Maandelijkse archieven: augustus 2026

Focus, technologie en mensenkennis: het geheim van de snelst groeiende Amerikaanse staffingbedrijven en hoe Nederland ernaar kijkt

Ondanks een krimpende Amerikaanse staffingmarkt, groeit een select groepje bureaus juist keihard door. Uit de jaarlijkse ranglijst van Staffing Industry Analysts (SIA) blijkt dat de 58 snelst groeiende Amerikaanse staffingbedrijven van 2026 een jaarlijkse omzetgroei (CAGR) van 29% realiseerden. Een lichte stijging ten opzichte van 28% vorig jaar. Dat gebeurde terwijl de bredere sector met 4% kromp.

Voor SIA-president Ursula Williams is dat geen toeval: groei op dit niveau vraagt om een duidelijke strategie, sterk leiderschap en discipline. Aan kop staat het Amerikaanse Shift Fillers (Moorestown, New Jersey), met een CAGR van 102,1%. Om op de lijst te komen, moest een bedrijf tussen 2021 en 2025 een samengestelde jaarlijkse groei van minimaal 15% laten zien, uitsluitend op basis van organische groei. Bijna driekwart van de 58 bedrijven is actief in de zorg, IT of industriële uitzendsector.

Ook in Nederland houdt Wim Davidse, hoofdredacteur van FlexNieuws, via de jaarlijkse FlexNieuws TOP 100, nauwlettend bij welke flexbedrijven het hardst groeien. De patronen die hij daarin ziet, komen deels verrassend overeen met de Amerikaanse bevindingen.

Focus op de eigen kernactiviteit

Een van de meest genoemde Amerikaanse succesfactoren is: niet alles tegelijk willen zijn. Bij I.K. Hofmann USA (plek 43, groei 20,8%) draait alles om focus op manufacturing en logistiek. CEO Patricia Quintero benadrukt dat haar team vooral heel goed wil zijn in wat het al doet, in plaats van overal in mee te bewegen. Ook Tundra Technical Solutions (plek 18, groei 36,5%) koos bewust voor organische uitbreiding in niches als energie, mijnbouw, defensie en AI-hyperscalers, in plaats van overnames.

Davidse ziet in de Nederlandse FlexNieuws TOP 100 een vergelijkbaar patroon, met een interessante nuance. Uit zijn analyse blijkt dat een heldere combinatie van bureautype én doelgroep loont, ongeacht de omvang van het bureau. 

Tegelijk is specialisatie op zichzelf geen garantie: vrijwel elk marktsegment kent zowel snelle groeiers als achterblijvers, en ook generieke bureaus kunnen hard groeien als de ambitie en organisatiekracht kloppen. Opvallend is verder dat, net als in de VS, vooral de kleinere en middelgrote bureaus (met een omzet tussen 20 en 50 miljoen euro) het hardst groeien, terwijl de allergrootste generieke uitzenders in Nederland regelmatig krimp laten zien. Davidse verklaart dat uit een fraaie balans tussen ondernemerschap en professionaliteit, die bureaus van die omvang vaak weten te vinden.

Technologie als hefboom, niet als vervanging

Meerdere Amerikaanse bedrijven noemen investeringen in AI en data-analyse als groeimotor, maar niet als doel op zich. Bij I.K. Hofmann moet AI vooral tijd vrijmaken zodat recruiters en managers weer meer met mensen kunnen werken. Koploper Shift Fillers noemt een combinatie van technologie, data-analyse en de manier waarop met mensen wordt omgegaan als verklaring voor de explosieve groei.

Ook in de Nederlandse markt wordt AI vooral als hulpmiddel gezien, niet als vervanger van mensen, met dien verstande dat de Nederlandse blik nadrukkelijker naar leiderschap kijkt als de factor die dat verschil maakt. ABN AMRO-sectorbanker Han Mesters wijst erop dat AI organisaties platter maakt en dat leiderschap daardoor juist doorslaggevend wordt: een sterke bedrijfscultuur weegt volgens hem zwaarder dan welke strategie dan ook. 

Dat sluit aan bij wat ook uit het lezersonderzoek voor het FlexNieuws TOP 100-rapport naar voren komt: flexondernemers zelf noemen vooral een sterke klantrelatie, kandidaatkennis en onderscheidend vermogen als verklaring voor hun succes.

