Hoge Raad bevestigt: Helpling is geen platform maar een uitzendbureau, wat houdt dat in? Geplaatst 16 april 2025 door Redactie FlexNieuws Schoonmakers die via het online platform Helpling werkten, deden dat als uitzendkracht. Dat was het arrest van Gerechtshof Amsterdam, dat de Hoge Raad met haar uitspraak van 11 april heeft bekrachtigd. De rechtszaak van het inmiddels failliete platform voor thuisschoonmaak voert terug tot 2018, toen vakbond FNV een rechtszaak aanspande namens een van de schoonmakers. Deze werd ziek en verlangde loondoorbetaling. Maar het platform maakte gebruik van de regeling Dienstverlening aan huis, waarbij de platformwerkers geen ontslagbescherming hebben, geen recht hebben op een ww- of arbeidsongeschiktheidsuitkering en slechts recht op 6 weken loondoorbetaling bij ziekte. Hoe moet je de arbeidsrelatie zien De vraag die sindsdien aan diverse rechters is voorgelegd, is hoe je deze arbeidsrelatie moet zien: Als een arbeidsovereenkomst tussen schoonmaker en het huishouden, gebruikmakend van de regeling Dienstverlening aan huis, met Helpling in een puur bemiddelende rol – dit is hoe Helpling het zelf zag. Als een gewone arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers – zo zag FNV het. Als een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers – dit zou het volgens FNV zijn als het geen gewone arbeidsovereenkomst was. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en het huishouden. Helpling had daarin puur de rol van bemiddelaar. Twee jaar later zag het Amsterdamse hof het anders: Helpling heeft met de schoonmakers een uitzendovereenkomst, met het huishouden in de rol van inlener. Daarbij speelde een belangrijke rol dat het werk altijd plaatsvindt onder leiding en toezicht van de inlener, in dit geval het huishouden. Tegen de uitspraak gingen zowel Helpling als FNV in cassatie bij de Hoge Raad. Vorig jaar betoogde AG De Bock in haar conclusie dat een particulier geen inlener kan zijn, dus hield zij het op een gewone arbeidsovereenkomsten tussen de schoonmakers en Helpling. Arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja had begrip voor het advies van de AG, maar voorspelde dat deze stelling niet stand zou houden bij de Hoge Raad. “In de Nederlandse wetgeving staat nergens dat een particulier geen inlener kan zijn. En de AG mag niet op de stoel van de wetgever gaan zitten door de reikwijdte in te perken tot zakelijke inleners.” Consequenties De Hoge Raad ging inderdaad niet mee met het advies van de AG en laat de uitspraak van het hof intact. Het is niet voor het eerst dat de Hoge Raad het advies van de AG naast zich neerlegt. In de rechtszaken van Uber en Deliveroo gebeurde hetzelfde. “De AG redeneert vanuit een bepaalde wenselijke uitleg”, zegt Tanja daarover. “De HR kijkt er systematischer naar.” De uitspraak zegt volgens Tanja iets over de positie van het platform. Bij platform Temper ging de slinger eerder de andere kant op. De rechter vond Temper geen uitzendbureau, omdat het weinig bemoeienis heeft met het platform. Helpling had dat wel. Het platform ontzorgde de werkers in alles, van contractvorming tot betaling. Nu vast is komen te staan dat de relatie tussen Helpling en de schoonmakers als een ‘uitzendovereenkomst’ kwalificeert, heeft dit bepaalde consequenties. Ondanks dat Helpling failliet is verklaard en de schoonmakers dus niet meer in dienst kunnen zijn van Helpling, hebben zij belang bij een beslissing over de juridische status van hun voormalige arbeidsverhoudingen. Dit bijvoorbeeld voor het vaststellen van het recht op een ww-uitkering. Volgens FNV hebben de schoonmakers met terugwerkende kracht recht op pensioen, vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte en andere werknemersrechten. Zij kunnen claims neerleggen bij de curator van Helpling en pensioenfonds Stipp. Tanja schreef het al eerder: onzelfstandige arbeid hoort linksom of rechtsom thuis in een arbeidsovereenkomst. “In dit geval is dat een uitzendovereenkomst geworden, waarbij de meest professionele club als werkgever is aangemerkt. Daarmee blijft het bemiddelen van mensen die onzelfstandige arbeid verrichten én het inlenen daarvan risicovol, als dit niet wordt gedaan binnen het uitzendregime.” Informele markt Platformexpert Martijn Arets verbaast zich al jaren over de queeste die vakbond FNV voert tegen Helpling. Uit angst voor een soort ongebreideld platformkapitalisme scheren ze alle platforms over één kam. Bij Uber en Deliveroo schudden de platforms de arbeidsmarkt op. Een rechtszaak om maaltijdbezorger in loondienst te laten werken vindt Arets goed te verdedigen. “Maar wat Helpling deed, was niet zo spannend. Het is een prikbord, zoals er wel meer waren en nog steeds zijn. De particuliere schoonmaakmarkt veranderde er niet wezenlijk door.” De strategie van FNV – er met gestrekt been ingaan – werkte in het geval van Helpling averechts. Eisen dat de schoonmakers in loondienst komen bij het huishouden, staat volgens Arets buiten elke realiteit. “Wat is de uitkomst? Platform Helpling ging failliet. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. De schoonmaak wordt nog steeds gedaan. Maar nu via de zwarte markt.” Strategie “Als ik bij FNV had gewerkt”, vervolgt hij, “zou mijn strategie heel anders zijn, namelijk hoe kun je het platform zo inrichten dat je samen die markt beter maakt voor de werkenden.” Hij geeft het voorbeeld van Colombia, waar de overheid het verbod op informeel schoonmaakwerk daadwerkelijk handhaaft. Het trekt met een schoonmaakplatform samen op om de rechten voor de platformwerkers te verbeteren. “De informele markt is daar behoorlijk gekrompen.” De nieuwe EU-richtlijn DAC7 verplicht platformen hun inkomstendata te delen met de Belastingdienst. Ook daarin schuilen kansen om de schoonmarkt te formaliseren. “Via een platform krijg je toegang tot een doelgroep die anders onder de radar blijft. Je kunt met ze communiceren, hun rechten en plichten inzichtelijk maken. Daar kun je een platform óók voor gebruiken.” Lees ook: Temper- en Helpling-zaak tonen aan: onzelfstandige arbeid hoort thuis in een arbeidsovereenkomst Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Helpling, platform, Temper, uitzendovereenkomst | Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad bevestigt: Helpling is geen platform maar een uitzendbureau, wat houdt dat in?
Tweede Kamer stemt in met toelatingsstelsel uitzendbranche (Wtta) Geplaatst 15 april 2025 door Redactie FlexNieuws De Tweede Kamer heeft op 15 april ingestemd met het Wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Het wetsvoorstel zal nu doorgaan voor behandeling in de Eerste Kamer. Een invoeringsdatum wordt naar verwachting later deze maand bekendgemaakt. De wet houdt een toelatingsstelsel in voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen alleen op de markt opereren als ze zijn toegelaten. Inleners mogen op hun beurt alleen in zee gaan met uitleners die toegelaten zijn. Ze riskeren een boete als ze in de fout gaan. De Tweede Kamer stemde vorige week in met een flink aantal wijzigingen. https://www.flexnieuws.nl/2025/04/van-hijum-ziet-toe-hoe-de-tweede-kamer-stevig-ingrijpt-in-de-wtta/ Zo komt een sectoraal uitzendverbod een stapje dichterbij, worden diverse sectoren al bij voorbaat uitgezonderd en wordt een zorgplicht voor inschrijving in de BRP onderdeel van het normenkader. Uitzonderingen De wet was vooral omstreden door