Redactie FlexNieuws 19 augustus 2026 0 reacties Print ATR, belangenbehartigers en vakbonden kritisch over nieuwe zorgplicht uitleners BRP-registratie: onderbouwing en handhaving ontbrekenEen nieuwe zorgplicht moet uitleners verantwoordelijk maken voor betere BRP-registratie van arbeidsmigranten. Maar volgens het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) is onduidelijk of de maatregel het beoogde effect gaat halen, en ontbreekt toezicht en handhaving. Ook de reacties op de internetconsultatie zijn kritisch.Het kabinet wil met de nieuwe zorgplicht de registratie van EU-arbeidsmigranten in de Basisregistratie Personen (BRP) verbeteren. Uitleners, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven, krijgen daarbij een centrale rol toebedeeld. Het ATR bracht, zoals gebruikelijk bij nieuwe wetgeving, een advies uit over het ontwerpbesluit. De conclusie is helder: dien het voorstel niet in, tenzij het kabinet de adviespunten ter harte neemt. Wat houdt de zorgplicht in? Arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland willen blijven, moeten zich als ingezetene inschrijven bij hun gemeente. In de praktijk registreert een aanzienlijk deel zich toch in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), ook als het verblijf langer duurt. Dat kan gevolgen hebben voor onder meer sociale zekerheid en toegang tot de zorgverzekering, en het geeft gemeenten onvoldoende zicht op waar arbeidsmigranten daadwerkelijk wonen. Om dit te verbeteren wil het kabinet een bevorderings- en vergewisplicht invoeren voor uitleners. Dat staat uitgewerkt in het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Baadi). Beide plichten gelden alleen voor uitleners die arbeidskrachten ter beschikking stellen tegen minder dan 150% van het wettelijk minimumloon. Een meldplicht, waarbij uitleners de gemeente actief zouden moeten informeren over niet-geregistreerde arbeidskrachten, is vooralsnog niet opgenomen. Die keuze hangt samen met het ontbreken van toezicht en handhaving: zolang dat niet is geregeld via de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), komt er ook geen administratieplicht. ATR: onderbouwing van de 50%-ambitie ontbreekt Het kabinet wil met de maatregelen de correcte registratie van arbeidsmigranten met 50% verbeteren. Uit onderzoek waarnaar de toelichting verwijst, blijkt dat 37% van de doelgroep niet weet dat inschrijving verplicht is, 23% zich bewust niet inschrijft, 20% dit niet mag van de verhuurder en 9% zich niet kan inschrijven. Van al deze groepen samen verwacht het ministerie ongeveer 20% te bereiken met de nieuwe verplichtingen. Het ATR twijfelt echter of die ambitie haalbaar is. Het adviescollege mist een concrete, kwantitatieve onderbouwing van hoe een relatief lichte bevorderings- en vergewisplicht, zonder meldplicht en zonder handhaving, tot een verbetering van circa 50% zou moeten leiden. Daarom adviseert het college de verwachte bijdrage van beide verplichtingen concreet inzichtelijk te maken. Geen toezicht, geen handhaving Een tweede pijnpunt is het ontbreken van publiekrechtelijk toezicht op de nieuwe verplichtingen. Juist de groep uitleners die zich weinig aantrekt van wettelijke regels vormt volgens de onderliggende probleemanalyse de kern van de registratieproblematiek. Het ATR zet vraagtekens bij de effectiviteit van een zorgplicht zonder sanctiemogelijkheid, en adviseert de handhaving te bevorderen en concreet te maken hoe die vorm gaat krijgen. Voor uitleners die te goeder trouw handelen, blijft de eenmalige vergewisplicht overigens relatief eenvoudig uitvoerbaar: die hoeft geen vaste vorm te hebben en kan mondeling of per e-mail. “Niet nog een verplichting, maar de hele keten” Peter Loef, programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU, schrijft in een bericht op LinkedIn dat hij het probleem herkent dat het ATR signaleert, maar plaatst het ook in een breder perspectief. Volgens hem legt het advies een fundamenteel punt bloot over hoe dit soort problemen doorgaans wordt aangepakt: met een te smalle blik en te weinig oog voor de praktijk. “We moeten oppassen dat we maatschappelijke problemen steeds proberen op te lossen door een nieuwe verplichting bij één partij in de keten neer te leggen”, schrijft Loef. Meer dan de helft van de arbeidsmigranten werkt rechtstreeks in dienst bij een reguliere werkgever, niet via een uitzendorganisatie, zo constateert Loef. “Arbeidsmigratie is nadrukkelijk breder dan de uitzendsector.” Loef pleit voor een aanpak die de hele keten aanspreekt: goede informatie aan arbeidsmigranten, een toegankelijk registratieproces bij gemeenten, samenwerking tussen publieke en private partijen, en uiteindelijk ook handhaving van de registratieplicht. “Een correcte BRP-registratie is een gedeelde verantwoordelijkheid”, zegt hij, van werknemer, werkgever, gemeente en rijksoverheid samen. De ambitie om de registratie te verbeteren steunt de ABU. Maar, zo besluit Loef: “Organiseer de hele keten: informatie, toegankelijkheid, verantwoordelijkheid én handhaving.” Internetconsultatie Het advies van de ATR is een standaardstap voordat het kabinet een wetsvoorstel voorlegt aan de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat de ATR vaak (zeer) kritisch is, maar dat die adviezen door het kabinet ook regelmatig worden genegeerd. Een ander onderdeel van die voorbereiding is de internetconsultatie. Die is voor dit voorstel inmiddels ook afgerond. Kritische geluiden die daarin staan sluiten veelal aan bij de punten die de ATR en ook de ABU aangeven. Zo vindt ook de FNV dat de reikwijdte van het voorstel te beperkt is, omdat een belangrijk deel van de arbeidsmigranten rechtstreeks in dienst is bij werkgevers. De VNG wijst op de noodzaak van toezicht en handhaving, die vooralsnog niet georganiseerd zijn. Raymond Puts van Otto Workforce noemt de bevorderingsplicht in zijn reactie “een logisch en uitvoerbaar instrument” om internationale medewerkers goed te informeren over hun rechten en plichten, waaronder registratie in de BRP. Dat past, zo schrijft hij, ook bij de rol van uitzenders. Loef wijst er eveneens op dat de bevorderingsplicht nu al onderdeel is van de Fair Employment Code van de ABU. Volgens Puts is het echter beter om de plicht neer te leggen bij de huisvesters of publieke instanties, aangezien zij beschikken over relevante informatie over het woonadres. Ook de NBBU laat in haar reactie op de internetconsultatie weten dat het wetsvoorstel “geen recht doet aan het gelijkheidsbeginsel” en niet proportioneel is, en dat het regeldruk veroorzaakt die geen doel dient. Vervolg Het kabinet is nu aan zet om te beoordelen of en wat het gaat doen met deze kritische geluiden. Daarna gaat het voorstel naar de Tweede Kamer voor verdere behandeling. De eerder genoemde streefdatum voor invoering van deze plichten is 1 januari 2027. Lees ook: Internetconsultatie gestart: nieuwe zorgplicht BRP-registratie voor uitleners Strengere regels BRP-registratie: wat betekent dit voor uitzendbureaus? Bron: ATR-advies, 25 juni 2026 / persbericht Adviescollege toetsing regeldruk, 13 augustus 2026 Baadi, BPR Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws