Maandelijkse archieven: april 2026

Favoriete bijbanen: DHL, Efteling en GGZ in opkomst

Albert Heijn en Jumbo zijn nog steeds de meest geliefde werkgevers voor bijbanen. Dat is al zo vanaf de eerste keer dat Intelligence Group de jaarlijkse lijst met meest favoriete werkgevers voor bijbanen samenstelde. Het onderzoek vraagt elk kwartaal aan respondenten bij wie zij het liefst een bijbaan zouden hebben.

In de top 10 zijn elk jaar verschuivingen te zien, op de stabiele nummers 1 en 2 na. Dit jaar is vooral DHL opvallend veel gestegen, van plek 31 naar plek 3. De Efteling vindt zichzelf op plek 4 terug, waar dat vorig jaar nog de 16e plaats was. Dat betekent dat bekende bijbaanwerkgevers als Domino’s Pizza, McDonald’s en Hema dit jaar een aantal plekken zakken.

Opvallend in de top 10 van dit jaar is verder niet alleen de snelle stijging van IKEA en DHL, maar vooral ook die van de GGZ, die daarmee meer erkende bijbaanwerkgevers als Kruidvat, Action en Picnic voorblijft. Defensie, vorig jaar nog in de top 10 terug te vinden, is dit jaar gezakt naar plek 17.

Vrouwen kiezen vaker Efteling, mannen kiezen vaker DHL

Gekeken naar de man/vrouwverdeling valt op dat de populariteit van De Efteling vooral aan vrouwen te danken is, terwijl DHL dan juist weer meer bij de mannen in de smaak valt. Jongens noemen nog vaker Walibi als populaire bijbaanwerkgever dan De Efteling, terwijl Walibi bij de meisjes niet eens in de top 10 staat. Ook Domino’s Pizza is bij de jongens populairder als werkgever dan bij de meiden.

Er is een onderscheid te maken naar opleiding. Zo is bij theoretisch opgeleiden DHL dit jaar zelfs iets populairder dan Jumbo en is Domino’s Pizza helemaal niet terug te vinden bij havisten en vwo’ers, terwijl Picnic hier verrassend genoeg juist wél hoog scoort. Ook ING doet het bij theoretisch opgeleiden beter dan bij praktisch opgeleiden. Defensie staat, in tegenstelling tot vorig jaar, alleen bij praktisch opgeleiden in de top 10.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Favoriete bijbanen: DHL, Efteling en GGZ in opkomst

ITZU Group lanceert payrollplatform FlexU in België

De Belgische HR-dienstverlener ITZU Group lanceert met FlexU een digitaal payrollingplatform voor bedrijven die met flexibele arbeidskrachten werken. FlexU automatiseert de loon- en contractadministratie van tijdelijke medewerkers. 

FlexU speelt in op de groeiende behoefte aan eenvoud, snelheid en flexibiliteit binnen payroll en tewerkstelling. Het platform digitaliseert het volledige proces, van inschrijving tot uitbetaling, en biedt daarmee een oplossing voor de toenemende complexiteit van flexibel werk.

De focus van FlexU ligt in eerste instantie op sectoren waar personeelsbehoeften sterk schommelen en de administratieve druk hoog is. Denk aan horeca, evenementen, retail, logistiek en uitvaartzorg.

Samenwerking met Jixbee

Binnen het platform werken verschillende technologiepartners samen, waaronder het Nederlandse fintechplatform Jixbee. Jixbee verzorgt de zogeheten Pay On Demand-functionaliteit. Daardoor zouden flexwerkers hun loon binnen 24 uur na een gewerkte shift kunnen ontvangen.

Deze technologie sluit volgens ITZU Group aan bij de bredere visie om werk en verloning beter af te stemmen op de verwachtingen van de moderne arbeidsmarkt. Ook andere technologiepartners, waaronder Prato, dragen bij aan de verdere digitalisering en optimalisatie van payrollprocessen binnen het platform.

“De arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler en verloning moet daarin mee evolueren,” zegt Gijs Lubberdink, mede-oprichter van Jixbee. “Met onze technologie ondersteunen we platforms zoals FlexU om die stap mogelijk te maken. Door verloning flexibeler en sneller beschikbaar te maken, dragen we bij aan een betere ervaring voor zowel werkgevers als werknemers.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor ITZU Group lanceert payrollplatform FlexU in België

De FlexNieuws TOP 100 van 2026: overzicht, TOPPERs en inzichten

Het jaar 2025 was een behoorlijk stabiel jaar, aan de oppervlakte. De totale flexbranche-omzet kromp een tiende van een procent ten opzichte van het jaar daarvoor, naar 46,6 miljard euro, en het aantal bureaus en bureautjes in onze Nederlandse flexbranche met drie tienden van een procent, naar weer net iets minder dan 20.000. Die kleine veranderingen vonden plaats in een context van een versneld groeiende economie, blijvende grote krapte op de arbeidsmarkt, een nog steeds actieve wetgever en nog verder oplopende geopolitieke en geo-economische spanningen. Inzoomend op de flexbranche, wordt duidelijk dat de cijfers die stabiliteit suggereren, een enorme turbulentie verhullen. Met onze derde FlexNieuws TOP 100 bieden wij weer een overzicht van die turbulente branche. Ook nu brengen we weer de grote, bekende bureaus in beeld, en de middelgrote en kleinere bureaus, de verschillende typen flexbureaus, hun specialisaties, hun omvang en hun groei. In een serie artikelen gaan we een aantal van hen en hun keuzes beter leren kennen, maar hier en nu beginnen we met een overzicht.

Lichte omzetkrimp, iets minder bureaus, meer krimpers en blijvend sterke versnippering

De totale Nederlandse flexbranche – in de statistieken aangeduid met de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) code 78 – is in 2025 uitgekomen op een totale omzet van 46,631 miljard euro. Op 2024 na de grootste omvang ooit gemeten, na een minimale omzetkrimp van -0,1% ten opzichte van 2024. (In 2024 was de totale omzetgroei nog 2,4%.) Dat enorme bedrag werd gerealiseerd door het niet minder aanzienlijke aantal van 19.874 flexbureaus (het gemiddelde aantal in de 4 kwartalen van 2025), een kleine krimp van -0,3% ten opzichte van 2024. In het eerste kwartaal waren er nog exact 20.000 flexbureaus, waarna dat aantal in het tweede kwartaal weer onder die grens zakte, naar 19.645, om daarna toch weer licht te groeien tot 19.980 in het laatste kwartaal van 2025. De gemiddelde omzet per bureau was daarmee in 2025 grofweg 2,35 miljoen euro; in 2024 was dat 2,34 miljoen, in 2023 nog 2,42 miljoen euro.

Die gemiddelden zijn heel veel lager dan de cijfers die we elk kwartaal weer van de grote internationale beursgenoteerde staffing companies Randstad, Adecco Group, ManpowerGroup en Brunel zien. Dan gaat het telkens over honderden miljoen en zelfs miljarden. Er zijn dan ook maar “een paar” grote tot heel grote bureaus, enige tientallen middelgrote en duizenden kleine tot heel kleine bureaus. Dat beeld zien we wederom in onze derde FlexNieuws TOP 100. Onze TOP 100 was in 2025 in totaal goed voor 23,436 miljard euro (23,058 miljard in 2024). Dat was dus ruim de helft (50,3%) van de omzet van de totale flexbranche, met maar een fractie (0,503%) van alle flexbureaus. En binnen onze TOP 100 was de TOP 10 goed voor 58,1% van de TOP 100 (redelijk wat minder dan de 59,1% van 2024), ofwel 29,2% van de totale flexbranche-omzet – dus: 10 van de bijna 20.000 flexbureaus waren goed voor bijna een derde van de totale branche. Kortom, de flexbranche lijkt nog steeds een sector die wordt gedomineerd door een paar alom bekende reuzen, maar is eigenlijk vooral sterk versnipperd en enorm dynamisch, met veel ruimte voor totaal verschillende, gedreven ondernemers.