zijn brede reikwijdte. De toelatingsplicht geldt voor alle ondernemingen die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stellen zoals bedoeld in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Dat zijn uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven, in- en doorleners en bedrijven die arbeidskrachten uitlenen als nevenactiviteit. Het wetsvoorstel kende aanvankelijk slechts enkele uitzonderingen, zoals intraconcerne en collegiale uitleen (zonder winst), en een ontheffingsregeling voor ondernemingen die in geringe mate arbeidskrachten ter beschikking stellen. Ontheffing dient jaarlijks bij de minister aangevraagd te worden. Dat is bewust zo gedaan, om waterbedeffecten en ontduiking te voorkomen, zo zei de minister herhaaldelijk. Toch werden er tijdens de behandeling van de wet vorige week diverse amendementen aangenomen om sectoren alsnog uit te zonderen. SW-bedrijven, bedrijven die BBL-trajecten verzorgen en de beveiligingsbranche blijven in het wetsvoorstel buiten het toelatingsstelsel. Ook een motie om welwillend om te gaan met verzoeken tot uitzonderingen werd aangenomen. Reactie ABU In een eerste reactie noemde Tugba Karabulut, programmamanager marktregulering bij brancheorganisatie ABU, de aanname door de Tweede Kamer een mijlpaal. Maar ze had ook enkele bedenkingen. “Het zal duidelijk zijn dat wij niet blij zijn met sommige aanpassingen, zoals de sectorale uitzonderingen en de uitbreiding van het normenkader met een extra verplichting voor de registratie van arbeidsmigranten. Dit zijn aanpassingen die in de voorbereiding van het wetsvoorstel bewust niet zijn opgenomen, omdat ze het gelijke speelveld ondermijnen en ineffectief zijn. We zijn bovendien teleurgesteld dat in het wetsvoorstel expliciet is opgenomen dat een uitzendverbod tot de mogelijkheden behoort. We zullen dan ook blijven uitleggen waarom een uitzendverbod niets doet verdwijnen, behalve het draagvlak voor de Wtta.” Complexe uitvoering De inlenersbeloning wordt naar verwachting hét struikelblok voor het toelatingsstelsel van de WTTA, stelde Alexander Kist van W&RK Advies in de podcast ZiPtalk. De inlenersbeloning, die nu uit een aantal vaste elementen bestaat, wordt vanaf 2025 een gelijkwaardige beloning. Het verifiëren en waarderen van extra beloningscomponenten brengt extra onduidelijkheden en administratieve lasten met zich mee. Inleners weten niet altijd precies weten welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn. Bovendien kunnen uitgeleende of gedetacheerde werknemers te maken krijgen met verschillende inlenersbeloningen tegelijkertijd. De informatieplicht voor inleners over de inlenersbeloning wordt met de Wtta uitgebreid”, vertelde Marcel Reijmers aan Flexnieuws. “De inlener/opdrachtgever moet heldere informatie verschaffen over wat iemand verdient volgens de inschaling en andere arbeidsvoorwaarden in de organisatie van de klant.” De NBBU en ABU bieden formats aan voor formulieren en procedures om deze processen eenvoudiger en inzichtelijker te maken. Ook werken zij aan een uniforme digitale uitvraag. Meer weten? Experts praten je bij over het laatste Wet TTA nieuws – en hoe je als ondernemer kunt voorbereiden op deze belangrijke verandering – tijdens de het FlexNieuws Top 100 live event op 20 mei. Lees ook: Van Hijum ziet toe hoe de Tweede Kamer stevig ingrijpt in de Wtta Nieuw normenkader WTTA NBBU beantwoordt prangende vragen uit de branche over de WTTA Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Verplichte certificering, ga er nu al mee aan de slag’ ZiPtalk: Alles wat je – juist nu – moet weten over de inlenersbeloning Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags arbeidsmigranten, BRP, Certificering, toelatingsstelsel, uitzendverbod, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Tweede Kamer stemt in met toelatingsstelsel uitzendbranche (Wtta)
ABU-cijfers: de trage weg naar herstel zet door Geplaatst 15 april 2025 door Redactie FlexNieuws Na tegenvallende januari-cijfers van de ABU marktmonitor lijkt de weg naar herstel door te zetten. In periode 3, van 24 februari tot en met 23 maart 2025, daalde het aantal uren met 6%. De omzet daalde met 1% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast. De ontwikkelingen per sector zijn als volgt: Industriële sector: Het aantal uren daalde met 2% en de omzet nam toe met 4% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De krimp is kleiner in vergelijking met periode 2. Hier daalde het aantal uren nog met 17% en de omzet met 11%. Technische sector: Het aantal uren daalde met 10% en de omzet daalde met 6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Ook hier is de krimp kleiner geworden ten opzichte van periode 2. Toen daalde aantal uren daalde met 13% en de omzet daalde met 9%. Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 19% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In periode 2 was deze daling nog 1%. Ondanks de relatief goede berichten van de afgelopen weken over de export en de productie van de industrie, is de krimp groter geworden. De omzet is gedaald met 11%. Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor) Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor) De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 13 mei 2025. Lees meer: ABU cijfers: terug op de trage weg naar herstel Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU marktmonitor, Uitzenduren | Reacties uitgeschakeld voor ABU-cijfers: de trage weg naar herstel zet door
Verhoging minimumloon zet zzp-tarief rechtsvermoeden op 37 euro Geplaatst 15 april 2025 door Redactie FlexNieuws 32,24 euro. Dat bedrag stond ooit in de eerste conceptversie van de Wet VBAR. Wie als zelfstandige een uurtarief krijgt onder dat tarief, kan gemakkelijker rechten als werknemer opeisen. Dit is het rechtsvermoeden deel van de VBAR. Onder dat gedrag gaat een rechter ervan uit dat iemand werknemer is, tenzij de werkgevende (opdrachtgever) kan aantonen dat iemand toch echt als zelfstandige gezien moest worden. In een nieuwere conceptversie van de Wet VBAR staat omschreven dat het genoemde bedrag altijd naar boven toe wordt afgerond. Zo werd het 33 euro. Maar, zo staat in de memorie van toelichting beschreven, het bedrag groeit mee met het wettelijk minimumloon. Nu is dat minimumloon de afgelopen tijd best flink gestegen. Bij de oorspronkelijke berekening werd uitgegaan van het minimumloon op 1 juli 2023. Met het huidige minimumloon ligt de grens al op 36 euro. Op 1 juni 2025 gaat het wederom omhoog. Naar 14,40 per uur wel te verstaan. Wanneer we dat bedrag doorrekenen, dan komt het uurloon rechtsvermoeden op 37 euro per uur uit. Het kabinet wil graag dat de VBAR op 1 januari 2026 van kracht wordt. Dan zal ook het minimumloon weer hoger komen te liggen. Als het boven de 14,70 komt, dan gaat het uurtarief rechtsvermoeden naar de 38 euro. Uit onderzoek van “Karakteristieken en tarieven zzp’ers’ van SEO blijkt dat tarieven rond dit tarief het meest voorkomen. Invoering onzeker Overigens is de invoering van de VBAR nog geen gelopen koers. Over dit rechtsvermoeden deel is weinig politieke discussie, over het VBA deel (verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie) des te meer. De suggestie om de wet op te knippen zodat het rechtsvermoeden deel in ieder geval door kan gaan, wordt vooralsnog door minister Van Hijum genegeerd. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags minimumloon, VBAR | Reacties uitgeschakeld voor Verhoging minimumloon zet zzp-tarief rechtsvermoeden op 37 euro
Dennis Luyten (Brisker): ‘Onzekerheid is niet fijn, maar voor onze branche is het natuurlijk wel goed’ Geplaatst 14 april 2025 door Arthur Lubbers Historische verschuivingen “Als uitzender of detacheerder ben je natuurlijk wel gewend om in macro-economische termen te denken, maar er zijn nu echt historische verschuivingen die impact hebben op al onze eindmarkten.” Han Mesters (sectorbankier ABN AMRO) haalt literatuur aan als De Nieuwe Wereldorde en Why Nations Fail. “De wereld is gebaat bij een gedelegeerde organisatie waarin mensen autonoom en pluriform kunnen functioneren.” Maar die organisatie lijkt zoek. “De wereldorde bestaat uit steeds meer blokken nu de VS zich terugtrekt en de wereldhandel staat onder druk.” Dat raakt de Nederlandse economie. “Wij zijn ongelooflijk afhankelijk van die internationale handel, zowel de maakindustrie als logistiek en agrarisch. Dat zijn drie topsectoren die heel erg relevant zijn voor uitzenders en detacheerders.” Aantrekkende markt Daarbij komt de cyclische neergang, wat er voor heeft gezorgd dat de uitzendsector twee moeilijke jaren achter de rug heeft. De cijfers uit de ABU marktmonitor zijn (qua uitzenduren) nog altijd tegenvallend. Dennis Luyten, mede-oprichter van Pay for People en CEO van Brisker Group (Pay for People en Tentoo), herkent dit beeld maar ziet het niet zo somber in. “De kleinere uitzendbureaus die bij ons zijn aangesloten doen het beter dan de markt. Bovendien trekt de industrie aan, de handel en ook langzaamaan de bouw. De economie heeft een knauw gehad, maar ik ben wel positief over komend jaar.” Defensie als groeimarkt De wereldwijde ontwikkelingen creëren ook kansen voor de flexbranche. Dat de EU 800 miljard euro wil investeren in Defensie bijvoorbeeld. Mesters: “Je kunt natuurlijk heel veel doen voor Defensie met het invullen van civiele functies. Neem maar van mij aan dat de vraag naar personeel daar sterk gaat stijgen. Reken maar dat bij Defensie nu scenario’s worden gemaakt.” Mesters verwacht dan ook dat de flexbranche inderdaad kansen krijgt op de eindmarkten die terugveren. “Dat geldt met name voor de industrie, overheid en de nieuwe defensiemarkt.” Luyten ziet in die laatste sector ook initiatieven in de markt ontstaan: “Iedereen is aan het nadenken, ‘hoe kunnen we daar aan bijdragen, hoe kunnen we in dat gat springen’? Scenario’s Geopolitieke ontwikkelingen lijken ver af te staan van de dagelijkse business, maar hebben dus wel degelijk invloed. Mesters adviseert flexondernemers dan ook om met het eigen managementteam de vertaalslag te maken naar wat dit concreet voor jouw bedrijf betekent. En een inschatting te maken van de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet. Dat kun je vervolgens ranken en dan kom je tot twee assen van onzekerheid, waarop je een scenario kunt bouwen. Zo’n academische benadering vindt in de praktijk lang niet altijd plaats, maar Luyten stelt dat in de flexbranche wel degelijk naar scenario’s wordt gekeken. “De intermediairs die bij ons zijn aangesloten hebben natuurlijk gesprekken met hun inleners over het te verwachten inleenvolume. Die gesprekken gaan ook over het weerbaar maken van de organisatie tegen alle onzekerheid en het laten mee-ademen met de economie. Hoe onzekerder, hoe meer men nadenkt over het inzetten van flex. Dus, aan de ene kant is onzekerheid niet fijn, maar voor onze branche is het natuurlijk wel goed.” Flexondernemers profiteren “De flexondernemer wordt meer een trusted advisor voor zijn klant”, concludeert Wim Davidse, gespreksleider tijdens het webinar (zie onder). “Het is belangrijk voor uitzenders en detacheerders dat zij weten wat er in de eindmarkten gebeurt. Wie heb je straks nodig? Waar ga je die mensen vinden op de krappe arbeidsmarkt? Ga je om- of bijscholen? Allemaal belangrijk in het kader van strategische personeelsplanning.” Dat flexondernemers daarbij beter presteren dan de grote jongens is niet toevallig, denkt Luyten. “Zij zitten dichter op de markt, de kandidaat. En zij kennen de organisatie goed en hebben een betere (één-op-één) relatie met de inlener. Een ondernemer werkt nu eenmaal anders dan een intercedent.” Vooral kleinere, flexibele flexondernemers zullen volgens Luyten dan profiteren van de verwachte groeimarkten. “Iedereen in de markt is bezig met het afsnoepen van de grote jongens. En als straks weer lastig te vinden gespecialiseerde kandidaten voor functies in de industrie nodig zijn, dan maken de ondernemers die dicht op de markt zitten een grotere kans dan de volumespelers.” Goed werkgeverschap Misstanden rondom arbeidsmigranten domineren de politieke discussie over flex en uitzenden in het bijzonder. SNA-certificatie en een toelatingsstelsel (Wtta) moet dit tegengaan en Luyten juicht dit dan ook toe. “Als je ziet hoeveel partijen gecertificeerd zijn (en hoeveel dus nog niet, red.), dan is dat niet goed. Daar moeten we paal en perk aan stellen. Er gebeurt nog veel te veel in de markt wat niet acceptabel is.” Luyten mist echter in de discussie de rol van de inlener. “Ook wij krijgen regelmatig de verkeerde vraag van inleners, met verzoeken die gewoon niet kunnen. Dus kijk ook naar de inlener, want daar komt de vraag vandaan. In de (politieke, red.) discussie wordt daar nog steeds niet over gesproken.” Volgens Luyten gaat het bij goed opdrachtgeverschap in de flexbranche om samenwerking. “Wij zijn er voor de invulling van het juridische deel, maar je geeft samen invulling een het werkgeverschap. Wij bieden allerlei tools om het werkgeverschap zo goed mogelijk in te vullen, dragen bij aan het vergroten van duurzame inzetbaarheid en het beperken van uitval. Maar we moeten het uiteindelijk samen doen.” Dennis Luyten, CEO van Brisker Group (Pay for People, Tentoo) en Han Mesters (sectorbankier ABN AMRO) delen hun visie op de wereld van flex in gesprek met Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) tijdens het recente Webinar Week van Werf& en ZiPconomy. Kijk het gesprek hieronder terug. Automatisering en AI Voor payrollers en uitzenders geldt dat operational excellence een noodzaak is. De backoffice is in de basis vergaand geautomatiseerd en gestroomlijnd. Dat is volgens Dennis Luyten, CEO van Brisker Group, een continu proces. “Je moet constant sleutelen aan automatisering, want het verandert met het half jaar. Die complexiteit blijft.” De mogelijkheden voor het inzetten van AI ziet Luyten dan ook vooral in de frontoffice. “Denk aan chats over laagdrempelige klantvragen. Maar als het echt de diepte ingaat, komt het toch op de relatie aan die je hebt met de uitzendkracht of werknemer. We nemen onze rol als juridisch werkgever heel serieus. Daar hoort ook één-op-één bereikbaarheid bij.” En natuurlijk wordt AI steeds meer ingezet om de juiste kandidaten te vinden. “Maar ook daarbij telt het menselijke aspect, op tijd de kansen in de markt zien en de juiste kandidaten te vinden. “Maar ook daarbij telt het menselijke aspect, op tijd de kansen in de markt zien en de juiste kandidaten te vinden op basis van de competenties.” Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags backoffice, Brisker, marktontwikkelingen, Pay for People, payroll | Reacties uitgeschakeld voor Dennis Luyten (Brisker): ‘Onzekerheid is niet fijn, maar voor onze branche is het natuurlijk wel goed’