Maandelijkse archieven: maart 2024

Ontdek de stem van uitzendkrachten in een onderzoek van Doorzaam

Chantal Huinder

Vandaag onthult Doorzaam een rapport, gebaseerd op een uitgebreid onderzoek onder bijna 3.000 uitzendkrachten. Deze enquête geeft inzicht in hun ervaringen: hoeveel aandacht krijgen ze van hun uitzendwerkgevers en/of opdrachtgevers voor de veiligheid van hun werkomstandigheden, hun fysieke en mentale welzijn, en hun loopbaankansen?

“Uit ons onderzoek blijkt dat het gemiddeld behoorlijk goed gaat,” vertelt Chantal Huinder, directeur van Doorzaam.

Sinds de coronacrisis is de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten prominenter op de agenda komen te staan. De krappe arbeidsmarkt draagt hier ook aan bij. Uitzendorganisaties tonen meer openheid en besteden meer aandacht aan dit onderwerp. De cijfers tonen positieve ontwikkelingen en we kijken vol vertrouwen naar een voortdurende stijgende lijn in de komende jaren. Dit kunnen we alleen bereiken door nauwe samenwerkingen binnen de uitzendbranche, vakbonden en andere partners aan te blijven gaan en uit te breiden.”

Het startpunt: Een goed gesprek

“Aandacht voor duurzame inzetbaarheid begint met een goed gesprek tussen uitzendkracht en contactpersoon van de uitzendorganisatie,” benadrukt Huinder. “Doorzaam biedt informatie, trainingen en individuele begeleiding aan uitzendorganisaties en uitzendkrachten. We verstrekken bijvoorbeeld Scholingsvouchers die naar eigen keuze van de uitzendkracht kunnen worden besteed of bieden Hulp bij Geldzaken of een training Minder stress, meer energie. Indien een uitzendbureau het onderwerp belangrijk vindt, maar zelf niet de middelen heeft, kunnen wij het volledige begeleidingstraject van de uitzendkracht(en) op ons nemen zoals in ons Ontwikkelbudget.”

Diverse doelgroep: Een blik op leeftijd en herkomst

“Het onderzoek omvat de gehele populatie uitzendkrachten in Nederland,” legt Huinder uit. “De deelnemers zijn op verschillende manieren benaderd, inclusief Engelstalige en Poolstalige versies van de vragenlijst. De enquêterespons is representatief voor de hele populatie uitzendkrachten per herkomstgroep. Opvallend is dat de helft van de uitzendkrachten in de sectoren transport en logistiek werkzaam is, waarbij dit percentage onder anderstalige uitzendkrachten nog hoger ligt.”

Ontdek de resultaten

Het onderzoek is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek en de resultaten zijn samengevat in een overzichtelijke infographic. 

Stimuleren van groei: Het belang van opleiding

“We wilden de ervaringen van uitzendkrachten belichten op het gebied van vitaliteit, veiligheid en vaardigheid, en in hoeverre zij hierin worden ondersteund door hun uitzendwerkgevers en opdrachtgevers,” verklaart Huinder. “De meerderheid van de respondenten heeft een opleiding genoten voor het huidige werk. Uit het onderzoek blijkt dat er al aandacht is voor duurzame inzetbaarheid, met de nadruk op vaardigheid, veiligheid en vitaliteit op de werkvloer. Opvallend is dat slechts 50% van de respondenten aangeeft een gesprek te hebben gehad met hun uitzendorganisatie over hun loopbaan. Hoewel dit een positieve stap is, streven wij ernaar dat minstens 75 tot 80% van alle uitzendkrachten dergelijke gesprekken voert. Om dit te bereiken, zullen we dit onderwerp nog breder onder de aandacht brengen.”

Bekendheid mogelijkheden voor betaalde opleiding

“41% van de uitzendkrachten heeft een opleiding gevolgd tijdens de uitzendperiode. Bij Doorzaam zien wij zelf ook een stijging van het aantal uitzendkrachten dat opleidingen volgt. In een eerdere onderzoek lag dit percentage op een derde,” verklaart Chantal Huinder. “Toch blijkt uit het onderzoek dat meer dan de helft van de uitzendkrachten nog niet weet dat zij kans maken op een betaalde opleiding en dat zij daarvoor bij hun uitzendorganisatie kunnen aankloppen of direct bij Doorzaam. Ook hier liggen mooie kansen die we gezamenlijk op kunnen pakken.”