Meer weten over de verhalen achter deze cijfers? Kom dan naar het FlexNieuws TOP 100 Event op 20 mei. Een middag vol inzichten, veel praktijkvoorbeelden en dilemma’s.Wim Davidse neemt je mee, presenteert het FlexNieuws onderzoek onder ondernemers. Han Mesters (ABN AMRO),  Marita Hoogeveen (Köster Advocaten), Astrid Roovers (Easyflex) en Patrick Tom (Bureau Cicero).  Meer over dit event dat je niet wil missen op deze pagina


In de TOP 100 zitten dit keer 36 bureaus die hun omzet in 2025 zagen krimpen, in de vorige TOP 100 waren dat er twee minder (34), twee jaar geleden waren er nog maar 21 krimpers. Vorig jaar was de nummer 100 in de lijst de eerste met een omzet van bijna 20 miljoen euro, dit jaar was de omzet van de nummer 100 een paar ton kleiner, maar toch nog net meer dan 19 miljoen euro.

Randstad weer gekrompen, maar nog steeds de grootste, want HeadFirst Group iets sterker gekrompen

Nadat in 2024 de HeadFirst Group Nederland Randstad Nederland tot op (ruim) 300 miljoen euro was genaderd, is het verschil in 2025 toch weer groter geworden. Met een omzet van 2,945 miljard euro liep Randstad Nederland weer wat uit op de nummer 2 HeadFirst Group Nederland – naar een verschil van bijna 510 miljoen euro. De omzet van nummer 1 Randstad kromp -2% (gecorrigeerd voor overnames en werkbare dagen: -6,0%), die van HeadFirst Group kromp in 2025 harder, met -7,8% – een opvallende krimp, na de stevige groei van 17,5% in 2024 en van 17,3% in 2023 – naar 2,436 miljard euro. (De omzet van Randstad in Nederland kromp in 2024 met -7,1% en met -9,4% in 2023.)

Als gevolg hiervan daalde het Nederlandse marktaandeel van de Randstad-groep van 8,1% in 2022 via 7,0% in 2023 naar 6,4% in 2024 en 6,3% in 2025.

Van de andere aloude, gevestigde namen – RGF Staffing, ManpowerGroup en Adecco Group, samen met Randstad de Traditionele Vier – realiseerde ook ManpowerGroup omzetkrimp in 2025: -4%. De Adecco Group en RGF Staffing publiceren geen cijfers over Nederland (omzet noch groei), maar die van Adecco Nederland (8% omzetgroei in 2025) zijn nog behoorlijk goed af te leiden uit de kwartaalberichten en het jaarverslag – die van RGF Staffing Nederland (2% omzetgroei in Nederland) zijn vanwege de sterk geaggregeerde en daardoor bijna informatieloze kwartaalrapportages van de Japanse moeder Recruit alleen met een enorme slag om de arm te schatten – de door ons genoemde 2% kan dus in werkelijkheid best een paar procentpunten kleiner of groter zijn… Toch hebben we ook dit jaar besloten op deze manier te werk te gaan, om een gevoel van orde van grootte bij deze voor de Nederlandse flexbranche belangrijke groep te houden.

In 2024 krompen de Traditionele Vier samen nog -7,2%, in 2025 was die krimp nog maar -0,8% – dus nog wel sterker dan de totale flexbranche (zoals gezegd: -0,1%). De 100 flexbureaus in de FlexNieuws TOP 100 groeiden in 2025 samen 1,6%, dus de overige 96 in onze TOP 100 groeiden samen met 2,2 % – dat was nog 6,5% in 2024.

Door de omzetgroei RGF Staffing NL was het in onze lijst stuivertje wisselen met OTTO Work Force – dat bureau zag de omzet in 2025 met 0,3% groeien, en kwam daarmee in 2025 uit op een omzet die zo’n half miljoen euro kleiner was dan die van RGF Staffing NL, dat daardoor op de 7e plek terecht kwam. In 2025 bleven de nummers 1 tot en met 6 gelijk. Randstad Nederland bleef zoals gezegd nummer 1, HeadFirst Group nummer 2, House of HR NL bleef op de 3e plek, na een mooie groei van 8,6% (na een ongebruikelijke krimp in 2024, van -1,6%), Magnit bleef nummer 4 (4,7% groei), Circle8 Group nummer 5 (na een sterke groei van 15,7%), en PROMAN (met Timing en Luba) realiseerde met 4,7% ook een mooie groei, en bleef daarmee nét onder de grens van 1 miljard euro omzet én op de 6e plek.

