Advocaat Maarten Tanja: “De flexbranche heeft grote maatschappelijke waarde” Geplaatst 21 juli 2025 door Claartje Vogel Tanja vertelt dat hij als rechtenstudent toevallig in de flexbranche terechtkwam. Hij werkte eerst op het hoofdkantoor van uitzendbureau Tempo-Team en kwam vervolgens via Manpower op de helpdesk van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). “Ik begon als uitzendkracht met het overtikken van enquêteresultaten.” Vervolgens werkte ik op de debiteurenafdeling, juridische zaken en de helpdesk. En toen kwam er een beleidsfunctie voorbij. Dat klinkt misschien saai voor de gemiddelde jonge rechtenstudent, maar ik werd er enthousiast van. Het was verschrikkelijk leerzaam.” In 2006 werd hij advocaat en combineerde hij twee banen. Terwijl hij zich bij Köster Advocaten bezighield met algemene advocatuur, zette hij ondertussen een speciaal juridisch adviesbureau op voor leden van de uitzendbond: ABU Legal. Uiteindelijk besloot hij zich volledig te focussen op de flexbranche. Hij werkt nu uitsluitend voor intermediairs op de arbeidsmarkt. “Ik zit altijd aan één kant van de tafel”, vertelt hij. “Wij werken voor de intermediair, nooit voor de inlener of de werknemer.” Positieve impact en complexe materie Wat maakt werken voor de flexbranche zo interessant? “De flexbranche heeft grote maatschappelijke waarde”, zegt Tanja. “De meeste uitzendbureaus hebben het beste voor met mensen. Zij maken positieve impact. In mijn tijd bij de ABU leerde ik al veel mooie bureaus kennen die bijvoorbeeld mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk hielpen.” Bovendien is zijn werk belangrijk voor zijn cliënten. “Wet- en regelgeving zijn nooit van ondergeschikt belang voor intermediairs. Het is complexe materie waarover zij zelf adviseurs zijn voor hun klanten.” Driehoeksverhoudingen wijken opvallend af binnen het arbeidsrecht, vertelt hij. “Het ingewikkelde is dat er twee werkgevers zijn met invloed op de arbeidsrelatie: de uitzender en de inlener. Maar wie heeft nou welke verantwoordelijkheid? Veel mensen hebben daar een mening over en er wordt al jaren over gedebatteerd in binnen- en buitenland. Dat is voor mij razend interessant.” 25 jaar wetgeving in de flexbranche De afgelopen 25 jaar zag hij een hele hoop ontwikkelingen in wet- en regelgeving. “Toen ik net begon, werd er nog veel geprocedeerd over de rechten van uitzendkrachten”, vertelt hij. “Eind jaren ‘90 veranderde dat. In 1998 werd de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) ingevoerd om de rechten van werknemers te waarborgen. En in 1999 trad de wet flexibiliteit en zekerheid in werking. Daarmee werd een uitzendbureau een officiële werkgever en kregen uitzendkrachten arbeidsrechtelijke bescherming.” Maar die wetgeving ging nog niet zo ver als nu. “Zo staat de inlenersbeloning pas sinds 2004 in de uitzend-CAO”, vertelt Tanja. Die regel is erop gericht dat uitzendkrachten hetzelfde salaris ontvangen als de overige personeelsleden van de inlener. “Gelijke beloning is in de huidige Uitzend-cao verplicht vanaf de eerste werkdag, de voorwaarden zijn vastgelegd op tien punten”, zegt de advocaat. “Maar voor wie gelden die regels? Dat stond vaak ter discussie. De reikwijdte van de cao en de StiPP-regeling was groter dan traditionele uitzendwerkers zoals aspergestekers in het Westland. Deze regels gelden ook voor professionals in IT, zorg en finance, maar dat was niet altijd helder. Door de jaren heen hakten politici en rechters hier belangrijke knopen over door.” Complexiteit blijft toenemen En het is nog lang niet afgelopen met de ontwikkelingen in wet- en regelgeving. “De complexiteit blijft toenemen, vooral de komende jaren”, zegt Tanja. “De veranderingen en de blijvende krappe arbeidsmarkt dwingen intermediairs om hun werkwijzen aan te passen.” Lees ook: FlexNieuws Top 100 event: ‘Weg met de CFO, tijd voor de Chief