Maandelijkse archieven: september 2015

Jilko Andringa President ManpowerGroup Noord-Europa

Jilko Andringa is benoemd tot President van ManpowerGroup Noord-Europa.

Andringa vervult momenteel de functie van Operationeel Directeur van ManpowerGroup Europa.

Hij volgt Hans Leentjes op, die afscheid neemt van zijn rol als President van ManpowerGroup Noord-Europa per 31 december van dit jaar.

Hans Leentjes
Hans Leentjes

De Nederlander Hans Leentjes heeft in de afgelopen tien jaar diverse managementposities vervuld bij ManpowerGroup.

Leentjes zal ManpowerGroup gaan vertegenwoordigen als vice-voorzitter van CIETT, de internationale organisatie voor de belangen van de uitzendbranche, met focus op buitenlandse zaken.

Annemarie Muntz (Randstad) is voorzitter van CIETT.

Bron: ManpowerGroup, 16 september 2015

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Jilko Andringa President ManpowerGroup Noord-Europa

Kronos lanceert Workforce Central 8

Kronos onthult een volledig nieuwe versie van haar belangrijkste productsuite, Workforce Central.

Workforce Central 8 biedt MKB-bedrijven een verbeterde gebruikerservaring op het gebied van analysemogelijkheden, wereldwijde toepasbaarheid, functionaliteiten en een betrouwbare levering in de cloud.

Herontworpen gebruikerservaring
De nieuwe innovatieve look van Workforce Central levert een meer efficiënte en intuïtieve navigatie. Het uitvoeren van routinetaken wordt hierdoor makkelijker en personeel heeft sneller toegang tot belangrijke informatie.

Zelfbedieningsfunctionaliteiten
Met de nieuwe zelfbedieningsfunctionaliteiten krijgen werknemers beter inzicht in hun planning, werklocatie en taakomschrijving. Ook kunnen zij diensten aanvragen in een wekelijks of maandelijks overzicht.

Rapportering en analyses
Interactieve visualisaties laten trends in arbeid, aanwezigheid, verzuim van medewerkers en de planning zien. Branchespecifieke inzichten brengt de planningen van organisaties in kaart en geven aan hoe de arbeidskosten zich verhouden tot de vraag van de consument.

Bron: Kronos, 15 september 2015

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Kronos lanceert Workforce Central 8

En u dacht dat StiPP al een lastig pensioenfonds is?

Steeds vaker weten andere pensioenfondsen dan StiPP de uitzendbranche te vinden.

Veel detacheerders hebben afgelopen jaren kennis gemaakt met StiPP. Soms was dat vrijwillig, soms ook niet. Er lopen nog een aantal rechtszaken tussen StiPP en detacheerders/uitzenders over de werkingssfeer en vooral naar de uitspraak van de Hoge Raad inzake Care4Care wordt reikhalzend uitgekeken.

Ondertussen hebben veel gespecialiseerde uitzenders heel andere zorgen: zij worden op de korrel genomen door diverse bedrijfstakpensioenfondsen, omdat die vinden dat de betreffende uitzendbureaus niet onder de werkingssfeer van StiPP zouden vallen maar onder die van hún fonds. Vooral de volgende drie fondsen zijn enthousiast op zoek naar nieuwe klanten, zoals zij dat zelf noemen: Pensioenfonds Metaal & Techniek, Pensioenfonds Metalektro en Pensioenfonds Vervoer.

In dit artikel beschrijven wij reden, oorzaak en gevolg van hun jacht. En natuurlijk ook hoe u dit kunt voorkomen. Want zeker in dit soort situaties geldt: voorkomen is beter dan genezen!

En laat het helder zijn: steeds meer uitzenders dragen af aan de genoemde pensioenfondsen, maar dan als een bewuste keuze, omdat ze zich daarmee als uitzendwerkgever positief onderscheiden. De situaties die wij tegenkomen, zijn echter in de loop van vele jaren ontstaan en uitzendbureaus zijn zich dan niet van hun verplichtingen bewust. Vaak willen ze ook alsnog hun verantwoordelijkheid nemen. Als het gevolg daarvan een claim is met enkele jaren terugwerkende kracht, dan overleeft zo’n bureau dat niet. En dan zijn er zéker alleen maar verliezers.

De reden
De belangrijkste twee redenen voor het feit dat pensioenfondsen op zoek gaan naar nieuwe klanten, zijn eigenlijk heel logisch. De eerste is gericht op de korte termijn: meer premie inkomsten en deelnemers verbetert de positie van de fondsen. De tweede is gericht op risicobeperking: de fondsen willen geen risico lopen dat zich in de toekomst gepensioneerden melden die recht blijken te hebben op een pensioen op grond van de verplichtstelling van het pensioenfonds, terwijl er nooit premie is betaald. Dus als de fondsen nu vaststellen dat een werkgever wel of niet onder de verplichtstelling valt, zijn ze voor toekomstige risico’s ingedekt, hetzij door premie-inkomsten, hetzij door de constatering dat de werknemer er geen recht op heeft. Dit verklaart dus waarom pensioenfondsen veel onderzoek doen bij (uitzend)werkgevers.

Wat zijn de triggers?
Er zijn verschillende manieren waarop pensioenfondsen u proberen te vinden. StiPP zoekt vooral via de verplichte WAADI-code bij de Kamer van Koophandel. Andere pensioenfondsen komen in ieder geval in actie als u de sectorindeling aanpast van sector 52, Uitzendbedrijven, naar een vaksector, zoals sector 12 Metaal- en technische bedrijfstakken of sector 32, Overig goederenvervoer. Maar ook als u werkt vanuit sector 52 bent u niet veilig: pensioenfondsen kijken ook naar uw website. Profileert u zich als specialist of heeft u veel functies in dezelfde sector op de website staan, dan bestaat de kans dat ze u benaderen.

En dan?
Als een fonds denkt ‘beet’ te hebben, krijgt u eerst een brief met het verzoek de nodige informatie aan te leveren. U bent verplicht dat te doen. Meestal wordt gevraagd om opgaaf van de loonsom en functies per inlener. Soms ook naar de namen van uw uitzendkrachten. Met deze informatie gaat het pensioenfonds bepalen of u onder de verplichtstelling van dat fonds valt. De voorwaarden per fonds verschillen, maar voor de meeste fondsen geldt dat ze gaan controleren of uw klanten ook hún klanten zijn. En als die voor een bepaald percentage overeenkomen, dan wordt er een afspraak voor een kennismakingsgesprek gemaakt. Dat klinkt helaas vrijblijvender dan het meestal is. Het pensioenfonds Metaal & Techniek claimt dat 92% van dit soort gesprekken leidt tot een verplichte aansluiting. Als blijkt dat u inderdaad onder de werkingssfeer van een ander pensioenfonds dan StiPP valt, kunt u met maximaal 5 jaar terugwerkende kracht worden aangesloten. En aangezien het in de praktijk onmogelijk is de rekening voor het werknemersdeel nog bij de werknemer neer te leggen, gaat het dus om de volledige premie. En die kan oplopen tot 30% van het loon. Daar gaat dan nog een franchise vanaf, maar een netto premie van 20% blijft er toch wel over. Om u een referentiekader te geven: de 8% werkgeverspremie van StiPP is netto minder dan 6% premie.

StiPP heeft overigens met een aantal andere pensioenfondsen afgesproken dat u in dergelijke gevallen de betaalde StiPP premie terugkrijgt. Zijn die afspraken er niet, dan kunnen zowel StiPP als het andere fonds verplichtstelling claimen en moet u in het ergste geval aan twee fondsen afdragen….

Voorkomen is beter dan genezen
De in de inleiding genoemde pensioenfondsen (Metaal & Techniek, Metalektro en Vervoer), beschrijven in de verplichtstelling wanneer een uitzendbureau onder de verplichtstelling valt en wanneer dus niet. Dat zijn 5 cumulatieve criteria (zie kader), waaraan op elk moment moet worden voldaan. Drie criteria zijn relatief eenvoudig te organiseren, maar twee ervan eisen een zorgvuldige aanpak en permanente controle. De ene is dat u minstens 15% van uw loonsom mét uitzendbeding moet doen en dat knelt dan weer met de vaksectoren waar steeds meer uitzendbureaus gebruik van maken. De andere is dat u minstens 25% van de loonsom in een andere sector moet doen. Sommige pensioenfondsen kijken daarbij naar de functies die worden uitgevoerd en andere naar de inleners waar de uitzendkrachten werken.

Andere pensioenfondsen hebben geen uitzondering beschreven voor uitzendbureaus en dan kunt u al onder de werkingssfeer vallen als meer dan 50% van de loonsom in een bepaalde sector valt, ook al verloont u volledig in sector 52.
Alle criteria en grenzen gelden per vennootschap. Het kan dus zijn dat u als organisatie in zijn geheel ‘veilig’ zit, maar als de verhouding binnen een of meer werkmaatschappijen niet aan alle voorwaarden voldoet, valt u voor deze rechtspersoon alsnog binnen de verplichtstelling van het desbetreffende pensioenfonds.

Kortom: u moet weten waar u mee bezig bent. Gezien de risico’s die u loopt als u onder de verplichtstelling van een ander bedrijfstakpensioenfonds dan StiPP blijkt te vallen, is het zaak er eens naar te (laten) kijken wanneer u zich herkent in dit artikel. Wij kunnen u daar bij helpen.

Een aantal pensioenfondsen heeft 5 cumulatieve criteria die aangeven wanneer uitzendbureaus niet onder de werkingssfeer vallen. De exacte formulering verschilt per fonds. Zo hanteert de één een urencriterium en de ander kijkt naar loonsommen. En de één kijkt naar functie-inhoud en de ander naar de inlener die onder de verplichtstelling moet vallen. Maar in grote lijnen luiden de criteria als volgt:
  1. U mag alleen aan ter beschikkingstelling doen
  2. U moet minstens 15% van de loonsom met uitzendbeding verlonen
  3. U moet minstens 25% ter beschikking stellen aan andere sectoren
  4. U mag niet via de concernverhoudingen alsnog onder de verplichtstelling van het betreffende pensioenfonds vallen
  5. U mag geen onderdeel zijn van een paritaire arbeidspool

Marcel Reijmers, Partner FlexKnowledge

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor En u dacht dat StiPP al een lastig pensioenfonds is?

Ruim 80% gaat er financieel op vooruit

Ruim 80 procent van de mensen gaat er in 2016 financieel op vooruit.

Minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijven dat vandaag in de beleidsagenda 2016 die met de begroting aan de Tweede Kamer is gestuurd.

Het kabinet trekt 5 miljard euro uit voor:

  • Het structureel verlagen van de lasten op werk.
  • Het verhogen van de arbeidskorting en het verlagen van de tweede en derde schijf in het belastingtarief. Hierdoor wordt werken meer lonend.
  • Daarnaast wordt de derde belastingschijf verlengd. Werkenden gaan er hierdoor volgend jaar fors op vooruit.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verhoogd (belastingvoordeel voor ouders met kinderen).
  • De kinderopvangtoeslag wordt verhoogd voor alle ouders. Hierdoor wordt het voor ouders gemakkelijker werk en zorg voor kinderen te combineren.
  • Een lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst hebben. Dat zijn mensen met een inkomen tussen 100 procent en 120 procent van het minimumloon. Door dit voordeel betalen werkgevers minder loonkosten. Dit kost 500 miljoen euro.

Verder komt er:

  • Geld voor gemeenten om arbeidsgehandicapten aan de slag te helpen, cumulatief € 100 mln in 2016-2020.
  • Extra peuteropvang, twee dagdelen opvang voor alle peuters. Dit kost 60 miljoen euro.
  • Een uitbreiding van het vaderverlof van twee naar vijf dagen betaald verlof.
  • Het kindgebonden budget wordt vanaf het tweede kind verhoogd. Dit is belangrijk voor gezinnen met kinderen.
  • Honderd miljoen euro voor armoedebestrijding (regeerakkoord).

Lagere belasting op werk
De belastingen op werk gaan omlaag. Van deze verlaging profiteren werkenden met een laag inkomen het meest. Gemiddeld genomen gaan mensen met een baan er 2,6% op vooruit, dat is al snel 750 euro netto per jaar. Werkende ouders krijgen meer kinderopvangtoeslag. Maar ook mensen in een uitkering en gepensioneerden gaan er gemiddeld iets op vooruit.

Staatssecretaris Klijnsma: “Het kabinet investeert bovendien in kwetsbare mensen. Zo komt er 100 miljoen euro extra voor het maken van beschutte werkplekken voor deze groep. Want ook zij moeten een kans krijgen om mee te doen op de arbeidsmarkt.”