Om de top 10 compleet te maken: Nash Squared verloor -17,9% omzet maar bleef op de 9e plek en Maandag bleef de nummer 10, na een omzetkrimp van -6,9%.

De 90 bureaus buiten de TOP 10 groeiden samen met 4,2% – vorig jaar was dat nog 7,3%.

Omzetklassen en hun omzetontwikkeling: size doesn’t matter

Alleen op basis van de bureaus in de Top 10, en hun cijfers, het duidelijk dat er grote verschillen bestaan tussen de flexbureaus in onze TOP 100. We hebben onze lijst daarom ook dit jaar weer op drie manieren gesegmenteerd, om die verscheidenheid zo goed mogelijk in beeld te kunnen brengen. Om te beginnen hebben we de 100 bureaus gerangschikt van grootste omzet naar kleinste omzet, en ze vervolgens in vijf omzetklassen geclusterd. In de grafiek zijn de omzetklassen weergegeven, en het totale groei- of krimppercentage per klasse.

Een blik op de grafiek levert dit keer niet helemaal de gebruikelijke helderheid van “hoe groter, hoe minder groei”. De snelst groeiende omzetklasse is ook dit keer weer die van maximaal 50 miljoen euro omzet per bureau of groep / concern in 2025. In deze kleinste omzetklasse zitten nu 37 bureaus (vorige keer: 38), waarvan 12 krimpers en 15 bureaus met een groei van meer dan 10%.

De beperkte groei van de volgende omzetklasse, die van 50 tot 100 miljoen euro omzet in 2025 (met 19 bureaus), is opvallend. Dat beeld blijkt sterk vertekend door The Employment Group (TEG), dat in de loop van 2025 het bureau VENK heeft verkocht aan House of Talents, waarover hierna meer. Exclusief de sterke TEG-krimp die dat tot gevolg had, zou de omzetklasse 50-100 mio euro zo’n 8 à 9% zijn gegroeid. 

De omzetklasse van 100 tot 200 miljoen euro (met 18 bureaus / groepen) groeide in 2025 met 7,6%. In dit zeer gemêleerde gezelschap zitten 4 krimpers en 7 bureaus of groepen die meer dan 10% zijn gegroeid.

Met enige goede wil zou je dus kunnen concluderen dat deze TOP 100 van 2026 laat zien, dat “size doesn’t matter”: in de 3 omzetklassen tot 200 miljoen euro was de groei gemiddeld grofweg 8%. Bij grotere omzetten wordt het een heel ander verhaal.

In 2024 groeide de omzetklasse van 200 tot 500 miljoen euro (18 bureaus / groepen) al het minst, in 2025 was er zelfs sprake van een lichte omzetkrimp (-0,1%). Relatief sterke krimpers waren twee grote detacheerders (YER met -6,1% en Maandag met -6,9%), twee brokers/msp’s (Hays met -6,2% en Nash Squared met -17,9%) en multi-specialist Sthree (-21,0%) die zich richt op IT en tech. Ook de blijvend sterke omzetkrimp van YoungCapital (The Works) (groot generiek) valt op. De groeikampioen van de jaren ’10 heeft het na de coronacrisis moeilijk gekregen, en is in 2025 met -12,9% gekrompen, na al -17,0% in 2024, -9,8% in 2023 en -11,0% in 2022, en is daardoor van plaats 13 naar plaats 15 gezakt.

De totale omzet van de grootste omzetklasse, die met meer dan 500 miljoen euro omzet in 2025, en die 8 bureaus / groepen bevat, is met 1,0% gegroeid. Vooral twee leden uit het typesegment Broker/MSP/Employer of Record (EOR) (Circle8 en Magnit) droegen hieraan bij, een multi-specialist (House of HR NL) én een groot generiek bureau (PROMAN Group met onder andere Timing) (Die en andere typesegmenten komen later in dit artikel aan bod.)

Elke omzetklasse heeft een flexbureau dat in 2025 harder groeide dan de rest in die klasse. Dit zijn onze FlexNieuws KLASSETOPPERs, en we presenteren ze weer in de tabel. Ook vermelden we het laagste groeicijfer dan wel sterkste krimpcijfer in elke omzetklasse; zo wordt duidelijk dat er in elke omzetklasse aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. Maar natuurlijk eerst: gefeliciteerd FlexNieuws KLASSETOPPERs!

Dat zijn zes nieuwe KLASSETOPPERs, waarbij overnames her en der een flinke groeibijdrage hebben geleverd.

Net als in voorgaande jaren is weer zichtbaar dat geen enkele omzetklasse is gevrijwaard van omzetkrimp: klein of groot, krimp is altijd mogelijk. In andere artikelen gaan we dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze KLASSETOPPERs.

Typen flexbureaus en hun omzetontwikkeling

Als we de TOP 100 clusteren naar de verschillende typen flexbureaus, worden de groeiverschillen tussen de segmenten veel groter. Je zou dus kunnen vaststellen dat bureautype meer invloed heeft op het groeipotentieel dan de huidige omvang van het flexbureau – weer dezelfde belangrijke strategische constatering als vorig jaar.

(Een multi-specialist definiëren wij als een groep / concern van flexbureaus die elk hun eigen specifieke markt bedienen met een eigen (merk)naam. Generieke bureaus bedienen een veelheid aan marktsegmenten met één (merk)naam dan wel concernnaam; het verschil tussen generiek en groot generiek wordt bepaald door minder respectievelijk meer dan 200 miljoen euro omzet in 2025.)

Het sterkst groeiende type flexbureau (Generiek) is een breuk met het recente verleden (2 jaren met het segment van de Brokers & Managed service providers (Msp’s) & Employers of record (EOR), nu licht gekrompen) én wat mij betreft onverwacht. In een ander artikel gaan we nader in op de Brokers/Msp’s/EOR, hier volstaan we met de opsomming van de sterke groeiers Compliance Factory (+117,2%), Hero (+16,4%), Circle8, People2.0 (+12,1%) en Flextender (+8,5%). Zoals al gezien, groeide Magnit ook, terwijl Hays, HeadFirst Group en Nash Squared hun Nederlandse omzet (behoorlijk) kleiner zagen worden.

Het segment van de generieke bureaus groeide met een enorme +25,3% sterk, veel sterker dan de andere typesegmenten en dan vorig jaar (toen +7,0%). Net als in de lijst van 2024, groeide 365Werk weer keihard, nu zelfs met +197,4% – hoe, dat belichten we in een ander artikel. Zonder die 365Werk-explosie zou het Generiek-segment zo’n +5% zijn gegroeid. Ook NasWerkt (+15,9%), Perflexxion (+12,6%), SD Worx (+12,1%) en GiGroup (+9,5%) lieten een mooie groei zien. Raaak Personeel was het enige generieke bureau met een aanzienlijke krimp (-8,6%).

De multi-specialisten zijn met +9,1% ook sterk gegroeid, vooral door overnames: +60,1% door House of Talents, +55,2% door Home of People, +21,7% door House of Work en +10,7% door Flexfamily. Sthree was, zoals al gezien, de enige multi-specialist met omzetkrimp.

De gespecialiseerde uitzenders zijn met +2,1% maar net bovengemiddeld gegroeid. Die matige groei is vooral een gevolg van de sterke krimp van de Overheid/Zorg-specialisten HappyNurse (-15,8%) en Daan (-19,7%), en die heeft veel te maken met de handhaving van de Wet DBA en de sectorale wens om de externe flexschil c.q. de externe inhuur af te bouwen. Exclusief deze twee sterke krimpers, is het specialisten-segment met zo’n +4% gegroeid. Sterke groeiers in dit segment: Level works (+42,3%), Logistic Force Group (+26,0%), De Gilde Groep (+25,8%), Sun-Power (+24,7%) en Djops (+23,3%).