Value Officer’ Een van de meest invloedrijke recente wijzigingen is de afschaffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid op 1 januari 2025, vertelt de advocaat. De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt vanaf nu weer volledig gehandhaafd. Wetgeving biedt kansen voor bemiddelaars “Werkgevers zijn zich er nu meer bewust van dat zij problemen met de Belastingdienst krijgen als ze zzp’ers niet op de juiste manier inhuren”, zegt hij. “Dit biedt kansen voor detacheerders en uitzendbureaus. Zij kunnen profiteren door zzp’ers te verleiden bij hen in loondienst te komen. Via detachering kunnen zzp’ers bij meerdere opdrachtgevers blijven werken, afwisselend werk doen en een hoger uurloon ontvangen dan in loondienst.” Hij ziet dat de verschuiving langzaam op gang komt in bepaalde branches, zoals de zorg. “Maar er zijn ook sectoren waar werkgevers nog afwachten en gewoon zzp’ers blijven inhuren”, zegt hij. “Er is dus nog genoeg tijd om je voor te bereiden. Daarbij is het allerbelangrijkste dat je jouw mensen probeert te binden met opleidingen en ontwikkeling, vooral in een krappe arbeidsmarkt. Dat is best een uitdaging, want door de aanpassing van de Waadi in 2023 zijn uitzendkrachten uiteindelijk altijd duurder dan vast personeel.” Voorstander van de WTTA Daarnaast is het wetsvoorstel Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) een belangrijke ontwikkeling. De WTTA introduceert een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Het doel van de WTTA is om misstanden in de uitzendbranche aan te pakken, zoals onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden. Inleners mogen alleen samenwerken met gecertificeerde uitzendbureaus, de Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving. “Ik ben een groot voorstander van de WTTA”, zegt Tanja. “Het mooie van dit wetsvoorstel is dat inleners aanzienlijke boetes kunnen krijgen als zij zaken doen met niet-toegelaten bureaus. Met goede handhaving zullen malafide bureaus de markt verlaten en andere bureaus beter de regels naleven.” Pakkans is nu klein Hij vertelt dat er op dit moment nog veel intermediairs zijn die de regels niet volledig naleven. “Ze houden zich bijvoorbeeld niet helemaal aan het uitzendregime en het recht op gelijke behandeling”, zegt hij. “Dat komt omdat de pakkans te klein is. Het komt voor over de hele linie, van uitzendkrachten in de horeca tot gespecialiseerde engineers. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie.” Maar dat wil niet zeggen dat uitzenders het niet goed willen doen, benadrukt Tanja. “Dat kan ik in elk geval zeggen over onze cliënten. Zij zijn ondernemers die hun zaken op een juiste en eerlijke manier proberen te regelen. Wij werken uit principe niet voor partijen die vragen om dingen te verbergen. Ondernemers die het beter willen doen, zijn welkom.” Duurzaam winst maken Hij merkt het vooral bij bedrijfsovernames. Tanja en zijn team ondersteunen bedrijven bij de voorbereiding van de verkoop van bedrijven. “Wij analyseren waar de pijnpunten liggen en lossen die op voor de verkoop”, vertelt hij. “Wij doen dat altijd objectief. Ook omdat de koper 8 van de 10 keer een van onze eigen klanten is. Als wij ons werk niet goed doen, schaadt dat uiteindelijk ieders belang: zowel de verkoper die we op dat moment bijstaan, als de koper voor wie we al eerder optraden.” Bij een overname is het vooral belangrijk dat het bedrijf winstgevend is op een houdbare manier, legt hij uit. “Winst maken door onderbetaling is dat niet. Als je de echte marktprijs gebruikt en je volledig aan wet- en regelgeving houdt, wat blijft er dan over van je bedrijfsmodel? Die vraag lossen wij op met onze klanten.” Dat doen ze via allerlei methodes. “We onderzoeken onder andere via steekproeven of werknemers voldoende overwerkvergoeding hebben ontvangen. We kijken naar structuren en de houdbaarheid