Lage inkomensvoordeel (LIV)
Om ervoor te zorgen dat mensen met laagbetaald werk meer kans maken om aangenomen te worden, komt er vanaf 2017 een financiële bijdrage voor werkgevers, een lage inkomensvoordeel (LIV). Werkgevers krijgen dit zodat de loonkosten laag blijven zonder dat de werknemer salaris inlevert. Hierdoor wordt het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een laag inkomen aan te nemen.

Sectorplannen
Vandaag wordt de laatste aanvraagperiode van de sectorplannen afgesloten. Als er geld overblijft uit de sectorplannen, zal Asscher in overleg met de sociale partners een voorstel doen om dat geld te gebruiken voor hetzelfde doel, namelijk om mensen van werk naar werk te begeleiden. De minister zal hierover in het najaar een brief sturen aan de Tweede Kamer.

Belasting op werk wordt verlaagd
Het kabinet wil dat iedereen profiteert van de groei. Om die reden wordt de belasting op werk verlaagd. Werkgevers zijn dan minder loonkosten kwijt en werknemers houden netto meer geld over omdat ze minder belasting hoeven te betalen. Dat zorgt voor werkgelegenheid en dat is goed voor hun portemonnee.

De voorgenomen bezuinigingen op de huur- en zorgtoeslag gaan in 2016 niet door en ook de belasting voor gepensioneerden wordt verlaagd. Uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden gaan er daardoor nu gemiddeld ook iets (0,2 procent) op vooruit.

Optreden tegen uitbuiting in kleine flexbanen
Het kabinet treedt hard op tegen uitbuiting van mensen in kleine, tijdelijke baantjes.

Vaderverlof verlengd
Verder vindt het kabinet het belangrijk dat mensen hun werk en thuissituatie goed kunnen combineren. Het vaderverlof wordt om die reden verlengd van twee naar vijf betaalde dagen. Alle peuters kunnen tweede dagdelen naar de opvang.

100 miljoen euro extra voor beschutte werkplekken
Ook de mensen met een arbeidsbeperking en de gezinnen met een kleine portemonnee verdienen een kans om mee te doen. Daarom wordt onverminderd hard gewerkt aan de bestrijding van armoede en schulden. En investeert het kabinet 100 miljoen extra voor het maken van beschutte werkplekken voor de meest kwetsbare mensen. Het overleg met de maatschappelijke organisaties blijft een onmisbare schakel in de uitvoering van de Participatiewet.

Bron: Rijksoverheid, 15 september 2015

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Ruim 80% gaat er financieel op vooruit

Loonheffing commissaris bij afschaffen VAR

Als de Verklaring Arbeidsrelatie op 1 januari 2016 wordt afgeschaft, heeft dat gevolgen voor commissarissen die op dit moment met een VAR werken.

Een commissariaat is een fictieve dienstbetrekking, waardoor de betreffende organisatie loonbelasting en premies ZVW moet afdragen. Tot nu toe kon de commissaris die loonheffing voorkomen met een VAR WUO (voor ondernemers) of VAR DGA (bij een BV). Hij kon dan zelf de afdracht regelen.

Goedkeuring vooraf
De nieuwe Wet DBA (Wetsvoorstel deregulering beoordeling arbeidsrelaties) regelt dat opdrachtgevers van zelfstandigen alleen vrijwaring van loonheffing kunnen krijgen als de Belastingdienst hun overeenkomst vóóraf goedkeurt. Zo niet, dan kan de Belastingdienst achteraf nog bepalen dat het om een (verkapt) dienstverband gaat, waardoor de opdrachtgever alsnog loonheffing moet inhouden en afdragen. Met andere woorden: als er niets verandert moeten organisaties vanaf 1 januari de loonheffing van hun commissarissen inhouden en afdragen.

Uitzondering via BV
Wie via een BV werkt kan loonheffing misschien voorkomen via de ‘doorbetaaldloonregeling’. De organisatie vraagt de Belastingdienst dan om alleen de BV van de commissaris (of de hoofdwerkgever van de commissaris) aan te wijzen als inhoudingsplichtige voor de loonheffing. Als dat wordt geaccepteerd hoeft de organisatie geen rekening meer te houden met de verplichtingen voor de loonheffing.

Het is mogelijk dat de Belastingdienst vanwege de nieuwe regelgeving commissarissen minder makkelijk in de inkomstenbelasting als ondernemer beschouwt.

Bron: PwC, 15 september 2015

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Loonheffing commissaris bij afschaffen VAR