Maandelijkse archieven: februari 2017

Uitzendbureaus en detacheerders mogen niet stilzitten bij (vermoeden van) discriminatie

Uitzendbureaus en detacheerders mogen niet stilzitten bij (vermoeden van) discriminatie
Discriminatie op de arbeidsmarkt is van alle tijden. In artikel 1 van de Grondwet staat dat iedereen gelijk is, ongeacht zijn of haar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht. Het maken van onderscheid op die of andere gronden, vaak natuurlijk in negatieve zin, vinden wij als maatschappij niet akkoord.

Toch worden we vaak geconfronteerd in het nieuws met voorvallen met discriminatie; sollicitanten die worden afgewezen vanwege hun huidskleur of leraren in het bijzonder die de deur worden gewezen omdat ze uitkomen voor hun homoseksualiteit. Ook uitzendbureaus en detacheerders moeten rekening houden met discriminatieverboden. In dit artikel maak ik duidelijk waar ze aan moeten denken.

Wettelijk kader verbod op discriminatie
Het verbod op discriminatie in artikel 1 van de Grondwet vormt de basis van alle andere discriminatieverboden. In verschillende wetten is verder en specifieker uitgewerkt wanneer en waarom het maken van een onderscheid tussen personen of groepen niet is toegestaan.

In de volgende wetten zijn specifieke discriminatieverboden uitgewerkt, die allemaal bepalingen bevatten ten aanzien van arbeid/werk:

  • Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
  • Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL)
  • Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
  • Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
  • Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
  • Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)

Eerst dient beoordeeld te worden of sprake is van een onderscheid, dat kan zowel een direct als een indirect onderscheid zijn. Onderscheid is verboden, behalve als daarvoor een uitzondering is opgenomen in een van de genoemde wetten.

Indirect onderscheid is bijvoorbeeld toegestaan als daarvoor een goede reden aangetoond kan worden. Dat wordt de objectieve rechtvaardiging genoemd. Alleen in gevallen waarbij onderscheid op grond van leeftijd, arbeidsduur of vast/tijdelijk arbeidscontract wordt gemaakt, kan ook direct onderscheid objectief gerechtvaardigd zijn.

Of een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat, wordt als volgt beoordeeld:

  1. Is het doel van de discriminatie legitiem?
  2. Is het middel geschikt en noodzakelijk om dat doel te bereiken?

Als het doel legitiem en het middel geschikt en noodzakelijk is, dan is het gemaakte onderscheid niet verboden.

Toezichthouder: College voor de Rechten van de Mens
Mensen die vinden dat zij gediscrimineerd zijn, kunnen aankloppen bij het College voor de Rechten van de Mens. Tot 2012 oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over dergelijke misstanden.

Het College voor de Rechten van de Mens beoordeelt aan de hand van specifieke klachten of sprake is van discriminatie. Klachten kunnen ingediend worden als het gaat om discriminatie op een van de volgende gebieden:

  • geslacht
  • leeftijd
  • godsdienst
  • seksuele gerichtheid
  • ras of afkomst
  • nationaliteit
  • handicap of chronische ziekte
  • burgerlijke staat
  • arbeidsduur
  • vaste of tijdelijke arbeidsovereenkomst
  • levensovertuiging
  • politieke overtuiging

Een oordeel van het College is niet bindend. Partijen zitten er niet aan vast. Ook kan het College geen schadevergoeding toewijzen of een ontslag terugdraaien. Het oordeel wordt in veel gevallen gebruikt als opstap naar een civiele procedure. In die procedure zal de rechter het standpunt van het College wel laten meewegen en in de meeste gevallen overnemen.

Oordelen van College voor de Rechten van de Mens
Al deze regels die discriminatie moeten verhinderen, zijn ook op werkgevers in de flexbranche van toepassing. Het College voor de Rechten van de Mens heeft al vaker uitzendbureaus of detacheerders die discrimineerden op de vingers getikt.

Alleen uit 2016 zijn al enkele aansprekende voorbeelden te vinden:

  • Timing Uitzendbureau weigerde een sollicitant van Armeense afkomst voor te stellen aan ANWB, omdat hij niet accentloos Nederlands sprak, terwijl dat in de vacature was vermeld.
  • Tempo Team wees ten onrechte een man af voor een functie van Assistent Logistiek Medewerker, vanwege zijn gehoorbeperking, omdat niet vaststond dat hij daardoor het werk niet zou kunnen doen.
  • Flex Star Uitzendbureau vroeg ten onrechte uitsluitend naar kandidaten met een Nederlandse Nationaliteit.

Discriminatie in de flexbranche
Uit eerder onderzoek door NBBU in 2013 bleek dat opdrachtgevers van uitzendbureaus toch regelmatig vragen om specifieke persoonskenmerken te stellen aan kandidaten. In de meeste gevallen ging het dan om leeftijd (85%) of geslacht (67%) en in 35% om etniciteit.
Ook de ABU heeft discriminatie als speerpunt benoemd en heeft speciale gedragsregels om discriminatie tegen te gaan.

