis, die momenteel enkel vereist dat het all-in loon gespecificeerd is, houdt hiermee onvoldoende rekening. Aanvullende eisen in de Wtta-module ten opzichte van het SNA-keurmerk Ook is er sprake van aanvullende eisen in de Wtta-module ten opzichte van het SNA-keurmerk. Uit de inspecties blijkt dat een aanzienlijk deel van de non-conformiteiten betrekking heeft op de inlenersbeloning. De kern van deze afwijkingen ligt vaak in de beperkte herleidbaarheid van de informatie naar de individuele uitzendkracht. Daarnaast worden regelmatig strijdige gegevens aangetroffen ten opzichte van een algemeen verbindend verklaarde cao waar wel naar verwezen wordt in de verklaring van de inlener. Ook komt het voor dat er geheel geen, of slechts een onvolledige, schriftelijke verklaring of vastlegging van de inlener aanwezig is. In sommige gevallen wordt uitsluitend verwezen naar een cao bij looncomponenten zoals toeslagen. Bij toetsing van die cao blijkt echter een veelheid aan mogelijke toeslagen te bestaan, waardoor onvoldoende duidelijk is welke specifiek van toepassing is op de betreffende terbeschikkingstelling. ‘In elf van de tot nu toe elf gecontroleerde ondernemingen werd nog niet voldaan aan de nieuwe eis om pauzes en de begin- en eindtijd op de urenregistraties te vermelden.’ Een uitzondering op de verplichte urenregistratie geldt wanneer er sprake is van een vast arbeidspatroon én wanneer de uitzendkracht meer dan anderhalf keer het wettelijk minimumloon (WML) verdient. In deze gevallen hoeft er geen registratie plaats te vinden van begin- en eindtijden of onbetaalde pauzes. Binnen het huidige SNA-keurmerk geldt zelfs dat in dergelijke situaties géén urenregistratie verplicht is. Inspecteurs kunnen dan namelijk volstaan met zogeheten verbandscontroles, waarbij ze controleren of het vaste aantal gewerkte uren ook correct is uitbetaald en verloond. Dit is mogelijk omdat het loon op basis van een vast patroon elke maand of periode gelijk is. Bij afwijkingen van dat vaste patroon is het echter vanzelfsprekend dat er wél een urenregistratie moet zijn om die afwijking te onderbouwen. Dat kan bijvoorbeeld als er meer of minder wordt gewerkt dan afgesproken. Normec VRO heeft tijdens de internetconsultatierondes voorgesteld om voor deze specifieke groep werknemers een uitzondering op de Wtta-urenregistratieplicht op te nemen, net zoals nu geldt binnen het SNA-keurmerk. Helaas lijkt deze uitzondering onjuist te zijn geïnterpreteerd in de conceptteksten. We zullen dit punt daarom opnieuw onder de aandacht brengen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Eisen aan de arbeidsovereenkomst: “Hoe kunnen wij dit controleren?” Verder is Julisa benieuwd wat ze gaan tegenkomen tijdens inspecties op de normeis dat wanneer met een Portal wordt gewerkt, deze tot 12 maanden na uitdiensttreding nog toegankelijk dient te zijn voor de werknemer. ‘Hoe kunnen wij bijvoorbeeld met zekerheid vaststellen dat een arbeidskracht nog minimaal 12 maanden na dienstverband toegang heeft tot deze portal? Dat is één van de eisen in de Wtta-module. Onze inspecties betreffen een momentopname, dus heeft die werknemer hier altijd toegang toe of ‘toevallig’ alleen als wij inspecteren? En hoe toont een onderneming dit eenduidig aan?’, vraagt de expert zich hardop af. Daarnaast stelt Julisa dat meer dan 90% van de partijen niet voldoet aan de eis dat bij elektronische ondertekening van de arbeidsovereenkomst, het met een gekwalificeerde elektronische (QAES) handtekening is. Een geavanceerde elektronische (AES) handtekening volstaat in de WTTA niet. Deze werkwijze is afgeleid van de normeis waarin onder meer is opgenomen dat een arbeidsovereenkomst aan de arbeidskracht verstrekt moet zijn. Aangezien wij uitsluitend administratieve controles uitvoeren en niet ter plaatse zijn, kunnen wij niet met zekerheid vaststellen of de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk (fysiek) is verstrekt. Dit vormt een inherente beperking van administratieve controles. Daarom is bepaald dat een arbeidsovereenkomst die als hardcopy nat is ondertekend, of digitaal is verstrekt en voorzien van een QAES-handtekening, wordt beschouwd als rechtsgeldig verstrekt. ‘In de praktijk lopen wij hier regelmatig tegenaan, omdat dergelijke functies niet standaard in de software van ondernemingen zijn opgenomen. Dit roept vragen op over de noodzaak van aanvullende modules en welke kosten daaraan verbonden zijn.’ Verwachte afwijkingen: eisen met betrekking tot huisvesting De Business Unit Director van Normec VRO verwacht nog meer afwijkingen tijdens toekomstige inspecties. Ze gaat ervan uit dat partijen die niet op het Wet Minimumloon (WML) inhouden voor huisvesting, ook niet over het SNF-keurmerk beschikken. Dit is voor het SNA-keurmerk namelijk niet verplicht, maar binnen de Wtta wel. Deze partijen zijn geen lid van een branchevereniging zoals ABU en NBBU, die dit als eis in de cao hebben opgenomen. Voorzien of doen voorzien in huisvesting, voor de terbeschikkingstelling in Nederland, is dus toegestaan als de verhuurder SNF gecertificeerd is. Stichting Normering Flexwonen (SNF) beheert het register van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en onderhoudt deze normen. Bij Normec VRO kunt u in drie stappen zorgen dat uw onderneming voldoet aan het SNF-keurmerk. Onze experts voeren een administratieve- en locatie inspectie uit, rapporteren over verschillende onderdelen die in uw organisatie beoordeeld zijn en doen een jaarlijkse inspectie. Handelt u ook proactief voor een Wtta-proof onderneming? Normec VRO heeft al een groot aantal controles op de aanvullende Wtta-module gepland. Hoe meer we er uitvoeren, hoe concreter het beeld wordt van de voorkomende afwijkingen en uiteenlopende interpretaties. Ook wordt steeds duidelijker welke inspanningen nodig zijn om tot correctie te komen. We blijven onze bevindingen omtrent de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten actief delen. Houd daarom onze kanalen in de gaten! Onze experts brengen voor u in kaart óf en op welke onderdelen uw onderneming voldoet aan de gewijzigde én aanvullende eisen. Met concrete verbeterpunten, kunt u zich tijdig en gericht voorbereiden op de Wtta. Profiteer van de expertise, capaciteit en transparante werkwijze van Normec VRO. Lees ook dit artikel: Uitzendkrachten en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta): wat betekent het voor u als inlener? Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags Normec VRO, Wet TTA, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor De aanvullende module Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta): updates uit de praktijk
Flex-overzicht van het eerste halfjaar van 2025 én enkele vooruitzichten Geplaatst 3 juli 2025 door Wim Davidse Begin juni bleek dat de totale omzet van onze Nederlandse flexbranche in het eerste kwartaal met 1,5% was gekrompen ten opzichte van een jaar eerder, dat was voor het eerst in lange tijd. In de weken daarvoor was al bekend geworden dat de ABU Marktmonitor (-2,4%), de VvDN Kwartaalmonitor (-7,6%) en de beursgenoteerde staffing companies op één na allemaal omzetkrimp hadden geboekt. Zowel Randstad (-7%), ManpowerGroup (-7%) als Brunel (-6%) noteerde krimp. Alleen Adecco wist te groeien (+5%). Betere berichten in de loop van juni Eind april meldde het CBS al dat de totale flexbranche-uren in het eerste kwartaal met 7,0% waren gekrompen ten opzichte van het jaar daarvoor, net zoveel als in de ABU Marktmonitor, die een specifiek deel van de flexbranche representeert (met relatief veel grote generieke bureaus). Van de ABU Marktmonitor zijn inmiddels de april- en meicijfers bekend, met dan toch ineens groei van de Indu-uren in die maand! Eind juni kwam het CBS met een flinke aanpassing van de eerder gepubliceerde cijfers. Zo bleek de economische groei nog wat groter te zijn