Kwart van werkenden studeert weer na corona Geplaatst 25 oktober 2021 door Redactie FlexNieuws Bijna een kwart (23%) van werkend Nederland ziet na de coronacrisis weer ruimte om een opleiding te volgen naast hun werk. Dit blijkt uit onderzoek van NCOI Opleidingen onder ruim 1.100 Nederlanders in loondienst. Vrije dagen Desgevraagd vind 81% dat iedere werkende Nederlander het recht moet hebben om een studie naast het werk te volgen. Momenteel gebruikt 13% zijn vrije dagen om een opleiding naast het werk te volgen. Leeftijd Er is een duidelijke trend te zien tussen leeftijd en het voornemen een studie te volgen na de crisis. Van de twintigers wil 31% een opleiding volgen, bij dertigers blijft het steken op 26%. Van de veertigers en vijftigers heeft 19% studieplannen, en onder zestigplussers daalt het naar 17%. Bij- en omscholen Maar liefst tweederde (68%) denkt dat bijscholen de oplossing is voor personeelstekort. Verder vindt een op de drie dat publieke onderwijsinstellingen zich nauwelijks inspannen om efficiënte omscholingstrajecten aan te bieden. Sven Tump, directeur NCOI: “Om als medewerker goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen. De overheid onderkent dit ook met bijvoorbeeld het ‘levenlanglerenkrediet’, een krediet waarbij mensen onder de 56 die geen recht hebben op studiefinanciering toch geld kunnen lenen. Daarnaast doen werkgevers er goed aan hun medewerkers te stimuleren om te blijven leren, hier worden medewerkers alleen maar beter en toekomstbestendiger van.” Bron: NCOI, 25 oktober 2021 Geplaatst in Nieuws | Tags bijscholen, leven lang leren, NCOI, omscholen, opleiding | Reacties uitgeschakeld voor Kwart van werkenden studeert weer na corona
Internet maakt parate kennis van flexibele arbeid overbodig, of toch niet? Geplaatst 25 oktober 2021 door Barbara Kramer Door Barbara Kramer, Manager SEU In een tijd waar het heel eenvoudig is om informatie op te zoeken, lijkt het achterhaald om nog te blokken voor een examen. Waarom zou je kennis in je hoofd stampen, als dat met enkele muisklikken op te zoeken is? Een logische gedachte, of zit er nog een keerzijde aan? Als intercedent of backofficeprofessional in de flexbranche heb je dagelijks te maken met thema’s als (inleners)beloning, voorkomen van discriminatie en ontslagregels. Zonder te blokken voor een examen, kun je hier waarschijnlijk al behoorlijk mee uit de voeten. Maar is de flexkracht of de inlener daarmee optimaal geholpen? En hoe vaak heb je een collega moeten raadplegen of tijd verloren omdat je de échte ins en outs moest opzoeken? Zonder fundament beklijft nieuwe informatie niet Om informatie op te kunnen zoeken én te interpreteren heb je bepaalde basiskennis nodig. Je kunt wel weten hoé je iets moet doen, maar om écht te snappen waar je mee bezig bent, moet je ook de context begrijpen. Als je wordt gevraagd naar de fasetelling na een (langere) ziekteperiode en je hebt nog nooit gehoord van faseonderbrekingen en/of de gevolgen van ziekte voor de uitzendovereenkomst dan weet je niet waar je moet zoeken en is de informatie die je vindt ook moeilijker te begrijpen en toe te passen. Daarnaast blijkt uit diverse onderzoeken dat je met basiskennis weer makkelijker nieuwe en diepgaande kennis kunt vergaren. In je brein vorm je schema’s en bouwstenen en zonder fundament beklijft nieuwe informatie slecht. Kennis vs creativiteit Voor het oplossen van uitdagende vraagstukken is creativiteit nodig. Maar voor creativiteit is ook kennis nodig. Een mooi voorbeeld gaf Harald Broersma in zijn blog. Hierin beschrijft hij hoe hij met de nodige vindingrijkheid kon voorkomen dat een werkgever vanwege de aanzegtermijn een contract zekerheidshalve zou stoppen. Juist in ons vak, waar we met zóveel regels en bijbehorende risico’s te maken hebben, wil je de mogelijkheden benutten. Geen grotere kick dan een werknemer te behouden omdat je met jouw kennis van bijvoorbeeld de ketenregeling maximaal gebruik maakt van de mogelijkheden. Jouw opdrachtgever je grootste fan Als professional in de flexbranche verwacht een opdrachtgever dat je hem optimaal ondersteunt in de personeelsvoorziening. Kennis van de wet- en regelgeving vormt een superbelangrijke basis om een volwaardig adviseur te kunnen zijn. Als jij bij een opdrachtgever deskundig en zelfverzekerd je verhaal vertelt, word je positie aan tafel direct vele malen sterker. Grote kans dat jij de eerste bent die gebeld wordt als de