De mens als kernstrategie

Bijna elk Amerikaans bedrijf op de lijst wijst uiteindelijk naar hetzelfde fundament: mensen. Bij Elevate Healthcare Consultants en Fiber Staffing (plek 29 en 9) schrijft CEO Trey Smith de groei toe aan de mensen die al jaren meebouwen aan het bedrijf. Tundra’s Jeremy Mack onderstreept dat uitzendkrachten voor zijn bedrijf evengoed klanten zijn, die de best mogelijke ervaring verdienen. I.K. Hofmann investeert concreet in die aanpak: scholing, renteloze noodleningen en tijd voor het erkennen van goede prestaties.

Diezelfde mensgerichtheid keert terug in de Nederlandse analyses, maar Davidse en Mesters plaatsen er allebei een kanttekening bij. Volgens Davidses onderzoek naar de FlexNieuws TOP 100 groeien kleinere en middelgrote generieke bureaus juist doordat zij een persoonlijke band met opdrachtgevers weten op te bouwen en hun regionale markt goed kennen; door mensenkennis dus, net als in de VS. 

Mesters wijst intussen op een structurele ontwikkeling die in de Amerikaanse lijst geen rol speelt: hij verwacht dat “de sector op het punt staat van een golf van fusies en overnames”, gedreven door strengere wetgeving zoals de Wtta en de nieuwe uitzend-cao. Voor kleinere bureaus die moeite hebben om aan alle compliance-eisen te voldoen, kan aansluiting bij een grotere partij dan ook aantrekkelijker worden dan zelfstandig verder groeien.

Conclusie: groeifactoren en nuanceverschillen

De Amerikaanse en Nederlandse cijfers vertellen grotendeels hetzelfde verhaal: bureaus die scherp kiezen voor een niche of doelgroep, AI inzetten om mensen te ontlasten in plaats van te vervangen, en oprechte aandacht hebben voor kandidaten en opdrachtgevers, groeien het hardst; vaak juist in het kleinere tot middelgrote segment. Het verschil zit in het accent: waar de Amerikaanse bureaus vooral spreken over focus en klantrelaties, benadrukken Davidse en Mesters sterker de rol van leiderschap, bedrijfscultuur en een dreigende consolidatieslag als factoren die in Nederland extra zwaar gaan wegen.

Lees de hele analyse van SIA in: Staffing Industry Analysts, “Keys to success for the 2026 Fastest-Growing US Staffing Firms (Craig Johnson, 4 augustus 2026) en de bijbehorende ranglijst 2026 Fastest-Growing US Staffing Firms

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Meer verbinding of meer spanning? De keerzijde van open werkplekken

Open werkplekken. You hate it or you love it. Je hoort alles, je ziet alles en iedereen ziet elkaar. Dat klinkt gezellig, en inderdaad: een open werkplek is bedacht om samenwerking te stimuleren. Mensen kunnen kiezen waar en met wie ze vandaag zitten, leggen makkelijker contact en de lijntjes zijn korter. 

Maar wat als die openheid het tegenovergestelde effect heeft? In een open werkplek ontgaat mensen weinig. En waar alles zichtbaar en hoorbaar is, lopen spanning en irritatie soms ongemerkt op. Uit recent Zweeds onderzoek blijkt zelfs dat pestgedrag vaker voorkomt in open kantooromgevingen. Niet omdat mensen ineens anders zijn, maar omdat de omgeving iets met ze doet. En dat gebeurt vaak zonder dat je het doorhebt. 

Dus de vraag is niet: werkt een open werkplek? De vraag is: wat doet het met hoe we met elkaar omgaan? In deze blog ontdek je waarom open werkplekken soms juist spanning vergroten, en wat je kunt doen om dat te voorkomen. 

Open ruimte, onverwacht gedrag

Onderzoek laat zien dat open werkplekken meer doen met mensen dan je misschien denkt. Het is niet dat collega’s ineens lastig worden, maar de ruimte zelf beïnvloedt gedrag. In grote, open kantoren zie je dat subtiele irritaties sneller oplopen: een opmerking die blijft hangen, een zucht die je opmerkt, een blik die je voelt maar niet kunt plaatsen. Kleine plagerijtjes of het negeren van iemand gebeurt vaker dan in afgesloten of kleinere ruimtes. 