Focus op gezondheid en veiligheid

“Onze enquêteresultaten laten zien dat 30% van de uitzendkrachten een gesprek voert over hun gezondheid; hoe staan ze er financieel, fysiek en mentaal voor, zo blijkt uit het rapport,” merkt Huinder op. “Dit percentage zou naar ons idee hoger mogen liggen, gezien de noodzaak om deze basis op orde te hebben. Daarnaast beschikken wij over diverse mogelijkheden zoals Budgetcoaching en training naar ander werk. Het waarborgen van voldoende werkuren door uitzendorganisaties blijft een aandachtspunt. Gemiddeld een kwart geeft aan niet genoeg uren te maken om rond te kunnen komen.”
Vanuit dit onderzoek blijkt dat het merendeel van de uitzendkrachten ervaart dat ze voldoende informatie ontvangen over de veiligheidsregels en dat de opdrachtgever er alles aan doet om veilig te kunnen werken. Wel ontvangen sommige uitzendkrachten beschermingsmiddelen die van mindere kwaliteit zijn dan van vaste medewerkers.

Optimistisch over werkkansen

“Uit het onderzoek blijkt dat uitzendkrachten optimistisch zijn over hun werktoekomst,” deelt Huinder. “Dit optimisme kan worden toegeschreven aan het huidige arbeidsmarktklimaat.” De meerderheid verwacht ook bij de huidige uitzendorganisatie aan het werk te kunnen blijven.

Verbetering in aandacht voor diverse doelgroepen

“Anderstalige uitzendkrachten ervaren iets minder aandacht voor hun gezondheid, veiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden,” legt Huinder uit. “Desondanks zijn we tevreden met deze resultaten, hoewel we erkennen dat er nog ruimte is voor verbetering. We werken eraan om ons aanbod beter af te stemmen op deze groep, bijvoorbeeld door het aanbieden van regelingen in meerdere talen.”

Startpunt voor verandering: Het gesprek

“Wanneer uitzendkrachten in gesprek gaan met hun werkgever over hun duurzame inzetbaarheid, vergroot dat hun bewustzijn en motivatie,” benadrukt Huinder. “Dat blijkt uit de enquête. Het helpt hen bij hun motivatie om de eerste stappen te zetten voor de verbetering van hun mentale of fysieke conditie en het vertrouwen in hun werkmogelijkheden op langere termijn. Des te meer reden om juist dat gesprek aan te gaan.”

Samen op weg naar een betere toekomst

“Er is veel om tevreden over te zijn maar ook om aan te werken,” concludeert Huinder. “Begin het gesprek en integreer duurzame inzetbaarheid geleidelijk in de organisatie. Samen kunnen we het verschil maken voor onze uitzendkrachten en ons gemeenschappelijke doel verwezenlijken: elke uitzendkracht vitaal, veilig en vaardig aan het werk. Nu en in de toekomst!”

Durf klein te dromen om ver te komen

Noot van de redactie: Dit doet me denken aan het plantje dat ik ontving tijdens het inspirerende Doorzaam-congres op 10 november jl. Het plantje symboliseert de kracht van aandacht en zorg. Doorzaam moedigt aan om klein te beginnen en stap voor stap vooruitgang te boeken. Met interviews als deze kunnen we het bewustzijn rond duurzame inzetbaarheid vergroten. Het begint allemaal met aandacht en bewustzijn.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Ontdek de stem van uitzendkrachten in een onderzoek van Doorzaam

Adviesraad Migratie pleit voor afsluiten populaire sluiproute voor arbeidsmigratie van buiten de EU

Nederland is een van de grootgebruikers als het gaat om de omstreden A1-verloning. Deze ‘concurrentiedetachering’ heeft naast risico’s voor de arbeidsmigranten, ook risico’s voor de Nederlandse samenleving. De Adviesraad Migratie pleit daarom voor een harde aanpak.

Dat blijkt uit het rapport Geen Derderangsburgers dat Monique Kremer, voorzitter van de Adviesraad Migratie, vanmiddag overhandigde aan (demissionair) minister Van Gennip (SZW).

In 2022 werkten er bijna 90.000 gedetacheerde arbeidsmigranten in Nederland vanuit een (uitzend)bedrijf in een ander EU-land. (nog exclusief de transportsector, waar het om een veelvoud gaat). Daarvan waren er zo’n 22.500 afkomstig van buiten de EU (derdelanders).

A1-verloning

Het gaat daarbij om zogenoemde A1-verloning; uitzendkrachten zijn hier dan niet werkzaam via een in Nederland gevestigd uitzendbureau, maar via een in het buitenland gevestigde uitzender onder het buitenlandse recht. De term A1-verloning verwijst naar een al lang bestaand Europees formulier waaruit blijkt dat de werknemer verzekerd is in het land van herkomst. De sociale premies worden afgedragen in het vestigingsland van de uitzender/detacheerder (en die zijn meestal lager dan in Nederland, red.).

Deze sluiproute naar Nederland, via een ander land met andere – veelal ruimere – regelgeving, leidt tot ruim vijf keer meer arbeidsmigranten van buiten Europa dan de reguliere route (werkvergunning via de Wav), waarbij mensen rechtstreeks en op uitnodiging naar Nederland komen, beweert de Adviesraad Migratie. Zij stelt dan ook dat werkgevers deze detacheringsroutes gebruiken om arbeidsmigranten van buiten de EU in te zetten.

De voorzitter van de Adviesraad Migratie Monique Kremer (links) overhandigt het rapport aan demissionair minister Van Gennip (SZW). (foto Hugo-Jan Ruts)

Monique Kremer, voorzitter van de Adviesraad Migratie, hekelt deze praktijk en zegt bij de presentatie van het rapport: “Los van de groei, is het zo dat deze mensen in een heel ingewikkelde constructie werken, met regels die – zeker voor iemand van buiten de EU – niet te begrijpen zijn. Ik geloof er helemaal niets van dat iemand uit Kirgizië, die via Litouwen in Nederland werkt, uiteindelijk zijn pensioen krijgt.”

Gedetacheerde arbeidsmigranten lopen een groot risico om hier als derderangsburger behandeld te worden en niet het loon, de arbeidsvoorwaarden of de sociale zekerheid te krijgen waarop zij recht hebben. Voor gedetacheerde arbeidsmigranten die van buiten de EU komen zijn de risico’s het grootst, omdat zij voor hun verblijfsvergunning afhankelijk zijn van hun werkgever. Als zij hun baan verliezen, zijn ze ook meteen hun verblijfsvergunning kwijt. Dat kan zelfs leiden tot dakloosheid, zo stelt de Adviesraad Migratie.

‘Bermuda-driehoek van de arbeidsmarkt’

ABU-directeur Jurriën Koops zegt bij de presentatie van het rapport: “De A1-richtlijn is goed bedoeld, maar wordt te vaak verkeerd gebruikt. Ik noem de situatie zoals in het rapport beschreven de Bermuda-driehoek van de arbeidsmarkt, waarin allerlei rechten van werkenden verdwijnen. Klopt juridisch misschien wel, maar het deugt niet.” Het standpunt van de ABU is niet nieuw. De brancheorganisatie pleit al jaren voor het verbieden van A1-verloning.

Race to the bottom

Werkgevers omzeilen regels voor arbeidsmigranten via de Europese Detacheringsrichtlijn. Volgens de Adviesraad Migratie is het een verdienmodel voor bedrijven. Werkgevers maken handig gebruik van ondoorzichtige situaties die ontstaan doordat regelgeving in het zendende land (bijvoorbeeld Polen), anders is dan in Nederland. Werkgevers creëren soms doelbewust ondoorzichtige omstandigheden en openen daarmee de deur naar arbeidsuitbuiting. Kremer: “Veel werkgevers zijn niet blij met deze concurrentie-werkgevers. Zij houden zich wel aan de wet, betalen wat nodig is. Als je dat laat voortduren, dan krijg je een race to the bottom.’”

Minister Van Gennip sluit zich daarbij aan: “Er zijn heel veel uitzenders en werkgevers die het goed willen doen. Die hebben last van anderen die de grenzen van de wet opzoeken of er overheen gaan. Het toelatingstelsel (WTTA, red.), waarvan de wet nu bij de Tweede Kamer ligt, moet daar iets aan doet.”

Kremer doet meer concrete suggesties om deze ongewenste ‘detacheringsconcurrentie’ tegen te gaan: “Als je steeds maar meldingen krijgt uit een sector, dan moet je misstanden in de sector voorkomen. In Duitsland hebben ze dat al gedaan. Daar moeten bedrijven in de vleesverwerkingsindustrie bijvoorbeeld alle werkenden zelf in dienst nemen. Ook in België gelden er voor sectoren strengere regels.”

Van Gennip reageert: “Sectoren helemaal afsluiten voor flexibele arbeid, dat zit nu niet in ons arbeidsmarktpakket. Maar je kan zeggen, die sectoren hebben nu nog een laatste kans.”

Gebrek aan handhaving

Gebrek aan handhaving heeft deze schijnconstructies in de hand gewerkt, zo stelt de Adviesraad Migratie. Zij erkent dat het haast ondoenlijk is om precies te weten waar een gedetacheerde arbeidsmigrant recht op heeft. Niet alleen voor de arbeidsmigrant zelf maar ook voor gemeenten en instanties als de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het gebrek aan capaciteit, opsporingsbevoegdheden, Europese samenwerking en het ontbreken van gegevens over de situatie van mensen, maken het controleren op naleving moeilijk.

Ook Koops denkt dat handhaving alleen niet voldoende is: “Daarmee red je het niet, want je krijgt dit niet helemaal dicht geregeld. Het gaat om het gedrag van uitzenders en werkgevers. Wij roepen onze leden én werkgevers om hier (A1-verloning, red.) gewoon geen gebruik van te maken. We wilden het verbieden voor ABU-leden, maar dat mocht van de ACM niet. Verder kunnen er aan de CAO-tafels afspraken worden gemaakt om deze constructies via de CAO uit te sluiten.”


De Adviesraad Migratie doet 4 aanbevelingen:

  1.  rem de race naar de bodem af door flexibilisering arbeidsmarkt intensiever aan te pakken. Sluit flexibele arbeidsovereenkomsten – zoals detachering van arbeidsmigranten – uit in sectoren waar veel misstanden voorkomen;
  2.  pak malafide werkgevers harder aan en intensiveer de handhaving. Zorg dat er grote consequenties zijn voor werkgevers die gedetacheerde arbeidsmigranten benadelen zoals hogere boetes;
  3.  versterk de positie van gedetacheerde arbeidsmigranten. Breid de wettelijke ketenaansprakelijkheid uit naar alle arbeidsomstandigheden;
  4.  maak betere afspraken in Europa én bilateraal met andere lidstaten. Dring er bij de Europese Commissie op aan om een nieuwe EU-richtlijn voor gedetacheerde arbeidsmigranten van buiten de EU.

EU-detacheringsrichtlijn

Gedetacheerde Europese werknemers hebben recht op aanvullende arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden volgens het principe gelijk loon voor gelijk werk. Dat is vastgelegd in herziene detacheringsrichtlijn die in 2020 in werking trad.

Dit heeft tot doel een betere balans te vinden tussen enerzijds het bevorderen van het vrij verrichten van diensten in de Europese Unie en het zorgen voor een gelijk speelveld, en anderzijds de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers, waaronder met name de bescherming van de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden van deze werknemers.

De Adviesraad Migratie vraagt de minister nu om bij de Europese Commissie aan te dringen op een nieuwe EU-richtlijn voor gedetacheerden van buiten de EU.

Van Gennip zegt in reactie: “Een probleem met de Europese richtlijn is dat definities in verschillende landen nog verschillend worden uitgelegd. We hebben opgeroepen om dat duidelijker te maken, dan kunnen we hier beter handhaven.”

Kremer komt met een praktische suggestie: “We moeten overwegen om de EU- richtlijn aan te passen, bijvoorbeeld door vast te leggen dat je niet iemand die maar even in je land is kan detacheren naar weer een andere land.”

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Adviesraad Migratie pleit voor afsluiten populaire sluiproute voor arbeidsmigratie van buiten de EU

En dan toch… De Europese Richtlijn platformwerk komt er aan

De Europese ministers van Sociale Zaken hebben dan toch een akkoord bereikt over een richtlijn voor platformwerk. Na meerdere pogingen zijn de ministers in meerderheid akkoord gegaan met het voorstel waarover eerder overeenstemming was bereikt met het Europees Parlement.

De richtlijn moet er voor zorgen dat platformwerkers die aangestuurd worden via een algoritme platform meer bescherming krijgen. Indien ze aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen ze, via een beroep op de wet, er vanuit gaan dat ze als werknemer gezien worden. Dit rechtsvermoeden van werknemerschap betekent dat het aan het platform is om te bewijzen dat iemand geen werknemer is.

De richtlijn geldt voor platformen waarin het algoritme taken overneemt die in traditionele omgevingen gedaan worden door de werkgever. De richtlijn geldt daarom niet voor bijvoorbeeld jobboards die sec vraag en aanbod bij elkaar brengen.

Regels voor algoritmisch management

In de richtlijn staat welke beslissingen platformen niet aan algoritmes mogen overlaten. Iemand ontslaan of zijn account bevriezen mag bijvoorbeeld niet zonder menselijk toezicht. Ook zijn platformen voortaan verplicht om eerst de gevolgen te analyseren, voordat ze bepaalde beslissingen over arbeidsomstandigheden overlaten aan algoritmes.