opdrachtgever een nieuwe (aan)vraag heeft. Vrij in je werk Het juridische referentiekader dat je opbouwt in een examentraining maakt je vrijer in je werk. Je ziet meer keuzemogelijkheden doordat je weet wat er wel en niet kan. Je kunt je werk op verschillende manieren invullen, dat is waardevol voor jezelf, voor de opdrachtgever én de flexkracht. Je werkt efficiënter als je niet steeds alles hoeft op te zoeken. Jouw kennis heeft óók nog een positieve weerslag op de werkvloer: je krijgt meer begrip voor de dilemma’s waar collega’s voor staan en bent een goede sparringpartner. Een múst in een tijd waar de adviesrol van de intercedent, backofficeprofessional en salarisprofessional steeds groter wordt. Barbara Kramer is manager van Stichting Examens Uitzendbranche, het enige onafhankelijke exameninstituut in de flexbranche. Geplaatst in Branchenieuws | Tags SEU, Stichting Examens Uitzendbranche | Reacties uitgeschakeld voor Internet maakt parate kennis van flexibele arbeid overbodig, of toch niet?
ABU: vier toekomstscenario’s voor werk in 2030 Geplaatst 25 oktober 2021 door Redactie FlexNieuws De ABU wilde weten hoe werken eruit ziet in 2030: de belangrijkste ontwikkelingen, mogelijke scenario’s, de economie, de arbeidsparticipatie en het welzijn. Strategiebureau Futureproof heeft dit in opdracht van de ABU onderzocht. Uitzendbranche in 2030 ABU-bestuurslid Dimitri Yocarini: “Denk aan trends als demografie, de evaluatie van de waarde van werk en technologisering. Met dit onderzoek wilden we laten verkennen hoe het werken in 2030 eruit zou kunnen zien, om daarmee het debat te voeden over de toekomst van werk. Tegelijkertijd kunnen wij daardoor als ABU een positie innemen over onze rol als uitzendbranche en hoe wij een bijdrage kunnen leveren aan een evenwichtige en vitale arbeidsmarkt.” Drie deelvragen “Onder dit onderzoek lagen drie deelvragen,” vertelt Pieter Hemels van strategiebureau Futureproof dat het onderzoek verrichtte. “Hoe ontwikkelt het welzijn van werk zich? Hoe draagt de arbeidsmarkt bij aan het competitieve vermogen van de economie? En hoe ziet deelname aan werk er in 2030 uit?” Duizend publicaties en vijf gesprekken In de voorbije jaren is er volgens Hemels veel onderzoek gedaan naar de toekomst van werk in Nederland. “Met een team van tien analisten hebben wij meer dan duizend onderzoeken en publicaties samengevat en naar onderlinge verbanden gezocht. Daarnaast hebben we vijf rondetafelgesprekken georganiseerd met wetenschappers, deskundigen en betrokkenen uit het veld van de arbeidsmarkt.” Twintig onderwerpen Op basis daarvan kwamen we tot twintig onderwerpen die van invloed zijn op het werk in 2030, vertelt Hemels. “Onder die twintig ‘beïnvloeders’ vallen onder meer zaken als vergrijzing, kennisontwikkeling, groene groei en het nieuwe werken. Maar uiteraard ook trends als globalisering, technologisering en flexibilisering. Ik denk dat we de komende tien jaar grotere veranderingen gaan meemaken dan we in de afgelopen vijftig jaar hebben gezien.” Twee onzekerheden Grote onzekerheden zitten volgens Hemels vooral in de wijze waarop de toegang tot welvaart zich ontwikkelt en welke impact technologie op werk zal hebben. “Is toegang tot welvaart ieders individuele verantwoordelijkheid, of kiezen we voor het model waarbij toegang tot welvaart collectief geregeld is? En staat technologie slechts ten dienste van efficiency en meer rendement? Of zorgt technologie voor een herverdeling en herwaardering van werk, waardoor mensen ook makkelijker kunnen meedoen?” Deze twee grote onzekerheden zijn leidend in vier toekomstscenario’s die in het onderzoek zijn uitgewerkt.” Vier scenario’s Individuele efficiëntie, voor wie wil en kan In een competitieve economie met weinig regelgeving, zijn er volop mogelijkheden voor individuele ontwikkeling. Sociale verschillen nemen toe. Individuele participatie en nieuwe functionaliteit Technologie neemt al het zware en overbodige werk over, zorgt voor ‘extra mogelijkheden’ en staat ten dienste van het individu. Collectieve efficiëntie en nieuwe welvaart Wet- en regelgeving zorgen voor collectief gedrag en betaalde sociale zekerheid, in een competitieve economie. Collectieve participatie met waardevol werk voor iedereen Er is een collectief gedragen sociaal zekerheidsstelsel, in een samenleving waarin werk voor iedereen mogelijk is. De ABU wil de komende maanden over het onderzoek in gesprek gaan met leden en stakeholders, om de juiste strategische keuzes te maken. Bron: ABU, 21 oktober 2021 Geplaatst in Branchenieuws | Tags ABU, arbeidsmarkt, toekomst van werk | Reacties uitgeschakeld voor ABU: vier toekomstscenario’s voor werk in 2030
Nieuw handboek inhuur externe arbeidskrachten Geplaatst 22 oktober 2021 door Redactie FlexNieuws Max Boodie, Peter Donker van Heel, Rob de Laat en Paul Oldenburg hebben een handboek geschreven voor iedereen die zich bezighoudt met de inhuur van uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers. Het boek ‘Professioneel inhuren van externe arbeid’ is een nieuwe versie van hun boek ‘Professioneel inhuren van flexibele arbeid’ uit 2013. Inhuurorganisaties Volgens de schrijvers was een nieuw boek nodig omdat er in acht jaar veel is veranderd. De inhuurmarkt is groter geworden, alle flexvormen (behalve uitzenden) zijn gegroeid en Managed Service Providers zijn gemeengoed geworden. Ook is het nieuwe boek meer gericht op de inhuurorganisatie dan de inhuurprofessional. Perspectief vanuit inhurende organisatie De Nederlandse markt van externe arbeid omvat 45 miljard euro. Eén op de zes Nederlanders is een externe arbeidskracht. In het boek komen alle aspecten van de Nederlandse flexmarkt aan bod, waar mogelijk onderbouwd met cijfers van het CBS. De inhurende organisatie staat centraal. Trends Alle vormen van externe arbeid passeren de revue, zoals uitzenden, detacheren, payrollen, zzp en bemiddelen. De negen hoofdstukken beschrijven de vraag- en aanbodzijde van de markt, het profiel van de externe arbeidskracht, relevante wet- en regelgeving en de trends die de flexmarkt de komende tijd zullen vormen. Raamwerk Dankzij een integraal raamwerk voor externe inhuur, het schillenmodel en vier mogelijke inhuurconstructies kan elke organisatie de externe inhuur op een professionele manier organiseren of desgewenst uitbesteden. Het handboek verschijnt eind oktober bij uitgeverij Nubiz. Bron: Nubiz, 22 oktober 2021 Geplaatst in Nieuws | Tags inhuur flexibele arbeid, Max Boodie, Paul Oldenburg, Peter de Laat | Reacties uitgeschakeld voor Nieuw handboek inhuur externe arbeidskrachten
Minimumloon 2022 januari Geplaatst 22 oktober 2021 door Redactie FlexNieuws Minimumloon 2022 januari De bedragen van het wettelijk minimumloon worden per 1 januari 2022 verhoogd. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2022 : minimum maandloon: € 1.725,00; minimum weekloon: € 398,10; minimum dagloon: € 79,62. Zie de Staatscourant, 12 oktober 2021 (nr 44177) Zie ook Minimumloon 2021 juli Toelichting Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling. Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2022 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2022 niet het geval. In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend. Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2022 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2022. Dit is 0,5 x 2,161 = 1,081%. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2021, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2021, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2021 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2021, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt 0,331%-punt. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 1,412%. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2021, wordt verhoogd met dit percentage. Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2022 € 1.725,0 per maand, € 398,10 per week en € 79,62 per dag.1 Het aanpassingspercentage na afronding is 1,41%. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon (Stb. 1983, 300): Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen: Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid. De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.2 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week. Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2022 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn. Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2022 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2022 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bron: Staatscourant, 12 oktober 2021, nr 44177 Minimumloon 2021 januari > Lees ook de informatie over minimumloon per 1 juli 2021 Geplaatst in Rechtspraak | Tags minimumloon, Wet Minimumloon, WML | Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon 2022 januari