Begin 2016 ging de overheid een stap verder om discriminatie in te perken. Vanaf dat moment, kondigde Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan, zou in alle overeenkomsten met partijen die arbeidskrachten aan de overheid leveren een anti-discriminatiebepaling worden opgenomen. Uitzendbureau Start People was de eerste uitlener met wie een contract is gesloten dat kan worden opgezegd als er sprake is van discriminatie.

Uitzendbureaus en detacheerders hebben verdergaande zorgplicht
Maar een recent oordeel van het College voor de Rechten van de Mens laat zien dat de flexbranche een verdergaande zorgplicht heeft dan een normale werkgever. Vergelijkbaar als bij de klokkenluiderswetgeving, moet een uitzendwerkgever of een detacheerder ook voor zijn werknemers in de bres springen als bij de inlener iets mis lijkt te gaan.

In deze uitspraak uit februari 2017 moet PharmSupport-Flex Werk het boetekleed aantrekken. Zij had een kandidaat voorgesteld aan Merck Sharp & Dohme voor de functie Medewerker Kwaliteit. Tijdens het sollicitatiegesprek komt niet aan bod dat de man slechthorend is en hij wordt aangenomen. Op zijn eerste werkdag wordt hij echter direct naar huis gestuurd, omdat hij niet geschikt zou zijn voor de functie. PharmSupport onderneemt geen actie. De man dient een klacht in tegen beide. Merck Sharp & Dohme had volgens het College moeten nagaan of de functie met aanpassingen wel geschikt gemaakt had kunnen worden.

Maar ook PharmSupport krijgt een tik op de vingers. Het College overweegt:
“… het had [toevoeging, DM] op haar weg gelegen om met de inlener in gesprek te gaan om uit te sluiten dat er sprake was van discriminatie. Hiervan is niet gebleken. Verweerster heeft zich te gemakkelijk neergelegd bij de mededeling van de inlener. … Het College is daarom van oordeel dat verweerster zich onvoldoende heeft ingespannen om verzoeker tegen mogelijke discriminatie te beschermen.”

Gelukkig reikt de zorgplicht niet oneindig ver. In 2015 oordeelde het College dat Tempo-Team zich niet schuldig had gemaakt aan verboden onderscheid toen de inlener, ondanks een eerdere toezegging, geen vast contract meer wilde aanbieden aan een vrouw toen zij aan een hernia geopereerd moest worden. Weliswaar was Tempo-Team op het moment van die beslissing nog de werkgever, maar het stond al vast dat de uitzendovereenkomst zou eindigen.

Het College herhaalde: “op uitzendbureaus rust een zorgplicht om zich ervoor in te spannen dat inleners uitzendkrachten niet discrimineren.” Maar, de zorgplicht van het uitzendbureau gaat niet zo ver dat Tempo-Team actie moest ondernemen richting de inlener naar aanleiding van het besluit geen vast dienstverband aan te bieden, omdat al duidelijk was dat de uitzendovereenkomst zou eindigen.

Uitleners moeten actie ondernemen bij een vermoeden van discriminatie
Stilzitten wordt dus ‘bestraft’ door het College voor de Rechten van de Mens. Uitzendbureaus en detacheerders moeten zich inspannen om hun werknemers te beschermen tegen discriminatie. Wat het College exact verwacht van flexwerkgevers is niet helemaal duidelijk. Duidelijk is wel dat zij wel iets moeten doen als er een vermoeden is van discriminatie.

Zorg er dus in dergelijke gevallen voor dat in ieder geval vastligt dat er contact is geweest met de inlener. Het is verstandig om na te gaan of er inderdaad sprake is van discriminatie en of een oplossing gevonden kan worden. Uit het onderzoek van de NBBU bleek al dat een groot deel van de opdrachtgevers daar geen openheid over wil geven. Dan kan in mijn ogen ook niet snel meer actie van het uitzendbureau of de detacheerder worden verwacht. Niets doen, is in ieder geval niet zonder risico.

Daniël Maats
Bruggink & Van der Velden Advocaten & Belastingadviseurs (maats@bvdv.nl)
Twitter/AdvocaatMaatsLinkedIn/danielmaatsarbeidsrecht

Geplaatst in Branchenieuws | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Uitzendbureaus en detacheerders mogen niet stilzitten bij (vermoeden van) discriminatie

Grootbedrijf vervangt zzp’ers door uitzendkrachten

De onzekerheid over de Wet DBA duurt voort. Grotere bedrijven kiezen voorlopig het zekere voor het onzekere, en vervangen zzp’ers door uitzend- en payrollkrachten. Dit blijkt uit een inventarisatie van het FD.

Volgens fiscalisten die het grootbedrijf adviseren speelt dit vooral bij bedrijven in de bouw, financiën, verzekeringen en media. Die blijven opdrachten schrappen. De Wet DBA, die schijnzelfstandigheid moet voorkomen, is tot 1 januari 2018 in de ijskast gezet, maar dit heeft de onrust nauwelijks weggenomen.

Uitzendbureaus en payrollbedrijven
Grote bedrijven vragen om meer zekerheid dan een tijdelijke opschorting, omdat de wet gewoon van kracht blijft. Een uitzendkracht is vaak duurder, maar in vaste dienst bij het uitzendbureau, en dat garandeert dat er achteraf geen gedoe is.

Veel bedrijven zien zich genoodzaakt om payrollbedrijven in te huren, hoewel de Belastingdienst die altijd als ‘slechte partners’ heeft beschouwd.

Arbeids- of opdrachtovereenkomst
Er is ook grote verwarring over de termen. Wat volgens de wet een opdrachtovereenkomst is, noemt de Belastingdienst een arbeidsovereenkomst en andersom.

De fiscalisten hebben hun hoop gevestigd op een nieuwe staatsecretaris die de Wet DBA van tafel durft te vegen. Zij willen kijken naar tarief, opdrachtduur en of er mensen in dienst zijn met dezelfde taak. Met die criteria is te bepalen of zzp’ers onafhankelijke of afhankelijke ondernemers zijn. Afhankelijke ondernemers kunnen dan in het arbeidsrecht worden beschermd.

Bron: FD, 28 februari 2017

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Grootbedrijf vervangt zzp’ers door uitzendkrachten

CBS: omzet uitzendbranche Q4 2016 +3,5%

In het vierde kwartaal van 2016 hebben uitzendbureaus, arbeidsbemiddelaars en payrollbedrijven 3,5% meer omgezet dan in het kwartaal ervoor, meldt het CBS.

Dat is de grootste stijging in 2016. Ook het aantal uitzenduren nam in het vierde kwartaal opnieuw toe.

Met het vierde kwartaal zijn ook de jaarcijfers bekend. Vorig jaar behaalde de uitzendbranche 7,6% meer omzet dan in 2015. Het totaal aantal uitzenduren lag 6,9% hoger.

CBS: omzet uitzendbranche Q4 2016

Grootste stijging uren in langlopende contracten in 2,5 jaar
De omzet van de uitzendbranche hangt sterk samen met het aantal uitzenduren. Het totaal aantal uitzenduren steeg in het vierde kwartaal van 2016 met 2,8% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Zowel de uren in de kortlopende als in de langlopende contracten namen toe.

Het aantal uitzenduren in langlopende contracten zoals detachering en payrolling steeg met 3,9% in het vierde kwartaal van 2016. Dat is de grootste stijging in 2,5 jaar. Het aantal uren in kortlopende contracten nam met 1,7% toe. Deze stijging is kleiner dan in het derde kwartaal.

CBS: uren uitzendbranche Q4 2016

Bron: CBS, 28 februari 2017

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor CBS: omzet uitzendbranche Q4 2016 +3,5%

SNCU jaarbericht 2016

Verbeterde samenwerking en inzet van social media werken in de bevordering van de naleving van de cao’s in de uitzendbranche, meldt de SNCU in haar jaarbericht 2016.

Voorlichting
In 2016 is de website van de SNCU drastisch gemoderniseerd. Door laagdrempelig te zijn, met aanbod
van Frequently Asked Questions is de voorlichting richting ondernemers en uitzendkrachten beter
afgestemd op de informatiebehoeften. Ten opzichte van vorig jaar is ook het aantal ontvangen vragen over de CAO en meldingen over mogelijke niet naleving van de CAO verdubbeld.

Er is een start gemaakt met de inzet van social media. Om de bekendheid van de dienstverlening van de
SNCU onder de uitzendkrachten te verhogen is een voorlichtingscampagne via Facebook gevoerd.
Facebook blijkt voor de SNCU een succesvol medium waarmee uitzendkrachten bereikt kunnen worden.
Met een intensieve campagnevoering is de SNCU erin geslaagd een aanzienlijke groep actieve volgers op
te bouwen, met name onder de Nederlandse en Poolse doelgroep.

Handhaving
In 2016 zijn door de SNCU 350 nalevingsonderzoeken gestart. Door gerichtere controles is de
vastgestelde benadeling naar verhouding hoger dan in voorgaande jaren. Door het grotere aantal
meldingen en signalen van samenwerkingspartners is de SNCU in staat geweest haar capaciteit beter te
richten op die onderdelen van de sector waar echt iets mis was.

Verder was de SNCU in 2016 succesvol in de aanpak van malafide bestuurders. In een aantal vonnissen
en arresten zijn bestuurders aansprakelijk gesteld voor het frustreren van het SNCU‐onderzoek en het
weigeren cao‐afwijkingen te herstellen.

Vorig jaar is ook ervaring opgedaan met de aanpak van buitenlandse ondernemingen. Ondanks de
bereikte resultaten, blijft de controleerbaarheid van de activiteiten van buitenlandse uitzenders op de
Nederlandse markt een lastig vraagstuk. Discussie over de bevoegdheden van de SNCU en de
werkingssfeer van de cao hebben lange doorlooptijden tot gevolg.

Vooruitblik
In 2017 zal de SNCU, samen met publieke handhavers extra aandacht besteden aan gerichte aanpak van
het deel van de sector met veel afwijkingen.

Bron: SNCU, 28 februari 2017

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor SNCU jaarbericht 2016