van ingediende dossiers. Dit gedetailleerde werk doen we met veel plezier, in samenwerking met onze eigen M&A-sectie en andere advocatenkantoren.” Overleven? Je moet meer doen dan mensen verplaatsen Hoe ziet de toekomst van de flexbranche eruit? “Er komt veel nieuwe wetgeving op intermediairs af, zoals de WTTA, de nieuwe Uitzend-cao, de Wet Meer zekerheid flexwerkers en eventuele nieuwe regels rondom zzp’ers”, vertelt Tanja. “Die nieuwe regels hebben gevolgen voor bureaus. Ten eerste moeten zij specialist worden in arbeidsrecht en klanten kunnen uitleggen hoe de regels werken. Compliance is namelijk waarom zij met jou samenwerken, los van je vaardigheden in werving.” De regels hebben meer gevolgen. “Door wetten omtrent gelijke beloning verdwijnt het traditionele verkoopargument van kostenbesparing bijna volledig”, benadrukt hij. “Ondernemingen moeten hun toegevoegde waarde op andere manieren laten zien. Intermediairs die enkel focussen op het verplaatsen van mensen zonder hen verder te ontwikkelen, gaan het niet redden.” Bijdragen aan arbeidsmarktmobiliteit Ondanks de stijgende kosten en de krappe arbeidsmarkt ziet hij volop kansen voor ondernemers in de flexbranche. Volgens hem zouden bureaus zich vooral moeten richten op opleiding en ontwikkeling van kandidaten. “Dit is cruciaal voor binding en de plaatsbaarheid van werknemers”, zegt hij. “Krapte in de arbeidsmarkt is nooit overal tegelijk. Uitzenders kunnen bijdragen aan de sectorale en intersectorale mobiliteit van werknemers.” Hij ziet al veel mooie voorbeelden. “Denk aan detacheerders die starters helpen om de arbeidsmarkt op te komen of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden naar reguliere banen”, vertelt hij. “Zij nemen drempels weg, bijvoorbeeld door te investeren in iemand die buschauffeur wil worden maar geen groot rijbewijs heeft. Er zijn ook uitzendbureaus die zich volop inzetten voor sociale begeleiding van arbeidsmigranten. En detacheerders die zich richten op ontwikkeling en opleiding, zodat bijvoorbeeld IT-professionals de beste kunnen worden in hun vak.” Tanja is na 25 jaar nog steeds even enthousiast over de flexbranche als toen hij begon, omdat hij ziet hoeveel waarde deze branche toevoegt aan de maatschappij. “Ik werk graag met mooie bedrijven die zich met hart en ziel inzetten voor passend werk.” Geplaatst in In de wet | Tags ABU, arbeidsrecht, flexmarkt, Koster, Maarten Tanja, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Advocaat Maarten Tanja: “De flexbranche heeft grote maatschappelijke waarde”
FNV schort staking voor nieuwe uitzend-cao op. ABU: ‘Er is al een nieuwe cao’ Geplaatst 18 juli 2025 door Redactie FlexNieuws Een aangekondigde landelijke staking van uitzendkrachten wordt opgeschort. Dat meldt vakbond FNV. De vakbond benadrukt dat nieuwe acties niet uit te sluiten. FNV voert actie om tot nieuwe cao-afspraken te komen. Werkgeversorganisatie ABU reageert met de mededeling dat er al een nieuwe cao er al ligt. Tijdens eerdere FNV-acties hebben uitzendkrachten het werk neergelegd bij verschillende distributiecentra verspreid. Ook voerden zij actie bij het hoofdkantoor van de ABU. Volgens de bond hebben in totaal zo’n 300 uitzendkrachten van onder andere OTTO, Carrière, Covebo en Tempo-Team aan de acties deelgenomen. Gelijk loon FNV eist dat de onlangs afgesloten cao tussen vakbond LBV en de werkgeversorganisaties ABU en NBBU van tafel gaat. “Hetzelfde werk, hetzelfde loon en dezelfde zekerheden als vaste krachten. En we geven niet op voordat dat geregeld is,” zegt stakingsleider Paulina Nietupska. Een belangrijk pijnpunt voor de FNV is dat in de nieuwe cao uitzendbureaus volgens hen “vrij spel” krijgen om zelf te bepalen welke arbeidsvoorwaarden ze aanbieden, zolang die in totaliteit ‘gelijkwaardig’ zijn aan die van vaste collega’s. “Maar nergens is vastgelegd hoe dat moet worden berekend