dan de eerder gerapporteerde +2,0%, namelijk +2,2%, en bleek de totale flex-urenkrimp in het eerste kwartaal niet 7,0% te zijn, maar 2,4%, een significante verbetering! (De publicaties van de gewerkte uren worden vaak stevig bijgesteld.) Ook de krimp in de kwartalen van 2024 bleek lager te zijn. Al met al ziet de grafiek er daarmee wat minder negatief uit dan een maand geleden. Blijft wél het historisch unieke gegeven dat de economie al vier kwartalen steeds wat harder groeit, terwijl de flexbranche tegelijkertijd is blijven krimpen. Daarvoor hebben we de pauze op de arbeidsmarkt plus de krapte als verklaring gegeven. Die flex-krimp is overigens niet uniek voor Nederland, ook in onder andere België, Frankrijk en de VS krimpt de markt al twee jaar of langer. En uit onze FlexNieuws TOP 100 Ondanks al die krimp, werd in onze eind mei gepresenteerde FlexNieuws TOP 100 duidelijk dat er vorig jaar flink wat groei is geboekt. Van de 100 flexbureaus in de lijst, realiseerden er 65 omzetgroei in 2024. Die groei kwam tot stand dankzij verstandige strategische keuzes (Op welke doelgroep(en) gaan wij focussen? Welk bureautype willen we zijn?), plus een delegerende, kandidaatgerichte cultuur. Op ons eerste FlexNieuws LIVE event hadden we het daarover met directeuren van drie hard groeiende bureaus. Daar presenteerden we ook de uitkomsten van ons eind april-begin mei uitgevoerde lezersonderzoek. Daaruit bleek onder andere dat ruim een derde van de respondenten (37,2%) in de eerste vier maanden van 2025 (veel) betere financiële resultaten (veel) boekte dan in 2024, iets minder dan een derde (32,6%) boekte lagere resultaten; per saldo dus licht positief nieuws. Ook bleek dat flexondernemers de (krappe, complexe) arbeidsmarkt de op één grootste uitdaging vinden om succesvol te zijn en blijven. Wel heel veel geregel Maar veruit de allergrootste uitdaging is volgens de deelnemers aan ons onderzoek de wet- en regelgeving. En begrijpelijk: een blik op onze nieuwsberichten van de afgelopen weken toont hoe enorm de regel-turbulentie. Het gaat over de Wtta, de nieuwe cao en vakbonden die daar moeilijk over doen, derdelanders, het minimumloon, een mogelijk uitzendverbod, essentiële of niet essentiële arbeidsvoorwaarden, strengere aanpak uitbuiting arbeidsmigranten, te veel om op te noemen, laat staan compliant in praktijk te brengen. Tweede helft 2025 wordt niet veel beter, wel nog drukker Gelukkig meldde de ABU Marktmonitor in juni een omzetgroei in mei, de eerste keer na 16 perioden met omzetkrimp. Betekent dat dan nu dat de flex-zon weer opkomt? Vanwege alle turbulentie om ons heen, is het vertrouwen van producenten en dienstverleners in de loop van het tweede kwartaal behoorlijk weggezakt. Het producentenvertrouwen is ook in juni weer wat afgenomen ten opzichte van een maand eerder. De intentie van dienstverleners om hun personeelsbestand uit te breiden in de komende 3 maanden was in juni hoger dan een jaar geleden, maar lager dan de voorgaande maanden. De heel langzaam naar herstel teruggekropen Europese handel, zo belangrijk voor de Nederlandse economie, is weer wat teruggezakt in het tweede kwartaal. De andere belangrijke vroege indicator Inkoopmanagersindex Maakindustrie (PMI, Purchase Managers Index) zakte in mei nog iets verder terug, maar herstelde sterk in juni. Kortom, de signalen zijn gemengd, maar zeker niet duidelijk positief. Daarmee blijft het scenario voor de rest van dit jaar weinig positief: onzekerheid over het verder aantrekken van de economie in de afgelopen maanden en in de tweede helft van 2025 (en daarna), in combinatie met weinig of geen groei van de totale werkgelegenheid in Nederland, en een lichte groei van de werkloosheid tot een niveau van wellicht 4%, nog altijd flink onder de kraptegrens van 5%. Dus we houden voorlopig de uiterst onhandige combinatie van pauze plus krapte. Brede groei van onze flexbranche zit er vooralsnog niet in, maar zoals gezegd: er vallen interessante, futureproof lessen te leren (en te kopiëren) uit onze TOP 100. Sowieso worden het heel drukke tijden: de relaties en de bedrijfsvoering moeten worden voorbereid op de nieuwe cao. Succes in de flexbranche van vandaag en morgen komt niet aanwaaien, het is een keuze. Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags arbeidsmarktcijfers, CBS, FlexNieuws TOP 100, marktmonitor, Wim Davidse | Reacties uitgeschakeld voor Flex-overzicht van het eerste halfjaar van 2025 én enkele vooruitzichten
Zomerhitteplan voor zorg: ondanks strenger Wet DBA-toezicht valt sector terug op zzp’ers Geplaatst 3 juli 2025 door NBBU Aan het begin van het jaar daalde het aantal opdrachten voor zzp’ers sterk. Organisaties probeerden tekorten op te vangen met vaste medewerkers, maar liepen daarbij snel tegen grenzen aan. Extra diensten en oplopende werkdruk leidden op sommige plekken tot tijdelijke sluiting van afdelingen. In reactie daarop neemt de vraag naar flexibel personeel de afgelopen weken weer toe. De opdrachten zijn nu wel vaker kortdurend. Veel zorginstellingen geven aan dit te doen om de risico’s zo veel mogelijk te beperken. De zorg blijft zo nog steeds afhankelijk van zelfstandigen ondanks de op 1 januari 2025 gestarte strengere handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Dat is ook wat de NBBU constateert. “Wat je ziet, is dat de contractduur in de zorg steeds korter wordt”, zegt Jurgen Warmerdam, Senior adviseur Fiscaliteit en Ondernemerschap bij de NBBU. “Er wordt nu gezegd: tot september of tot oktober. De zomermaanden zijn altijd ingewikkeld, en daarna zien we wel weer verder. Ja, dat is wel een tendens.” En daar heeft de NBBU een duidelijke mening over. “De wetgever moet met wetgeving komen die ervoor zorgt dat zzp’ers gewoon kunnen zzp’en. En dat betekent dat ze dat moeten kunnen doen op een gelijkwaardige manier als werknemers. Dus laat ze zichzelf verzekeren, laat ze zorgen voor een goede oudedagsvoorziening. En dan moet het geen probleem zijn om via een zzp-constructie, die mensen zelf willen, te gaan werken.” Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags dba, wet dba, zorg | Reacties uitgeschakeld voor Zomerhitteplan voor zorg: ondanks strenger Wet DBA-toezicht valt sector terug op zzp’ers
Hurriyet Bagcan (Carrière Uitzendbureau): “Cultuur bepaalt voor 80% het succes van je bedrijf” Geplaatst 2 juli 2025 door Arthur Lubbers Hurriyet Bagcan volgt de studie Personeel en Organisatie en aansluitend Cultuur, Organisatie & Management. Na een aantal jaren werken voor een baas weet hij één ding zeker: ‘Ik wil ondernemer worden’. Hij reageert op een advertentie van Olympia om franchisenemer te worden. Maar geen bank was bereid de benodigde investering te financieren. Toenmalig eigenaar-directeur Olympia Marcel Slaghekke zag het echter wel in hem zitten en stond garant. En zo startte Bagcan in 2000 in Schiedam. “Zoals met veel dingen in het leven moet je een beetje geluk hebben en op het juiste moment op de juiste plaats zijn.” Binnen vijf jaar draaide hij met vier Olympia-vestigingen € 22 miljoen omzet. “Het ging heel goed, maar ik voelde me te beperkt. Ik paste niet meer in het franchisemodel.” Dus begint hij in 2008 helemaal opnieuw voor zichzelf met zijn eigen Baan Uitzendbureau. Ook dat liep voorspoedig. Samen bouwen Ondertussen trof de bankencrisis ondernemer/investeerder Slaghekke met het faillissement van Olympia Flexgroup (Duitse Allbecon en de Olympia Uitzendgroep). Maar Slaghekke ging niet bij de pakken neerzitten en richtte in 2010 Carrière op. En dan kruisen de paden van Slaghekke en Bagcan elkaar weer. Bagcan heeft spijt van een korte uitstap naar de zorg en wil terug naar de uitzendbranche. In 2017 besluiten zij samen verder te gaan. De ambitie is groot. “Ons doel: bij de Top 10 van Nederland horen met een omzet van € 650 miljoen in 2030.” Dat doel bepaalt de richting waarin het bedrijf zich ontwikkelt. “Want om zo groot te worden heb je grote klanten nodig. En om grote klanten te bedienen, heb je arbeidsmigranten nodig. En dus ook vestigingen in het buitenland en huisvesting.” Bagcan begint als operationeel directeur met het bouwen aan de interne organisatie en door gerichte overnames van kleinere partijen ontstaan de contouren van het huidige Carrière Uitzendbureau (zie kader). De cultuur is de basis “Het succes van een organisatie wordt voor 80% bepaald door cultuur en slechts voor 20% door structuur”, zegt Bagcan. Zijn opleiding, die hij naar eigen zeggen met tegenzin heeft gedaan, komt hier wel degelijk van pas. “Ik heb snel onderkend dat je moet zorgen voor de juiste mensen in je bedrijf en de cultuur goed moet bewaken. Dat is de basis.” En dat is tegelijkertijd de grootste uitdaging. “Het behouden van de cultuur is lastig als je zo snel groeit.” Hoe je dat doet? “Ik zit heel dicht op HR als cultuurbewaker’ van het bedrijf. Wij nemen alleen mensen aan die onze zes kernwaarden onderschrijven: dienstbaarheid, betrouwbaarheid (afspraken nakomen), inclusiviteit (vele nationaliteiten binnen het bedrijf), ondernemerschap (franchisenemers), verantwoordelijkheid en resultaat.” Vijftig procent van onze mensen in de interne organisatie is ooit als uitzendkracht begonnen. Volgens Bagcan is het creëren van betrokkenheid en stimuleren van ondernemerschap cruciaal in die cultuur. “Wij willen mensen die als uitzendkracht zijn begonnen de ruimte geven om door te groeien. De uitzendkracht van vandaag is de consulent van morgen. En de consulent van vandaag is de manager van morgen. En de manager van vandaag is de directeur van morgen.” Klinkt mooi, maar hoe breng je dat in praktijk? “Ik vraag van consulenten dat ze een of twee talenten uit de uitzendpool eruit pikken. Want tussen die duizenden uitzendkrachten zit altijd talent. Misschien mensen die een eerste of tweede kans net gemist hebben.” Die talenten leidt Carrière vervolgens zelf op zodat zij kunnen doorgroeien binnen de organisatie. “Vijftig procent van onze mensen is ooit als uitzendkracht begonnen. Dat zijn mensen die zeer betrokken zijn en een sterke loyaliteit hebben. En mensen die we van buiten aantrekken passen zich snel aan aan deze leidende cultuur.” Carrière Uitzendbureau staat met een omzet in 2024 van € 307,5 miljoen op de 20e plek in de FlexNieuws TOP 100. De uitzendorganisatie realiseerde een omzetgroei van 38%. Carrière Uitzendbureau, opgericht in 2010, is daarmee een van de snelgroeiende flexbedrijven in Nederland. Inmiddels werken dagelijks ruim 7.000 uitzendkrachten via 60 franchise en non-franchise Carrière-vestigingen in Nederland, Polen, Roemenië en Turkije. De uitzendorganisatie richt zich op uitvoerende functies in de sectoren productie, logistiek, food, transport en industrie. Het hoofdkantoor is gevestigd in Rotterdam. De snelle groei is grotendeels organisch, deels door overnames. In 2020 nam Carrière Uitzendbureau Holland Contracting in de Lier over, een specialist in het plaatsen van arbeidsmigranten uit Middden- en Oost Europa bij bedrijven in de tuinbouw (Westland). En twee jaar eerder nam Carrière ook al Interactief Groep over, eveneens gespecialiseerd in bemiddeling van arbeidsmigranten. Carrière Uitzendbureau wil bij de Top 10 van de uitzendbranche behoren en streeft naar een omzet van € 650 miljoen in 2030. Klanten behouden Hoe draagt die eigen cultuur dan bij aan het succes? “De meeste uitzenders doen allemaal hetzelfde. Je kunt vaak de naam van de één vervangen door de naam van de andere, en er verandert niets. Ik wil dat Carrière Uitzendbureau zo specifiek is dat deze naam niet inwisselbaar is.” Daarvoor is volgens hem een onderscheidende cultuur nodig. “Ik doe prachtige beloftes aan klanten. Dat durf ik alleen te doen omdat ik weet dat er een betrokken team achter mij staat dat mij niet laat vallen.” Bagcan noemt als voorbeeld de nieuwe klant DHL waarvoor Carrière de komende vijf jaar mag werken. “De klant binnenhalen doe je één keer, de klant behouden is een inspanning die je dagelijks moet leveren.” De klant binnenhalen doe je één keer, de klant behouden is een inspanning die je dagelijks moet leveren. Tech en touch combineren De cultuur is volgens Bagcan ook de basis voor innovatie. “Onze kracht is wendbaarheid. Wij hoeven geen verantwoording aan aandeelhouders af te leggen. Marcel en ik weren dagelijks in het bedrijf en wat we vandaag beslissen kunnen we morgen uitvoeren.” Volgens hem moet techniek niet alleen maar gericht zijn op operational excellence, maar ook op innovatie; verbeteringen, vernieuwingen. Dat is nodig om je aan te passen aan de veranderende arbeidsmarkt. Er is een speciaal IT-projectteam om de IT binnen de organisatie naar een hoger niveau te tillen. Volgens Bagcan ligt de kracht daarbij in het combineren van tech en touch. “We ontzorgen onze klanten door technologie. We investeren daar fors in en kunnen concurreren met alle grote partijen in de markt. Tegelijkertijd combineren we dat met de touch door te opereren als kleine bureaus. Dat moet je niet uit het oog verliezen. Uitzenden is uiteindelijk een ambachtelijk beroep.” Wendbaarheid in de organisatie is volgens Bagcan geen luxe, maar noodzaak. “Wij moeten snel de omslag kunnen maken op de veranderende arbeidsmarkt.” Als voorbeeld noemt hij de ontwikkelingen in Polen. “Als het zo doorgaat wordt het over twee jaar lastig Poolse mensen hier naartoe te halen. Welke arbeidsmarkt ga je dan betreden? En welke beroepen gaan verdwijnen door AI?” Carrière voorziet dat middelbaar technisch personeel nog heel lang nodig zal zijn en speelt in op dit gat in de markt met People with Skills, dat de werving en scholing van technisch personeel (uit de EU) op zich neemt en hen inzet voor opdrachtgevers in de luchtvaart (Fokker), scheepsbouw en maakindustrie. Groeien, maar liever niet te hard Carrière Uitzendbureau staat met een omzet in 2024 van € 307,5 miljoen op de 20e plek in de FlexNieuws Top 100. En de doelstelling voor 2030 staat nog altijd. Maar niet ten koste van alles, zegt Bagcan. “We willen niet dat doel van € 600 miljoen bereiken en dan omkijken en zien dat we een ravage hebben achtergelaten. Dit doel hebben we gesteld om een richting te bepalen.” “De kneiterharde omzetgroei van 38% van afgelopen jaar hoeft van mij niet per se. Ik heb liever een groei van 20% per jaar. Dat is beter te managen.” Bagcan waakt ervoor dat de cultuur niet onder de groei lijdt. “De groeit moet niet te koste gaan van onze mensen. Hun loyaliteit en betrokkenheid is zo groot dat ze ook 70 uur zullen werken als het moet, maar het is onze verantwoordelijkheid hen tegen zichzelf te beschermen.” En als je te hard groeit ontstaat er volgens hem en ‘gap’ tussen organisatie en de mensen. “Je moet mensen de ruimte geven om de groei te adapteren. Als je de cultuur wil behouden moeten zij kunnen meegroeien met de organisatie.” Lees ook: FlexNieuws Top 100 event: ‘Weg met de CFO, tijd voor de Chief Value Officer’ Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Carrière Uitzendbureau, FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor Hurriyet Bagcan (Carrière Uitzendbureau): “Cultuur bepaalt voor 80% het succes van je bedrijf”
Kabinet pakt sluiproute aan: strengere regels voor gedetacheerde derdelanders Geplaatst 1 juli 2025 door Redactie FlexNieuws Het kabinet scherpt de regels aan voor werknemers van buiten de EU die via een omweg in Nederland aan het werk gaan. Minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil een einde maken aan sluiproutes waarbij gedetacheerde derdelanders via een werk- en verblijfsvergunning uit een ander Europees land toch in Nederland werken. “We maken een einde aan het verdienmodel waarbij werkgevers onrechtmatig werknemers van buiten de EU inzetten,” zegt Van Hijum in een brief aan de Tweede Kamer. “Dat leidt tot oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden, gebrekkige bescherming van werknemers en het omzeilen van Nederlandse regels.” Sluiproute via andere EU-landen Derdelanders (mensen van buiten de EU) mogen alleen in de EU werken met een geldige werk- en verblijfsvergunning. Nederland is hierin terughoudend, maar andere EU-landen zijn soepeler met het afgeven van een werk- en verblijfsvergunning. Daardoor komt het voor dat iemand met bijvoorbeeld de Wit-Russische nationaliteit via een Pools of Litouws uitzendbureau in Nederland aan de slag gaat, zonder dat hij of zij daadwerkelijk in het land van de vergunning heeft gewerkt. In 2024 kwamen volgens minstens 27.304 derdelanders op deze manier naar Nederland. Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk hoger, omdat niet alle bedrijven dit melden. Lees ook: Adviesraad Migratie pleit voor afsluiten populaire sluiproute voor arbeidsmigratie van buiten de EU Strengere toelatingseisen De Europese regels zijn op dit punt vaag. Zo is niet duidelijk hoe lang iemand in het ‘zendende’ land moet hebben gewerkt voordat hij in een ander EU-land mag werken. Het kabinet ziet in de Nederlandse wet ruimte om hier striktere voorwaarden aan te stellen. Bijvoorbeeld om mensen pas in Nederland te laten werken nadat ze bijvoorbeeld drie maanden hebben gewerkt in het land waarvoor de vergunning is gegeven. Ook wil het kabinet dat de werk- en verblijfsvergunning van de derdelander aansluit bij het werk dat in Nederland wordt verricht. Zo moet bijvoorbeeld een Portugese vergunning voor werk in de zorg niet meer gebruikt kunnen worden om iemand via een Cypriotisch bedrijf in een Nederlandse slachterij te laten werken. Het kabinet onderzoekt momenteel of en hoe de Europese regels zulke aanpassingen toestaan. Minister van Hijum heeft in februari daarnaast, samen met zeven andere landen, de Europese Commissie gevraagd om een verduidelijking van de Europese regels. Lees ook: Evert Hondema: Handhaving A1-route voor derdelanders mag wel tandje scherper Betere bescherming van werknemers De aangescherpte regels moeten niet alleen misbruik tegengaan, maar ook de positie van deze werknemers verbeteren. Derdelanders zijn extra kwetsbaar voor misstanden zoals onderbetaling, slechte werkomstandigheden en in ernstige gevallen arbeidsuitbuiting. Minister Van Hijum kondigt daarom ook aanvullende maatregelen aan, zoals betere voorlichting en hulp bij juridische procedures. Strakkere regelgeving geeft werkgevers duidelijkheid over hun verantwoordelijkheden en biedt de Nederlandse Arbeidsinspectie meer handvatten voor handhaving. Al in maart 2024 waarschuwde de Adviesraad Migratie voor de zogeheten sluiproute waarbij arbeidsmigranten van buiten de EU via andere lidstaten, met name Litouwen, Polen of Slovenië, in Nederland terechtkomen. In hun rapport ’Geen Derderangsburgers’ constateerden zij dat in 2022 bijna 90.000 arbeidsmigranten via buitenlandse (uitzend)bedrijven in Nederland werkten, waarvan circa 22.500 afkomstig waren uit landen buiten de EU. Met deze constructie omzeilen werkgevers Nederlandse sociale premies en cao-regels, wat de positie van deze kwetsbare groepen ernstig verzwakt. Handhaving en boetes Recente zaken tonen aan dat deze sluiproutes niet ongezien blijven. In juni 2025 legde de Arbeidsinspectie boetes op van in totaal ruim €175.000 aan een Poolse ondernemer en drie Nederlandse agrarische bedrijven, omdat er sprake was van illegale inzet van minimaal 26 derdelanders die via deze constructie vrijwel meteen naar Nederland werden overgebracht, zonder substantieel werk in Polen te doen. Lees ook: Boetes voor illegale arbeid via schijnconstructie met uitzendbureau Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags A1 regeling, Derdelanders, illegale tewerkstelling, sluiproute | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet pakt sluiproute aan: strengere regels voor gedetacheerde derdelanders