Wet DBA nog springlevend Geplaatst 18 januari 2019 door Gastblogger Eind 2018 is duidelijk geworden dat de Wet DBA in ieder geval nog blijft bestaan tot het jaar 2021. De periode waarin handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst in de ijskast staat, wordt daarmee verlengd. Niettemin heeft Minister Koolmees met ingang van 1 januari 2019 het begrip ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt voor de tussenfase waarin het uitgangspunt is dat slechts bij kwaadwillendheid wordt gehandhaafd. Aangezien de uitleg van dit begrip cruciaal is bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking lijkt dit een welkome aanvulling. Niets is minder waar. De verduidelijkingen houden in feite in dat in de ogen van de Belastingdienst snel sprake is van een gezagsverhouding. Het lijkt er dan ook op dat de verduidelijkingen in feite aanscherpingen zijn van het gezagscriterium. Achtergrond De stand van zaken met betrekking tot de DBA is door Minister Koolmees toegelicht in de brief van 26 november 2018 (voortgang van nieuwe maatregelen ter voorkoming van schijnzelfstandigheid en verduidelijking van de huidige regelgeving voor opdrachtgevers). De Minister meldt dat de kabinetsplannen om schijnzelfstandigheid bij ZZP’ers aan te pakken waarschijnlijk in strijd zijn met het EU-recht. De opvolger van de Wet DBA wordt daardoor uitgesteld tot op zijn vroegst 2021. Deze brief volgt na het Toezichtsplan Arbeidrelaties (link) waarin is toegelicht dat tot 1 januari 2020 alleen bij kwaadwillendheid wordt gehandhaafd. Er kan worden gehandhaafd als de Belastingdienst kan bewijzen dat cumulatief aan de volgende drie criteria wordt voldaan: Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking; Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid; Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid (kwaadwillendheid). In mijn blog van oktober jl. heb ik deze criteria besproken en handvatten gegeven die kunnen worden toegepast bij een actualiteitsbezoek in het kader van de Wet DBA. Belangrijk is dat pas kan worden gehandhaafd met het opleggen van naheffingsaanslagen en boeten indien sprake is van kwaadwillendheid. Dat houdt in dat de opdrachtgever willens en wetens evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan. Daarvan zal niet snel sprake zijn omdat de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding niet eenvoudig is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de twee tegengestelde uitspraken van rechtbank Amsterdam 1 in de Deliveroo-zaken. Handvatten gezagscriterium per 1 januari 2019 Na de aankondiging om bij kwaadwillendheid te gaan handhaven volgen nu verduidelijkingen van het gezagscriterium. De indicaties en contra-indicaties voor het bestaan van een gezagsverhouding worden opgenomen in een bijlage bij het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst. De tekst daarvan is reeds als bijlage bij de brief van 26 november 2018 gevoegd. De bedoeling is dat opdrachtgevers daarmee een handvat krijgen om zelf te beoordelen of sprake zou moeten zijn van een dienstbetrekking. Dit heeft tot gevolg dat de nieuwe handvatten met ingang van 1 januari 2019 een rol gaan spelen bij de beoordeling of aan het hiervoor genoemde eerste vereiste is voldaan, namelijk of sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Aanwijzingen zijn te beperkend In de aanwijzingen wordt terecht vooropgesteld dat de lijst niet volledig is en alle elementen in hun onderlinge verhouding een rol spelen bij de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding. Vervolgens wordt ten aanzien van de volgende vier elementen aangegeven welke aanwijzingen duiden op een gezagsrelatie dan wel een contra-indicatie vormen: Leiding en toezicht; Vergelijkbaarheid personeel; Werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen; Manier waarop de werkende naar buiten treedt. Opvallend is dat de aanwijzingen zeer gedetailleerd zijn