Maandelijkse archieven: juli 2024

Rechtbank: Temper is geen uitzendbureau

Temper is sinds 2020 verwikkeld in een rechtszaak aangespannen door vakbonden CNV en FNV. Temper is een online platform voor werk, waar werkers en opdrachtgevers overeenkomsten kunnen sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Op het platform gebeurt dit automatisch op basis van een model-opdrachtovereenkomst.

Volgens FNV en CNV is dat een constructie van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Naar hun mening moet het uitzendbureau de uitzend-cao hanteren. Bovendien moet, met terugwerkende kracht, de onterechte vergoeding voor bemiddeling die door de medewerkers van Temper afgedragen is, terugbetaald worden.

Conclusie

De rechtbank Amsterdam kwam woensdag tot de conclusie dat er geen sprake is van een uitzendovereenkomst, met name omdat er geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper. Daarbij speelt een rol dat Temper geen loon betaalt aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers) en er is nauwelijks sprake van een verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten. Over de secundaire eis van de bonden dat werkers in dienst zijn van de opdrachtgever kon de rechter geen uitspraak doen, omdat de groep van opdrachtgevers te uiteenlopend is en bovendien niet bij deze rechtszaak betrokken waren.

Maarten Zoomers, ceo Temper

Maarten Zoomers, ceo van Temper, is verheugd over de uitspraak. ‘Mooi om te zien dat de rechtbank duidelijk aangeeft dat ons model bestaansrecht heeft.’ Volgens Zoomers laat het vonnis zien dat de manier waarop Temper werkt onverenigbaar is met een dienstbetrekking. ‘Er is geen formeel werkgeversgezag. Werkers kunnen zich vrij laten vervangen. Dat is bij ons niet alleen een theoretische mogelijkheid, maar het kan en gebeurt ook echt. Werkers bepalen zelf waar en wanneer ze werken. Ook dat past niet binnen een dienstbetrekking.’

De vakbonden noemen het in een verklaring een ‘onbegrijpelijke uitspraak, die in strijd is met andere  jurisprudentie van de afgelopen jaren in andere platformzaken. ‘Receptionisten, obers, logistiek medewerkers, winkelbedienden zijn geen zelfstandigen maar werknemers.’ Ze gaan in hoger beroep tegen de uitspraak.

Wie praat namens de platformwerkers?

In eerder uitgesproken tussenvonnis kreeg Temper ook het gelijk aan zijn zijde. Daarin stond de vraag centraal of de bonden de Temper-werkers in collectieve actie mochten vertegenwoordigen. De werkers die niét door de bond vertegenwoordigd willen worden, konden dat via een ‘opt-out’ laten weten. Ongeveer een kwart van de werkers tekende zo’n opt-out, waarna de rechter een streep zette door de eisen die betrekking hadden op individuele gevallen. Alleen het tweede deel van de rechtszaak – de principiële beoordeling van de overeenkomst – kon toen nog doorgaan.

De Stichting Vrij Platform probeerde zich vervolgens te voegen aan de zijde van Temper als belangenbehartiger van de platformwerkers. De stichting is in 2021 opgericht door enkele Temper-werkers, waarna ook platformwerkers van Young Ones zich aansloten. De rechter vond de stichting te zeer verstrengeld met Temper om onafhankelijk te kunnen zijn. Wel mochten de bestuurders van de stichting zich in de procedure voegen als belanghebbende, zodat ze hun stem konden laten horen in de procedure.

Enzo Salatiello, bestuurslid van Stichting Vrij Platform is enorm opgelucht over de uitspraak, laat hij weten in een reactie. ‘We voelen ons gesterkt en gezien in onze positie als belangenbehartiger van platformwerkers die er weloverwogen en bewust voor kiezen om op deze wijze hun werkzame leven in te richten.’

Deliveroo, Helpling

Het is niet voor het eerst dat de bonden een rechtszaak aanspannen tegen bedrijven uit de platformeconomie. Bij platform Helpling – dat inmiddels failliet is – stapten vakbond FNV en een van de zelfstandige schoonmakers naar de rechter om een arbeidsovereenkomst af te dwingen. Schoonmakers die via platform bij particulieren werkten, hebben een arbeidsovereenkomst met het platformbedrijf, oordeelde advocaat-generaal De Bock deze maand in haar advies aan de Hoge Raad.

In de rechtszaak rond de maaltijdbezorgers van Deliveroo oordeelde de Hoge Raad dat deze werknemers van de bezorgdienst waren. Deliveroo heeft altijd volgehouden dat het om zzp’ers gaat.

Volgens de rechter is deze zaak anders dan Deliveroo, omdat in die zaak de relatie tussen twee partijen (de bezorgers en Deliveroo) werden beoordeeld. Zoomers noemt daarbij de modus operandi ook wezenlijk anders. ‘Deliveroo had meer invloed op de werkers. En de werkers waren daar niet vanaf het begin zelfstandig. Ze hebben vanuit het werknemerschap de overstap gemaakt. Helpling is weer een heel ander model. De schoonmakers werkten daar nooit als zelfstandige, maar vanuit ‘dienstverlening aan huis’.  

Ook de Arbeidsinspectie oordeelde eerder anders dan de rechtbank. Van Temper – en recent van Young Ones – vond de inspectie dat het een uitzendbureau betrof. Volgens Zoomers van Temper gaat het om twee onvergelijkbare grootheden. ‘De meervoudige kamer van de Rechtbank heeft vier jaar lang onderzoek bij ons gedaan naar alle feiten en omstandigheden, met het Deliveroo-arrest in de hand. De Arbeidsinspectie is een handhavend orgaan, het zal net als de Belastingdienst, zich moeten voegen naar de jurisprudentie.’

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Rechtbank: Temper is geen uitzendbureau

‘Uitzenders, maak gebruik van de overgangsregeling voor het toelatingsstelsel’

Even een korte terugblik, waarom de Wtta? De aanleiding voor de verplichte toelating is een uitgebrachte rapport van de commissie Roemer geweest over de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten in Nederland. In dit rapport werd vastgesteld dat er sprake was van misstanden en soms mensonterende situaties, zoals slechte huisvesting, onveilige werkomstandigheden en uitbuiting. Het rapport benadrukte de noodzaak voor strengere regelgeving en beter toezicht op uitzendbureaus om dergelijke praktijken tegen te gaan.

Aanbevelingen voor verbeteringen

Roemer en zijn commissie deden aanbevelingen voor verbeteringen, waaronder het opzetten van een keurmerk voor uitzendbureaus die arbeidsmigranten in dienst hebben, betere informatievoorziening aan migranten, en het verhogen van de frequentie van inspecties bij werkgevers die gebruik maken van arbeidsmigranten. Demissionair minister Van Gennip heeft vervolgens gekozen voor een sector brede aanpak. Deze benadering benadrukt het belang van betrouwbaarheid en transparantie binnen de gehele flexmarkt, niet alleen in de context van arbeidsmigranten. Dit zal bijdragen aan de algemene doelstellingen van de Nederlandse overheid om een eerlijkere, veiligere en meer gereguleerde arbeidsmarkt te creëren en malafide spelers te weren.

De scope van het stelsel is breed, namelijk ‘alle bedrijven die aan ter beschikking stellen van arbeid (TBA)’ doen. In de volgende gevallen ben je uitgezonderd van de verplichte toelating:

  • Bedrijven die personeel uitlenen binnen hun eigen concern (intra concern terbeschikkingstelling);
  • Bedrijven die collegiaal personeel uitlenen als vorm van hulpbetoon, waarbij alleen loonkosten worden doorberekend;
  • Bedrijven waarvan de loonsom van uitgeleend personeel minder dan 10% van de totale loonsom bedraagt en niet meer dan 2,5 miljoen euro is, kunnen ontheffing aanvragen bij de minister*.

    *update: lees LinkedIn-post Julisa Fereijra-Phelipa

Fereijra-Phelipa geeft hierover aan dat zij van heel veel goedwillende ondernemingen die nu over het ‘vrijwillige’ SNA keurmerk beschikken hoort dat zij moeten opboksen tegen ondernemingen die niet gecontroleerd worden en vaak de wet- en regelgeving niet naleven. Zij hebben te kampen met oneerlijke concurrentie. Circa 5000 ondernemingen zijn momenteel geregistreerd in het SNA register. Daarvan horen er naar verwachting 4500 bij de populatie die straks onder de verplichte toelating vallen. Dit zou impliceren dat, op basis van de door de minister genoemde aantallen, nog zo’n tienduizend ondernemingen niet over het SNA-keurmerk beschikken maar wel aan ter beschikking stellen van arbeid doen.

Wij staan als Normec VRO achter de verplichtstelling en dus deze wet. Wij zijn ook van mening dat ervoor gewaakt moet worden dat de ingezette middelen wel het doel van de invoering van deze wet blijven heiligen. Wij zijn voor toevoegingen aan het huidige normenkader en overige met de wet gemoeide wijzigingen die verbeteringen en borging of verhoging van kwaliteit met zich meebrengen. Wij zijn er echter geen voorstander van om allerlei zaken die naar onze mening niet direct bijdragen aan het doel ook maar onder de Wtta te scharen. Dit schiet niet alleen het doel voorbij maar hoort doorgaans ook bij andere instanties ter controle of toezicht thuis.

Publiek-private samenwerking verbeteren

Of de Wtta in de praktijk succesvol zal zijn, hangt sterk af van de publiek-private samenwerking. Het is van essentieel belang dat iedereen zijn rol hierin goed begrijpt en uitvoert. Als Normec VRO dragen wij bijvoorbeeld niet de verantwoordelijkheid voor handhaving; die taak ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).

Het is cruciaal dat deze rollen helder zijn en dat er een goede samenwerking bestaat om dit proces succesvol te laten verlopen. Deze gezamenlijke inspanningen en een duidelijke rolverdeling zullen uiteindelijk bijdragen aan een efficiënte en effectieve uitvoering van de Wtta.

VBAR gelijktijdig invoeren

Het is van groot belang dat de Wtta effectief wordt ingevoerd. Dit wordt extra belangrijk omdat in het nieuwe stelsel het werken met zzp’ers niet langer binnen onze directe reikwijdte als inspectie-instelling valt. Er is een reëel risico dat er een verschuiving (waterbedeffect) naar deze activiteit zal plaatsvinden, waarbij soms mogelijk sprake kan zijn van TBA en/of schijnzelfstandigheid. De markt is vindingrijk en sommige partijen zullen via deze weg mogelijk trachten het toelatingsstelsel te omzeilen, maar bijvoorbeeld ook door middel van contracting (aanneming van werk), of opdrachtverstrekking, terwijl er in werkelijkheid sprake is van TBA.

Stel dat wij bij een organisatie langskomen die voor 20% TBA activiteiten verricht en voor 80% overige activiteiten ontplooit. Die 80% valt dan buiten onze directe toetsing, immers zouden dit dan geen TBA activiteiten zijn. Het is daarom van groot belang dat de handhaving op dit deel zorgvuldig en nauwgezet toeziet. Voor de markt is het essentieel om te zien dat bedrijven die proberen het toelatingsstelsel te omzeilen, op passende wijze worden gecorrigeerd.

Voor een effectieve handhaving is het belangrijk dat de Wtta synchroon loopt met de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), die duidelijkheid schept over wanneer er sprake kan zijn van een zzp’er. Gezien de huidige kritiek op de VBAR en de juridische uitdagingen, lijkt een gelijktijdige invoering van beide wetten een uitdaging. Indien de Wtta eerder wordt ingevoerd dan de VBAR volledig handhaafbaar is, bestaat het risico op een verschuiving naar zzp-constructies, met mogelijk ongewenste effecten. Het is van belang dat men zich bewust is van deze verschuivingsrisico’s (waterbedeffecten). Daarnaast is het relevant om op te merken dat de belastingdienst het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 volledig opheft en vanaf dat moment regulier zal handhaven op basis van de huidige wet DBA.

Aangezien ik de mening deel dat een gelijktijdige invoering van de Wtta en de VBAR in de huidige context een uitdaging is, moeten de potentiële risico’s en gevolgen zorgvuldig worden afgewogen. Hoewel de huidige wetgeving nog veel grijze gebieden heeft inzake het al dan niet kwalificeren als een ZZP’er, heeft de rechtspraak hier in de loop der jaren steeds meer invulling aan gegeven. Gezien de zwaarwegende belangen die de Wtta met zich mee brengt, ben ik van mening dat het uitstel van de VBAR de invoering van de Wtta niet zou moeten vertragen.

Lees ook: Hoofdlijnenakkoord: doorgaan met Wet VBAR en Wet TTA

Capaciteit opschalen

Bij Normec VRO zullen we onze capaciteit flink moeten opschalen. Deze noodzaak vloeit voort uit verschillende oorzaken:

  • Groei van het aantal ondernemingen: Vanwege de verplichtstelling zullen er aanzienlijk meer ondernemingen onder het stelsel vallen, wat een directe toename in ons werkvolume met zich meebrengt.
  • Omvang van de inspecties en tijdsbesteding: De omvang van de inspecties en de tijd die hiermee gemoeid is, zal minimaal verdubbelen. Dit komt door de toename van nieuwe normeisen/onderdelen en de complexiteit van de inspecties.
  • Kortere hersteltermijn voor minor non-conformiteiten: De nieuwe hersteltermijn van 75 werkdagen voor minor non-conformiteiten betekent dat we sneller moeten handelen. Daarnaast verwachten we, zeker in de beginfase, vaker tegen minor non-conformiteiten aan te lopen.

Normec VRO is zich hier al op aan het voorbereiden. We zijn onze organisatie en interne processen opnieuw aan het beschouwen om ervoor te zorgen dat we klaar staan voor wat komen gaat. Door deze proactieve benadering willen we ervoor zorgen dat we efficiënt en effectief kunnen inspelen op de veranderende eisen en verwachtingen.

Op tijd het SNA-keurmerk behalen

Werk aan de winkel dus. De Wtta is uitgesteld en gaat nu 1 januari 2026 in, waarna er vanaf 2027 wordt gehandhaafd. Wat helpt is de overgangsregeling; als je vóór 1 juli 2026 in bezit bent van het SNA-keurmerk (de basis voor de nieuwe Wtta norm), dan word je toegelaten tot het nieuwe register (zonder dat je al volledig op het nieuwe normenkader bent getoetst). Kortom, je kunt op basis van het SNA keurmerk je activiteiten blijven ontplooien en inleners kunnen zaken met je blijven doen. Immers, niet toegelaten of ingeschreven in het register staat gelijk aan geen TBA activiteiten mogen ontplooien. Wij merken zeker al wel een toename in de aanvragen voor het SNA-keurmerk omdat men steeds bewuster wordt van de voordelen van de overgangsregeling, maar de huidige aantallen zijn naar mijn mening nog niet voldoende. Dat de wet nu met een jaar uitgesteld is, biedt de kans om nog meer uitleenbedrijven voor het SNA keurmerk te kunnen certificeren.

Want misschien lijkt 1 juli 2026 nog ver weg, dat is het niet. Mijn boodschap aan de markt: Wacht niet af! Beschik je al over het SNA-keurmerk, verdiep je alvast in de aanvullingen die het nieuwe normenkader stelt en steek de peilstok in je organisatie door voor de aanvullende Wtta module op te gaan die de Stichting Normering Arbeid (SNA) per 1 januari 2025 zal aanbieden. Zeker als je nog niet over het SNA-keurmerk beschikt, moet je nu doorpakken. Mijn praktijkervaring leert dat ondernemingen die zich voor het eerst aanmelden voor het SNA keurmerk, die tijd ook echt wel nodig hebben. Met name omdat de processen nog niet als dusdanig ingericht of op orde zijn waardoor in de aanvangsfase het erg logisch is dat tegen de nodige afwijkingen wordt aangelopen. De tijd die het uitstel nu biedt, geeft je de kans om dergelijke afwijkingen deugdelijk te herstellen. Wees voorbereid zodat je zeker bent dat je business door kan blijven draaien! Ga dus nu al aan de slag met het behalen van het SNA-keurmerk.