Al die irritaties wijzen niet op lastige collega’s, maar op hoe de ruimte je beïnvloedt. Altijd zichtbaar zijn, geen plek om even weg te duiken, constant beweging en geluid om je heen. Het vervaagt de grens tussen een grapje en iets dat écht vervelend voelt. Vooral de traditionele kantoortuinen zonder rustige hoekjes blijken gevoelig voor frustratie en onveiligheid. En dat betekent dat het niet wordt opgelost door mensen aan te spreken, maar door bewust te kijken naar hoe de werkplek en samenwerking zijn ingericht. 

Waarom het misgaat in open werkplekken

In open werkplekken sluipen spanningen ongemerkt binnen. Soms zonder dat je het doorhebt.  

Altijd zichtbaar  
Iedere beweging, ieder zuchtje, elke opmerking: alles valt op. Het klinkt misschien onschuldig, maar constant bekeken worden zorgt voor spanning. Kleine irritaties lopen sneller op en wat normaal onschuldig gedrag zou zijn, kan ineens als storend of zelfs bedreigend worden ervaren. 

Geen plek om je even terug te trekken 
In een open werkplek is vaak niet veel ruimte om even op adem te komen of dat lastige telefoongesprek in stilte te voeren.  

Meer prikkels = meer frustratie 
Die collega die altijd nét wat te luid zit te bellen, constant geroezemoes en mensen die heen en weer blijven lopen langs je bureau. Er gebeurt constant wel wat. Overprikkeling verhoogt stress en maakt dat iemand sneller geïrriteerd raakt.   

Minder echte interactie dan je denkt 
Ironisch genoeg praten mensen in open werkplekken vaak minder diepgaand met elkaar. Het idee van ‘meer contact’ klopt, maar het zijn vooral korte, oppervlakkige interacties. Echte verbinding en begrip ontstaan hierdoor moeilijker.  

Wat vraagt dit van organisaties in de praktijk? 

Een open werkplek is niet per definitie goed of slecht. Het is een keuze die iets vraagt van hoe wordt samengewerkt. Want hoe opener de ruimte, hoe bewuster je moet omgaan met gedrag.  

Dat begint bij kijken naar meer dan alleen de inrichting. Natuurlijk helpt het om na te denken over stille werkplekken of ruimtes om je even terug te trekken. Maar daar stopt het niet. Juist in open omgevingen maken gedrag en communicatie het verschil. 

Voor leidinggevenden ligt hier een duidelijke rol. Spanningen beginnen vaak klein: een blik, of een opmerking die blijft hangen. Hoe eerder je dat signaleert en bespreekbaar maakt, hoe kleiner de kans dat het doorschuift naar irritatie of zelfs pestgedrag.  

Ook HR speelt hier een rol. Door hier zicht op te houden, gerichte vragen te stellen en signalen serieus te nemen, help je om een werkomgeving te creëren waarin mensen zich ook echt prettig voelen.  

Uiteindelijk draait het om balans. Openheid kan verbinden, maar alleen als er ook ruimte is voor rust, focus en eerlijke gesprekken.  

Wat kun je concreet doen?

Het goede nieuws: werkgevers hoeven niet meteen het hele kantoor om te bouwen. Met een paar slimme keuzes maak je al snel het verschil. 

Creëer stilteplekken of focusruimtes 
Verdeel het kantoor bewust in zones voor verschillende taken. Rustzoekers zitten in een stille zone, samenwerkers in een gezamenlijke ruimte. Kleine aanpassingen helpen al: een hoekje om ongestoord te bellen of geconcentreerd te werken maakt een groot verschil. 

Maak gedrag bespreekbaar 
Wacht niet tot irritaties groot worden. Juist de kleine dingen wil je vroeg kunnen benoemen. Dat vraagt om openheid én een veilige setting. 

Train leidinggevenden op vroeg signaleren 
Spanningen beginnen klein. Leidinggevenden die dat op tijd herkennen en het gesprek aangaan, voorkomen dat het groter wordt dan nodig. 

Zorg voor duidelijke teamafspraken 
Wat vinden jullie oké op de werkvloer? Wanneer spreek je elkaar aan? Heldere afspraken geven houvast en voorkomen gedoe achteraf. 

Stimuleer een feedbackcultuur 
Als feedback geven normaal is, worden dingen minder snel persoonlijk. Dan blijft het luchtig, eerlijk en vooral: oplosbaar. 

Open werkplekken werken pas als je weet hoe je ermee omgaat 

Open werkplekken passen goed bij hoe we vandaag de dag werken: flexibel, dynamisch en gericht op verbinding. Maar die openheid vraagt wel iets van hoe je communiceert, signalen oppakt en met elkaar omgaat. Juist op de momenten dat het schuurt.  

Het verschil zit hem in het gedrag van mensen. In het lef om dingen uit te spreken, en het tijdig herkennen van spanningen voordat ze groter worden. Met de juiste vaardigheden maak je van een open werkplek geen bron van frustratie, maar een plek waar mensen zich gezien, gehoord en veilig voelen.  

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags | Laat een reactie achter

Wtta: uitleners zonder SNA-keurmerk dreigen achter de feiten aan te lopen

Dat de Wtta eraan komt, is inmiddels bij de meeste uitzendorganisaties wel bekend. Toch lijkt de urgentie bij veel bedrijven nog beperkt. Niet verrassend, aangezien de handhaving pas op 1 januari 2028 van start gaat.

Toch ligt de werkelijkheid genuanceerder. Voor veel uitleners wordt juist 2027 het jaar waarin zij moeten aantonen dat processen, administratie en compliance op orde zijn.  Daarbij maakt het een groot verschil of een organisatie al beschikt over een SNA-keurmerk of niet.

Welke route past bij jouw situatie?

Omdat geen enkel uitzendbureau hetzelfde is, bestaat er ook geen standaardaanpak voor de Wtta. Beschik je al over een SNA-keurmerk? Werk je met een backofficepartner? Wil je zelfstandig blijven uitlenen of onderzoek je andere mogelijkheden? Iedere situatie vraagt om een eigen afweging.

Daarom ontwikkelde BackOfficer een praktische Wtta-beslisboom. Daarmee krijg je inzicht in de verschillende routes richting 2028 en welke stappen daarbij horen.

Want één ding is inmiddels duidelijk: de handhaving start weliswaar pas in 2028, maar de voorbereiding daarop begint voor veel organisaties aanzienlijk eerder. Wie tijdig bepaalt welke route het beste past, creëert meer rust en meer ruimte om zich op de toekomst voor te bereiden.

Het grote verschil zit in het SNA-keurmerk 

Voor uitzendorganisaties met een geldig SNA-keurmerk verloopt de route naar toelating naar verwachting een stuk eenvoudiger.

Beschikt een uitlener op 30 juni 2027 over een geldig SNA-keurmerk en wordt de toelatingsaanvraag tijdig ingediend, dan kan gebruik worden gemaakt van het overgangsrecht. Bij de eerste aanvraag hoeft dan niet direct een inspectierapport volgens het nieuwe Wtta-normenkader te worden aangeleverd. Het SNA-keurmerk geldt gedurende de overgangsperiode als bewijs.

Dat is niet onlogisch. Een belangrijk deel van het toekomstige normenkader sluit aan op controles die SNA-gecertificeerde organisaties al jarenlang laten uitvoeren.

Voor organisaties zonder SNA-keurmerk ziet de route er anders uit. Ook zij kunnen gebruikmaken van de overgangsregeling, mits zij zich tijdig aanmelden. Uiteindelijk zullen zij echter op een andere manier moeten aantonen dat aan het normenkader wordt voldaan. Daardoor kan het traject richting toelating omvangrijker zijn.

Daarmee ontstaat een duidelijk verschil tussen uitleners die al over een SNA-keurmerk beschikken en partijen die dat nog niet hebben.

De grootste misvatting: ‘Handhaving begint toch pas in 2028?’

Binnen de sector leeft regelmatig de gedachte dat de gevolgen van de Wtta pas merkbaar worden vanaf het moment waarop de Arbeidsinspectie gaat handhaven. Daar zit een kern van waarheid in. De daadwerkelijke handhaving van de toelatingsplicht start immers op 1 januari 2028.

Tegelijkertijd treedt het normenkader al op 1 januari 2027 in werking. Daarnaast kunnen inspectie-instellingen bij controles terugkijken naar eerdere periodes. Wanneer processen, administratie of wettelijke verplichtingen gedurende 2027 niet op orde blijken, kan dat gevolgen hebben voor de beoordeling van een toelatingsaanvraag.

Daarmee verschuift de vraag van: “Ben ik klaar voor 2028?” naar: “Kan ik vanaf 1 januari 2027 aantoonbaar laten zien dat ik compliant werk?”

Wat zijn de risico’s als je wacht?

Voor organisaties die de voorbereidingen voor zich uitschuiven, kunnen verschillende risico’s ontstaan:

  • vertraging bij de toelatingsaanvraag;
  • aanvullende vragen tijdens inspecties en controles;
  • problemen bij de beoordeling van de toelating;
  • verlies van opdrachtgevers die uitsluitend willen samenwerken met geregistreerde uitleners;
  • boetes voor uitleners zonder geldige toelating;
  • boetes voor inleners die zaken doen met niet-geregistreerde uitleners.

Daarnaast neemt in de markt de aandacht voor compliance zichtbaar toe. Voor opdrachtgevers wordt het steeds belangrijker om risico’s te beperken en samen te werken met partijen die hun zaken aantoonbaar op orde hebben.

Heb je geen SNA-keurmerk? Dan zijn er alternatieven

Voor uitleners zonder SNA-keurmerk betekent dit niet automatisch dat toelating buiten bereik raakt. Wel vraagt de route naar toelating doorgaans meer voorbereiding.

Tegelijkertijd onderzoeken steeds meer organisaties welke alternatieven er zijn. Een van die mogelijkheden is samenwerken met een backofficepartner die zelf voldoet aan de relevante eisen en de benodigde toelatingstrajecten doorloopt.

Dat biedt ruimte om de dienstverlening voort te zetten, terwijl ondernemers bepalen welke route het beste aansluit bij hun organisatie. Sommige uitleners kiezen uiteindelijk voor een eigen toelating. Andere organisaties geven de voorkeur aan een langdurige samenwerking met een gespecialiseerde backofficepartner.

Welke keuze het meest passend is, hangt af van de ambities, omvang en inrichting van de onderneming. Afwachten lijkt daarbij voor weinig organisaties een realistisch scenario.

Achtergrond: wat houdt de Wtta in? 

Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) komt er een verplicht toelatingsstelsel voor organisaties die personeel uitlenen. Denk aan uitzendbureaus, detacheerders, payrollbedrijven en veel backofficeorganisaties die juridisch werkgever zijn.

Vanaf 1 januari 2028 mogen zij alleen nog arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij beschikken over een toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) of onder een geldige overgangsregeling vallen.

Ook voor inleners verandert er het nodige. Zij mogen vanaf dat moment uitsluitend samenwerken met partijen die in het openbare register van de NAU zijn opgenomen.


De belangrijkste momenten richting de Wtta

Regelmatig bestaat het beeld dat uitleners op 1 november 2026 direct een toelating moeten aanvragen. Dat ligt iets anders.

De planning ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

  • 1 november t/m 31 december 2026: aanmelden voor de overgangsregeling;
  • 1 januari 2027: inwerkingtreding van de Wtta;
  • 1 mei t/m 30 juni 2027: indienen van de formele toelatingsaanvraag;
  • Vanaf 1 juli 2027: beoordeling door de NAU en opname in het register;
  • Vanaf 1 januari 2028: handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Hoewel die data nog ver weg lijken, komt de periode waarin organisaties zich moeten voorbereiden snel dichterbij. De eerste belangrijke deadline is al op 1 november 2026.


Benieuwd welke route het beste aansluit bij jouw organisatie? Download de Wtta-beslisboom en ontdek welke vervolgstappen voor jouw situatie relevant zijn.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , | Laat een reactie achter

Freelanceplatform en 9 bedrijven beboet voor illegale tewerkstelling

Een platform voor freelancers krijgt boetes van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Het platform liet buitenlandse werknemers werken bij bedrijven, terwijl deze werknemers niet in Nederland mochten werken. De Arbeidsinspectie heeft niet bekendgemaakt om welk platform het gaat.