en veel situaties duiden als aanwijzing vóór de aanwezigheid van een gezagsverhouding. Zo wordt bijvoorbeeld genoemd dat eerder sprake is van gezag als de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever. Als voorbeelden worden genoemd: een pizzakoerier die pizza’s rondbrengt en fruitplukkers die peren plukken bij een fruitkwekerij. De aanwijzingen die worden genoemd zijn mijns inziens te beperkend. Met deze aanwijzingen wordt als het ware van veel werkzaamheden gezegd dat sprake kan zijn van een gezagsverhouding. Uiteraard is het de vraag hoe strikt deze aanwijzingen worden uitgelegd en of handhaving plaats zal vinden. Gelet op het Toezichtsplan verwacht ik van wel. Het voldoen aan de aanwijzingen kan mijns inziens echter niet direct tot handhaving leiden omdat vereist is dat sprake is van evidente schijnzelfstandigheid en dat die situatie willens en wetens is ontstaan en voortgezet. In ieder geval is daaraan niet voldaan vóór inwerkingtreding van de aanwijzingen met ingang van 1 januari 2019. Daar komt bij dat de aanwijzingen beleid vormen waarvan kan worden afgeweken. De beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding blijft een afweging van alle feiten en omstandigheden. Indien de opmerkingen over de pizzakoerier en de fruitplukker zo moeten worden gezien dat bij die werkzaamheden de Belastingdienst het standpunt inneemt dat een gezagsverhouding aanwezig is dan gaat dit verder dan de huidige criteria. Dit kan mijns inziens niet de bedoeling zijn in een periode waarin de Wet DBA in de ijskast staat in afwachting van nieuwe wetgeving. Opdrachtgevers zouden op zijn minst de gelegenheid moeten krijgen de nieuwe aanwijzingen te beoordelen en indien nodig op grond daarvan wijzigingen door te voeren. Angelique Perdaems, Hertoghs Advocaten Voetnoot 1 Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018 ECLI:NL:RBAMS:2018:5183 en Rechtbank Amsterdam 15 januari 2019 ECLI:NL:RBAMS:2019:198 (Deliveroo heeft aangekondigd tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen). Geplaatst in Branchenieuws | Tags belastingdienst, dba, gezagscriterium | Reacties uitgeschakeld voor Wet DBA nog springlevend
Eerste certificaten PayOK – keurmerk uitgereikt Geplaatst 18 januari 2019 door Hinke Wever Eerste certificaten PayOK – keurmerk uitgereikt Vrijdag zijn de eerste certificaten uitgereikt door de Stichting PayOK. De uitzendondernemingen Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV ontvingen het certificaat uit handen van PayOK directeur Gerlof Roubos. Met het certificaat tonen deze ondernemingen aan dat zij al hun werknemers juist belonen volgens de in Nederland geldende CAO’s. De Stichting PayOK heeft dit keurmerk in het leven geroepen naar aanleiding van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Die bepaalt dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een onderaannemer of uitzendbureau niet betaalt conform CAO kan de werknemer het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever. Opdrachtgevers kunnen nu eisen dat de bedrijven waar zij werknemers inlenen of inhuren over het PayOK keurmerk beschikken. De toetsing en inspectie voor de PayOK norm zijn gedegen en uitgebreid. Ze omvat alle in Nederland werkzame CAO-regelingen in alle bedrijfstakken. De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectieinstellingen. Brand Energy & Infrastructure Services B.V. is de eerste opdrachtgever in Nederland die van al zijn uitzendbureaus eist dat ze PayOK gecertificeerd zijn. “We willen er zeker van zijn dat de uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de van toepassing zijnde CAO’s”, aldus Chris Slootweg (Manager Flex Labour), “We nemen onze verantwoordelijkheid en zijn van mening dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling ondermijnt normale concurrentieverhoudingen en gaat ten koste van de ingeleende medewerkers en dat is onverantwoord”. “De certificering is niet eenvoudig, we toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures”, aldus Theo van Leeuwen, directeur van Bureau Cicero, één van de Inspectie Instellingen. “De belangstelling voor PayOK is groot”, aldus Gerlof Roubos, directeur van PayOK. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen en voldoende greep willen hebben op de beloning in de keten. Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies. Daarom zijn we blij met deze eerste gecertificeerde ondernemingen. Er zullen er binnenkort nog meer volgen. Inspectie bij tientallen andere bedrijven is in volle gang”. Bron: PayOK, 18 januari 2019 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags keurmerk, PayOK | Reacties uitgeschakeld voor Eerste certificaten PayOK – keurmerk uitgereikt
Onderhandelingsresultaat CAO Banken 2019-2020 Geplaatst 17 januari 2019 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Banken » | 17 januari 2019 CAO-naam CAO Banken Voorheen CAO Algemene Bank Download Onderhandelingsresultaat CAO Banken 2019-2020 > Onderhandelingsresultaat CAO Banken 2019-2020 (17-01-19) Looptijd De CAO heeft een looptijd van twee jaar, van 1 januari 2019 t/m 31 december 2020. Loonmutaties – 2,5% loonsverhoging per 1 januari 2019 – 2,5% loonsverhoging per 1 januari 2020 Arbeidsvoorwaarden – Het vitaliteitsverlof (en de 80-80-100-regeling) is gehandhaafd. – Het wettelijk betaald geboorteverlof (kraamverlof voor partners) van vijf dagen wordt uitgebreid met een extra week. Bron: CNV Vakmensen, 17 januari 2019 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags Banken, cao, CAOWijzer | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO Banken 2019-2020
Innovatie en verduurzaming essentieel voor mkb in 2019 Geplaatst 17 januari 2019 door Hinke Wever Ondernemers in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf gaan ervan uit dat de omzet en de winst in 2019 verder zullen toenemen. Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘2019 in Zicht, de verwachtingen van Nederlandse ondernemingen’. De groei gaat echter ook gepaard met een steeds grotere krapte op de arbeidsmarkt. Dit wordt in alle branches gevoeld en zet de productiviteit en winstgevendheid onder druk. Volgens experts is het daarom hard nodig om te innoveren en te verduurzamen, ook als het gaat om personeel. Sterke groei omzet, winstgroei blijft achter Ondernemers verwachten in 2019 een gemiddelde omzetgroei van 10,6%. De omzet neemt naar verwachting vooral toe in de medische zorg en de automotive, terwijl de horeca en de detailhandel op dit gebied sterk achterblijven. Hoewel ondernemers positiever zijn dan ooit, blijft de winstverwachting (+9,3%) achter bij de omzet. Dit is al jaren een trend, maar nu spelen de krapte op de arbeidsmarkt en hogere personeelskosten hierbij een grotere rol, voornamelijk bij bedrijven met 51 tot 100 fte’s. De personeelskosten nemen hier bovengemiddeld toe en de winstverwachting blijft met -1,9% sterk achter bij de voorziene omzetgroei van 6,7%. Hogere personeelskosten, gebrek aan vaklieden De personeelskosten lopen in 2019 naar schatting verder op. De prognose voor het mkb als geheel komt uit op +5,0%, versus +4,2% een jaar eerder. Dit hangt deels samen met de hoogconjunctuur, maar ook met de vergrijzing in sommige branches en de behoefte aan meer technisch geschoold en hoger opgeleid personeel. De krapte op de arbeidsmarkt heeft zijn weerslag op de productiviteit en de winstgevendheid en deze trend zal waarschijnlijk voorlopig nog wel aanhouden. Ondernemers zien hierin dan ook met afstand de grootste uitdaging voor het komende jaar. Dit geldt vooral voor de bouw, de horeca en de specialistische zakelijke dienstverlening. Innovatie en verduurzaming Vanwege de personeelsproblemen zetten mkb-bedrijven voor 2019 massaal in op efficiënter werken. Een deel van de ondernemers doet dit door vernieuwingen door te voeren. Denk aan technologische innovaties, nieuwe manieren om medewerkers te werven en vast te houden, verduurzaming van het bedrijf, de processen of het aanbod en aan nieuwe netwerken en samenwerkingsvormen. Zij hebben een duidelijke visie voor de lange termijn en maken strategische keuzes. Andere bedrijven zijn vooral bezig met de korte termijn en bewegen niet mee met hun omgeving. Paul Dinkgreve, bestuursvoorzitter SRA: “Gezien de gunstige macro-economische omstandigheden kan dit best nog een tijdje goed gaan, maar dit zijn niet de winnaars van morgen. De kloof tussen succesvolle bedrijven en achterblijvers zal in het mkb alleen nog maar groter worden, zeker als het economische tij begint te keren.” Kredietwaardigheid verder verbeterd Een positief punt dat uit het SRA-BiZ-onderzoek naar voren komt, is dat de kredietwaardigheid van mkb-bedrijven is verbeterd, met uitzondering van de automotive. Uit de analyse blijkt dat het deel van de mkb-ondernemers dat aan alle financiële verplichtingen kan voldoen, is gestegen van 78,7% in 2016 naar ruim 80% in 2017. De investeringen zullen per saldo naar verwachting met 5,5% toenemen. Op brancheniveau valt de relatief sterke investeringsgroei in de automotive (10,5%) en de detailhandel (6,8%) op. In de horeca lopen de investeringen naar verwachting juist licht terug (-0,5%). Bron: SRA, persbericht 17 januari 2019 Lees ook Zoetermeer, contacten werkzoekenden en snelgroeiend mkb ABN AMRO: verwachtingen sector zakelijke dienstverlening 2019 Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Innovatie en verduurzaming essentieel voor mkb in 2019
CNV: Soepeler ontslagrecht heeft geen draagvlak Geplaatst 17 januari 2019 door Hinke Wever Vakbond CNV heeft door Maurice de Hond onderzoek laten doen naar het draagvlak van soepeler ontslagrecht. Aanleiding is de nieuwe wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB), waarin de ontslagregels worden versoepeld. Uit de peiling blijkt dat 91% van de Nederlandse werknemers zekerheid wil over zijn of haar baan. Onder D66-stemmers is dit zelfs 77%. 86% prefereert een vast contract boven een tijdelijk contract. Ook zou 69% van de zzp’ers liever een vast contract willen. Liever strenge ontslagregels 67% van de ondervraagden vindt het goed als er strenge regels voor werkgevers zijn om mensen te ontslaan. 55% vindt niet dat werkgevers hun medewerkers makkelijker mogen ontslaan. Slechts 1 op de 4 vindt ontslagbescherming niet meer van deze tijd, 67% vindt van wel, volgens dit onderzoek. Versoepeling van ontslagregels leidt tot onzekerheid bij 1 op de 3 werknemers. Eenzelfde percentage werkt, bij een tijdelijk contract, zelfs door als hij of zij ziek is. 23% is bang om zijn of haar baan kwijt te raken als het ontslaan van medewerkers makkelijker wordt. Meer vast werk door WAB? De nieuwe regels zouden moeten leiden tot meer vaste banen. De ondervraagden zijn hierover verdeeld. 45% denkt dat een soepeler ontslag niet leidt tot meer vaste banen, 41% denkt van wel. Pensioenopbouw 1 op de 5 Nederlanders heeft meer dan één baan nodig om rond te komen. Een meerderheid van 57% maakt zich zorgen over de pensioenopbouw. WAB maakt ontslag te makkelijk Een aantal zaken zijn voor het CNV onacceptabel in de nieuwe wet: een jaar langer wachten op een vast contract, een proeftijd van vijf maanden bij een vast contract én het toevoegen van de cumulatiegrond. Dit laatste betekent dat een paar relatief kleine, subjectieve redenen al genoeg reden zijn voor ontslag. Over het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd onder 1124 werkenden. De ondervraagden zijn representatief op basis van leeftijd, geslacht, opleiding, inkomen, regio. De uitkomsten zijn uitgesplitst naar politieke voorkeur en naar de contractvorm (vast, tijdelijk, zzp). Bron: CNV, persbericht 17 januari 2019 Geplaatst in Rechtspraak | Tags CNV, ontslagrecht, Wet Arbeidsmarkt in Balans | Reacties uitgeschakeld voor CNV: Soepeler ontslagrecht heeft geen draagvlak