of gecontroleerd. Zo ontstaat willekeur,” aldus de FNV. Volgens de ABU geeft FNV een onjuiste voorstelling van zaken. “In de nieuwe cao krijgen uitzendkrachten juist een sterkere en zekerder positie. Onder de streep is er geen verschil meer in de arbeidsvoorwaarden van een uitzendkracht en een medewerker in dienst van de inlener.” De ABU zegt het stakingsrecht uiteraard te respecteren. “Maar wij vinden het onbegrijpelijk en zeer kwalijk dat FNV – over de hoofden van uitzendkrachten heen – actie voert voor doelen die al zijn bereikt. Zeker omdat FNV weigerde zelf aan tafel te komen tijdens de onderhandelingen,” aldus een woordvoerder van de ABU. Nieuwe acties? “Wij blijven ons focussen op zorgvuldige invoering van de cao,” zegt de ABU. De werkgeversorganisatie zegt de afgelopen maanden meerdere malen te hebben opgeroepen om in gesprek te gaan – maar wel over de cao die er nu ligt. De inzet van FNV is totaal anders. De bond wil een andere cao. Karin Heynsdijk, bestuurder FNV Flex: “Pas als de ABU en NBBU harde afspraken maken met de FNV over gelijke arbeidsvoorwaarden en volledige compensatie als gelijkheid niet kan, in een cao met draagvlak van uitzendkrachten, zullen de acties stoppen” Gesprek Een gesprek komt er nu dan toch. Eind augustus praten werkgevers, de FNV en andere vakbonden onder leiding van SER-voorzitter Kim Putters over de cao. Volgens FNV is dit een direct resultaat van de acties. De ABU laat weten het logisch te vinden dat het gesprek in SER-verband plaatsvindt. “De nieuwe cao geeft immers invulling aan wat de sociale partners – inclusief de vakbonden – in 2021 hebben afgesproken in het SER MLT, onder meer ook over het onderwerp gelijke beloning.” Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Reacties uitgeschakeld voor FNV schort staking voor nieuwe uitzend-cao op. ABU: ‘Er is al een nieuwe cao’
You name it, they frame it Geplaatst 18 juli 2025 door ABU De FNV brengt het als een overwinning: het opschorten van stakingen van uitzendkrachten. Maar hun frame blijft: de uitzendkracht is de dupe. Terwijl de feiten anders liggen. De cao die vanaf 1 januari 2026 ingaat, geeft uitzendkrachten juist méér zekerheid. Onder de streep is er geen verschil meer in de arbeidsvoorwaarden tussen een uitzendkracht en een medewerker in vaste dienst. Dat is geen belofte, dat is afgesproken. In 2021. In SER-verband, dus ook met FNV. Maar FNV blijft een ander verhaal vertellen. Over achterstelling, over strijd, over onrecht. En dat terwijl ze zélf hun handtekening hebben gezet onder het SER-advies uit 2021, waarin we met elkaar gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten afspraken. Precies waar de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten op is gebaseerd. Tijdens de onderhandelingen was FNV uiteraard welkom. Maar ze kwamen niet opdagen. Stelden voorwaarden vooraf, die overleg onmogelijk maakten. En nu eisen ze wat er al is afgesproken. You name it, they frame it denk ik dan. De ABU en zijn leden blijven zich inzetten voor wat écht telt: goede afspraken die eerlijk zijn voor iedereen. Daarom voeren we deze cao zeer zorgvuldig in. Niet met grote woorden, maar met concreet resultaat. Als je niet oplet winnen woorden van feiten. En dat laten we niet gebeuren. Sieto de Leeuw Voorzitter ABU Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor You name it, they frame it
ManpowerGroup Nederland in Q2 weer iets minder gekrompen Geplaatst 18 juli 2025 door Wim Davidse Vorige week kwam de Page Group al met z’n (toch wat tegenvallende) kwartaalcijfers, maar die groep is voor zowat driekwart een recruitment company en veel minder een temp staffing company. ManpowerGroup is dus de eerste echte temp staffing company met kwartaalcijfers. Wereldwijd zag de groep de omzet in het tweede kwartaal met -1% ten opzichte van vorig jaar afnemen, naar 4,5 miljard US dollar, ofwel zo’n 3,9 miljard euro (na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). Die omzetkrimp valt wederom een beetje mee, nadat de omzet in het eerste kwartaal met -2% was gekrompen en in april de verwachting was uitgesproken dat de krimp in het tweede kwartaal ergens tussen -1 en -5% zou uitkomen. De brutomarge van het totale concern zakte naar 16,9% van de omzet en de winstmarge (voor rente, belastingen en afschrijvingen) zakte naar een lage 2,0% van de omzet. De aandelenbeurs reageerde bij opening enthousiast, en zette het aandeel ManpowerGroup (MAN) 8% hoger, terwijl de beurs (S&P 500) met een minimaal plusje van +0,2% van start ging. De daling van de brutomarge kwam volledig voor rekening van Experis (professionals, -14%); bij Manpower (de operating unit die zich richt op uitzenden) stabiliseerde de omvang van de brutomarge, en dat gold ook voor Talent Solutions (RPO, MSP en Talentontwikkeling). Manpower is goed voor 62% van de totale bruto marge van de groep, Experis voor 22% en Talent Solutions voor 16%. Daarmee is uitzenden toch weer wat belangrijker geworden voor de groep – een jaar geleden was de verhouding namelijk nog 59% – 24% – 17%. De drie divisies realiseren hun omzet in een breed scala van sectoren; de verhoudingen daartussen veranderen eigenlijk nauwelijks of niet in de loop van de opeenvolgende kwartalen. Jonas Prising, CEO en voorzitter van de board of directors van ManpowerGroup: “In de loop van het kwartaal hebben we sterke vooruitgang geboekt bij het uitvoeren van onze plannen om te diversifiëren, digitaliseren en innoveren – met een focus op het uitbreiden van onze rol als strategische arbeidsmarktpartner voor onze klanten nu de technologische transformatie versnelt. Hoewel de vraag in onze wereldwijde markten wisselend blijft omdat werkgevers zich aanpassen aan economische en geopolitieke onzekerheid, zien we de eerste positieve signalen van stabilisatie in de VS en delen van Europa [ wat best een ander beeld is dan vorige week door Page Group werd geschetst, red. ]. We blijven ons richten op het vergroten van ons marktaandeel terwijl we verdere aanpassingen doen aan onze kostenbasis. Onze voortdurende investeringen in het versterken van onze digitale kern om AI-adoptie te versnellen, zorgen ervoor dat we goed gepositioneerd zijn om verdere vooruitgang te boeken en in de komende kwartalen nog meer waarde te bieden aan klanten en kandidaten.” Noord-Europa krimpt hard, Latijns-Amerika en Azië groeien lekker ManpowerGroup Zuid-Europa is met 47% van de totale mondiale omzet veruit de belangrijkste regio voor de groep. Daarbinnen is Frankrijk met 53% van de regio-omzet (dus 25% van de hele groep) enorm belangrijk voor het concern. In Frankrijk daalde de omzet van ManpowerGroup met -6% (dat was nog -8% in het eerste kwartaal), in de hele regio kromp de omzet met nog maar -2% (-4% in het vorige kwartaal). ManpowerGroup Noord-Europa (nog goed voor 18% van de omzet van de totale groep) zag de omzet dalen met een stevige -10% (was zelfs nog -14% in het eerste kwartaal). Vooral in Scandinavië (-9%), het Verenigd Koninkrijk (-13%) en Duitsland (een fikse -22%, na zelfs -26% in het eerste kwartaal) kreeg de groep klappen. Met de winstgevendheid van deze regio, waar ook Nederland in valt, gaat het na paar jaar vol verliezen nog steeds niet goed: in dit kwartaal was de zo door de groep genoemde Operating Unit Profit (OUP) margin -0,8% van de omzet – weer verlies dus. In de VS kromp de omzet met -3%, in Canada met -6%, maar in Latijns-Amerika groeide de omzet stevig met +17%. In de APME-regio (Asia, Pacific and Middle East) was er ook een mooie omzetgroei: +8%, vooral dankzij Japan (+7%) en India (+12%). De APME-regio leverde met een OUP-marge van 5,3% ook veruit het beste rendement. Toch weer wat kleinere omzetkrimp in Nederland Nederland is goed voor 12% van de omzet van de ManpowerGroup Noord-Europa, dat komt neer op een groepsomzet in ons land van zo’n 82 miljoen euro in het tweede kwartaal. In ons land is de groepsomzet in het tweede kwartaal met -4% gekrompen ten opzichte van een jaar geleden; alleen België deed het in de regio (veel) beter, met +2% omzetgroei. Daarmee lijkt de ontwikkeling in het eerste kwartaal (ManpowerGroup Nederland realiseerde toen ineens weer een flinke omzetkrimp van -7%, nadat het jaar 2024 met -3% best redelijk was geweest) alweer gekeerd. Daarmee bleef de groep wel achter bij de omzetontwikkeling in de ABU Marktmonitor: die liet in de periode 5 en 6 (grofweg mei en juni) weer groei zien, de omzet in het tweede kwartaal groeide met +1,9%. Verwachtingen De omzet-outlook voor het derde kwartaal is beter dan de omzet-realisatie in het tweede kwartaal: voor het hele concern wordt door de ManpowerGroup gerekend op ergens tussen -2% krimp en +2% groei, en voor Noord-Europa op ergens tussen de -3 en -7%. Marge en winst als percentage van de omzet blijven ongeveer gelijk. Geplaatst in In de branche | Tags ManpowerGroup, Wim Davidse | Reacties uitgeschakeld voor ManpowerGroup Nederland in Q2 weer iets minder gekrompen
Analyse premies Werkhervattingskas 2026 Geplaatst 17 juli 2025 door Henk Geurtsen Naast de feitelijke premie is het natuurlijk ook interessant om te kijken wat de ontwikkelingen zijn van de Whk-premie in de diverse sectoren, want dit geeft informatie over hoe de kostprijs van uitzendkrachten zich ontwikkelt ten opzichte van de kosten van eigen medewerkers bij inleners. De ontwikkeling van de Whk-premie in de diverse sectoren is als volgt: Stijging t.o.v. 2025 63 Daling t.o.v. 2025 4 Gelijkblijvende premie 0 Uitzendbureaus De Whk-premie sector 52 stijgt in 2026 met 0,72% ten opzichte van 2025. Hoe verhoudt zich dat tot andere sectoren? Premieontwikkeling 2026 gunstiger dan sector 52 62 Premieontwikkeling 2026 ongunstiger dan sector 52 4 Premieontwikkeling 2026 gelijk aan sector 52 0 Dit betekent dat de Whk-premie in sector 52 een van de allergrootste stijgingen kent van alle sectoren in Nederland. In 2025 was dat beeld totaal anders, toen kende sector 52 de allergrootste daling ten opzichte van alle andere sectoren. Gemiddeld over alle sectoren stijgt de Whk premie in 2026 van 1,6% naar 1,91%. Dit betekent dat de premie voor sector 52 zich met een stijging van 0,72% in 2026 ongunstig ontwikkelt ten opzichte van de overige sectoren. De ZW-flex premie in sector 52 stijgt met 0,48% (van 3,23% naar 3,71%). Voor 2026 geen goed nieuws voor de uitzendbureaus met een hoog ziekteverzuim: de maximale premie voor de ZW-flex stijgt van 5,65% naar 6,49%, dus 0,84 procentpunt. Dit is belangrijk bij de keuze tussen eigenrisicodragerschap voor de ZW, of het publieke bestel (dus via het UWV). De maximale premie heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld: 2022 10,39% 2023 8,27% 2024 7,22% 2025 5,65% 2026 6,49% Dit betekent een kostenstijging voor de uitzendbureaus met een hoog ziekteverzuim. Voor uitzendbureaus met een relatief laag ziekteverzuim wordt het in 2026 aantrekkelijker om eigenrisicodrager te worden (of blijven) dan dat het is op basis van de premiepercentages over 2025. Bij vragen over dit onderwerp, kan Experts in Flex adviseren. Payrollbedrijven De Whk-premie sector 45 stijgt in 2026 met 0,24% ten opzichte van 2025. Hoe verhoudt zich dat tot andere sectoren? Premieontwikkeling 2025 gunstiger dan sector 45 26 Premieontwikkeling 2025 ongunstiger dan sector 45 38 Premieontwikkeling 2025 gelijk aan sector 45 2 Voor de payrollbedrijven ontwikkelt de Whk-premie zich in 2026 als “redelijk goed” ten opzichte van de meeste andere sectoren. De totale analyse is gratis te downloaden op de website van Experts in Flex Geplaatst in In de branche | Tags werkhervattingskas | Reacties uitgeschakeld voor Analyse premies Werkhervattingskas 2026