"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

De klok tikt voor de flexmarkt: wie nu nog moet beginnen met de Wtta, loopt achter

De invoering van de Wtta lijkt nog ver weg, maar schijn bedriegt. Vanaf 2027 verandert de wet de spelregels voor de flexmarkt ingrijpend. Toch onderschatten veel organisaties de impact. Vier experts waarschuwen: wie nu niet begint met de voorbereidingen, is straks te laat.

Per januari 2027 verandert de flexmarkt ingrijpend. Alle bedrijven in Nederland die arbeidskrachten in- of uitlenen, krijgen dan te maken met een nieuw toelatingsstelsel dat veel verder reikt dan klassieke uitzendbureaus. Toch denken veel organisaties nog steeds dat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) hen niet raakt, of dat er nog genoeg tijd is. Die gedachte is gevaarlijk. Zeker in combinatie met de onlangs aangenomen Wet meer zekerheid flexwerkers ontstaat een kantelpunt: organisaties moeten nu weten of zij onder de Wtta vallen, welke verplichtingen op hen afkomen en hoe zij hun processen tijdig op orde krijgen. Wie wacht tot de wet daadwerkelijk van kracht wordt, loopt het risico straks onder grote tijdsdruk te moeten herstellen wat vandaag al had moeten worden ingericht.

Dat is de indringende waarschuwing van Marcel Reijmers (FlexKnowledge), Julisa Fereijra-Phelipa (Normec VRO), Hendarin Mouselli (De Voort Advocaten | Mediators) en artra. Vanuit hun eigen discipline zien zij dagelijks hoe organisaties  zich voorbereiden op de Wtta , waar de grootste knelpunten ontstaan en welke keuzes nu bepalend zijn voor de positie van ondernemingen in de markt. Hun boodschap is eensgezind en urgent: de Wtta is geen administratieve formaliteit die later kan worden opgepakt, maar een strategisch kantelpunt dat nú aandacht vraagt. Niet alleen om straks aan de wet te voldoen, maar vooral om grip te houden op compliance, continuïteit en toekomstbestendige bedrijfsvoering.

De Wtta is bedoeld voor een eerlijkere arbeidsmarkt

Julisa Fereijra-Phelipa van Normec VRO

De Wtta is ingevoerd met als doel de markt voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten transparanter, eerlijker en beter controleerbaar te maken. De wet moet malafide constructies terugdringen en bijdragen aan een gelijker speelveld, waarin organisaties die investeren in naleving van wet- en regelgeving niet langer worden benadeeld ten opzichte van partijen die dat niet doen. De kern van de wet is helder: organisaties die arbeidskrachten ter beschikking stellen of payrollen mogen dat straks alleen nog doen wanneer zij daarvoor zijn toegelaten. Tegelijkertijd mogen opdrachtgevers uitsluitend samenwerken met organisaties die deze toelating hebben verkregen. Volgens de drie experts is dat een belangrijke stap richting een professionelere arbeidsmarkt.

“Het uiteindelijke doel van de Wtta is niet alleen naleving, maar het creëren van een eerlijker, transparanter en professioneler speelveld. Organisaties die arbeidskrachten ter beschikking stellen, moeten kunnen aantonen dat hun processen, administratie en compliance op orde zijn. Tegelijkertijd vraagt dit ook iets van opdrachtgevers: zij moeten bewust kiezen met wie zij zaken doen en verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van hun keten,” aldus Julisa Fereijra-Phelipa. Toch zien zij in de praktijk dat veel organisaties de impact van deze verandering nog onderschatten.

“Wij vallen hier toch niet onder?”

De grootste misvatting die de deskundigen in de praktijk tegenkomen, is dat organisaties zichzelf te snel buiten de reikwijdte van de Wtta plaatsen. Wie geen traditioneel uitzendbureau is, denkt vaak in eerste instantie dat de wet niet op hen van toepassing zal zijn. Juist daar gaat het volgens Marcel Reijmers regelmatig mis: “Zo ontdekken bijvoorbeeld veel consultancypartijen pas tijdens een eerste gesprek dat een deel van hun dienstverlening juridisch gezien onder terbeschikkingstelling valt. Dan krijg je ineens fundamentele vragen over je bedrijfsvoering.”

De wet kijkt namelijk niet naar het etiket dat een organisatie zichzelf geeft, maar naar de feitelijke werkzaamheden. Daardoor krijgen detacheerders, consultancybedrijven, payrollorganisaties en andere dienstverleners met de toelatingsplicht te maken.

Volgens Julisa Fereijra-Phelipa blijkt tijdens inspecties regelmatig dat organisaties zichzelf buiten de scope van de Wtta plaatsen, terwijl onderliggende opdrachtovereenkomsten iets anders laten zien: “Wat wij in de praktijk vaak zien, is dat organisaties denken dat zij niet onder de Wtta vallen, maar dat uit de contractuele afspraken weldegelijk elementen van terbeschikkingstelling naar voren komen. Juist daarom is het belangrijk dat organisaties niet alleen kijken naar hoe zij hun dienstverlening zelf noemen, maar ook naar wat zij op papier afspreken. In administratieve controles volgen wij het spoor van de vastgelegde afspraken. Als die niet aansluiten bij de feitelijke bedoeling of inrichting van de samenwerking, kan dat tot fundamentele discussies leiden over de vraag of een organisatie wel of niet onder de toelatingsplicht valt.” Dat maakt bewustwording de noodzakelijke eerste stap in de voorbereiding.

De voorbereiding begint met inzicht, niet met papier

Marcel Reijmers van FlexKnowledge

Wanneer organisaties zich realiseren dat de Wtta ook voor hen gevolgen kan hebben, ontstaat vaak dezelfde reflex: procedures aanpassen, documenten verzamelen en beleid schrijven. Volgens Marcel Reijmers is dat begrijpelijk, maar niet de meest effectieve aanpak. Hij licht toe: “Veel organisaties denken dat hun hele bedrijf op de schop moet. Terwijl het veel slimmer is om eerst inzicht te krijgen. Laat (als je al NEN 4400 gecertificeerd bent) een Wtta-pre-audit uitvoeren en je weet precies waar de aandachtspunten zitten. Dan ga je gericht verbeteren, in plaats van alles tegelijk aan te pakken. Ben je nog helemaal niet gecertificeerd, dan doe je hetzelfde, maar eerst voor het bestaande SNA keurmerk en daarna de pre-audit voor de Wtta.”

Volgens Reijmers voorkomt een goede nulmeting dat organisaties kostbare tijd besteden aan maatregelen die uiteindelijk weinig toevoegen.

De Wtta vraagt om een andere manier van organiseren

Veel organisaties benaderen compliance nog als een verzameling losse verplichtingen: een contract hier, een procedure daar, een controle op het juiste moment. De Wtta dwingt tot een andere benadering. De wet brengt bestaande en nieuwe verplichtingen samen in één stelsel, waarin niet alleen telt óf aan afzonderlijke eisen wordt voldaan, maar vooral of de organisatie als geheel aantoonbaar in control is.

Volgens Julisa Fereijra-Phelipa vraagt dat om meer dan het op orde brengen van documenten: “De Wtta gaat niet over het afvinken van losse normen. Organisaties moeten kunnen laten zien dat hun processen, administratie en verantwoordelijkheden logisch op elkaar aansluiten. Juist die samenhang bepaalt straks of je aantoonbaar grip hebt op je bedrijfsvoering en je positie in de keten.”

Daarmee verschuift de aandacht van losse bewijsstukken naar de inrichting en beheersing van de organisatie als geheel. Voor bedrijven die al gewend zijn aan inspecties, keurmerken en normenkaders, zal die stap kleiner zijn. Voor organisaties die hier voor het eerst mee te maken krijgen, vraagt dit om tijdige voorbereiding: zij moeten niet alleen documenten verzamelen, maar eerst de basis leggen voor een controleerbare en toekomstbestendige manier van werken. Ook opdrachtgevers krijgen een veel grotere verantwoordelijkheid.

De Wtta verandert niet alleen de positie van organisaties die personeel ter beschikking stellen. Ook opdrachtgevers krijgen nieuwe verplichtingen. Zij mogen straks uitsluitend samenwerken met toegelaten partijen en zullen bovendien moeten kunnen aantonen dat hun administratie daarop is ingericht. Daarmee wordt compliance een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

De Wtta gaat niet over het afvinken van losse normen. Organisaties moeten kunnen laten zien dat hun processen, administratie en verantwoordelijkheden logisch op elkaar aansluiten – Julisa Fereijra-Phelipa

Volgens Hendarin Mouselli is dat misschien wel één van de grootste veranderingen die de Wtta met zich meebrengt. Mouselli verduidelijkt: “Compliance wordt niet langer alleen een verantwoordelijkheid van de uitlener. Ook opdrachtgevers zullen hun inhuurbeleid opnieuw moeten organiseren. Dat vraagt andere keuzes dan veel organisaties nu nog maken. Daarnaast gaat het uitzendregime ook op andere onderdelen op de schop, want onlangs is de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Deze wet treedt naar verwachting per 1 januari 2028 in werking, maar een aantal wijzigingen die toezien op de uitzendsector zullen al eerder in werking treden. Juist die regels in combinatie met de Wtta zijn zowel voor inleners als uitleners een must om te betrekken bij hun compliance procedure. Door die wijzigingen nemen de aansprakelijkheidsrisico’s voor zowel de inleners als uitleners aanzienlijk toe.”

Hendarin Mouselli van De Voort Advocaten | Mediators

Volgens Mouselli betekent dit dat directie, HR, inkoop en compliance veel intensiever zullen moeten samenwerken dan nu vaak het geval is. Ook Julisa Fereijra-Phelipa ziet dat  samenwerking binnen de keten een bepalende succesfactor wordt: “De Wtta maakt zichtbaar dat compliance niet ophoudt bij de eigen organisatie. Een uitlener kan alleen aantoonbaar voldoen als ook opdrachtgevers hun rol pakken: door afspraken helder vast te leggen, informatie tijdig en volledig te delen en hun verantwoordelijkheid in de keten serieus te nemen. Zonder die samenwerking wordt compliance kwetsbaar, hoe goed een uitlener intern ook georganiseerd is.” 

Waarom juist nú beginnen?

Hoewel de Wtta ‘pas’ vanaf 2027 in werking treedt, begint de voorbereiding feitelijk veel eerder. Organisaties moeten hun processen beoordelen, tekortkomingen herstellen en tijdig voorsorteren op de overgangsregeling. Volgens de drie experts wordt vooral de benodigde doorlooptijd nog vaak onderschat. “Wie vandaag begint, is eigenlijk al laat,” zegt Julisa Fereijra-Phelipa. “In de praktijk zien we dat het op orde brengen van de basis, het herstellen van tekortkomingen en het aantoonbaar borgen van processen vaak veel meer tijd kost dan organisaties vooraf inschatten. Dit is geen traject dat je vlak voor de deadline nog even organiseert.” Juist daarom adviseren de drie deskundigen om niet te wachten totdat de wet officieel van kracht wordt.

Belangrijke mijlpalen richting 2027

Wie die planning niet op tijd in beeld heeft, loopt het risico achter de feiten aan te lopen. De drie experts adviseren daarom om nu al rekening te houden met de belangrijkste mijlpalen.

Periode Wat gebeurt er?
1 november t/m 31 december 2026 Aanmelden voor de overgangsregeling
1 januari 2027 De Wtta treedt officieel in werking
1 mei t/m 30 juni 2027 Aanvraagperiode voor de definitieve toelating
Vanaf 2028 Volledige handhaving van de toelatingsplicht

Volgens Hendarin Mouselli bestaat hierover nog veel onduidelijkheid: “Veel organisaties denken dat deelname aan de overgangsregeling voldoende is. Dat is niet zo. De overgangsregeling is iets anders dan de aanvraag voor de definitieve toelating. Je moet beide stappen tijdig zetten.”

Juist daarom benadrukt Mouselli dat organisaties de komende maanden niet alleen moeten bepalen óf zij onder de Wtta vallen, maar ook welke stappen zij wanneer moeten zetten. Een goede planning voorkomt onnodige tijdsdruk en vergroot de kans op een soepel toelatingstraject.

Niet voldoen is meer dan alleen een financieel risico

De Wtta brengt niet alleen organisatorische veranderingen met zich mee. Ook de financiële gevolgen van niet naleven kunnen aanzienlijk zijn. Hoewel de definitieve beleidsregels voor de handhaving nog worden vastgesteld, verwachten de experts dat wordt aangesloten bij de bestaande boetesystematiek binnen de arbeidsmarktregelgeving. De huidige boetenormbedragen die gelden bij het niet beschikken over een Waadi-registratie bedragen per arbeidskracht: € 8.000,00 als je minder dan tien arbeidskrachten ter beschikking hebt gesteld, € 16.000,00 bij tien maar minder dan dertig arbeidskrachten en € 32.000,00 bij dertig of meer arbeidskrachten. Tel uit je winst of beter gezegd verlies. Dat betekent dat de financiële consequenties zowel voor de inlener als uitlener fors kunnen oplopen. “Als de verwachte systematiek wordt gevolgd, kunnen boetes per ter beschikking gestelde arbeidskracht worden opgelegd. Dan kunnen de financiële gevolgen zeer snel oplopen,” aldus Hendarin Mouselli. 

Volgens Mouselli blijft het daar echter niet bij. Organisaties die hun toelating verliezen of structureel niet aan de wettelijke eisen voldoen, lopen ook reputatieschade op. Opdrachtgevers zullen immers steeds nadrukkelijker kiezen voor partners die hun zaken aantoonbaar op orde hebben. Ook Marcel Reijmers wijst erop dat de verantwoordelijkheid straks niet meer eenzijdig bij de uitlener ligt: “Het mooie van het nieuwe stelsel is dat opdrachtgevers én uitleners samen verantwoordelijkheid dragen. Uiteindelijk wil je voorkomen dat malafide partijen nog een plek hebben in de markt.”

Volgens Reijmers draagt de Wtta daarmee bij aan het oorspronkelijke doel van de wet: een eerlijke arbeidsmarkt waarin kwaliteit de norm wordt.

De Wtta biedt ook kansen

Waar veel organisaties vooral kijken naar de extra verplichtingen die de Wtta met zich meebrengt, zien de drie experts juist ook kansen. Organisaties die hun processen goed op orde hebben, kunnen zich straks duidelijk onderscheiden van partijen die dat niet hebben. Dat biedt voordelen richting opdrachtgevers, medewerkers én toezichthouders.

“Compliance is straks geen afzonderlijke USP meer, maar een voorwaarde voor onderscheidend vermogen. De Wtta maakt zichtbaar welke organisaties aantoonbaar grip hebben op hun processen, administratie en ketenafspraken. Wie dat goed op orde heeft, laat zien betrouwbaar, transparant en professioneel georganiseerd te zijn. Dat geeft opdrachtgevers meer zekerheid en maakt kwaliteit zichtbaar in een markt waar vertrouwen steeds belangrijker wordt,” verduidelijkt Julisa Fereijra-Phelipa. 

Volgens Hendarin Mouselli is dat misschien wel de grootste winst van de nieuwe wet. Ze licht toe: “Bedrijven die al jaren investeren in kwaliteit krijgen eindelijk de kans zich echt te onderscheiden van organisaties die de regels minder serieus nemen. Dat draagt uiteindelijk bij aan het eerlijkere speelveld waar de Wtta voor bedoeld is.” De Wtta moet daarom niet alleen worden gezien als een wettelijke verplichting, maar als een kans om processen verder te professionaliseren, kwaliteit aantoonbaar te maken en het vertrouwen in de sector structureel te versterken.

Dit is geen onderwerp dat je afvinkt met een checklist. Het vraagt inhoud, inzicht en voorbereiding – Hendarin Mouselli

Vier expertises, één compleet beeld

De Wtta raakt juridische vraagstukken, bedrijfsprocessen én de dagelijkse praktijk. Juist daarom bundelen FlexKnowledge, Normec VRO, De Voort Advocaten | Mediators én artra hun kennis in een gezamenlijke seminarreeks. Tijdens de bijeenkomsten krijgen deelnemers inzicht in de achterliggende wetgeving, maar vooral ook antwoord op de vraag wat de Wtta morgen betekent voor hun eigen organisatie.

Zo komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: 

  • Wanneer is sprake van terbeschikkingstelling van arbeid?
  • Welke organisaties vallen onder de Wtta?
  • Hoe ziet de toelatingsprocedure eruit?
  • Welke aanvullende eisen stelt het Wtta-normenkader?
  • Welke belangrijke inspectiebevindingen zien we in de praktijk? Hoe richt je processen aantoonbaar compliant in?

De combinatie van juridische kennis, inspectiepraktijk en praktische implementatie maakt de seminarreeks volgens de vier organisaties uniek. Zoals Hendarin Mouselli het tijdens het rondetafelgesprek treffend samenvatte: “Dit is geen onderwerp dat je afvinkt met een checklist. Het vraagt inhoud, inzicht en voorbereiding.”

De gezamenlijke seminarreeks van FlexKnowledge, Normec VRO, De Voort Advocaten | Mediators en artra helpt organisaties daarbij met juridische duiding, inzichten uit de inspectiepraktijk én praktische handvatten waarmee zij direct aan de slag kunnen.


Over dit artikel

Dit artikel kwam tot stand op basis van een rondetafelgesprek, georganiseerd door artra, met Marcel Reijmers (FlexKnowledge), Julisa Fereijra-Phelipa (Normec VRO) en Hendarin Mouselli (De Voort Advocaten | Mediators). De experts delen vanuit hun eigen vakgebied hun visie op de impact van de Wtta en de voorbereiding op de toelatingsplicht in 2027. 

 

Normec VRO inspecteert en certificeert ondernemingen die zich willen onderscheiden op eerlijke arbeid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *