Vakbonden akkoord met ABU en NBBU over CAO Uitzendkrachten

0
1209

Werknemers en werkgevers in de uitzendbranche hebben een akkoord bereikt over een nieuwe cao. Vakbonden FNV Flex, CNV Vakmensen en De Unie kunnen na maanden van onderhandelingen met brancheverenigingen ABU en NBBU met een resultaat terug naar hun achterban.

De afspraken zijn in lijn met het SER-MLT-advies om werkenden meer werk- en inkomenszekerheid te geven en worden stapsgewijs doorgevoerd, rekening houdend met de verdere uitwerking van de wet- en regelgeving conform het advies van de SER, zo melden ABU en NBBU.

Belangrijkste punten volgens de vakbonden: ervaring telt mee bij inschaling, betere vergoedingen, toeslagen en periodieken en een langere termijn voor het opeisen van een transitievergoeding.

Bekijk de download met afspraken:
Onderhandelingsresultaat FNV CNV Vakmensen De Unie en ABU NBBU voor CAO Uitzendkrachten 2023

Als uitzendkrachten ergens aan het werk gaan, zal vanaf 1 juli 2023 de ervaring meetellen bij het startsalaris. Nu groeien hun collega’s bij de opdrachtgever wel door naar een hoger salaris maar blijven uitzendkrachten, door wisselingen en de draaideur van contracten, hangen op het laagste loon. Daarnaast krijgen uitzendkrachten voortaan met zekerheid een periodieke loonsverhoging. Als dat gekoppeld is aan een beoordelingsgesprek, maar de uitzendkracht dat niet heeft gehad, krijgt de uitzendkracht tóch een periodiek. Bovendien gelden alle toeslagen en onkostenvergoedingen voortaan voor uitzendkrachten. Ook als deze belast zijn.

Letterlijk staat dit als volgt in het akkoord:
Werkervaring verzilveren
Cao-partijen willen de relevante werkervaring van uitzendkrachten beter verzilveren. Daarvoor is het belangrijk dat er bewuster wordt ingeschaald bij aanvang van de werkzaamheden bij een nieuwe opdrachtgever en dat werkervaring tijdens het dienstverband altijd wordt beloond. Per 1 juli 2023 gelden de onderstaande afspraken over de inschaling en het toekennen van de periodieken.

Inschaling
Uitgangspunt bij de inschaling van de uitzendkracht is dat er rekening wordt gehouden met de relevante werkervaring van de uitzendkracht. Dit betekent dat:
• In het geval er bij de opdrachtgever bij de inschaling van diens eigen medewerkers geen rekening wordt gehouden met de voor de functie relevante werkervaring dan wordt deze toch verzilverd en kan de uitzendkracht niet worden ingeschaald in de onderste / laagste trede van de functieschaal die op hem van toepassing is. In dat geval stelt de uitzendonderneming in overleg met de uitzendkracht en de opdrachtgever vast welke inschaling en trede in de schaal past bij de voor de functie relevante werkervaring van de uitzendkracht.
• Daarnaast wordt bij terugkeer bij dezelfde opdrachtgever dan wel bij een opdrachtgever binnen hetzelfde cao-gebied in een nagenoeg gelijke functie (gezien diens relevante werkervaring), bij inschaling uitgegaan van minimaal de eerdere inschaling. Mocht er op grond van de inlenersbeloning in de onderbroken  contractperiode, waarbij de onderbreking niet meer dan negen maanden betreft, sprake zijn van een trede verhoging dan zal deze trede worden toegekend als ware er geen contractonderbreking geweest. Voor het vaststellen van de relevante werkervaring van de uitzendkracht houdt de uitzendonderneming in elk geval rekening met de informatie over opleidingen, werkervaring en competenties verstrekt door de uitzendkracht. De uitzendkracht kan de uitzendonderneming verzoeken om uitleg over diens inschaling en de uitzendonderneming is verplicht hieraan gevolg te geven. Partijen zullen per 1 januari 2025 de effecten van bovenstaande maatregelen monitoren via een gezamenlijke enquête onder uitzendkrachten.

Periodieken
Periodieke verhogingen worden toegekend op dezelfde wijze als bij opdrachtgever. Als het toekennen van een periodieke verhoging bij de opdrachtgever afhankelijk is van de beoordeling van de uitzendkracht, dan geldt het volgende:
• De uitzendkracht krijgt altijd een periodieke verhoging toegekend. Behalve als de uitzendonderneming kan aantonen dat de uitzendkracht een negatieve beoordeling conform de regels en procedures bij de opdrachtgever heeft gekregen.
• Wanneer er geen of niet tijdig een beoordeling heeft plaatsgevonden, dan krijgt de uitzendkracht een periodieke verhoging behorende bij de mediaan van de beoordelingen bij de opdrachtgever.

Uitbreiding inlenersbeloning
Cao-partijen zetten in 2023 verdere stappen om tot gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden te komen. De inlenersbeloning wordt per 1 juli 2023 uitgebreid met de volgende elementen:
• Toeslagen; de uitzendkracht heeft recht op alle toeslagen.
• Kostenvergoedingen
De inlenersbeloning wordt uitgebreid met alle kostenvergoedingen ongeacht of deze vrij van loonheffing en premies kunnen worden uitgekeerd volgens de geldende fiscale wetgeving, waarbij het deel van de vergoeding dat niet bij wet gericht is vrijgesteld bruto wordt uitgekeerd. Als er door de uitzendonderneming gebruik gemaakt wordt van de WKR of andere gelijksoortige fiscale regeling is het onder de WKR gebrachte bruto bedrag ook het netto bedrag.

Karin Heynsdijk, bestuurder FNV Flex zegt erover in het persbericht: “Op 2 januari 2023 loopt de huidige cao af, dus het is fijn dat we voor die tijd tot een akkoord konden komen. Belangrijk is dat er afspraken zijn gemaakt waarmee de positie van uitzendkrachten in Nederland verder verbetert. We zetten weer een stap naar een gelijkwaardige positie. Dat de relevante werkervaring van uitzendkrachten gaat meetellen bij hun inschaling, is één van die belangrijke afspraken. Daarmee komt er niet alleen meer loon, maar ook meer waardering voor de kunde en ervaring van een grote groep werkenden.”

Transitievergoeding
Afgesproken is ook dat uitzendkrachten vanaf 1 april 2023 niet 3, maar 12 maanden na het einde van het contract nog een beroep kunnen doen op de transitievergoeding. Zo kunnen zij niet meer aan het lijntje worden gehouden totdat het recht op de transitievergoeding is ‘vervlogen’, aldus de vakbonden.

Letterlijk staat dit als volgt in het akkoord:
Transitievergoeding
Cao-partijen willen dat uitzendkrachten meer duidelijkheid krijgen over een eventueel recht op de transitievergoeding en dat ze langer de tijd krijgen om daar aanspraak op te kunnen maken. De uitzendonderneming is overeenkomstig artikel 7:673 BW aan de uitzendkracht een transitievergoeding verschuldigd wanneer de uitzendkracht daar volgens dit wetsartikel recht op heeft. Als de uitbetaling later dan na één maand na de dag waarop de uitzendovereenkomst is geëindigd geschiedt, is op grond van artikel 7:686a BW over het bedrag van de transitievergoeding wettelijke rente verschuldigd. Vanaf 1 april 2023 geldt dat als de uitzendonderneming de transitievergoeding na 1 januari 2023
conform artikel 7:673 BW niet toekent, de uitzendkracht binnen 12 maanden na de dag waarop de uitzendovereenkomst geëindigd is een verzoek tot betaling kan indienen bij de rechtbank en de uitzendonderneming dan geen beroep kan doen op de vervaltermijn uit artikel 7:686a lid 4 onder b BW.

