Jaarwerk 2016-2017 en verbod inhoudingen minimumloon

0
1383

Administratieve gevolgen verbod inhoudingen minimumloon

De jaarwisseling vormt voor de flexbranche vanouds een zeer drukke periode, waarin men ieder weekend doorwerkt.

Begin 2017 is de druk extra hoog omdat per 1 januari het verbod op inhoudingen op het minimumloon is ingegaan. Deze regelgeving is onderdeel van de Wet Aanpak Schijnconstructies.

Dit betekent dat er geen inhoudingen mogen worden gedaan op het loon die het loon lager maken dan het netto equivalent van het bruto minimumloon dat aan de uitzendkracht wordt betaald.

Weinig mensen kunnen de implicaties van bovenstaande regelgeving direct doorgronden. Daarom een poging in dit artikel om er wat meer zicht op te geven.

Uitzonderingen
Er zijn uitzonderingen op het verbod om inhoudingen te doen op het loon waardoor er minder dan het netto equivalent van het bruto minimum wordt betaald.

  1. Er mag een bedrag van maximaal 25% van het bruto minimumloon op het netto minimumloon worden ingehouden voor huisvesting.
  2. Er mag per tijdvak een naar tijdruimte vastgesteld deel van de gemiddelde nominale zorgpremie per jaar worden ingehouden.
  3. Voor werknemers met een arbeidsbeperking is het ook toegestaan inhoudingen te doen voor nutsvoorzieningen, rioolheffing en waterschapsbelasting als de werknemer hiervoor een schriftelijke volmacht verleent aan de werkgever. Voor werknemers met een arbeidsbeperking geldt dat de inhouding voor huisvesting niet is gemaximeerd tot 25% van het minimumloon.

Om de uitzonderingen te kunnen verwerken, moet er een berekening worden gemaakt.

Hoe netto loon toetsen?
In de uitzendsoftware van Hello Flex is ten behoeve van deze berekening het ‘netto toetsloon’ geïntroduceerd. Dat wordt vergeleken met het netto minimumloon.

Het ‘netto toetsloon’ in de uitzendsoftware van FlexService bestaat uit het netto loon met daarbij opgeteld de netto inhouding huisvesting, gemaximeerd op 25% van het bruto minimumloon en de netto inhouding zorgkosten, gemaximeerd op de gemiddelde nominale zorgpremie per jaar gedeeld door het aantal tijdvakken per jaar (52 of 53 voor weekverloning, 12 voor maandverloning, enzovoort).

Hoe werkt dit nu uit in de praktijk?

Verloning van een declaratie in een tijdvak
De verloning van de declaratie is niet anders dan voorheen. De verloning leidt tot een netto loon, dat vergeleken wordt met het eerder bepaalde netto minimumloon. Is het netto loon lager, dan wordt dit aangevuld tot het netto minimumloon door het verschil op te slaan in een aparte component ‘te verrekenen netto inhouding’ en dit op te tellen bij het uit te betalen loon.

Vergoedingen in natura
Vergoedingen in natura dragen niet bij aan een hoger bruto loon, maar wel aan hogere wettelijke inhoudingen. Als gevolg van loon in natura kan het netto loon lager zijn dan het eerder vastgestelde netto minimumloon. Dat zou tot een onterechte aanvulling kunnen leiden, omdat wettelijke inhoudingen altijd zijn toegestaan. Om dit probleem te vermijden, maakt loon in natura deel uit van het bruto loon op basis waarvan het netto minimumloon wordt bepaald.

Verrekenen te verrekenen netto inhoudingen
Als er een bedrag aan te verrekenen netto inhoudingen is berekend, dan zal dit verhaald moeten worden op de uitzendkracht. Een betaling door de uitzendkracht dient te worden ingevoerd in de uitzendsoftware, zodat het bedrag aan te verrekenen netto inhoudingen overeenkomstig deze betaling kan worden verlaagd.
Als het ‘netto toetsloon’ op een declaratie hoger is dan het netto minimumloon, dan is er ruimte om een deel van het totaal aan te verrekenen netto inhoudingen te verrekenen met het netto loon.

Voorschotten
Voorschotten in dezelfde week betaald (en voorschotten waarvoor met de werknemer vooraf is overeengekomen dat ze op een andere verloningsperiode mogen worden ingehouden) mogen gewoon worden verrekend met het netto loon.

Waar zit – afgezien van de enorme regeldruk – de pijn?
Uitzendorganisaties zien dat de wetgeving nadelige gevolgen heeft voor het doen van ‘simpele’ inhoudingen zoals een boete of de Ziektewet aanvullende premie bij uitzendkrachten die het minimumloon verdienen. Bij dit laatste zit met name de pijn.
De Ziektewet aanvullende premie (Zwa) is een cao-premie en die heeft geen wettelijke grond voor inhouding. Bij uitzendkrachten die het bruto minimumloon verdienen, mag deze premie dus niet meer worden ingehouden. Werkt een uitzendkracht niet over of heeft hij geen recht op toeslagen, dan is de eerste mogelijkheid van inhouden pas als het vakantiegeld wordt uitbetaald in juni of bij het einde van het dienstverband. Op dat moment verdient de uitzendkracht meer dan het ‘netto equivalent’ en zal een groot deel van zijn vakantiegeld moeten worden ingehouden. Veel uitzendkrachten zullen zich op dat moment gedupeerd voelen en hun boosheid afreageren op de uitzendorganisatie, terwijl die de wet uitvoert.

Zie voor meer achtergrondinformatie:
Belastingdienst, WAS uitleg over verplichtingen inzake WML

Bron: FlexNieuws en FlexService