Maandelijkse archieven: juni 2026

FlexNieuws TOP 100 analyse detacheringsmarkt: detacheerders zijn nog niet uit het diepe dal

De cijfers van de Marktmonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) tonen al jaren een dalende trend: van forse omzetgroei naar krimp. Die omzetdaling vlakt in 2025 echter wel af (zie grafiek verderop in dit artikel).

Direct na de coronacrisis kende de detacheringsbranche gouden tijden. De omzet van detacheerders groeide kwartaal op kwartaal. Met als hoogtepunt een omzetgroei van 18 procent in topjaar 2022. De kentering kwam in 2023 en sloeg om naar omzetkrimp in 2024. Over heel 2024 bedroeg de gemiddelde krimp van de detacheringsbranche 6,5 procent (VvDN Marktmonitor). Ook in 2025 was er elk kwartaal sprake van omzetdaling in de detacheringsbranche. Toch wordt die krimp wel kleiner: de omzetdaling vlakt af (-4,5% in het vierde kwartaal van 2025). Over heel 2025 daalde de gemiddelde omzet met 6,3 procent. 

Dat ligt redelijk in lijn met de cijfers uit de FlexNieuws TOP 100, die een iets positiever beeld geven. Daaruit blijkt dat de gemiddelde omzet van detacheerders vorig jaar is gekrompen met 5,6 procent. Nog altijd fors.

IT, finance en tech in de min

De omzetontwikkeling verschilt wel heel sterk per branche en zegt zeker niet alles over individuele detacheerders. De traditioneel grootste sectoren – engineering, financieel en IT – kregen harde klappen, zo bleek uit de VvDN Marktmonitor. Dat detacheerders in deze sectoren een zwaar jaar hadden, is ook terug te zien in de FlexNieuws TOP 100. Zo daalde de omzet van Linden-IT in 2025 met bijna 24 procent (naar ruim € 26 miljoen). De omzetdaling van Vibe Group Nederland (omzet: € 158 miljoen, -3%) valt gezien de slechte IT-markt dan nog mee. Dat geldt ook voor Pro-Act (€ 66,2 miljoen, -3%). Quest4, detacheer en recruitment in IT, is een zeer positieve uitzondering in deze sector met een omzetgroei van 36 procent (!) naar € 26,9 miljoen.

Dat Finanxe ondanks de moeilijke financiële markt de omzet nagenoeg wist te stabiliseren (€ 23,5 miljoen, -1%) is een knappe prestatie. Orion engineering zag de omzet dalen naar € 38 miljoen (-5%). De tech-detacheerder kende in 2024 ook al een forse omzetdaling (-20%). In de tech-sector doet N2People het tegen de stroom in uitstekend, met een omzetstijging van ruim 5 procent naar € 24,4 miljoen. 

Sociale domein in de plus

Detacheerders die zich richten op het sociale domein zagen hun omzet juist groeien. Dat bleek al uit de VvDN Marktmonitor en wordt bevestigd door de FlexNieuws TOP 100 (zie grafiek hieronder). Grootste groeier in deze sector is Aethon/MissionAE. De detacheerder die zich richt op de zorg, kinderopvang en overheid kende in 2025 zelfs een omzetgroei van 126 procent (€ 96,2 miljoen). Maar niet elke detacheerder in de zorg- en overheidssector ging het voor de wind. Zo moest Joinuz na de topjaren 2022 en 2023 en omzetgroei boven de 20 procent vorig jaar al een pas op de plaats maken en zag de detacheerder in 2025 de omzet dalen naar € 27,7 miljoen (-3%).

Ook de sector Medisch springt er bovenuit, met een omzetstijging van 18 procent in het laatste kwartaal van 2025 (volgens de VvDN Marktmonitor). De omzet van detacheerders in de medische sector groeide in de vorige kwartalen ook al flink. De verklaring hiervoor is dat organisaties door de handhaving op schijnzelfstandigheid veel minder of geen zzp’ers meer inhuren en eerder kiezen voor detachering. Van die verschuiving van zzp naar detachering is in andere sectoren overigens nauwelijks sprake.

Uit de FlexNieuws TOP 100 blijkt echter dat de uitzender/detacheerder HappyNurse niet wist te profiteren van groei in de zorg. De omzet daalde fors (-16%) naar € 69,2 miljoen).

Uit onderstaande grafiek blijkt dat de omzetontwikkeling in de detacheringsbranche (VvDN Marktmonitor) al twee jaar achterblijft bij de omzetontwikkeling in de uitzendbranche (ABU Marktmonitor).


Dramatische omzetdaling Brunel 

Brunel ziet de omzet al ruim twee jaar kelderen. Wereldwijd kwam de omzet van Brunel International in 2025 uit op € 1,22 miljard, een krimp van 7 procent ten opzichte van 2024. In heel veel regio’s was er groei, maar niet in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland). En ook niet in Nederland. De Nederlandse omzet van Brunel voor het hele jaar 2025 kwam uit op € 185,5 miljoen, een omzetkrimp van 14,6 procent ten opzichte van 2024. Dat komt vooral door de  dramatisch slechte tweede helft van 2025, waar Brunel Nederland de omzet zelfs zag duikelen in het laatste kwartaal (-23%) (gele lijn grafiek)

Overigens is Brunel niet de enige detacheerder die zo’n slecht laatste kwartaal kende. Ook de omzet van Randstad Professional in Nederland slonk in deze periode flink (-21%). En YER behaalde in 2025 een omzet van € 325,5 miljoen, een daling van ruim 6 procent ten opzichte van 2024, toen de detacheerder ook al een omzetdaling kende (-5%). 

Uitzonderingen zijn er ook, maar dan vooral onder de kleinere spelers op de detacheringsmarkt. Just Good People, actief in de logistiek & supply chain, inkoop, HR en finance, viel buiten de TOP 100, maar groeit snel. In 2023 kwam het bedrijf op met een omzet van € 5,9 miljoen, in 2024 was dat al € 15,6 miljoen en in 2025 bijna € 17,6 miljoen (+13%).

Ook nieuwkomer Field (detacheerder in de bouw, infra en milieu) op plek 99 in de FlexNieuws TOP 100 boekte een omzet van € 20,9 miljoen (+ 21%). En DUS, detacheerder in de bouw, infra, techniek, logistiek en productie, viel weliswaar buiten de TOP 100, maar deed het vorig jaar uitstekend met een omzet van € 17 miljoen (+12%).

Minder gedetacheerden ‘zorgelijk’

Eind 2025 hadden detacheerders nog altijd een hoog percentage medewerkers in vaste dienst (77%), maar steeds vaker zitten medewerkers ‘op de bank’. De leegloop (gedetacheerden zonder opdracht) groeit dus, hoewel dit percentage leegloop in het laatste kwartaal van afgelopen jaar is gedaald (naar 6,1 procent). Leegloop hoort erbij, maar detacheerders zien dit percentage niet graag verder oplopen omdat het hen natuurlijk geld kost.

Toch blijven detacheerders vasthouden aan hun propositie kennis en expertise te kunnen leveren aan hun opdrachtgevers. Die kennis moet dus blijvend worden bijgespijkerd. En dat gebeurt ook. Ondanks de dalende omzet, blijven detacheerders investeren in de ontwikkeling van hun mensen. Zo bedraagt het percentage opleidingskosten ten opzichte van de loonsom 3,5 procent, wat boven de norm van 3 procent ligt voor VvDN-leden.

Edwin van den Elst, voorzitter van de VvDN

Wel blijft het aantal gedetacheerden fors krimpen. Het aantal gedetacheerden in loondienst nam in het laatste kwartaal van 2025 af met ruim 9 procent ten opzichte van dezelfde periode het jaar daarvoor. Een logische verklaring is dat opdrachtgevers gedetacheerden vaker zelf in dienst nemen, een trend die al langer gaande is. “De dalende trend van het aantal gedetacheerden stagneert, maar blijft zorgelijk”, zo stelde VvDN-voorzitter Edwin van den Elst bij de toelichting op de meest recente cijfers uit de VvDN Marktmonitor. “Een verdere afname van het aantal gedetacheerden is niet goed voor de BV Nederland. Voor bedrijven en organisaties is het van belang dat zij over de flexibiliteit kunnen beschikken om kennis en expertise in te huren.”  

Van den Elst noemde detacheerders eerder al de ‘schokdempers voor de economie’. De VvDN-voorzitter voorziet dan ook een ‘interessant, uitdagend 2026’. “Door een lage economische groei, in combinatie met blijvende krapte op de arbeidsmarkt, staat detachering op dit moment in een pauzestand.” Toch is er volgens Van den Elst zeker reden voor optimisme. “In de toekomst komen projecten weer los, onder andere in IT en Finance. Dan zijn er weer volop kansen voor detacheerders die klaar staan om hun gespecialiseerde professionals in te zetten.”

Impact nieuwe cao detachering

Hoe 2026 zal verlopen is nog onzekerder. Dat heeft alles te maken met de nieuwe detacherings-cao (en verdubbeling van de pensioenpremie) die op 1 januari 2026 is ingegaan. De VvDN ziet de eigen leden-cao als een historische stap naar het verkrijgen van een eigen positie van detachering en een mogelijkheid om beter invulling te geven aan goed werkgeverschap. Keerzijde is dat dit detacheren wel duurder maakt. Net als in de uitzend-cao, schrijft de nieuwe cao voor detachering gelijkwaardige beloning voor. Dat drijft de kostprijs van een gedetacheerde op. De eigen cao heeft niet alleen een grote impact qua implementatie, maar brengt ook een kostenelement met zich mee dat zal moeten worden doorberekend in de tarieven. 

Detacheerders hebben hun tarieven in 2025 met circa 4 procent verhoogd; eind 2025 bedroeg het gemiddelde tarief € 71,32 (VvDN Marktmonitor). Door de hogere kostprijs van een gedetacheerde in 2026 zullen detacheerders ongetwijfeld dit jaar hun tarieven verder moeten verhogen. Dat leidt mogelijk tot verdere daling van de vraag naar gedetacheerden. Detacheerders moeten nog meer dan voorheen hun toegevoegde waarde voor opdrachtgevers bewijzen om de hogere tarieven te kunnen ‘verkopen’. 

Van de positieve kant bekeken: hoewel vaak later dan de uitzendbranche, is de detacheringsbranche ook conjunctuurgevoelig. Na mindere tijden, breken ook weer betere tijden aan. Eén zwaluw liet zich in het voorjaar van 2026 zien; de omzet van Randstad Professional in Nederland groeide in het eerste kwartaal van 2026 opeens fors (+11%), na een jaar van dubbelcijferige krimp. Maar of die zwaluw een mooie zomer brengt…

Detacheerders rekenen (hopen) erop dat het omslagpunt naar groei snel komt, maar vooralsnog is dat niet terug te zien in de cijfers. 2026 is en blijft een spannend jaar voor de detacheringsbranche.


Dit artikel is onlangs gepubliceerd in het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026, dat ook digitaal beschikbaar is. Download het magazine hier.

 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor FlexNieuws TOP 100 analyse detacheringsmarkt: detacheerders zijn nog niet uit het diepe dal

Randstad-topman Jeroen Tiel: “De uitdaging – voor de hele maatschappij – is AI-ongeletterdheid voorkomen.”

“De beweging op de arbeidsmarkt is minimaal, maar onderhuids spelen grote, structurele issues die onze economie en welvaart in het hart raken”, zegt Jeroen Tiel, CEO Randstad Groep Nederland. De oplossing: ziekteverzuim echt aanpakken, minder beperkende regelgeving, meer jongeren aan het werk helpen en AI-ongeletterdheid voorkomen.

De topman van Randstad deelde in een arbeidsmarktupdate eerder deze maand zijn ideeën om te komen tot een gezondere, dynamischere arbeidsmarkt.

Krap wordt nog krapper

De arbeidsmarkt lijkt in rustig vaarwater te verkeren. Vergeleken met vorig jaar is zowel het aanbod (werkloosheid) als de vraag (vacatures) stabiel. En de arbeidsmarkt is in 2026 ongeveer even krap als in 2025. Maar onder de oppervlakte is het allesbehalve rustig. Aan de ene kant is er een afkoelende arbeidsmarkt; vakgebieden waarvoor al gold dat de arbeidsmarkt ruim was, zijn nog ruimer geworden. Dit geldt bijvoorbeeld voor diverse taal & cultuurberoepen, softwaredevelopers, financieel analisten en agrarische hulpkrachten.

En in vakgebieden waar al krapte was, is de arbeidsmarkt nog krapper geworden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de zorg (verpleegkundigen en verzorgenden), onderwijsassistenten, operators en elektrotechnici.

Stijgend ‘verborgen potentieel’

Het is en blijft dus zaak dat een groter deel van het arbeidspotentieel in Nederland wordt aangesproken. Dat de werkloosheid rond de 3,9% ligt is op zich niet bijzonder, maar daarachter schuilt volgens Randstad een stijgend ‘verborgen potentieel’.

Er is meer onderbenutting van parttimers (zie grafiek hieronder), terwijl Nederland al wereldkampioen deeltijdwerken is. En dat terwijl juist jongeren aangeven wel meer uren te willen werken, zo blijkt uit recent onderzoek van Intelligence Group.


Bron: Randstad

Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid aanpakken

Een belangrijk deel van de oplossing van de krapte op de arbeidsmarkt is het terugdringen van verzuim. Uit cijfers van Randstad blijkt dat het aantal mensen dat niet wil of kan werken vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid tussen 2022 en 2026 met 10% is gestegen. Daarnaast is het ziekteverzuim de afgelopen kwartalen (licht) gestegen, waarbij opvalt dat vooral verzuim door mentale belasting van werk toeneemt. “Dat zorgt voor een enorme structurele uitval van mensen die langs de kant staan, in de toch al krappe sectoren, zoals de zorg.”

De oplossing volgens Tiel: investeer in duurzame inzetbaarheid om uitval te voorkomen. Zijn oproep aan de politiek: “Heroverweeg de (periode) van loondoorbetaling bij ziekte in combinatie met intensievere begeleiding vanaf dag één”.

Ook zijn er volgens hem tal van regelingen (zoals WIA) die het lastig maken voor arbeidsongeschikten om weer aan het werk te komen. “De arbeidsmobiliteit moet omhoog door meer mensen van werk naar werk te begeleiden.” Verzuimaanpak is volgens hem een belangrijk middel om de krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan. “Een daling van slechts 1% in het ziekteverzuim zorgt ervoor dat 100.000 extra mensen aan het werk kunnen.

Lees ook: Randstad: ‘arbeidsbegroting nodig om knelpunten in kraptesectoren aan te pakken’

AI-kloof dichten

Een van de belangrijkste maatregelen die bedrijven nemen om de personeelsschaarste tegen te gaan is investeren in technologie, zoals AI en robotisering (zie grafiek hieronder). Randstad stelt vast dat in steeds meer vacatureteksten wordt gevraagd  naar AI-skills. In twee jaar tijd is het aandeel vacatures waarin AI-termen voorkomen verdubbeld.

Bron: Randstad

Tiel: “AI is de grootste versneller om de arbeidsproductiviteit te verbeteren.” Toch kleven hier volgens hem ook risico’s aan voor werkenden. “AI gaat banen veranderen. We moeten oppassen dat er geen kloof ontstaat tussen mensen die wel mee kunnen in de transitie en mensen die achterblijven. De uitdaging – voor de hele maatschappij – is AI-ongeletterdheid voorkomen.”

En AI kan ook leiden tot hogere werkdruk, als voor de medewerker alleen het complexere werk overblijft. “Bij veel mensen leeft de vrees voor verlies van regie. AI kan ook de mentale werkdruk verhogen en zo leiden tot meer verzuim. Dat moeten we natuurlijk voorkomen.”

Flex is Haarlemmerolie

Tiel concludeert: “Flexibiliteit blijft nodig, dat is de Haarlemmerolie van de arbeidsmarkt. Daarbij moet goed gereguleerde flex de norm zijn. Maar het is geen kwestie van flex versus vast. Er moet een transitie komen om het arbeidspotentieel beter te benutten en wendbaarheid te realiseren. En als Randstad willen we mensen de kans bieden om weer aan het werk te gaan.”

Geplaatst in AI, In de cloud | Reacties uitgeschakeld voor Randstad-topman Jeroen Tiel: “De uitdaging – voor de hele maatschappij – is AI-ongeletterdheid voorkomen.”

Grip houden in 2026? Begin bij je backoffice

De flexbranche blijft in beweging. Dat is niets nieuws. Maar wat er nu aankomt, voelt anders. Regels veranderen. Kosten schuiven op. Controles worden strakker. Het draait ineens niet meer alleen om groei, maar vooral om grip.

Veel uitzendbureaus zoeken die grip aan de voorkant. Meer overzicht in sales, strakkere recruitmentprocessen, betere dashboards. Logisch. Maar wie echt vooruit wil, kijkt óók naar de achterkant. Want dáár wordt beslist of het klopt.

1 – 2026 is geen jaar om alles gewoon goed ‘bij te houden’, maar het is een kantelpunt

Dit komt er op je af:

  • nieuwe cao-afspraken en interpretaties
  • strengere handhaving op wet- en regelgeving
  • het toelatingsstelsel (WTTA)
  • meer verantwoordelijkheid bij de inlener én de uitzender

De speelruimte wordt kleiner. Wat eerst ‘recht te trekken’ was, moet nu in één keer goed staan. En dat betekent: je processen moeten kloppen. Niet ongeveer, maar aantoonbaar.

2 – Compliant werken zit in je dagelijkse operatie

Veel bureaus denken bij compliance aan controles achteraf. Maar in 2026 werkt dat niet meer. Het zit juist in je dagelijkse keuzes:

  • leg je loonafspraken volledig en herleidbaar vast
  • pas je gelijkwaardig belonen correct toe (en kun je dat onderbouwen)
  • gebruik je de juiste cao, inclusief alle uitzonderingen
  • liggen contracten en documenten altijd compleet en actueel vast

Dit vraagt niet meer om Excel-oplossingen of losse lijstjes, maar om een manier van werken waarin fouten nauwelijks nog ruimte krijgen.

3 – Software is geen hulpmiddel meer, maar je vangnet

Sterke software maakt hierin het verschil. Niet omdat het ‘lekker werkt’, maar omdat het:

  • je dwingt om stappen correct te doorlopen
  • automatisch controles uitvoert
  • inconsistenties zichtbaar maakt
  • zorgt dat alles op de juiste plek wordt vastgelegd

Werk je nog veel handmatig of met losse systemen? Dan ligt het risico niet in je mensen, maar in je inrichting. Goede software voorkomt dat je achteraf moet corrigeren. En dát is precies waar de winst zit.

4 – Kennis wordt specialistischer (en belangrijker)

Gelijkwaardig belonen, cao’s, uitzonderingen. Het wordt complexer. Een paar voorbeelden waar het vaak misgaat:

  • gebruik van verkeerde functieschaal
  • toeslagen die anders geïnterpreteerd worden
  • onvolledige dossiervorming
  • onvoldoende onderbouwing bij controles

Dit los je niet op met ‘algemene kennis’. Dit vraagt om specialisten die weten waar ze op moeten letten en die processen zo inrichten dat het structureel goed gaat.

5 – Je backoffice bepaalt of je door mag

De rol van de backoffice verschuift. Van ondersteunend naar bepalend. Hier gebeurt het:

  • vastlegging van afspraken en documenten
  • verwerking van verloning
  • checks op compliance
  • voorbereiding op audits en toelating

Je backoffice is niet langer iets wat je ‘goed regelt’. Het is de plek waar je aantoont dat je het onder controle hebt. En dat bepaalt straks of je wordt toegelaten tot de WTTA.

6 – Wat je nu al op orde wilt hebben

Even concreet. Dit zijn de onderdelen die geen ruis meer mogen hebben:

  • complete en traceerbare dossiervorming
  • correcte toepassing van cao’s en inlenersbeloningen
  • eenduidige werkprocessen (geen uitzonderingen per klant of medewerker)
  • software die fouten voorkomt in plaats van registreert
  • actuele kennis in je team (of een partner die dit borgt)

Zie je hier nog gaten? Dan zit daar je risico. Maar ook je grootste kans om verschil te maken.

Tot slot

De bureaus die hun backoffice nu echt strak neerzetten, merken straks vooral rust. Alles klopt. Controles zijn geen stressmoment meer, maar een formaliteit. De rest blijft bijsturen. En dat kost altijd meer tijd, energie en marge dan je lief is. 

Grip houden begint dus niet bij wat je ziet aan de voorkant. Maar bij wat er achter de schermen gebeurt, elke dag opnieuw. Door je backoffice neer te leggen bij een specialist zoals BackOfficer, haal je rust én zekerheid in huis. Risico’s spreiden zich, kennis is altijd beschikbaar en alles klopt. Ondertussen hou jij gewoon overzicht via je eigen software.

 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Grip houden in 2026? Begin bij je backoffice

AWVN: loonafspraken in mei opnieuw boven 3 procent

De loonafspraken in nieuwe cao’s zijn in mei ruim boven de 3 procent uitgekomen. De dalende lijn die sinds begin 2025 zichtbaar was in de loonafspraken, is nu weer licht stijgend. Dat meldt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaarden­adviseur van Nederlandse werkgevers in het cao-bericht over mei. 

Het maandgemiddelde kwam in mei uit op 3,4 procent en was hoger dan de gemiddelden van maart en april (in beide maanden 3,1 procent). Daardoor is het gemiddelde over 2026 tot nu toe gestegen van 3,1 procent naar 3,2 procent. De 19 cao’s die afgelopen maand werden afgesproken, gelden voor 130.000 werknemers.

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende twaalf maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Zorgen over de Nederlandse concurrentiepositie

AWVN maakt zich al langere tijd grote zorgen over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten en het effect daarvan op de Nederlandse concurrentiepositie. Terwijl de waarschuwingen over de Nederlandse economie steeds luider klinken, blijven de loonafspraken historisch hoog. Tot 2022 kwamen loonafspraken decennialang niet boven de 2 procent uit. 

Volgens AWVN lopen cao-partijen met hoge loonafspraken vooruit op een mogelijke stijging van de inflatie. AWVN waarschuwt dat dit ten koste gaat van andere arbeidsvoorwaarden, zoals extra reiskostenvergoedingen, maar vooral dat investeringen in opleiding en ontwikkeling van werknemers onder druk staan. Die zijn nodig om de productiviteit te verbeteren. Volgens de werkgevers moet het gesprek in het arbeidsvoorwaardenoverleg daar veel meer over gaan. Productiviteitsverbetering (slimmer werken) kan de loonruimte groter maken en zal uiteindelijk de economie doen groeien. Dat is noodzakelijk om als samenleving bijvoorbeeld stijgende zorgkosten te kunnen betalen.

Kerncijfers

Loonafspraken mei, gemiddeld 3,36%
Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,17%
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,76%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in mei 2026 19 voor 130.000 werknemers
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand mei 36
Aantal aflopende cao’s in 2026 422 voor 2,9 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 189 voor 1,3 mln. werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 35 voor 27.000 werknemers

Het cao-seizoen

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen)

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: loonafspraken in mei opnieuw boven 3 procent

Wtta: waarom je inleners nu al moet meenemen richting 2027-2028

De meeste gesprekken over de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) gaan over uitzendbureaus. Over toelatingen, controles, audits en de vraag of processen straks aan de nieuwe eisen voldoen. Logisch, want zonder toelating mag een uitlener vanaf 2028 geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen. Toch ligt een belangrijk deel van de uitdaging ergens anders.

Veel uitzendbureaus kunnen hun eigen processen prima op orde brengen. De grotere vraag is of hun opdrachtgevers daarin meegaan. Om aan de Wtta te voldoen, zijn bureaus afhankelijk van informatie die afkomstig is van klanten. Denk aan functieniveaus, toeslagen, werktijden, werklocaties en wijzigingen in arbeidsvoorwaarden. Juist daar ontstaat in de praktijk regelmatig ruis en wordt de Wtta straks voelbaar.

Wat veel opdrachtgevers nog niet weten over de Wtta

Veel opdrachtgevers weten nog niet precies wat er van hen verwacht wordt. En als ze het wel weten, is vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is: HR, planning of finance? Hoewel de toelatingsplicht bij de uitlener ligt, raakt de Wtta uiteindelijk de hele keten. Voor inleners verandert er meer dan vaak wordt gedacht.

Dit verandert er voor inleners:

  • Je mag alleen nog samenwerken met toegelaten uitleners, uitleners met een ontheffing of uitleners die onder de overgangsregeling vallen. 
  • Je moet controleren of een uitlener daadwerkelijk in het openbare register staat. 
  • Je krijgt een administratieplicht en moet kunnen aantonen welke arbeidskrachten via welke uitlener zijn ingezet. 
  • De Nederlandse Arbeidsinspectie kan ook inleners beboeten wanneer zij samenwerken met een niet-toegelaten uitlener. 
  • De exacte hoogte van sancties hangt af van de uiteindelijke boetenormering en handhaving. Maar één ding is duidelijk: vanaf 2028 zal de Arbeidsinspectie ook inleners aanspreken wanneer zij samenwerken met een uitlener die niet is toegelaten. 
  • Bij ernstige of herhaalde overtredingen kunnen aanvullende maatregelen volgen, zoals een last onder dwangsom of stillegging van werkzaamheden. 
  • De keuze voor een uitzendbureau wordt steeds meer een onderwerp voor HR, inkoop, directie en risicobeheer. 

Voor veel opdrachtgevers komt dit als een verrassing. Waar de keuze voor een uitzendbureau vroeger vooral draaide om beschikbaarheid, kwaliteit en prijs, wordt deze nu steeds vaker onderdeel van leveranciersmanagement en compliance.

Waarom veel organisaties de urgentie nog niet voelen

Opdrachtgevers zijn niet massaal met de Wtta bezig. Voor veel organisaties voelt 2028 nog ver weg. De dagelijkse praktijk krijgt voorrang: de productie moet draaien en vacatures moeten worden ingevuld. Een wet die pas over enige tijd actief wordt gehandhaafd, verdwijnt daardoor al snel naar de achtergrond. Precies daarom werkt een gesprek over de Wtta vaak niet wanneer het alleen over wetgeving gaat. 

Toch is 2026 het moment om samen met je opdrachtgevers processen goed in te richten, zodat ze later niet voor verrassingen komen te staan. Veel van de informatie heb je nu inmiddels al nodig om gelijkwaardige beloning goed toe te passen. 

De boetes zijn niet eens het grootste risico

Veel bureaus openen het gesprek met regels. Ze leggen uit wat er verandert, welke controles eraan komen en welke verplichtingen uit de wet voortvloeien. Hoewel die uitleg inhoudelijk klopt, sluit dit vaak niet aan bij wat er bij opdrachtgevers leeft.

De risico’s zijn reëel. Dat mag ook benoemd worden. Wanneer een opdrachtgever samenwerkt met een niet-toegelaten uitlener, kan de Arbeidsinspectie handhaven. Daarnaast kunnen bestuurlijke boetes volgen. Toch blijkt in de praktijk dat dit zelden het argument is dat opdrachtgevers echt in beweging brengt.

Wat wel binnenkomt zijn de gevolgen voor bedrijfsvoering. Wat gebeurt er als jij als belangrijke leverancier je toelating niet krijgt, omdat je klant de juiste gegevens niet aanlevert? Of als processen vlak voor handhaving alsnog moeten worden aangepast? Daar zit de werkelijke impact. De boete staat op papier, maar de verstoring van de dagelijkse operatie voelt elke inlener direct.

Welke boodschap wél werkt bij opdrachtgevers

Succesvolle bureaus beginnen niet bij compliance, maar bij samenwerking. Ze laten zien wat opdrachtgevers ermee winnen wanneer processen beter worden ingericht en informatie sneller beschikbaar is. Daardoor verschuift het gesprek van verplichtingen naar voordelen.

  • Voor directie: Directies zijn vooral gevoelig voor continuïteit en risico. Zij willen weten of leveranciers ook over twee jaar nog probleemloos kunnen leveren en of onverwachte verstoringen kunnen worden voorkomen.
  • Voor HR: HR-afdelingen kijken vooral naar kwaliteit en beheersbaarheid. Minder fouten in functies, arbeidsvoorwaarden en verloning betekent minder herstelwerk en minder discussie achteraf.
  • Voor operatie: Operationele teams willen vooral dat het werk doorgaat. Hoe beter informatie wordt vastgelegd en gedeeld, hoe kleiner de kans op vertragingen, correcties of onduidelijkheden.
  • Voor inkoop: Voor inkopers wordt de status van een uitzendbureau steeds meer onderdeel van leveranciersmanagement. De Wtta maakt zichtbaar welke leveranciers hun zaken op orde hebben en welke niet.

Met deze klanten wil je morgen beginnen

Niet iedere opdrachtgever vraagt dezelfde aandacht. De grootste winst zit vaak bij klanten waar veel flexkrachten werken en waar informatie vanuit meerdere afdelingen komt. Denk aan organisaties met verschillende vestigingen, wisselende functies of complexe toeslagstructuren.

Ook bedrijven waar HR, planning en operatie ieder hun eigen werkwijze hanteren, verdienen extra aandacht. Juist daar ontstaan situaties waarin belangrijke informatie verloren gaat of te laat wordt gedeeld. 

Zo maak je van de Wtta een gesprek in plaats van een verplichting

De meest effectieve aanpak is verrassend eenvoudig. Begin niet met de vraag of een opdrachtgever klaar is voor de Wtta. Vraag hoe functiewijzigingen worden doorgegeven. Vraag wie verantwoordelijk is voor toeslagen. Vraag waar arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd en hoe wijzigingen worden gedeeld. Dat zijn gesprekken die direct aansluiten op de dagelijkse praktijk. 

Van daaruit wordt vaak vanzelf zichtbaar waar processen sterk zijn en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Want beide partijen hebben baat bij duidelijke afspraken en betrouwbare informatie. Heb je je backoffice uitbesteed? Roep dan zeker ook de hulp in van je backoffice partner om het proces goed in te richten.

De bureaus die straks vooroplopen

De bureaus die straks het soepelst door de Wtta bewegen, zijn waarschijnlijk niet de bureaus die pas in 2027 beginnen met klantgesprekken. Het zijn de bureaus die nu beginnen om opdrachtgevers stap voor stap mee te nemen. Niet met dikke documenten of juridische presentaties, maar met praktische gesprekken over samenwerking, informatie-uitwisseling en verantwoordelijkheden. Daarmee wordt de Wtta geen los project, maar een logisch onderdeel van de relatie tussen opdrachtgever en uitzendbureau.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van de Wtta. De wet draait uiteindelijk niet alleen om toelatingen, controles en audits. De wet maakt vooral zichtbaar hoe afhankelijk uitzendbureau en opdrachtgever van elkaar zijn.

Wie klanten nu al meeneemt, voorkomt risico’s in 2027 en bouwt tegelijk aan een sterkere samenwerking. En dat blijkt in de praktijk vaak minstens zo waardevol als de toelating zelf.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Wtta: waarom je inleners nu al moet meenemen richting 2027-2028