De nieuwe CAO voor uitzendkrachten: een duivels dilemma Geplaatst 9 april 2025 door Marcel Reijmers Dezelfde beloning als doel In 2021 was een van de adviezen van de SER in het rapport ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’ (het MLT-advies) dat uitzendkrachten recht moesten krijgen op dezelfde beloning als eigen werknemers van de opdrachtgever. Daarna zijn er diverse uitspraken en arresten geweest die dit onderstreepten. Het Dosign-arrest gaf eind vorig jaar het laatste zetje. Als stok achter de deur is een dergelijke bepaling ook opgenomen in het wetsvoorstel Meer Zekerheid Flexwerkers. De opdracht en het doel zijn daarom helder, de weg ernaartoe helaas niet. Nieuwe wetten, de ene kant van het verhaal Kort gezegd gaat de discussie om het verschil tussen gelijke en gelijkwaardige beloning. Het eindresultaat in geld is hetzelfde, maar in de uitvoering is het totaal anders. Werkt een uitzendkracht maar bij één opdrachtgever dan is gelijke beloning te realiseren, want voor payrollmedewerkers werkt het al een aantal jaren net zo. Maar als er meer opdrachtgevers in het spel zijn, wordt het een puinhoop. Niet alleen om steeds opnieuw de arbeidsvoorwaarden vast te stellen, maar ook op de (controle van de) loonstrook. Gelijkwaardig is ook een uitdaging, maar met goede wil en (veel) inspanning nog wel te doen. De jurisprudentie, ook die uit Europa, geeft kaders: essentiële arbeidsvoorwaarden moeten gelijk zijn, niet-essentiële arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig. Er is weinig discussie tussen juristen dat eigenlijk alle arbeidsvoorwaarden essentieel zijn, behalve de pensioenregeling, die als niet-essentieel wordt gezien. Maar uit diezelfde jurisprudentie én het wetsvoorstel Meer Zekerheid Flexwerkers blijkt dat er wel ruimte is om in een CAO andere afspraken te maken over gelijk en gelijkwaardig. Logischerwijs hebben ABU en NBBU een sterke voorkeur voor gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, maar om dat te realiseren heb je dus een CAO nodig. Daarom zijn ze op zoek gegaan naar een vakbond die hieraan opbouwend kritisch mee zou willen werken en dat is de LBV geworden. Een pragmatische insteek van de werkgevers, die de kans op een nieuwe CAO waarschijnlijk vergroot. Er is ook een stevige tijdsdruk, want de implementatie van gelijke/gelijkwaardige beloning vergt forse aanpassingen in de processen en de software van de uitleners. En vergeet niet hoeveel inspanning het gaat kosten om alle informatie over de beloning te verzamelen bij de opdrachtgevers. Er wordt daarom ook hard gewerkt aan een branche-standaard en ik heb gehoord dat de papieren versie hiervan een formulier van 16 pagina’s is…. Nieuwe wetten, de andere kant van het verhaal Beloning is één element van het wetsvoorstel Meer Zekerheid Flexwerkers: die moet tenminste gelijkwaardig zijn. Een ander element is het bij wet vastleggen van het recht van uitzendbureaus om eerst 52 gewerkte weken onbeperkt contracten te geven en daarna 6 contracten voor bepaalde tijd in twee jaar. Precies wat we nu kennen als fase A/1+2 en B/3. Als vervolgens ook de WTTA ingaat, ligt er meteen een hoge lat voor de kwaliteit, want het normenkader is een combinatie van de huidige normen van SNA, SNF, PayOk en lidmaatschapsnormen van ABU en NBBU en elke uitlener in Nederland moet aan die normen voldoen. Héél kort door de bocht: wat voegt een CAO dan nog toe, behalve een nóg hogere lat en de daarmee gepaard gaande kosten en administratieve lasten? En wat zou je nog meer moeten afspreken, bovenop wat er wettelijk is geregeld? Dan kom je naar mijn mening al snel terecht bij afspraken om arbeidsmigranten (beter) te beschermen. De vraag is echter of nóg meer kosten en administratie niet de druppel zal zijn voor de leden die nu al zuchten en steunen onder bijv. het PKS, de maximale inhouding voor huur en het kwijtschelden van bepaalde schulden. Terwijl niet-leden zich relatief makkelijk en op een legale manier aan deze regels kunnen onttrekken zolang de CAO niet Algemeen Verbindend Verklaard (AVV) is. Het was de bedoeling dat de huidige CAO in januari AVV zou worden, maar vooral door het Dosign-arrest is dat niet gebeurd. Geen twijfel dat arbeidsmigranten bij leden van ABU en NBBU beter af zijn met een CAO. Maar de vraag is of de lusten daarvan nog langer opwegen tegen de (extra) lasten en in hoeverre dat wel wordt gezien en gewaardeerd door werknemers en opdrachtgevers. Dus met andere woorden: áls er een nieuwe CAO komt, is het noodzakelijk dat die AVV wordt, zodat álle uitleners die onder de werkingssfeer vallen, zich eraan moeten houden. De SNCU kan daarop dan ook weer gaan controleren. Voor een AVV heb je een representatieve vertegenwoordiging nodig. Het gaat dan om het aantal werknemers dat werkt bij de betrokken werkgeverspartijen. De ABU voldoet al sinds jaar en dag ruimschoots aan de grens van 60% vertegenwoordiging, dus de representativiteit zou bij een mogelijke cao tussen ABU en LBV geen probleem moeten vormen. En omdat de cao’s van de ABU en NBBU ongetwijfeld weer gelijkluidend zullen zijn, lijkt een gelijk speelveld in de totale branche mogelijk vanaf 2026. Ook omdat het voornemen bestaat over te gaan op de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden en daarmee ‘Dosign’ niet meer aan een AVV in de weg zou hoeven staan. . De andere bonden zouden vervolgens bezwaar kunnen maken tegen bepaalde bepalingen, bijv. tegen de gekozen invulling van de gelijke en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Of zo’n bezwaarprocedure succesvol wordt, valt te bezien, maar het werkt vertragend en zal zeker niet helpen de onderlinge relatie te verbeteren. Ziehier het duivelse, of op zijn minst heel lastige dilemma voor alle partijen. Het duivelse dilemma Aan de ene kant is er een CAO nodig om tot een werkbare pakketwaardering van arbeidsvoorwaarden te komen en vooralsnog wil alleen de LBV hierover meepraten. Aan de andere kant is een AVV nodig om voor een gelijk speelveld te zorgen. Hoewel er dus ook AVV mogelijk is zonder FNV, CNV en/of De Unie, is dat voor alle partijen een niet zo wenselijke uitkomst. Dat is een duivels dilemma voor FNV, CNV en De Unie. Want gaan ze in het belang van hun leden, maar eigenlijk van álle uitzendkrachten voor een CAO waarin ook aan (een deel van) hun eigen eisen is voldaan of houden ze krampachtig vast aan gelijke beloning en staan ze straks buiten spel? Ook ABU en NBBU zullen waarschijnlijk liever met alle bonden een nieuwe CAO sluiten, maar die zijn nu vooral gebaat bij een snel akkoord. Bij de werkgevers zit het dilemma meer op de lange termijn: hoe herstel je de totaal verziekte relatie en het vertrouwen in elkaar na dit korte termijn succes? Wat de uitkomst van dit dilemma wordt? Ik ben heel benieuwd, maar ik hoop dat FNV, CNV en De Unie over hun trots heenstappen en ook weer gaan onderhandelen, zodat er een breed gedragen nieuwe CAO komt, die ook snel en zonder discussie AVV wordt verklaard. Mocht die AVV onverhoopt toch niet mogelijk blijken, dan is geen CAO en wachten op de WTTA en de wet Meer Zekerheid Flexwerkers waarin heel veel is geregeld misschien een betere optie. Dan hebben uitleners weliswaar een nóg grotere uitdaging met de beloning van de uitzendkrachten (die moet dan op alle vlakken gelijk zijn) en hebben arbeidsmigranten minder bescherming, maar is er wel een gelijk speelveld. Het is dan wel nodig dat de CAO-partijen verlenging van de huidige CAO afspreken tot het moment dat die wetten er (eindelijk) zijn. Ik wens alle partijen veel sterkte en vooral wijsheid bij de onderhandelingen! (noot: bovenstaand artikel na eerste publicatie op enkele punten is aangepast). Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags ABU, cao, flexwerkers, NBBU | 2s Reacties
Per 1 juli 2025 stijgt het wettelijk minimumuurloon naar €14,40 Geplaatst 9 april 2025 door Redactie FlexNieuws Het minimumloon wordt per 1 juli 2025 geïndexeerd met 2,42 procent. Daarmee stijgt het minimumuurloon van 14,06 euro naar 14,40 euro per uur. Bron: AWVN Geplaatst in Branchenieuws, In de branche, Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Per 1 juli 2025 stijgt het wettelijk minimumuurloon naar €14,40
Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving schijnzelfstandigheid: “Wij zijn niet tegen zzp’ers, maar voor naleven van de loonbelastingwetgeving.” Geplaatst 8 april 2025 door Redactie FlexNieuws Het opheffen van het handhavingsmoratorium heeft voor 1 januari veel aandacht gekregen. Hoe loopt dat nu in de praktijk? “We hebben afgelopen najaar met de Kamer een aantal debatten gehad, waarbij we heel expliciet ook de opdracht hebben meegekregen van de Kamer om rustig aan te doen. Een zachte landing. Dat is waar op dit moment op wordt ingezet. Inspecteurs gaan momenteel bedrijfsbezoeken afleggen en na die eerste bezoeken wordt er geen boetes uitgedeeld of wat dan ook. Hooguit een aanwijzing, een opmerking van: ‘Hé, dit moet je wel echt anders gaan doen.’ We zien ook dat heel veel inspecteurs terugkomen met voorbeelden van organisaties die het gewoon goed doen, en ook al jaren goed doen. Daarnaast is het ook netjes om ondernemers gewoon even de tijd te gunnen om die aanbeveling op te volgen. We zijn nog niet aan de zogenaamde tweede ronde toegekomen. Er zijn dus ook nog geen naheffingsaanslagen opgelegd in de afgelopen tijd.” Welk beeld komt er uit al die gesprekken?“Dat is heel wisselend. Het beeld dat terugkomt is uiteindelijk – denk ik – dat een heel grote groep het al jaren heel goed doet. Dan is er een vrij forse groep die het afgelopen jaar heel goed is gaan doen. Ja, en dan heb je inderdaad ook een groepje, en dat is een klein groepje, dat geschrokken is afgelopen najaar. Geschrokken van het feit dat ze gebeld werden voor een onderzoekje. En dat is natuurlijk niet goed, maar dat is natuurlijk wel waar je het over hebt bij belastinghandhaving.” Ik denk dat je hier en daar een bepaalde overreactie ziet In een interview op ZiPconomy vlak voor de kerst had u al aangegeven dat de intermediairs van zzp’ers op extra aandacht konden rekenen. Dat blijkt in de praktijk nu ook: de nodige hebben al een bezoekje gehad, of zelfs al een controle.“Jazeker. De intermediairs is een branche die de Belastingdienst heeft uitgezocht om extra aandacht te geven. Net als bekende sectoren als zorg, onderwijs, kinderopvang. Ik denk dat dat goed is. De intermediaire branche heeft een hele belangrijke rol in het voorlichten van hun klanten over hoe je nou precies met flexarbeid moet omgaan.” Welk effect zien we nu in de markt als het gaat om de handhaving?“De bekendheid met de termen schijnzelfstandigheid is zowel onder zelfstandigen als werkgevers het afgelopen jaar aanzienlijk beter geworden. Dat is een goede zaak. Tegelijkertijd denk ik ook dat je hier en daar een bepaalde overreactie ziet. Dat zie je heel vaak bij nieuw beleid. Ik denk dat daar een nieuw evenwicht in gevonden moet worden. Uiteindelijk is de handhaving echt bedoeld om de schijnzelfstandigheid aan te pakken. Als dat goed gebeurt, krijgen zelfstandigen automatisch ruim baan.” Wanneer staat hier een tevreden staatssecretaris als je het hebt over het handhavingsbeleid?“Dat is een goede vraag. Dat soort onderzoeken doen we natuurlijk ook binnen de Belastingdienst: of de naleving van een bepaalde belastingsoort op orde is. Wij zijn tevreden als mensen zich houden aan de loonbelastingwetgeving, netjes de premies betalen die horen bij de arbeid die wordt verricht. Dan ben ik blij, dat is mijn verantwoordelijkheid.” We gaan het iets anders doen dan wat Van Gennip ooit heeft bedacht Inzet van het beleid is ook dat mensen zelf begrijpen wat er in de regels staat, zelf begrijpen wat mag en wat niet mag. Dat mag allemaal nog wel wat duidelijker, lijkt me. In dat kader zijn er ook mensen die zeggen: steek nu alle tijd en energie in het duidelijker maken van de bestaande criteria via communicatie, betere informatie, in plaats van met nieuwe wetgeving te komen.Volgens mij wil je een bruggetje maken naar de VBAR, de Wet verduidelijking, beoordeling, arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Wij denken dat die wet, die uitgaat van de criteria van het Deliveroo-arrest (van de Hoge Raad, red.), uiteindelijk zal leiden tot meer duidelijkheid. Een wet is niet alleen een wet. Een wet is allereerst een nette opsomming van de criteria en alle relevante artikelen die erbij horen. Maar bij een wet zit ook een memorie van toelichting. Een toelichting op de wet en hoe je bepaalde artikelen moet lezen. Die is heel erg belangrijk voor de uitleg. Dat is precies waar wij heel veel energie in gaan stoppen. In die memorie van toelichting ga je eigenlijk aan Nederland vertellen hoe je moet omgaan met de weging van die criteria.Ik denk dat juristen dat momenteel heel goed kunnen op basis van de Hoge Raad-uitspraak in de Deliveroo-zaak. Ik heb hem zelf ook doorgenomen. Maar ik ben geen jurist, dat is echt pittige kost. Het is aan ons de taak om in de toelichting heel scherp en goed te omschrijven wat we nou precies bedoelen met die criteria en hoe die te wegen.” Minister Van Gennip heeft een opzet van de wet VBAR gemaakt. Het kabinet heeft nu aangekondigd dat er ten opzichte van die variant veranderingen komen. Aanleiding is een recente uitspraak van de Hoge Raad.We gaan het inderdaad iets anders doen dan wat Van Gennip ooit heeft bedacht. Toen ik nog Kamerlid was, hebben we elkaar al eens over gesproken in een podcast. Toen hebben we vooruitgeblikt op die Hoge Raad-uitspraak en dat kon natuurlijk twee kanten opgaan. Dat kon uitpakken in de richting dat ondernemerschap echt heel zwaar zou wegen. Ja, als je ondernemer bent, dan zijn andere criteria misschien wel minder relevant. Of andersom: we hebben eerst criteria rond werknemerschap en zelfstandigheid, en als je daar echt niet uitkomt, dan kun je altijd nog naar ondernemerschap kijken.Wat de rechters nu hebben gedaan – zoals overigens heel veel rechters altijd doen – is dat ze netjes midden door zijn gegaan. Ze zeggen: alle criteria zijn even zwaar. We denken dat we aan de markt de meeste helderheid en duidelijkheid verschaffen door in de wet die koers te volgen. Als politiek kun je er ook voor kiezen om via wetgeving juist af te wijken van wat rechters vinden. De PvdA wil bijvoorbeeld duidelijker vastleggen dat zij-aan-zij werk niet mag, de VVD wil juist het ondernemerschap centraler zetten.“Dat klopt, maar daar heeft het kabinet niet voor gekozen. Ik denk dat er op dit moment in de politiek zeker geen meerderheid is om ondernemerschap ondergeschikt te maken. En ik denk dat het op dit moment ook heel lastig is om ondernemerschap bovengeschikt te maken.Vanuit die koers denken wij: waar heeft Nederland behoefte aan? Nu, een duidelijke kadering van wat goed is en wat fout. Die kadering gaan we aanbrengen in de VBAR.” Hoe ziet dat er dan precies uit, ook ten opzichte van het eerdere voorstel?“Ik denk dat de wet er heel erg uit gaat zien zoals die er nu ook ligt. Met natuurlijk de aanpassingen die we hebben uitgelegd in de brief die afgelopen week is verstuurd. Het zal heel erg lijken op wat de Hoge Raad beschrijft.” De VBAR is niet bedoeld om de wijze van beoordelen van arbeidsrelaties radicaal om te gooien De vraag is dan wat het effect zal zijn op de markt.“Ik ben niet van de winkel die tegen zzp’ers is. Ik ben ook niet van de winkel die vindt dat iedereen maar ondernemer moet worden. Wij zijn van het handhaven van loonbelastingwetgeving en dat volgen we. En binnen die kaders van de wet heb je uiteindelijk de keuze hoe je een arbeidsrelatie invult.En ja, op het moment dat iemand ingebed werkt, onder gezag, vaste werktijden heeft, jaar in, jaar uit, dan zit je natuurlijk al heel gauw in de hoek dat iemand in loondienst is. Heb je iemand die meerdere opdrachtgevers heeft, heel autonoom kan werken, zelf risico draagt en zich gedraagt als ondernemer, dan zit je direct aan de goede kant.Ik denk dat zo’n wet heel erg gaat helpen om die twee groepen van elkaar te scheiden. Ik heb het zelf altijd over een waterscheiding. En dat is dan de duidelijkheid. De VBAR is niet bedoeld om de wijze van beoordelen van arbeidsrelaties radicaal om te gooien. Dan had de wet ook wel anders geheten.” Op dit moment is het zo dat van alle keren dat de webmodule wordt ingevuld, er nog steeds in 3 van de 10 gevallen uitkomt dat de webmodule ook niet weet of het goed of fout is. Dat is niet echt een waterscheiding?Ik denk ook dat dat beter kan. Juist in de memorie van toelichting kunnen wij als wetgever, samen met de Kamer, heel goed beschrijven wat we willen en bedoelen. In duidelijke voorbeelden wat goed is en wat fout. Daarin hebben we een belangrijke opdracht.Maar het blijft heel moeilijk om in het arbeidsrecht een zwart-wit oordeel te vellen over een arbeidsrelatie. Dan zou je echt de hele arbeidswetgeving moeten verbouwen, en dat is momenteel niet waar we voor kiezen. Ik denk ook dat je daar veel langer mee bezig bent en dat het heel ingewikkeld is om daar politiek draagvlak voor te krijgen. Een initiatiefwet is een pittige route Dat lijkt dan wel precies wat de VVD voor ogen heeft. VVD-Kamerlid Thierry Aartsen heeft aangekondigd met een aparte wet voor zelfstandigen te komen. En hij zegt niets te zien in het voorstel waar het kabinet nu mee komt.Ik heb zijn wet nog niet gezien. Hij geeft aan dat hij daar binnenkort mee komt. Dus zeggen dat zijn wet of die van de regering niet goed is, is wat voorbarig. Tegelijkertijd hebben we in het hoofdlijnenakkoord ook afspraken gemaakt dat we verder gaan met de wetsbehandeling van de VBAR.Waarbij we overigens nu vooral praten over het VBA-deel. Maar wat ik ook heel belangrijk vind, is het R-deel. Want uiteindelijk zit daar het grootste probleem, waardoor wij vinden dat we iets aan schijnzelfstandigheid moeten doen: het uitbuiten aan de onderkant. Als Kamerlid heeft u nog gepleit om de wet VBAR in tweeën te knippen. Eerst meer eens het R-deel van het rechtsvermoeden doorvoeren, en daarnaast nog eens goed nadenken over het VBA-deel.“Ik was niet zo enthousiast over het VBA-deel van het vorige kabinet, omdat het ondernemerschap daarin een ondergeschikte rol had. Daarin maken we nu een andere keuze. In lijn ook met de uitspraak van de Hoge Raad.” Als we het dan toch over duidelijkheid hebben, is het niet verwarrend dat het kabinet met een wet komt en tegelijkertijd een coalitiepartij een andere wet aankondigt? Ik zag op LinkedIn dat mensen nu al die wetten door elkaar halen.“Dat is extraparlementair, om dat woord er maar even in te gooien. Uiteindelijk kan elk Kamerlid een wetsvoorstel indienen. We weten waar dit Kamerlid (Aartsen, red.) de afgelopen jaren campagne mee heeft gevoerd. De VVD heeft een bepaalde kijk op de arbeidsmarkt. Als ze uiteindelijk met andere fracties tot een compromis kunnen komen om de arbeidsmarkt te verbouwen, en er is een meerderheid voor, dan juich ik dat vanuit de Belastingdienst alleen maar toe. Waarbij wij natuurlijk daarna opgesteld staan voor implementatie en handhaving.Maar het is wel heel goed om te bedenken dat je voor het verbouwen van de arbeidsmarkt altijd heel veel actoren moet betrekken. De SER, werkgeversorganisaties, vakbonden, andere politieke partijen. We hebben ook nog een Eerste Kamer, een Raad van State. Een initiatiefwet is een pittige route.” Luister het gehele gesprek (met nog meer toelichting op de rol en aanpak van de Belastingdienst en bijvoorbeeld de webmodule) terug op Spotify of YouTube Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags dba, schijnzelfstandigheid, VAR, VBAR, wet dba, Wet VBAR, zelfstandigen | Reacties uitgeschakeld voor Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving schijnzelfstandigheid: “Wij zijn niet tegen zzp’ers, maar voor naleven van de loonbelastingwetgeving.”
NasWerkt neemt uitzendbureau ROVINIJ over Geplaatst 7 april 2025 door Redactie FlexNieuws Uitzendbureau ROVINIJ gaat verder onder de vlag van NasWerkt en haar labels. Na ruim 35 jaar draagt eigenaar Rob M. Visser de activiteiten van ROVINIJ over aan NasWerkt. Voor klanten en flexwerkers betekent dit een waardevolle stap vooruit: “De vertrouwde service blijft, maar met de extra kracht van een groter team, een groter netwerk en meer mogelijkheden.” ROVINIJ is gespecialiseerd in de werving van personeel in sectoren als logistiek, bouw en techniek. Met deze overname breidt NasWerkt haar werkgebied verder uit en verstevigt het bedrijf haar positie als partner binnen de uitzendbranche. “Zowel als organisatie als op persoonlijk vlak kennen we ROVINIJ al jaren. De activiteiten en branches van ROVINIJ sluiten perfect aan bij NasWerkt en onze labels De Vakman en Flexdirect”, zegt Richard Nas. “Deze overname sluit perfect aan bij onze lokale groeistrategie en geeft ons extra motivatie om NasWerkt verder uit te breiden. Dankzij de digitalisering van NasWerkt de afgelopen jaren en onze sterke basis, kunnen we ROVINIJ moeiteloos integreren binnen onze labels”, zegt Dave Baardman. De afgelopen jaren nam NasWerkt al vijf andere bedrijven over. Inmiddels bedienen ze de arbeidsmarkt vanuit vijf vestigingen en een service kantoor in Nijmegen, met een team van meer dan 50 interne medewerkers. Alle operationele werkzaamheden van ROVINIJ zijn vanaf 1 april voortgezet door NasWerkt. Klanten en flexwerkers zijn persoonlijk geïnformeerd en kunnen volgens het bedrijf rekenen op de vertrouwde service, met behoud van korte lijnen en persoonlijke aandacht. Lees ook: Richard Nas (NasWerkt): ‘Combi-slag van vestiging en platform maakt ons futureproof’ Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags fusies en overnames, Naswerkt | Reacties uitgeschakeld voor NasWerkt neemt uitzendbureau ROVINIJ over
Familiebedrijf Kester uitzendbureau ‘de snelste in matching’ dankzij digitalisering Geplaatst 7 april 2025 door zvoove Nederland Kester uitzendbureau in Emmen is de laatste jaren sterk gegroeid. Het tuindersbedrijf van de familie bestaat al 65 jaar en 18 jaar geleden is Kester uitzendbureau dan ook gestart in de tuinbouw. Inmiddels is er een vestiging in Hoogeveen bijgekomen en heeft de uitzender zich ontwikkeld van uitzendbureau voor voornamelijk arbeidsmigranten tot een sterke lokale partner van opdrachtgevers in de productie en techniek. Maxime Boonstra spreekt van het Kester-DNA: “Dat is het familiegevoel. We voeren het gesprek met een kop koffie aan de keukentafel of op de bank. Met de oude foto’s van de kassen op de achtergrond. Dat, in combinatie met snelheid, maakt het verschil. Want de uitzendbranche is een van de snelste markten.” In deze podcast van FlexNieuws (in samenwerking met RecruitNow (zvoove) gaat Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) in gesprek met Maxime Boonstra, algemeen directeur van Kester uitzendbureau. Zij vertelt hoe de komst van het Applicant Tracking System (ATS) Cockpit X de snelheid in matching én het werkgeluk van intercedenten vergroot. Kester bemiddelt veel kandidaten voor ongeschoold werk, waar een VCA of heftruck-certificaat volstaat. “In die doelgroep wil je liever niet de actief werkzoekende, maar de latent werkzoekende. En daar zijn er een hele hoop van, mensen die niet tevreden zijn met hun werk. Daarom zetten wij in op goed werkgeverschap. We doen altijd een stapje extra voor de uitzendkracht.” En dat werpt volgens Boonstra zijn vruchten af. “Wij willen het laatste uitzendbureau zijn naar die vaste plek, de volgende stap in de carrière van de kandidaat. En als iemand het dan niet meer naar zijn zin heeft op die werkplek bij de inlener, komen ze altijd bij ons terug.” Wij willen het laatste uitzendbureau zijn naar die vaste plek Snelheid is ‘key’ Naast goede mond-tot-mondreclame slaagt Kester er in meer dan voldoende kandidaten te vinden ondanks de krapte op de arbeidsmarkt. “Dat komt door de manier waarop wij werven. En snelheid, dat is key”, stelt Boonstra. En die snelheid in bemiddeling is alleen mogelijk door digitaliseren. “Dat geldt niet alleen voor de back- en frontoffice, maar ook de socials en de platformen waarop je werft.” De automatisering is vijf jaar geleden ongeveer bij nul begonnen. “Toen ik kwam zat alle informatie allemaal in het hoofd van de medewerkers. Maar hoe krijg je dat van het ene in het andere koppie? We werkten vervolgens met Excel-spreadsheets met wel twintig tabbladen, met elke maand een paar duizend namen.” De overgang naar het eerste frontoffice was weliswaar een verbetering, maar die kwam volgens Boonstra ‘ook uit het jaar nul’. Intussen groeit de organisatie van vier naar 15 man op kantoor, wat vraagt om meer overleg. “Je weet niet meer wat er allemaal speelt en dan merk je ook dat je opeens te laat bent, terwijl wij voorheen altijd de snelste waren.” De oplossing: investeren in goede recruitmentsoftware. Automatisch matchen Na heel veel, heel lange gesprekken – want er is ontzettend veel software – kwam men bij Kester tot een longlist van 12 partijen. Uiteindelijk is gekozen voor het Applicant Tracking System (ATS) Cockpit van RecruitNow. Sinds een jaar is Cockpit live. En het verschil met vroeger is groot, zegt Boonstra. “In plaats van chagrijnige koppen omdat een naam van een kandidaat niet terug te vinden is, gaat het zoeken en matchen nu automatisch. Iedereen die Cockpit gebruikt, weet dat het systeem voor jou werkt. Komt er bijvoorbeeld een aanvraag van een klant binnen, dan matcht het systeem die kandidaat die het beste bij de aanvraag past. Niet alleen die kandidaat die toevallig top of mind is bij de intercedent omdat die net een leuker gesprek opleverde of een opvallende kleur schoenen had. Dus dat hoef je als recruiter niet meer zelf te doen, dat doet het systeem voor je.“ Maar het is toch mensenwerk? “Jazeker, de intercedent maakt of kraakt het.” Die bepaalt – los van de basiskenmerken (afstand, ervaring, etc.) – hoe relevant bijvoorbeeld de afstand tot de werkplek is en maakt een onderverdeling. “Er kan zoveel, ook dingen waar je van tevoren nog geen weet van hebt. En waarmee je wel het verschil kunt maken. Cockpit is daar een mooi voorbeeld van.” Want het gaat veel verder. Als de recruiter specifieke skills voor een vacature relevant vindt, geeft hij of zij die ook in. “De intercedent kan het hele gewenste profiel ingeven en het systeem doet de matching.” Je wil niet die ellenlange administratieve rompslomp. We worden uiteindelijk blij van mensen plaatsen. Daar gaat het om Werkgeluk dankzij Joy Kester uitzendbureau heeft gekozen voor de nieuwe variant Cockpit X, waarin AI-tools zijn gekoppeld aan het bestaande ATS Cockpit. “Wij vinden het leuk om daar als een van de eersten mee te werken. RecruitNow vraagt ons ook om mee te denken. Waar vind je dat nou? Dus wij zitten aan de knoppen. Zij zorgen ervoor dat we die knoppen hebben.” De nieuwe recruitmentsoftware draagt volgens Boonstra bij aan het werkgeluk, zowel van de intercedenten/recuiters als de uitzendkrachten. “Je wil niet die ellenlange administratieve rompslomp. We worden uiteindelijk blij van mensen plaatsen. Daar gaat het om. Aan de voorkant helpt onze AI-tool ‘Joy’ – zoals toepasselijk benoemd – bij het brengen van vreugde in het werk.” Productiviteitsverdubbeling De winst van Cockpit is niet alleen snelheid in matching, de automatisering (van back- en frontoffice) heeft Kester een productiviteitsverdubbeling opgeleverd. “Het werk dat we twee jaar geleden met 15 man deden, doen we nu (beter) met acht man.” Die productiviteitsverbetering komt mede door de implementatie van nieuwe backofficesoftware (van Pivoton, eveneens onderdeel van zvoove), waar Kester uitzendbureau momenteel middenin zit. Boonstra: “Dat matcht één op één. Als straks Pivoton aansluit, zullen nog minder fouten worden gemaakt. En gaat het allemaal nog een stapje sneller.” Volgens Boonstra is de kunst mens en machine op de juiste manier te combineren. “Je moet snelheid hebben, snel kunnen schakelen in deze branche, daarom zetten we volop in op automatisering. Daarnaast willen we het warme familiegevoel behouden. De uitdaging is het beste van beide te combineren.” Geplaatst in In de branche | Tags AI, recruitmentsoftware, RecruitNow, zvoove | Reacties uitgeschakeld voor Familiebedrijf Kester uitzendbureau ‘de snelste in matching’ dankzij digitalisering