Premieheffing: indeling buiten sector 52 weer mogelijk voor uitzenders?

0
949

Premieheffing: indeling buiten sector 52 weer mogelijk voor uitzenders?

Hoe zat het ook alweer?
Als gevolg van een regeling van de minister van SZW van 18 mei 2017 worden uitzendbureaus per 25 mei 2017 alleen nog maar in sector 52 ingedeeld. Waar het voorheen mogelijk was te worden ingedeeld in een andere (lees: goedkopere) sector indien meer dan 50% van het premieplichtige loon aan één vaksector kon worden toegerekend, heeft de minister destijds een – voorlopig? – eind gemaakt aan deze mogelijkheid.

Bart van der Pluijm
Bart van der Pluijm, HVK Stevens

De uitzenders die voor 25 mei 2017 reeds waren ingedeeld in een ‘andere’ sector of voor die datum een aanvraag daartoe hadden ingediend mochten zich gelukkig prijzen: voor hen veranderde er – bij gelijkblijvende omstandigheden – helemaal niets. Gewoon lagere premies blijven afdragen tot ergens in de toekomst het hele stelsel van sectorindeling op de schop zou gaan: dat is nog eens een mooie overgangsregeling!

Strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel
Maar niet echt een eerlijk speelveld als je het mij vraagt. En het lijkt er nu op dat niet alleen Hof Arnhem-Leeuwarden dit met mij eens is, maar ook de staatssecretaris van Financiën.
Het Hof heeft recent uitspraak gedaan in een zaak waarbij een bestaande onderneming die zich bezighield met uitzenden en die was ingedeeld in sector 44 (Zakelijke dienstverlening II), werd gesplitst en voortgezet in twee nieuwe vennootschappen. Mede op basis van de regeling van 18 mei 2017 werd de belanghebbende (een van de twee nieuwe vennootschappen) ingedeeld in sector 52.

Het Hof komt uiteindelijk tot de conclusie dat de regeling van de minister van SZW strijdig is met het gelijkheidsbeginsel (als beginsel van behoorlijke regelgeving). En om het gewenste effect voor belanghebbende te bereiken, beslist het Hof om de regeling van 18 mei 2017 buiten toepassing te laten.

In zijn motivatie om geen cassatieberoep bij de Hoge Raad in te stellen, merkt staatssecretaris Snel hierover op: “Het Hof concludeert terecht dat gelijke gevallen in beginsel ongelijk behandeld worden. (…) In casu zijn geen (steekhoudende) argumenten aangevoerd voor het geconstateerde verschil in behandeling”.

Met hun uitspraken lijken het Hof en de staatssecretaris de deur weer te hebben opengezet voor het indelen van uitzendbureaus in een andere sector dan sector 52.

Indeling met terugwerkende kracht?
De vraag dient zich vervolgens aan waar het begin- en het eindpunt van deze mogelijkheid liggen. Het antwoord op deze vraag ligt (mede) besloten in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).

Waar voorheen een herziene indeling tot vijf jaar terugwerkende kracht kon hebben, heeft de minister van SZW vooruitlopend op de invoering van de WAB in een brief aan de Tweede Kamer op 29 juni 2018 “per direct” een aantal maatregelen rond de sectorindeling aangekondigd. Een van die maatregelen is dat sectorindeling alleen nog maar naar de toekomst kan worden gewijzigd (tenzij er door een foutieve indeling te weinig premies zijn betaald). Met “per direct” bedoelt de minister dat uitvoeringstechnisch direct rekening zal worden gehouden met die maatregelen, en dat die maatregelen met de invoering van de WAB met terugwerkende kracht formeel in werking zullen treden. Het is echter maar zeer de vraag of die terugwerkende kracht in dit geval gerechtvaardigd is en in een procedure stand zal houden.

En het eindpunt? Dat zal liggen op de datum van inwerkingtreding van de WAB waarmee het hele stelsel van sectorindeling op de schop gaat.

De deur die het Hof en de staatssecretaris hebben opengezet lijkt hiermee op korte termijn alweer dicht te vallen, maar zelfs indeling in een andere sector voor slechts een aantal maanden kan voor uitzenders al lonend zijn.

Bart van der Pluijm, HVK Stevens

Meer weten? Neem gerust contact op.

Zie de uitspraak van het Hof Arnhem Leeuwarden

Vorig artikelSEU onderzoekt kennisbehoefte in flexbranche
Volgend artikelDPA bereikt in 2018 ruim 15% omzetgroei
Bart van der Pluijm
Bart van der Pluijm is belastingadviseur met ruime ervaring in en kennis van de flexbranche. Na elf jaar te hebben gewerkt bij achtereenvolgens Mazars en PwC als specialist loonheffingen met een voorliefde voor de keten- en inlenersaansprakelijkheid, heeft hij van 2010 t/m 2018 op de fiscale afdeling van Randstad gewerkt. Vanuit die positie heeft hij Randstad ook geruime tijd vertegenwoordigd in een aantal fiscaal gerelateerde werkgroepen van de ABU en is hij ook betrokken geweest bij overleggen tussen de ABU en de belastingdienst, respectievelijk het ministerie van Financiën. Daarnaast heeft hij ook ruime ervaring met andere fiscale deelgebieden die van belang zijn in de flexbranche, zoals grensoverschrijdende (uitzend)werkzaamheden en BTW. Sinds 1 februari 2019 is Bart als belastingadviseur aan de slag bij HVK Stevens. HVK Stevens is een full service notarieel-juridisch en fiscaal advies bureau, gespecialiseerd in het adviseren van ondernemers, corporates, private equity fondsen, goede doelen, families en familiebedrijven met vestigingen in binnen- en buitenland. Bart is werkzaam op het HVK Stevens kantoor te Rotterdam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here