Ook 9 bedrijven die deze werknemers inleenden voor horeca en onderwijswerkzaamheden krijgen een boete. Voor de overtredingen van de Wav zijn in totaal 146.500 euro aan boetes opgelegd. Het platform krijgt 66.000 euro aan boetes. De 9 inlenende bedrijven krijgen boetes van 4.000 tot 27.000 euro, samen 80.500 euro.

Platform kan werkgever zijn volgens de Wav

Het platform stelt zich op het standpunt dat het geen werkgever is, maar alleen werkenden en bedrijven bij elkaar brengt. De Arbeidsinspectie komt op basis van de feitelijke werkwijze tot een andere conclusie.

De Wav kent een ruime definitie van het begrip werkgever. Er hoeft bijvoorbeeld geen arbeidsovereenkomst te zijn tussen de werkgever en de buitenlandse werknemer. Ook degene die een buitenlandse werknemer arbeid laat verrichten ten dienste van een bedrijf, kan voor de Wav als werkgever worden aangemerkt.

De verplichtingen van de Wav gelden dus ook voor een platform, ook als deze zich alleen als bemiddelaar presenteert. De Arbeidsinspectie kijkt naar de feitelijke omstandigheden en de manier waarop bedrijven in de praktijk werken.

Werkgevers moeten controleren of buitenlandse werknemers in Nederland mogen werken. Als zij werknemers laten werken die daarvoor niet gerechtigd zijn, kunnen zij een boete krijgen.

Ook regels voor uitlenen en inlenen

Naast de overtredingen van de Wav constateerde de Arbeidsinspectie overtredingen van de Waadi. Deze wet stelt regels aan het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander bedrijf. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer werknemers bij een ander bedrijf werken onder diens toezicht en leiding.

Voor de overtredingen van de Waadi krijgt het platform een boete van 3.400 euro. Twee bedrijven die werknemers inleenden krijgen respectievelijk 2.000 en 1.400 euro boete. In totaal gaat het om 6.800 euro.

Ook bedrijven die personeel inlenen hebben de verantwoordelijkheid om (vooraf) te controleren of het uitlenende bedrijf aan de wettelijke regels voldoet. De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en andere betrokken partijen zich aan deze verplichtingen houden.

Vanaf 1 januari 2027 geldt een toelatingsstelsel voor bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Het stelsel moet voorkomen dat bedrijven de regels omzeilen en moet misstanden in de uitleensector tegengaan.

Melden helpt!

De Arbeidsinspectie constateert vaak overtredingen op het gebied van eerlijk werk. Het Stappenplan verificatieplicht helpt werkgevers om te controleren of iemand in Nederland mag werken.

De Arbeidsinspectie benadrukt het belang van het melden van oneerlijke, onveilige of ongezonde werkomstandigheden. Bij de aanpak van dit soort misstanden zijn meldingen en tips onmisbaar. Misstanden melden kan via de website van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Meer informatie is ook te vinden op zelfinspectie.nl.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , , , | Laat een reactie achter

Workfix weer zelfstandig na terugkoop aandelen

Workfix, een uitzendbureau gespecialiseerd in logistiek- en transportpersoneel, opereert vanaf heden weer volledig onafhankelijk. In 2023 verwierf uitzender Augias Flex een meerderheid van de aandelen van Workfix. Workfix heeft nu alle uitstaande aandelen teruggekocht van Augias Flex. Hiermee is de eerdere samenwerking beëindigd.

Strategische autonomie

De aandelenoverdracht vond plaats in twee fasen. Op 23 augustus 2024 kocht Workfix het eerste belang van 42 procent terug. Op 11 februari 2026 werd de resterende 10 procent van de aandelen overgenomen. Met deze transacties is de organisatie weer helemaal in eigen hand.

De terugkoop was een bewuste keuze om de regie over de toekomstvisie terug te pakken. Volledige zelfstandigheid stelt het uitzendbureau in staat om sneller te schakelen, eigen investeringen te prioriteren en de ingezette groeispurt in de logistieke en transportsector autonoom door te zetten.

De volgende fase

In tegenstelling tot de eerdere berichtgeving op het internet, is er geen operationele of financiële band meer met Augias Flex. De directie van Workfix kijkt vol vertrouwen naar de volgende groeifase van de onderneming.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter