Wet DBA: “Werkgevers moeten nu uit wachtstand om straks kostbare naheffingen te voorkomen” Geplaatst 3 april 2025 door Gastblogger De Wet DBA is bedoeld om zogeheten ‘schijnzelfstandigheid’ bij zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) te voorkomen. Volgens die wet zijn werkgever en zzp’er samen verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie. Werk je als zzp’er maar voldoe je niet aan de voorwaarden voor het uitvoeren van een zelfstandige opdracht, dan heet dat schijnzelfstandigheid. Hoewel de wet al in 2016 is aangenomen, gaat de Belastingdienst daar pas dit jaar strenger op toezien. Zo kan een opdrachtgever na een boekenonderzoek door één van de 80 speciaal aangestelde inspecteurs, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 een naheffing krijgen. En dat oplopen tot wel 150.000 euro per zzp’er per jaar. Onzekerheid bij werkgevers Zo’n 63% van de ondervraagde werkgevers geeft in het onderzoek van Randstad aan voldoende op de hoogte te zijn van de handhaving van de Wet DBA. “Een bemoedigend percentage”, vindt Jan van Helden. Al constateert hij tegelijkertijd dat maar liefst 37% dus niet of nog onvoldoende op de hoogte is. Daarnaast denkt een kwart van de ondervraagden dat het wel los zal lopen met die controles van de Belastingdienst: “Tegen deze groep werkgevers zeg ik: ga uit de wachtstand en zorg dat je je kennis van de Wet DBA snel vergroot: een naheffing kan voor jullie flink in de papieren lopen.” Om te bepalen of hun zzp’ers binnen de door de overheid gestelde kaders vallen, kiezen werkgevers vooral de websites van de overheid (41%), adviezen van experts (33%) en adviezen van arbeidsbemiddelaars zoals Randstad (30%). En hoewel men in eerste instantie zelf graag zaken regelt, bijvoorbeeld via de modelovereenkomsten van de Belastingdienst of interne juristen, kan het vaststellen van die kaders best lastig zijn. Van Helden: “Nog steeds kun je hetzelfde zzp-werk doen als je collega en kan de één als schijnzelfstandige worden gezien en de ander als ondernemer. De recente uitspraak van de Hoge Raad rond de Uber-zzp’ers benadrukt dat je niet hele groepen tegelijk kunt beoordelen. Wij zien dan ook dat steeds meer dat bedrijven toch gaan twijfelen en bij ons aankloppen. Ze willen dat we niet alleen zzp‘ers leveren maar willen ook sluitend advies over wel/geen schijnzelfstandigheid én de garantie dat ze straks geen naheffingen krijgen. Wij nemen daarin van de werkgever desgewenst de verantwoordelijkheid over, met uitvoering van onze beheersmaatregelen.” Pas op voor schijnzekerheid Van Helden merkt dat er nu nieuwe bureaus op de markt komen die ‘volledige vrijwaring’ bieden aan opdrachtgevers van zzp’ers. “Wees daarin wel voorzichtig: voert deze intermediair deugdelijk beleid middels beheersmaatregelen, en heeft zo’n intermediair wel de financiële draagkracht om onverhoopte naheffingen voor eigen rekening te nemen? Zo niet, dan klopt de Belastingdienst alsnog bij jou als opdrachtgever aan in het kader van de WKA, de Wet KetenAansprakelijkheid: ik noem dat soort beloftes schijnzekerheid.” Geen duidelijke daling Een andere uitkomst van het onderzoek is dat 44% van de ondervraagde werkgevers meldt dat onder invloed van de Wet DBA een daling van het aantal zzp-aanstellingen is gesignaleerd. En dat men verwacht dat die daling ook komend jaar zal doorzetten. Een interessante uitkomst volgens Van Helden: “Ook de pers maakte recent al melding van die afname. Maar dat de aangekondigde maatregelen van de overheid nu al leiden tot een flinke afname van het aantal zzp’ers, zie ik in algemene zin niet terug in onze cijfers. Wel is er een lichte daling in zorg, horeca en de bouw. Maar wat daar mogelijk meespeelt is dat voor die groepen de financiële impact van zzp naar een andere contractvorm gemiddeld genomen minder groot is. De antwoorden lijken hier wel wat meer ingegeven te zijn vanuit een gevoel dan op basis van feiten, sociaal wenselijk wellicht. Ruim 49% waardeert het zzp-contract overigens onverminderd hoog vanwege de flexibiliteit. Ook heeft men de verwachting te maken te krijgen met meer administratieve lasten. Daar spreekt vooral bezorgdheid uit. En mocht dat laatste het geval zijn dan kan een arbeidsbemiddelaar daarin natuurlijk ook ontzorgen. En dan zie je dat onze rol nu al breder is: naast uitzendbureau worden we ook steeds vaker erkend als advies- en consultingbureau.” Vrijheid en autonomie Van Helden heeft ook nog een advies voor onze overheid: “Realiseer je dat iemand niet zomaar zzp’er wordt. Dat is meestal een bewuste keuze voor vrijheid en autonomie. Het is echt niet vanzelfsprekend dat een zzp’er zal overstappen naar bijvoorbeeld een vast contract. Ik zeg: betrek de werknemers in deze discussie. Is de zzp’er wel gehoord toen de Wet DBA destijds werd gemaakt? Luister wat meer naar hun motivaties: waarom kiezen zij voor een zzp-werkverband? Wetgever, werkgever én werkende moeten echt samen het gesprek aangaan over een arbeidsvorm die meer rekening houdt met de wensen van de zzp’er.” Lees ook: Handhaving Wet DBA: ‘de markt verkrampt, maar de echte zzp’er blijft’ Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags randstad, schijnzelfstandigheid, wet dba | Reacties uitgeschakeld voor Wet DBA: “Werkgevers moeten nu uit wachtstand om straks kostbare naheffingen te voorkomen”
YoungCapital reikt award uit voor Beste Werkgever voor Jong Talent Geplaatst 3 april 2025 door Redactie FlexNieuws Om een goede werkgever te zijn voor jongeren, is het noodzakelijk dat jongeren zichzelf kunnen zijn en mogelijkheden hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Op die manier bind je ze voor langere tijd aan je organisatie, vertelt Lauren van der Heijden, CEO van YoungCapital. “We zien gelukkig dat steeds meer bedrijven jong talent serieus nemen.” Toch is er nog een flinke kloof tussen wat jongeren willen en wat ze krijgen op de werkvloer. Zo is er vaak onbegrip tussen jonge werknemers en hun leidinggevenden, zijn sollicitatieprocedures regelmatig te lang en te onpersoonlijk. “En dan die hardnekkige stigma’s over ‘luie jongeren’. Onzin natuurlijk. Jongeren werken hard en we hebben ze keihard nodig, dus moeten we van dat achterhaalde en negatieve beeld af”, aldus Van der Heijden. Beste Werkgever voor Jong Talent Natuurlijk zijn er ook werkgevers waar het wel goed gaat. Dat blijkt uit de verkiezing van Beste Werkgever voor Jong Talent. Uitzendkrachten die aan het werk zijn via YoungCapital ontvangen elke maand een stelling over hun werkgever via de YoungCapital-app. “We vinden het erg belangrijk te weten wat er speelt bij onze flexkrachten en opdrachtgevers. Iedere maand een stelling werkt beter dan een lange enquête en zorgt voor een hoge respons.” De stellingen gingen over werkgeluk en tevredenheid, bijvoorbeeld over de sfeer, de leidinggevende, of er voldoende uitdaging is. Elke stelling werd beoordeeld met één tot vijf sterren. Het gemiddelde bepaalt de winnaar. Zo zijn er tientallen werkgevers beoordeeld. Voor de award zijn alleen werkgevers met een grotere groep uitzendkrachten meegenomen, om de anonimiteit en representativiteit te garanderen. Voor zowel de regio Noord-Nederland als Zuid-Nederland is een top 3 samengesteld. De bedrijven die hierin stonden scoorden allemaal boven de 4,5. Voor Noord-Nederland waren dat Action Service & Distributie, Eigen Haard en Stichting Portaal. Voor Zuid-Nederland Maxaro, Flanderijn en Slim met Energie. Uiteindelijk ging de award naar Action Service & Distributie en Maxaro. “Action scoorde maximaal op werksfeer, leidinggevende en autonomie. Jongeren voelen zich daar echt gewaardeerd”, vertelt Van der Heijden. “Maxaro biedt jonge talenten veel ontwikkelmogelijkheden en dat zie je terug in hun scores.” Ontwikkelmogelijkheden Winnaar Maxaro, badkamer- en tegelspecialist, werkt dagelijks met een grote groep flexkrachten, verspreid over hun vestigingen. “Bij Maxaro geloven we in de kracht van mensen”, zegt de directie. “Jonge krachten vormen een belangrijk onderdeel van onze organisatie en krijgen bij ons volop de ruimte om te groeien, te leren en hun dromen waar te maken.” Maxaro belooft jonge talenten vijf jaar voorsprong op de arbeidsmarkt. De organisatie gelooft in potentieel en biedt veel ruimte voor groei en eigen initiatief. “We investeren in mensen omdat we geloven dat je samen verder komt.” Lees ook: Meer jongeren werken, maar werkgever weet hen nauwelijks te behouden Voorkeur studenten voor ‘relevante’ bijbaan biedt kansen voor bedrijven Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags jong talent, jongeren, youngcapital | Reacties uitgeschakeld voor YoungCapital reikt award uit voor Beste Werkgever voor Jong Talent
Tussen schijnzelfstandigheid en schijnzekerheid: werkgevers moeten echt nu uit de wachtstand gaan om naheffingen te voorkomen. Geplaatst 3 april 2025 door Gastblogger De veelbesproken Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) moet een einde maken aan zogeheten ‘schijnzelfstandigheid’ van zzp’ers. Maar hoe wordt die wet door werkgevers ervaren en welke stappen nemen ze om straks kostbare naheffingen te voorkomen? Dat en meer vroegen we bij Randstad aan ruim 1000 beslissers op gebied van inhuur van personeel. De uitkomsten stellen me allerminst gerust: werkgevers moeten echt nu uit de wachtstand gaan om straks kostbare naheffingen te voorkomen. De Wet DBA is bedoeld om zogeheten ‘schijnzelfstandigheid’ bij zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) te voorkomen. Volgens die wet zijn werkgever en zzp’er samen verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie. Werk je als zzp’er maar voldoe je niet aan de voorwaarden voor het uitvoeren van een zelfstandige opdracht, dan heet dat schijnzelfstandigheid. Hoewel de wet al in 2016 is aangenomen, gaat de Belastingdienst daar pas dit jaar strenger op toezien. Zo kan een opdrachtgever na een boekenonderzoek door één van de 80 speciaal aangestelde inspecteurs, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 een naheffing krijgen. En vergis je niet: dat kan oplopen tot wel 150.000 euro per zzp’er per jaar. Onzekerheid bij werkgevers Zo’n 63% van de ondervraagde werkgevers geeft in het onderzoek van Randstad aan voldoende op de hoogte te zijn van de handhaving van de Wet DBA. Op het oog een bemoedigend percentage maar ik constateer tegelijkertijd dat maar liefst 37% dus niet of nog onvoldoende op de hoogte is. Daarnaast denkt een kwart van de ondervraagden dat het wel los zal lopen met die controles van de Belastingdienst. Tegen deze groep werkgevers zeg ik: ga uit de wachtstand en zorg dat je je kennis van de Wet DBA snel vergroot: een naheffing kan voor jullie flink in de papieren lopen. Om te bepalen of hun zzp’ers binnen de door de overheid gestelde kaders vallen, kiezen werkgevers vooral de websites van de overheid (41%), adviezen van experts (33%) en adviezen van arbeidsbemiddelaars zoals Randstad (30%). En hoewel men in eerste instantie zelf graag zaken regelt, bijvoorbeeld via de modelovereenkomsten van de Belastingdienst of interne juristen, is mijn ervaring dat het vaststellen van die kaders best lastig kan zijn. Nog steeds kun je hetzelfde zzp-werk doen als je collega en kan de één als schijnzelfstandige worden gezien en de ander als ondernemer. De recente uitspraak van de Hoge Raad rond de Uber-zzp’ers benadrukt dat je niet hele groepen tegelijk kunt beoordelen. Ik zie dan ook dat steeds meer dat bedrijven toch gaan twijfelen en bij ons aankloppen. Ze willen dat we niet alleen zzp‘ers leveren maar willen ook sluitend advies over wel/geen schijnzelfstandigheid én de garantie dat ze straks geen naheffingen krijgen. Wij nemen daarin van de werkgever desgewenst de verantwoordelijkheid over, met uitvoering van onze beheersmaatregelen. Pas op voor schijnzekerheid Interessant in dat geval is dat ik nu her en der nieuwe bureaus op de markt zie komen die ‘volledige vrijwaring’ bieden aan opdrachtgevers van zzp’ers. Mijn advies is daarin wel heel voorzichtig en zorgvuldig te zijn: voert deze intermediair deugdelijk beleid middels beheersmaatregelen en heeft zo’n intermediair wel de financiële draagkracht om onverhoopte naheffingen voor eigen rekening te nemen? Zo niet, dan klopt de Belastingdienst alsnog bij jou als opdrachtgever aan in het kader van de WKA, de Wet KetenAansprakelijkheid: ik noem dat soort beloftes dan ook ‘schijnzekerheid’. Geen duidelijke daling Een andere uitkomst van het onderzoek is dat 44% van de ondervraagde werkgevers meldt dat ze onder invloed van de Wet DBA een daling van het aantal zzp-aanstellingen hebben gesignaleerd. En dat men verwacht dat die daling ook komend jaar zal doorzetten. Ook de pers maakte recent al melding van die afname. Ik vind dat een heel interessante uitkomst, want ik zie in algemene zin in onze cijfers niet terug dat de aangekondigde maatregelen van de overheid nu al leiden tot een flinke afname van het aantal zzp’ers. Wel is er een lichte daling in zorg, horeca en de bouw. Maar wat daar mogelijk meespeelt is dat voor die groepen de financiële impact van zzp naar een andere contractvorm gemiddeld genomen minder groot is. De antwoorden lijken hier wel wat meer ingegeven te zijn vanuit een gevóel dan op basis van feiten, sociaal wenselijk wellicht. Ruim 49% waardeert het zzp-contract overigens nog onverminderd hoog vanwege de flexibiliteit. Ook heeft men de verwachting te maken te krijgen met meer administratieve lasten. Daar spreekt vooral bezorgdheid uit. En mocht dat laatste het geval zijn dan kan een arbeidsbemiddelaar daarin natuurlijk ook ontzorgen. En dan zie je dat onze rol nu al breder is: naast uitzendbureau worden we ook steeds vaker erkend als advies- en consultingbureau. Vrijheid en autonomie Ik heb tot slot nog een advies voor onze overheid: realiseer je dat iemand niet zomaar zzp’er wordt. Dat is meestal een bewuste keuze voor vrijheid en autonomie. Het is echt niet vanzelfsprekend dat een zzp’er zal overstappen naar bijvoorbeeld een vast contract. Ik zeg: betrek de werknemers in deze discussie. Is de zzp’er wel gehoord toen de Wet DBA destijds werd gemaakt? Luister wat meer naar hun motivaties: waarom kiezen zij voor een zzp-werkverband? Wetgever, werkgever én werkende moeten echt samen het gesprek aangaan over een arbeidsvorm die meer rekening houdt met de wensen van de zzp’er. Jan van Helden, operationeel directeur Randstad Professional|Yacht Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Tussen schijnzelfstandigheid en schijnzekerheid: werkgevers moeten echt nu uit de wachtstand gaan om naheffingen te voorkomen.
Laatste oproep: doe ook mee met de FlexNieuws TOP 100! Geplaatst 2 april 2025 door Redactie FlexNieuws De reacties stromen inmiddels binnen, dank aan al die snelle reageerders! Als je geen uitnodigingsemail hebt ontvangen en wel heel graag mee wil doen: meld je aan via redactie@flexnieuws.nl of via wim.davidse@zipmedia.nl In de loop van het voorjaar zullen we dan de FlexNieuws TOP 100 van 2025 presenteren, met overzichten, analyses, de snelste groeiers per specialisatie, verdieping en duiding, en interessante en inspirerende interviews met flex-ondernemers. Dat zullen we doen op onze website, en in een fraai vormgegeven boek. Om je alvast even aan op te warmen: hier vind je ons overzichtsartikel van de TOP 100 van vorig jaar, en ons complete rapport met overzichten, analyses, verdiepingen en interviews. Dus: wil je weten en laten zien waar je staat en hoe het met je gaat? Doe ook mee! Alvast dank voor jullie medewerking! Wim Davidse Hoofdredacteur FlexNieuws Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor Laatste oproep: doe ook mee met de FlexNieuws TOP 100!
De reikwijdte van de Wtta blijft breed, als het aan de minister ligt Geplaatst 2 april 2025 door Annet Maseland Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), dat een toelatingsstelsel regelt voor uitleners, regende het over en weer vriendelijke bedankjes. De minister dankte de kamer voor het mooie inhoudelijke debat en de Tweede Kamerleden de minister voor zijn harde werk aan een wet, waarvan “iedereen vindt dat hij er moet komen”, aldus Anne-Marijke Podt (D66). Reikwijdte Dat gezegd hebben, vielen er nog een paar plooien glad te strijken. De belangrijkste misschien wel: de reikwijdte. Daarover werden veel vragen gesteld. Onder het toelatingsstelsel vallen alle bedrijven die aan commerciële uitleen doen, ook bedrijven in sectoren waar misstanden nauwelijks spelen. De brede reikwijdte vormde eerder aanleiding voor kritiek vanuit de flexbranche. ‘Een sleepwet’, schreef Headfirst Group in een reactie op de internetconsultatie. Voor veel bonafide ondernemingen heeft de wet grote gevolgen, zoals extra kosten, administratieve lasten en regeldruk. Uitzonderingen Bij de behandeling kwamen uit de kamer dan ook diverse verzoeken om een uitzondering te maken. Het gaat dan om SW-bedrijven, bedrijven die BBL-trajecten verzorgen, de beveiligingsbranche en de topsport. André Flach (SGP) stelde voor het stelsel te beperken tot uitzendbureaus. “Bij de nog niet bestaande wet over het rechtsvermoeden rond zzp’ers kiezen we ook een uurtarief om een bepaalde groep af te bakenen. We weten ook dat hier de problematiek vooral zit bij arbeidsmigranten en niet zozeer bij de ingeleende of gedetacheerde IT-consultant. Waarom kan het daar wel en hier niet? We zadelen namelijk een heel aantal bedrijven onnodig op met deze nieuwe regeldruk.” De minister vindt dat geen goed idee. Zijn voorganger, minister Van Gennip, heeft al onderzocht of je de reikwijdte kunt beperken tot alleen uitzendbureaus. “Het wordt dan te gemakkelijk om het stelsel te ontduiken, bijvoorbeeld door een uitzendbureau te combineren met een ander bedrijf, waardoor de discussie ontstaat of je nog wel een uitzendbureau bent. De handhaving wordt dan heel erg lastig.” Van Hijum stelt bovendien dat de verplichtingen voor fatsoenlijke uitleners best te dragen zijn. “Het is goed als álle uitleners zich aan het normenkader gaan houden. Dat is een waarborg voor goed en fatsoenlijk omgaan met je personeel. De wet gaat vooral betekenis hebben voor al die bedrijven die het nu niet zo nauw nemen met de regels. Voor andere zal het certificaat betrekkelijk eenvoudig te halen zijn.” De minister ontraadt alle voorgestelde uitzonderingen en bepleit heel terughoudend om te gaan met uitzonderingen. Duidelijker criteria Van Hijum benadrukt dat het wetsvoorstel al ruimte biedt voor uitzonderingen. Het afwegingskader daarbij: als de belangen van de sector door de toelatingsplicht onevenredig worden geschaad in verhouding tot de doelen. Bij die belangenafweging worden alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen. Een grond kan zijn dat de sector reeds passende waarborgen kent voor de arbeidsvoorwaarden of de rechtspositie van de ter beschikking gestelde arbeidskrachten. Dat geldt ook voor het aandeel van arbeidsmigranten dat in een sector werkzaam is en het aandeel van arbeidskrachten met een loon op of net boven het minimumloon. Thierry Aartsen (VVD) betreurt dat om in aanmerking te komen voor een uitzondering je amendementen bij de wet moet indienen. Hij had liever een afwegingskader binnen de wet gezien. Ook Don Ceder (ChristenUnie) vraagt om een verduidelijking van de criteria in de wet. Ontheffing In een reactie op de behandeling op LinkedIn noemt de ABU sectorale uitzonderingen in de Wtta net als de minister onverstandig. “Binnen de wet is ruimte voor uitzonderingen, maar sectoren moeten daarvoor eerst de toets doorstaan. Het is niet passend om sectoren al bij voorbaat in de wet uit te zonderen.” “Wat niet aan bod komt tijdens het debat”, vervolgt de ABU, “maar wel relevant is in deze discussie, is dat er al een uitzondering bestaat in de vorm van een ontheffing voor uitleners die in geringe mate uitlenen. ‘Gering’ is gedefinieerd als minder dan 10 procent van de jaarlijkse totale omzet, met een maximum van 5 miljoen euro. Daarmee is de brede reikwijdte van de wet al beperkt.” BRP-registratie in normenkader In het wetsvoorstel is voor uitleners een zorgplicht opgenomen over correcte registratie van arbeidskrachten in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze zorgplicht bestaat uit een bevorderings- en vergewisplicht, plus de optie om zo nodig een meldplicht in te voeren. Een aantal kamerleden wil de zorgplicht toevoegen aan het normenkader van het toelatingsstelsel. D66 heeft daartoe een motie ingediend. De minister vindt het geen goed idee. “Het is voor de Arbeidsinspectie en voor gemeenten een lastig te controleren bepaling.” Daarmee zou ook de administratieve last rond de naleving van dat normenkader uitgebreid worden. En de uitzenders wil hij niet nog eens extra belasten. Wel gaat hij een aanwezigheidsmelding voor arbeidsmigranten onderzoeken. Dat wil hij eventueel uitbreiden met elementen van het Belgische systeem, waarbij je ook controleert of mensen zich daadwerkelijk inschrijven. “Maar de vraag is of je dat allemaal bij de uitzender moet neerleggen.” Pas als de registratie in de BRP niet verbetert, wil Van Hijum gaan denken aan opname in het toelatingsstelsel. “Die mogelijkheid zit gewoon in de wet, daar hoef je in principe de wet niet voor te wijzigen.” Kosten Thierry Aartsen (VVD) plaatst vraagtekens bij de oplopende kosten van de toelatende dienst, waarvan de ondernemingen de rekening krijgen gepresenteerd. Hij is bang voor een ‘monstermoloch’ en wil een plafond voor de leges opnemen in de wet. “Waar we begonnen met een door de minister geschat bedrag van €500, is het inmiddels tot het vijfvoudige opgelopen. Daarmee betalen mensen die nu het SNA-certificaat hebben bijna een factor tien meer dan wat op dit moment wordt geschat.” De kosten zijn met onzekerheid omgeven, geeft de minister toe. Toch vindt hij het geen goed idee om harde maximumbedragen in de wet op te nemen. Wel belooft hij elk jaar opnieuw transparantie in de opbouw van de kosten te geven. Hij wijst er ook op dat het de Kamer altijd vrij staat om, vanuit haar budgetrecht, door te vragen op die kosten en zo nodig een plafond aan te brengen. G-rekening In de Kamerbrief voorafgaand aan het debat ging de minister in op de wens om te komen tot een verplichte g-rekening voor alle uitzendbureaus. Verplichtstellen is een wens van het kabinet, maar op korte termijn niet haalbaar, stelt hij. De processen worden namelijk zowel bij de banken als bij de Belastingdienst grotendeels handmatig uitgevoerd. Het ministerie van Financiën heeft daarom een verkenner aangesteld die samen met de banken, het bedrijfsleven en de Belastingdienst onderzoekt of, onder welke voorwaarden en per wanneer verplichtstelling voor de g-rekening voor uitleners mogelijk zou kunnen zijn. De verkenner brengt hier tevens bij in kaart welke fiscale regelgeving eventueel moet worden gewijzigd om een aanpassing van het g-rekeningproces door het verplichtstellen van de g-rekening mogelijk te maken. Het is op dit moment de inschatting dat de verkenning in de tweede helft 2025 kan worden afgerond. Een punt van aandacht is de positie van buitenlandse uitzendondernemingen. Zij kunnen niet of moeilijker een zakelijke rekening, met daaraan gekoppeld, een g-rekening openen. Voor banken geldt ten aanzien van zakelijke klanten geen acceptatieplicht. Als gevolg van de aan hen opgelegde poortwachtersfunctie zijn banken terughoudend om voor buitenlandse partijen die zij niet kennen een zakelijke betaalrekening te openen. Buitenlandse uitzendondernemingen kunnen daardoor niet of met veel moeite een g-rekening openen. Voor buitenlandse uitzendondernemingen die aantoonbaar geen g-rekening hebben kunnen krijgen wordt in de verkenning naar een oplossing gezocht die even solide is. Discriminatie Een amendement van DENK om discriminatie toe te voegen als weigerings-, schorsings- of intrekkingsgrond wordt ontraden door de ministerie. “Is deze wet, die zich specifiek richt op de uitzendbranche, wel de beste plek daarvoor? Waarom zouden we daar niet een meer algemene aanpak voor kiezen, die eigenlijk voor alle bedrijven en organisaties geldt, in plaats van specifiek voor deze sector dit instrumentarium te hanteren? Het is een beetje buiten de reikwijdte van en de aanleiding voor de wet.” Hersteltermijn Van Aartsen kaart de herstelperiode aan die bedrijven krijgen als inspectie-instellingen fouten constateren. Hij is bang dat uitzenders in tijdnood komen als ze het rapport van de inspectie-instellingen pas laat onder ogen krijgen. “Moeten we niet regelen dat een inspectie-instelling minstens na – ik noem maar iets – 30 werkdagen dat rapport heeft opgeleverd aan de ondernemer omdat je anders in de knel komt met je herstelperiode?” Van Hijum is bereid dat punt op te pakken. “Ik zou me kunnen voorstellen dat we dit punt nog even met de inspectie-instellingen opnemen om te kijken of we die waarborg kunnen toevoegen.” Op dinsdag 8 april wordt de Wtta in stemming gebracht. Lees ook: Tweede Kamer plaatst veel mitsen en maren bij de Wtta Nieuw normenkader WTTA NBBU beantwoordt prangende vragen uit de branche over de WTTA Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Verplichte certificering, ga er nu al mee aan de slag’ Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags Basisregistratie Personen, BRP, toelatingsstelsel, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor De reikwijdte van de Wtta blijft breed, als het aan de minister ligt