Bescherming bij ziekte
Marten Jukema, bestuurder CNV Vakmensen: “We hebben flink ingezet op een stevigere positie en meer bescherming voor uitzendkrachten. Zo zijn we overeengekomen dat per 1 juli 2023 uitzendkrachten die ziek worden recht hebben op twee jaar aanvulling op hun loon tot 90% in het eerste jaar en tot 80% in het tweede jaar. Dat recht op aanvulling houden zij ook als hun uitzendovereenkomst is beëindigd. Zij betalen daar wel een premie voor van 0,3% of 0,7%. Maar het is belangrijk dat er nu een goed vangnet komt want vanwege de korte contracten vallen uitzendkrachten bij ziekte al snel 30% terug in loon.”

Letterlijk staat dit als volgt in het akkoord:
Arbeidsongeschiktheid
Door een aantal rechterlijke uitspraken is in de uitzendbranche onduidelijkheid ontstaan over waar uitzendkrachten aan toe zijn indien ze zich ziekmelden ingeval van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Cao-partijen willen duidelijke regels bieden en zetten daarbij ook stappen richting betere arbeidsvoorwaarden in geval van arbeidsongeschiktheid.
Met ingang van 1 juli 2023 wordt de arbeidsongeschiktheidsbepaling aangepast:
• in de cao voor uitzendkrachten wordt opgenomen dat de uitzendovereenkomst met uitzendbeding niet automatisch eindigt in geval van een ziekmelding, maar in geval van arbeidsongeschiktheid net als voor de uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding in principe, doorloopt tot de overeengekomen einddatum.
• de uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt van rechtswege doordat de opdrachtgever om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen. Het einde van rechtswege is in dit geval niet van toepassing bij arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht.
• Bij een uitzendovereenkomst (met en zonder uitzendbeding) heeft de uitzendkracht bij arbeidsongeschiktheid, zolang de uitzendovereenkomst voortduurt recht op;
o 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon gedurende de eerste 52 weken van de arbeidsongeschiktheid en ten minste het voor hem geldende wettelijke minimumloon.
o 80% van het naar tijdruimte vastgestelde loon gedurende de 53ste t/m de 104e week
• Als de uitzendkracht in fase A/1-2 (met of zonder uitzendbeding) ziek uit dienst gaat en de uitzendkracht recht heeft op een Ziektewetuitkering, vult de uitzendonderneming deze uitkering:
o gedurende de eerste 52 weken van arbeidsongeschiktheid aan tot 90% van het op basis van het dagloonbesluit werknemersverzekering vastgestelde uitkeringsdagloon;
o gedurende de 53ste t/m de 104e week van arbeidsongeschiktheid aan tot 80% van het op basis van het dagloonbesluit werknemersverzekering vastgestelde uitkeringsdagloon.

Evenwichtige balans
Joop Voesten, bestuurder De Unie: “Met dit resultaat ligt een breed pakket aan maatregelen klaar waarmee onder meer belangrijke stappen gezet worden richting een evenwichtige balans tussen de beloning voor mensen met vaste – en uitzendkrachten met onzekere contracten. We waren daarmee met elkaar op de goede weg, en door onder andere de toeslagen ook voor iedereen gelijk te trekken, verbeteren we de positie van uitzendkrachten verder.”

Stemmen
De drie vakbonden gaan nu met het onderhandelaarsresultaat naar hun achterban. Die kan de komende periode over de afspraken stemmen. Pas als die leden akkoord zijn, kan de nieuwe cao ondertekend worden. De cao Uitzendkrachten geldt voor zo’n 800.000 uitzendkrachten in Nederland. De cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024.

Bron: FNV, CNV Vakmensen en De Unie, 20 december 2022

Lees ook
Persbericht ABU over dit onderhandelingsakkoord
Persbericht NBBU over dit onderhandelingsakkoord
Wel of geen no-riskpolis in de uitzendbranche bij toepassing uitzendbeding?
Hoe zit het met uitzendbeding bij ziekte in ABU- en NBBU-cao