Julisa Fereijra-Phelipa is directeur bij Normec VRO. Zij is een van de sprekers tijdens het event FlexFuture 2024. En wil je meer over haar weten? Kijk dan hier voor meer informatie.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Uitzenders, maak gebruik van de overgangsregeling voor het toelatingsstelsel’

Commentaar: herstel ABU Marktmonitor stagneert in het tweede kwartaal

Verschillende ontwikkelingen

De ABU rapporteerde over periode 6 een urenkrimp van -8,1%. Dat was gelukkig weer wat minder dan de tegenvallende -10,0% van de vorige periode. De verschillen tussen de drie beroepsgroepen waren aanzienlijk: de Admin uren krompen met -15,9%, de Indu uren met -4,6% en de Tech uren met -10,6%. Als we de ontwikkelingen per kwartaal bekijken (het tweede kwartaal gedefinieerd als de perioden 4 tot en met 6), zien we opmerkelijke verschillen.

De totale uren in de ABU Marktmonitor zijn in het tweede kwartaal met -8,6% gekrompen; dat was dus helaas maar een beetje minder dan de -8,7% in het eerste kwartaal. 

Lees ook: ABU-cijfers: aantal uitzenduren daalde met 8%

De krimp van de Indu uren is iets groter geworden dan in het eerste kwartaal, toen de krimp nog -4,4% was. De Indu uren maken dus hun comeback, die ze een jaar geleden waren begonnen, onderbroken. 

De Tech uren zijn serieus aan het wegzakken: ook zij begonnen medio 2023 aan een herstel, maar dat is afgelopen winter compleet vastgelopen, en nu wordt de krimp alweer twee kwartalen steeds wat sterker. De zwaar getroffen Admin uren herstellen met een krimp van -16,0% in het tweede kwartaal niet serieus, en zijn op de langere termijn gezien met een vrije val bezig.

Verschillende oorzaken

De krimp van de Indu uren en van de Tech uren lijkt vreemd: de wereldhandel is in de eerste twee kwartalen weer een beetje gaan groeien, waarna onze export ook is gaan groeien in het tweede kwartaal. De omzetkrimp van de Nederlandse industrie is inmiddels bijna tot staan gebracht, en de Nederlandse logistiek boekte in het eerste kwartaal alweer een lichte omzetstijging. En hoewel het producentvertrouwen in juni nog net niet positief was geworden, staat de inkoopmanagersindex al een paar maanden in de plus. Kortom, de omstandigheden bij de belangrijkste inleners van uitzendkrachten zijn de afgelopen maanden minder slecht of zelfs licht positief geworden. 

Dat blijkt ook uit de indicator uit de ConjunctuurEnquête van het CBS die aangeeft of werkgevers in de industrie de komende 3 maanden hun personeelsbestand willen uitbreiden of inkrimpen: die staat al een paar maanden op uitbreiden. Normaliter stond die context garant voor een significant kleinere krimp van de Indu en de Tech uren, maar daarvan was in het tweede kwartaal dus zeker geen sprake.

Heeft dat te maken met de krapte op de arbeidsmarkt? Dat is zeer waarschijnlijk. Werkgevers in de industrie, in de logistiek en van technici hebben al jaren te maken met schaarste van goede kandidaten, zelfs nog nadat de Nederlandse economie vier kwartalen lang (licht) is gekrompen. Dat heeft tot gevolg dat zij geschikte kandidaten liever aan zich willen binden in plaats van ze in te huren. Die ontwikkeling was de afgelopen decennia telkens zichtbaar bij een hoogconjunctuur, maar nu dus zelfs bij een laagconjunctuur. Ook gaan steeds meer technici zzp’en; op een krappe arbeidsmarkt is dat voor de meesten erg aantrekkelijk. Krapte leidt al met al tot druk op de uitzenduren in Indu en Tech.

Bij de Admin uren is de verklaring anders. Werk waar voorheen uitzendkrachten voor werden ingehuurd, met name op lager of middelbaar niveau, verdwijnt door digitalisering en offshoring. De toenemende mogelijkheden van robotic process automation (RPA) en AI en de Global Capability Centres in India en dergelijke zetten structurele druk op dit type uitzendwerk. 

Sterkere krimp van de omzet

Hoewel de totale uren in het tweede kwartaal dus een klein beetje minder zijn gekrompen, is de omzet wél sterker gekrompen: met -2,3% ten opzichte van een jaar eerder, en in het eerste kwartaal was dat nog -0,9%.

Dat is een gevolg van de afnemende stijging van het gemiddelde uurtarief. Die stijging piekte in het tweede kwartaal van 2023 met +13,5% ten opzichte van een jaar eerder, een nooit eerder geziene stijging. In het tweede kwartaal van dit jaar was die stijging nog +6,9%, waar die in het eerste kwartaal nog +8,5% was.

Verwachtingen voor het derde kwartaal en verder

De in het eerste halfjaar van 2024 nieuw afgesloten cao’s maken duidelijk dat de loonstijgingen weer wat lager worden. Dat is vooral een gevolg van de lager wordende inflatie plus de economische stagnatie (waardoor de krapte op de arbeidsmarkt minder wordt gevoeld). Deze combinatie zal in de komende maanden ook blijven zorgen voor lagere stijgingen van het gemiddelde ABU-uurtarief.

Op basis van verschillende, hiervoor genoemde indicatoren kan worden verwacht dat de economie langzaam maar zeker weer wat gaat groeien, later dit jaar. Dat zal ertoe leiden dat de urenkrimp in de ABU Marktmonitor kleiner zal worden – een omslag naar urengroei is met name vanwege de krapte niet waarschijnlijk.

Geplaatst in In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Commentaar: herstel ABU Marktmonitor stagneert in het tweede kwartaal

ABU-cijfers: aantal uitzenduren daalde met 8%

In periode 6, van 20 mei tot en met 16 juni, daalde het aantal uren met 8% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De omzet daalde met 2%. Dat blijkt uit de recentste cijfers van de ABU Marktmonitor. De grootste daling is te zien bij de ‘administratieve sector’. Hier daalde aantal uren met 16% en de omzet met 7%.

ABU marktmonitor: overzicht omzet

ABU marktmonitor: overzicht uren

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 16% en de omzet is gedaald met 7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 5% en de omzet steeg met 2% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 11% en de omzet daalde met 5% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 6 augustus 2024.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor ABU-cijfers: aantal uitzenduren daalde met 8%

Sebastiaan Rozema (BVNG) over goed werkgeverschap: ‘de professional gaat vóór de opdracht’

Goed werkgeverschap houdt bij detacheerder BVNG onder meer in: de kandidaat gaat vóór de vacature en zijn loopbaanpad gaat vóór de opdracht. Algemeen directeur Sebastiaan Rozema: “Als een professional zegt ‘deze opdracht past niet bij mij’, dan gaat het niet door. Ook al is dat soms een lastige keuze.”

Bovenformatief werven

BVNG is een detacheerder voor decentrale overheden in het sociale domein, fysieke leefomgeving, Beleid en Management en de zorg. In de afgelopen vijftien jaar zijn er naast het hoofdkantoor in Groningen nog vier vestigingen bijgekomen. De circa 90 recruiters en adviseurs bemiddelen circa 120 zzp’ers en 500 gedetacheerde professionals, waarvan 70% een dienstverband voor onbepaalde tijd heeft. Tot zover niet heel opzienbarend.

Waarin zij zich wel nadrukkelijk onderscheidt is de claim: BVNG zet jouw wensen en ambities voorop en vindt de baan die voor jou werkt. En niet andersom, zoals meestal het geval is. “Waar veel collega’s doen aan projectdetacheren – we hebben een vacature en zoeken een kandidaat – is onze strategie bovenformatief werven – we nemen eerst mensen aan en kijken vervolgens welke opdrachten bij hen passen”, stelt Sebastiaan Rozema, algemeen directeur bij BVNG.

Loopbaanpad belangrijker dan opdracht

Het werk van onze professionals is intensief en goed werkgeverschap begint dan ook met persoonlijke aandacht en ambitie, vindt Rozema. “Denk aan een jeugdconsulent, die komt bij gezinnen in complexe situaties. Dat werk is vaak heel lastig. Daarom investeren wij heel veel in intervisies, persoonlijke begeleiding en continue ontwikkeling om hen nog beter voor te bereiden voor deze situaties. Wij begeleiden hen bij hun loopbaanpad en bieden leerlijnen; je begint bijvoorbeeld als consulent en wil doorgroeien naar de functie van beleidsadviseur – welke stappen onderneem je om te groeien?” De professionals krijgt ondersteuning vanuit het BVNG Leerhuis, een (online) platform voor trainingen en cursussen voor het vergroten van kennis en er zijn er BVNG colleges voor verdere verdieping in je vakgebied.

Meer detacheerders investeren natuurlijk in opleiding en ontwikkeling van hun professionals. Hét verschil met concurrenten is volgens Rozema: “Wij kijken niet alleen naar die eerste opdracht, we kijken naar jouw loopbaanpad. Wat is jouw drijfveer? Waar wil je naar toe (groeien)? Door de diversiteit aan opdrachten vinden en we altijd wel een opdracht die bij je past, zowel persoonlijk als qua ambities.”

Hoger leeglooppercentage ingecalculeerd

Dit kandidaat- in plaats van de vacaturegedreven benadering gaat zo ver dat BVNG ook wel eens ‘nee’ verkoopt aan een opdrachtgever, vertelt Rozema. “Als een professional zegt ‘deze opdracht past niet bij mij’ dan gaat het niet door. Ook al is dat soms een lastige keuze en levert dat door het aanbestedingsgeweld binnen de overheid met alle verplichtingen tot levering wel een uitdagende situatie op.” Of er wordt een creatieve oplossing bedacht. “Soms kun je het ombuigen, bijvoorbeeld door naast de opdracht een interessant project voor die professional bij die opdrachtgever te regelen of interne werkzaamheden. Maar de professional is niet ondergeschikt aan de vacature. Die moet zijn meerwaarde kunnen aantonen.”

BVNG kent daardoor een hoger leeglooppercentage dan gemiddeld. “Dat calculeren we in. We lopen sowieso meer risico op bankzitters door onze bovenformatieve wervingsstrategie.” Daar staat tegenover dat BVNG relatief minder verloop heeft. “Natuurlijk worden mensen verleid door opdrachtgevers om daar de mooie opdracht voor langere termijn voort te zetten, maar ik zie ook vrij veel kandidaten terugkeren bij ons nadat twee of drie jaar geleden uit dienst zijn gegaan.”

“Het PSO-keurmerk voor sociaal ondernemen is de tegenhanger van de hardere ISO-certificering.”

PSO-keurmerk

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) op de arbeidsmarkt is veelomvattend. Zo is er de Social return on investment (SROI) – verplichting; minimale investering van 5% van de loonsom in het bieden van werkplekken voor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hieraan moet bij aanbestedingen bijvoorbeeld worden voldaan. “Dat is niet heel onderscheidend”, stel Rozema. “Wij willen echt sociaal ondernemen; kerstpakketten inkopen bij een sociale werkplaats, onze koffie komt van Drents bakkie, een sociale organisatie. Onze opleidingen, vakcolleges en intervisies verzorgen we altijd samen met of bij een partij met en sociaal karakter. We hebben zelfs een coördinator die fulltime daarmee bezig is.” En dat wil je dan ook uitstralen. Want iedereen kan wel roepen dat ze ‘doen aan MVO’, maar hoe onderscheid je je dan? “Daarom hebben wij ervoor gekozen het PSO-keurmerk voor sociaal ondernemen te behalen. Zie dit maar als een tegenhanger of aanvulling van de hardere ISO-certificering. Wij zijn de eerste detacheerder die dat heeft.”
Rozema ziet het PSO-keurmerk (trede 1) ook als een ‘trigger’ voor employer branding.

“Mensen willen werken bij een organisatie die maatschappelijk betrokken is, weten welke maatschappelijke bijdrage je levert en of je aandacht hebt voor persoonlijke ontwikkeling.”

Geen marketing-tool

Door de invoering van de EU-richtlijn Corporate Social Responsibility Directive (CSRD) moeten organisaties gaan rapporteren over duurzaamheid, ethiek en sociale impact van het bedrijf. Bij die rapportage spelen de ESG-factoren een belangrijke rol. De afkorting ESG staat voor Environment, Social en Governance. Met de ESG-criteria worden de duurzaamheidsprestaties van organisaties beoordeeld. Een goede zaak of nog meer papierwerk? Daarover zijn de meningen verdeeld. Rozema ziet dat er steeds meer een certificeringsmentaliteit ontstaat. “Het wordt wel heel veel en heel divers. Denk aan de NEN, ISO, STiPP, PSO … In de ideale wereld is er één hoofdnorm, met tredes (gradaties), waar iedereen aan moet voldoen. In ieder geval iets dat voor iedereen hetzelfde, vergelijkbaar, is. Want als je niet oppast komt overal een apart keurmerk voor, voor arbeidsbemiddelaars, voor detacheren, voor zpp-bemiddeling, et cetera.

“En je moet ervoor waken dat zo’n certificering geen marketing-tool wordt, maar daadwerkelijk toegevoegde waarde biedt.”

Detacheren is geen uitzenden

Rozema heeft ruim 18 jaar in de arbeidsbemiddeling gewerkt en kent de overeenkomsten en verschillen tussen uitzenden, zzp-bemiddeling en detacheren. “Iedereen doet wel zijn best om aan de SROI-verplichting te voldoen en is bereid opleidingen te bieden. Maar detacheerders investeren veel meer in persoonlijke ontwikkeling, intervisies en opleidingen – wij organiseren jaarlijks 50 vakcolleges en hebben een eigen ontwikkelingsportal. Dat is niet te vergelijken met arbeidsbemiddelaars. Wij geven gemakkelijk twee tot drie keer zoveel uit aan opleiding van onze mensen als uitzenders. Onze bijdrage als detacheerders aan kwaltiteitsverbetering van werk en continue persoonlijke ontwikkeling in Nederland is veel groter.”

De uitzendkracht is een andere werkende dan de gedetacheerde, legt hij uit. “Waar uitzenden wordt gezien als opstap naar een vaste baan, kiezen onze professionals bewust voor detachering. Die willen zich graag aansluiten bij een club met vakgenoten, zich ontwikkelen en vooral veel verschillende opdrachten en projecten doen. Bij ons is de professional geen eenpitter, hij of zij heeft collega’s achter zit waarmee hij of zij kan sparren. Er is kennisverstuiving want ze zoeken elkaar formeel (vakcolleges) en informeel op waardoor er cohesie in het netwerk is.”

Positionering detacheren

Bij detachering staat de kwaliteit van de professional centraal. “Wij moeten als detacheren afstand nemen van uitzenden en duidelijk maken dat wij staan voor goed werkgeverschap”, stelt Rozema. Het bijdragen aan het verbeteren van de positionering van detacheren is dan ook een belangrijke reden geweest om als BVNG lid te worden van de VvDN.

“Uitzenden van arbeidsmigranten, zzp, interim management, detacheren – alles wordt over één kam geschoren en de wetgeving is gericht op de onderkant van de arbeidsmarkt. Die doelgroep heeft ook bescherming nodig, maar in de zzp- en detacheringswereld is de situatie echt anders. Dat andere geluid mogen wij wel sterker laten horen.”


Waardevol werkgeverschap

De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) staat voor werkgevers die zekerheid bieden aan hun medewerkers (vaste, reguliere arbeidsovereenkomsten), meer dan gemiddeld investeren in opleiding en ontwikkeling van hun specialisten, en vanuit hun dienstverleningsmodel duurzame inzetbaarheid centraal hebben staan.

Detacheerders ondersteunen opdrachtgevers met het inzetten van specialisten die tijdelijk capaciteit en/of expertise toevoegen aan deze organisaties. Zij bieden daarbij zekerheid en ontwikkeling aan hun medewerkers.

Uit: position paper, Detacheerders: werkgevers van keuze (2021)


 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Sebastiaan Rozema (BVNG) over goed werkgeverschap: ‘de professional gaat vóór de opdracht’