Er zijn ook richtlijnen voor gebruik van data door platformen. Zo mogen zij geen persoonlijke gegevens verwerken. Denk daarbij aan informatie over geloofsovertuiging of privégesprekken met collega’s. Verder zijn platformen verplicht om informatie over zzp’ers door te geven aan de nationale autoriteiten en vertegenwoordigers van platformwerkers.

Tot slot is er speciale aandacht voor flexbemiddelaars. Er staat expliciet in dat een platform de regels niet kan omzeilen via tussenpersonen. Lidstaten moeten zorgen dat platformwerkers via tussenbureaus dezelfde rechten hebben als degenen die rechtstreeks voor het platform werken.

Van vaste criteria naar eigen interpretatie per land

Het voorstel is op diverse punten minder strikt dan het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. Zo stond in de eerste versie van de richtlijn dat platformwerkers automatisch in loondienst zouden zijn als ze voldoen aan de criteria. In de laatste versies moet de werkende (of een vertegenwoordiger) actief beroep doen op de wet. De werkende kan dan uitgaan van een ‘rechtsvermoeden’ van werknemerschap. De bewijslast ligt dan bij het platform.

Een ander groot verschil met een eerder voorstel is dat er geen algemene EU-criteria komen voor wat nu precies valt onder ‘algoritmisch management’. Dat moeten en mogen individuele landen zelf opstellen en vastleggen in eigen wetgeving.

Vervolg

Na deze overeenstemming moet nu ook het Europees Parlement instemmen, maar dat lijkt geen probleem. Nadat de richtlijn van kracht wordt krijgen de lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in eigen wetgeving.

Minister Van Gennip zegt op X blij te zijn met het bereikte akkoord. Ze vindt het positief nieuws en nodig voor een gelijk speelveld voor bedrijven. “Ik heb me de afgelopen jaren hard ingezet om te komen tot een akkoord. Belangrijk dat platformwerkers goede arbeidsvoorwaarden hebben, zonder dat dit ten koste gaat van duurzame ontwikkeling van platformbedrijven.”

Meer weten:

Dit artikel is eerder gepubliceerd op ZiPconomy.


Lees meer:

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags | Reacties uitgeschakeld voor En dan toch… De Europese Richtlijn platformwerk komt er aan

‘Eigenrisicodrager worden is juist aantrekkelijk voor kleinere uitzendorganisaties’

Koudwatervrees begrijpelijk, maar niet nodig

Kleinere uitzendorganisaties denken vaak dat Eigenrisicodrager Ziektewet (ERD ZW) worden niet voor hen is weggelegd, bijvoorbeeld omdat ze geen eigen HR-afdeling hebben. Dat is jammer, want dan blijven ze die (hoge) premie aan het UWV betalen.

Zij hebben dan koudwatervrees, weten niet precies hoe het werkt, hoe ze dat (zelf) moeten regelen en welk financieel risico ze lopen. En die koudwatervrees is ook niet zo gek, want verzuim is – zeker voor een uitzendwerkgever – een lastig onderwerp. Maar juist daarom is de verzekerde oplossing zo mooi. Ben je als eigenrisicodrager verzekerd, dan loop je geen financieel risico. En als private uitvoerder sociale zekerheid verzorgt Acture de intensieve verzuimbegeleiding (vanaf dag één) zodat de flexkracht zo snel mogelijk weer aan het werk kan. Uitzendorganisaties die zelf niet alle kennis en kunde hiervoor in huis hebben, geven aan dat zij het gevoel hebben in een warm bad terecht te komen bij ons, want wij nemen hen mee in het uitvoeringstraject en leggen alles stap voor stap uit.

Kwestie van kosten

Eigenrisicodrager willen worden is ook een keiharde kostenkwestie. Uitzendwerkgevers willen grip hebben op hun kosten, en dus ook op verzuimkosten. Voor uitzenders draait het om de kostprijs en de hoge UWV-premie doet iets met de kostprijs en dus met jouw concurrentiepositie. Als Eigenriscodrager ben je niet afhankelijk van die hoge Sector 52-premie van het UWV. Presteer jij op het gebied van verzuim beter, dan heb je dus een concurrentievoordeel.

Gevolg CAO-wijziging: ERD worden nog aantrekkelijker

Eigenrisicodrager worden is nu nog aantrekkelijker. Dat heeft alles te maken met de (ABU- en NBBU-)CAO-wijziging op 1 juli 2023. Kon een uitzender voorheen nog het (uitzend)beding inroepen bij ziekte van de uitzendkracht (ziek = einde dienstverband), sinds de CAO-wijziging kan dat niet meer. Ook bij een contract met uitzendbeding mag een uitzendwerkgever een uitzendkracht niet meer direct ziek uit dienst laten gaan. Hij moet de zieke uitzendkracht minimaal een contract van vier weken aanbieden. In zekere zin betaalt de uitzendwerkgever dan dubbele lasten. Als je uitgaat van een 4-weken contract en iemand wordt op de eerste dag van het contract ziek, dan moet je dus 4 weken het loon doorbetalen voordat de flexkracht ziek uit dienst gaat. De ervaring leert dat in deze periode ongeveer 95% van het aantal ziekmeldingen sluit – die komen dus niet in de Ziektewet. Maar die uitzendwerkgevers moeten wel de Whk-premie hiervoor aan het UWV blijven betalen. Per 1 januari jl. heeft UWV die premie weliswaar iets laten dalen, maar niet zoveel dat dit de loondoorbetaling compenseert. Dat bleek wel bij de Beschikking Whk die afgelopen december ook bij de uitzenders op de mat viel.

Uitzenders moesten even wennen aan de uitwerking van de CAO-wijzigingen, maar op dit moment komen bij Acture en Ascot heel veel vragen binnen over het Eigenrisicodragerschap en verzuimbegeleiding. Ook (kleinere) uitzendorganisaties vragen zich nu af of ERD worden misschien toch een goede optie voor hen is.

Eigenrisicodragerschap verzekeren

Uit het publieke bestel (UWV) stappen en Eigenrisicodrager worden voor de Ziektewet kan dus heel aantrekkelijk zijn. Als private uitvoerder verzorgt Acture de verzuimbegeleiding vanaf dag één van de ziekmelding. Alles is erop gericht de uitzendkracht zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Dat is in ieders belang, van de flexkracht zelf (niemand wil ziek zijn) en van de uitzendorganisatie (die grip op verzuim en inzetbaarheid wil houden).

Gaat de flexkracht alsnog uit dienst, dan draait de Eigenrisicodrager op voor de kosten. En dat kan flink oplopen. Voor de meeste grote uitzenders zijn die lasten wel te dragen, zij zijn dan ook meestal onverzekerd. Maar voor uitzendorganisaties met een loonsom van 4 milljoen euro of lager, kan het spannend worden. Een paar dure pechgevallen, waarbij de medewerker bijvoorbeeld twee jaar in de Ziektewet zit, kunnen leiden tot een hoge schadelast. En dat kan een flinke druk zetten op de liquiditeit van een relatief klein bedrijf. Juist voor deze organisaties is het verzekeren van het Eigenrisicodragerschap dan ook aan te raden. Een verzekeraar die compensatie betaalt voor deze ‘schade’ kan dan veel financiële problemen voorkomen. Ook hier geldt het aloude principe ‘als je het geld niet hebt om de schade zelf te betalen, moet je je juist verzekeren’.

Inclusief aanbod (one stop shopping)

Bij het Eigenrisicodragerschap (ERD) gaat het om (flex)krachten die ziek uit dienst gaan. Dat kun je verzekeren bij een private uitvoerder. Acture heeft dit uitgebreid met een verzekering voor verzuimbegeleiding voor de werknemers die in dienst zijn. Dit inclusieve aanbod (one stop shopping) houdt in dat Acture iedere werkende die ziek wordt in behandeling neemt. Zowel de uitvoering/verzuimbegeleiding (ook voor werknemers in dienst) als het Eigenrisicodragerschap (werknemers uit dienst) is dan verzekerd.

Sinds 1 juli 2023 is de verzuimverzekering onderdeel van de ERD-verzekering. Hierin komt de kracht van Acture – de arbodienstverlening en casemanagement – samen. Volledige begeleiding bij verzuim (vanaf dag één) en totale dekking (geen eigen risico) bij ziekte van alle werknemers. Ook dat kan juist voor kleinere uitzendorganisaties een uitkomst zijn. Geen verrassingen (geen extra kosten) en maximale grip op verzuim.

Deels Verzekering

Rekening houdend met de wensen en behoefte van uitzenders biedt Acture daarnaast een Deels Verzekering. Zoals de naam al aangeeft, betaal je dan bij ziekte als werkgever zelf een deel van de schade en het andere deel is dan verzekerd. Welk deel, dat bepaal je zelf. Dit werkt middels een quotum (25%, 50% of 75%) Bijvoorbeeld bij een 50% Deels Verzekering wordt de rekening gesplitst, je betaalt de helft van de kosten, de verzekeraar betaalt de andere helft. Deze Deels Verzekering is vooral een interessante optie voor middelgrote uitzendorganisaties. Die kunnen zelf wel een (gedeeltelijke) schadelast dragen en kunnen op deze manier toch de risico’s temperen. Zo beheersen deze uitzenders de risico’s en voorkomen zij dat hun kostprijs in het gedrang komt.

Dynamiek flexbranche

Dat Acture deze verzekeringsoplossingen specifiek voor de flexbranche biedt heeft alles te maken met de dynamiek van deze sector. Wij spreken de taal van uitzenders en kennen hun uitdagingen. Is ziek uit dienst gaan binnen andere sectoren een incident, in de flexbranche hebben ze er dagelijks mee te maken. Voor uitzenders zijn deze kosten hoog en goed verzuimbeheer is één van de weinige, belangrijke margeknoppen die uitzendorganisaties nog hebben in hun competitieve markt. Niet verwonderlijk dus dat de wens om Eigenrisicodrager te worden groeit, net als de behoefte aan (inclusieve) verzuimbegeleiding. Want dat is uiteindelijk ook gewoon een kwestie van goed werkgeverschap.

  • Barbara Meijer is accountmanager bij Acture. Tijmen de Ritter is adviseur sociale zekerheid bij Ascot Advies.
  • Meer weten over het eigenrisicodragerschap? Ga naar Contact – Werkgever – Acture.  

Lees ook: ‘Eigenrisicodrager Ziektewet worden is nu nog aantrekkelijker’

Geplaatst in In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Eigenrisicodrager worden is juist aantrekkelijk voor kleinere uitzendorganisaties’

VvDN stelt 5 prangende vragen over WTTA

Het ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’, beter bekend als de commissie Roemer, bracht in 2020 een rapport uit dat te belangrijk is om volledig naast je neer te leggen. Het signaleerde misstanden rond arbeidsmigranten waaraan een zichzelf respecterende overheid en bemiddelingssector iets moeten doen. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) die binnenkort in de Tweede Kamer wordt behandeld, beoogt deze handschoen op te pakken.

De leden van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) hopen van ganser harte dat deze wet misstanden succesvol zal bestrijden ofschoon de detacheerders zelf geen misstanden bij haar leden heeft kunnen constateren. De detacheerders zijn werkgevers met ruim 60% van hun werknemers voor onbepaalde tijd in vaste dienst. Zij maken geen gebruik van het ‘uitzendbeding’ en hun werknemers hebben daarom ook niet te maken met onzekerheden zoals die van uitzendkrachten. Bovendien kiezen een toenemend aantal professionals ervoor om in een bepaalde fase van hun loopbaan bij een detacheerder in dienst te gaan omdat zij dan meer eigen regie kunnen voeren en meer verschillende ervaring kunnen opdoen.

De VvDN heeft zorgen over de doelmatigheid, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid en stelt daarom de volgende vijf prangende vragen:

  1. Waar komen deze misstanden eigenlijk voor, bij wie en in welke mate?

Commissie Roemer heeft niet in kaart gebracht waar en hoeveel deze misstanden voorkomen maar alleen gesignaleerd. Er is sindsdien ook niets gedaan aan het in kaart brengen van dit probleem. Betrouwbare cijfers en feiten zijn daarom (nog) niet voorhanden. De vraag is dan wel hoe we straks weten of de Wtta effectief is geweest? Er is geen recherche geweest op bestaande misstanden en daarom lijkt deze wet een poging op goed geluk. Indien we een dergelijk complexe, dure en bureaucratische regelgeving invoeren zou de VvDN wel graag zien dat het spook van de misstanden van onze arbeidsmarkt wordt weggenomen. In een ander geval zullen goedwillende bedrijven als detacheerders gewoon last blijven hebben van partijen die de reputatie van de sector te grabbel gooien. 

  1. Waarom zou de invoering van een waarborgsom helpen bij het bestrijden van malafiditeit?

Elk bedrijf dat arbeidskrachten uitleent, dient een bedrag van 100.000 euro te storten als waarborgsom. Dit bedrag wordt na vier jaar teruggestort. Welk nut heeft deze waarborgsom? Kritiekpunten:

  • De waarborgsom is niet proportioneel ten opzichte van de gestelde doelen. Het doel van de waarborgsom is om een drempel te vormen voor malafide vluchtige ondernemers. Het bedrag is echter ook een drempel voor het bonafide midden- en kleinbedrijf en innovatieve starters om de markt te betreden. Sterker, een criminele organisatie kan eerder 100.000 euro op tafel leggen dan een bonafide mkb’er. Daarmee voorzien wij een sterker negatief dan een eventueel positief effect.
  • Een miljard aan dood geld. Als 10.000 uitleners ieder 100.000 euro storten, betekent dit dat een miljard euro uit de economie wordt getrokken en geparkeerd zal worden bij de overheid. Zo wordt dood geld gecreëerd dat niet besteed kan worden aan bijvoorbeeld de bestrijding van krapte en innovatie.
  • De waarborgsom is als drempel voor malafiditeit niet effectief, schadelijk voor het bonafide ondernemerschap en dus niet nodig. Elke uitlener zal frequent worden gecontroleerd op het normenkader, waarschijnlijk twee keer per jaar. Deze controle biedt al een goede indicatie dat er geen sprake is van malafide vluchtig ondernemerschap. De waarborgsom is dus niet nodig en houdt kwa hoogte geen rekening met de kleinere schaal van het MKB t.o.v. het grootbedrijf.
  1. Welke partijen vallen wel en welke niet onder de WTTA?

Het lijkt er nu op dat alle partijen die in een driehoek arbeidsrelatie zitten onder de werkingssfeer van de WTTA vallen. Onze arbeidsmarkt kent echter inmiddels verschillende vormen van dit soort relaties en de WTTA zal daarom ook schade veroorzaken op plaatsen waar geen sprake is van malafiditeit.

  • Vallen DGA’s die zichzelf vanuit hun BV als professional in de markt zetten, ook onder de wet?
  • Vallen detacheerders die hun werknemers vaste contracten bieden van onbepaalde tijd eronder?
  • Vallen dienstverleners (zoals accountants, IT-dienstverleners, consultancybureaus, et cetera) die hun werknemers een tijd bij hun opdrachtgevers laten werken eronder?
  • Vallen bemiddelaars van zzp’ers of brokers eronder?

De hierboven genoemde voorbeelden maken geen gebruik van het uitzendbeding maar zouden toch als door een enorm sleepnet bij de voorgestelde wet worden betrokken. De ontstane bureaucratie heeft bij deze categorieën geen effect op de bestrijding van de door de commissie Roemer gesignaleerde misstanden.

  1. Wat heeft de overheid na de kritiek van de Raad van State nu veranderd aan de handhavingscapaciteit?

Het gegeven dat de overheid de problematiek nog niet goed met feiten en cijfers heeft geobjectiveerd, voorspelt niet veel goeds voor de handhaving. Dat de overheid er straks toezicht op houdt dat marktpartijen zich aan de nieuwe regels houden is nog iets anders dan het opsporen en vervolgen van kwaadwillende partijen. Het is voor de detacheerders belangrijk dat ze op geen enkele manier meer geassocieerd kunnen worden met misstanden indien ze aan de WTTA deelnemen terwijl deze misstanden onder hen sowieso al niet bestaand zijn. 

Lees ook: Toelating zonder handhaving gaat niet werken 

Na een hele reeks niet of nauwelijks uitvoerbare en handhaafbare wetten (BGL, DBA, Verplichte Certificering, WAB, WW&Z, et cetera), verdient deze WTTA een betere voorbereiding en zou een implementatie met stoom en kokend water weleens een averechts effect kunnen hebben. Met nadelige gevolgen voor de arbeidsmigranten die juist horen te profiteren van de nieuwe regels. Daarnaast verdient het aanbeveling om nog een toets te doen op strijdigheid met Europese recht. Als een ICT-bedrijf bijvoorbeeld bij een in Italië gevestigd Italiaans uitzendbureau onder Italiaans recht Italiaanse arbeidskrachten inhuurt om werkzaamheden te verrichten op een kantoor in Utrecht. Hoe valt dat niet onder het vrij verkeer van goederen en diensten? En als het een tuinder is in het Westland en de werkzaamheden zijn in een kas in het Westland is dat niet opeens anders.

  1. Zou de WTTA niet tegelijk moeten worden ingevoerd met een zzp-wet zodat een ongewenst waterbed-effect kan worden voorkomen?

Hierbij doelt de VvDN op het conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (Wet VBAR), waarvan het moment van invoering onzeker is (red.). ‘Uitvoering in de verkeerde volgorde kan leiden tot oneigenlijke toepassing en vergroting van de problematiek’, zo stelden onlangs ook Redmore en Cohedron (House of HR).

 

Lees ook:

Geplaatst in In de wet | Tags | Reacties uitgeschakeld voor VvDN stelt 5 prangende vragen over WTTA