De bureaus die zich zo goed als volledig met zzp-bemiddeling houden, groeiden (toch verrassend?) met +2,1%. Die groei kwam grotendeels van Mekano Groep (+22,0%) en Freep (+20,6%).

De detacheringsbureaus (die vaak ook veel aan zzp-bemiddeling deden) zijn na jaren met mooie groei nu met -5,6% gekrompen. Hiervoor noemden we al de krimpers YER, Maandag en The Employment Group; daar moet Brunel met -14,6% nog aan worden toegevoegd. Sterke deta-groeiers waren de al eerder genoemde Concreto Group en Aethon/Mission AE, DC Engineers (+38,2%), Quest4 (+35,9%), Kracht Recruitment (+35,1%), FIELD (+21,4%) en The Next Moove (+12,1%).

Recruitment voor vast heeft het in 2025 met -17,9% erg moeilijk gehad – vooral een gevolg van krapte plus pauze op de arbeidsmarkt.

De HR- & Backofficedienstverleners (voorheen payrollers) hebben een fraaie groei gerealiseerd in 2025 – in een ander artikel belichten we de ontwikkeling van Staff capital, Please, Connexie en BackOfficer.

Het typesegment Groot generiek realiseerde met -0,3% een zeer beperkte krimp, veel minder dan in de voorgaande jaren. In dit segment zitten 9 bureaus / groepen, waaronder 5 krimpers en 4 groeiers. PROMAN Group zag de omzet met 4,7% groeien, Adecco Group na een paar mindere jaren met 8% (raming) en Carrière met liefst 10,3%. RGF Staffing NL heeft in 2025 de omzet (vermoedelijk) ook zien groeien, na vooral vaak krimp in de afgelopen jaren. YoungCapital (zie hiervoor) was in dit segment de sterkste krimper, gevolgd door Randstad (-6%) en ManpowerGroup (-4%). Actief Werkt! (-1,4%) en Olympia (-1,2%) zagen hun omzet in 2025 licht krimpen.

Elk bureautype heeft een flexbureau dat in 2025 harder groeide dan de rest, onze FlexNieuws TYPETOPPERs. In combinatie met het laagste groeicijfer c.q. sterkste krimpcijfer in elk typesegment wordt duidelijk dat er in elk typesegment aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. En natuurlijk ook hier: gefeliciteerd FlexNieuws TYPETOPPERs!

Compliance Factory, 365Werk en Carrière waren vorig jaar ook al TYPETOPPER.

Ook in deze clustering is geen enkel segment gevrijwaard van krimp, met uitzondering van de HR- & Backofficediensten. In een ander artikel gaan we dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze TYPETOPPERs.

Ten slotte wordt duidelijk dat de grote generieke bureaus en de Brokers/Msp’s/EOR de meeste omzet boeken: samen waren zij in 2025 goed voor 58% van de omzet in de TOP 100 (was 59% in 2024 en 60% in 2023).

Segmentatie naar doelgroep

Tot slot kunnen we de TOP 100 ook nog segmenteren naar de doelgroep(en) waarin flexbureaus zich specialiseren (of juist niet); bij deze segmentatie zijn de groeiverschillen ook indrukwekkend, dus ook strategisch relevant.

Het snelst groeiende segment bestond in 2025 uit flex-concerns die met verschillende merken verschillende doelgroepen bedienen. Sterke omzetgroei was er ook voor de bureaus gericht op de Publieke sector (overheid, onderwijs en/of zorg) en op de Bouw / Tech. Wel omzetgroei, maar een stuk minder sterk, was er voor de segmenten Agro / Groen / Food, Logistiek / Retail, IT en Industrie / Food / Logistiek. De verschillende soorten bureaus die zich met één merk op (veel) verschillende doelgroepen richten, realiseerden een kleine omzetkrimp. Net als in 2024, lieten de bureaus die zich op het bemiddelden van hoogopgeleiden richten (vooral detacheringsbureaus en zzp-bemiddeling)  een omzetkrimp zien. Mogelijk is die specialisatie niet specifiek genoeg. In dit segment was er één bureau dat de omzet stabiel hield (STONE), de overige bureaus verloren veel omzet. Daarnaast was er aanzienlijke omzetkrimp in de segmenten Tech en Finance.

Ook elke doelgroepspecialisatie heeft een flexbureau dat in 2025 harder groeide dan de rest, onze FlexNieuws DOELGROEPTOPPERs. In combinatie met het laagste groeicijfer in elke doelgroep wordt duidelijk dat er in elk segment aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. En natuurlijk ook nu: gefeliciteerd FlexNieuws DOELGROEPTOPPERs!

Sun-Power en Kracht Recruitment waren vorig jaar ook al DOELGROEPTOPPER.

En ook in deze clustering bevatten meerdere segmenten een of enkele flexbureaus die hun omzet in 2025 zagen krimpen. In een separaat artikel gaan we dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze DOELGROEPTOPPERs.

Specialiseren is wel verstandig maar niet voldoende

Die conclusie is dit jaar nóg duidelijker dan vorig jaar: ook generieke bureaus kunnen (nog steeds) heel hard groeien, zo blijkt uit onze analyse van de FlexNieuws TOP 100, jaargang 2026. In onze turbulente, gigantische flexbranche, met bijna 20.000 flexbureaus, die samen bijna 47 miljard euro omzetten, was onze FlexNieuws TOP 100 2026, met dus maar 0,503% van alle flexbureaus, goed voor 50,3% van de totale branche-omzet. En zij onderstreepten weer deze twee belangrijke inzichten:

  1. Dubbel specialiseren loont, of je nou klein of groot bent, uitzendbureau, detacheringsbureau, zzp-bemiddelaar, broker, msp of HR- & backofficedienstverlener, op welke doelgroep je je ook richt. Heel simpel gezegd: kies een business model en kies een doelgroep – en wees daar goed voor.
  2. En dat is dus nog niet het hele verhaal. Ook in 2025 is weer heel duidelijk geworden: dubbel kiezen is niet genoeg, want bijna elk segment kende ook in 2025 relatief trage groeiers en zelfs krimpers, en ook generieke bureaus kunnen keihard groeien! Het gaat óók om visie, missie en ambitie van de leiding, professionele systemen en organisatie-inrichting, energie in en tussen de teams, en continue omgevingsalertheid, verbetering en vernieuwing.

Dus blijft ons advies, ook weer op basis van de FlexNieuws TOP 100 2026: werk continu aan een paradoxale, magische mix van ondernemerschap en professionaliteit.

De komende weken en maanden gaan we daarover weer in gesprek met onze KLASSETOPPERs, TYPETOPPERs en DOELGROEPTOPPERs, waarover je hier dan natuurlijk alles kunt lezen. Tot snel!

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De FlexNieuws TOP 100 van 2026: overzicht, TOPPERs en inzichten

WTTA zet markt op scherp: Rabobank stelt SNA-keurmerk verplicht bij financiering

Met de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA) verandert het speelveld voor uitleners van arbeid fundamenteel. Vanaf 2027 mogen organisaties die arbeidskrachten ter beschikking stellen dit uitsluitend doen met een geldige toelating. Zonder toelating vervalt het recht om deze activiteiten uit te voeren.

Hoewel de WTTA formeel pas in 2027 in werking treedt, is de impact ervan nu al merkbaar. Niet alleen toezichthouders, maar ook partijen rondom de arbeidsketen anticiperen op het nieuwe stelsel. Daarmee verschuift de WTTA van een toekomstig compliancevraagstuk naar een actuele randvoorwaarde voor continuïteit, samenwerking en financierbaarheid.

Een duidelijk signaal daarvan is de keuze van de Rabobank om per 1 januari 2026 het SNA-keurmerk verplicht te stellen voor ondernemers die bij haar kredietaanvragen doen en actief zijn in het ter beschikking stellen van arbeid.

SNA als risicobeperkende voorwaarde bij financiering

Het SNA-keurmerk is voor de Rabobank belangrijk omdat het aantoont dat flexondernemingen serieus investeren in toekomstbestendigheid. De sector staat immers voor uitdagingen: stijgende kosten, complexere wet- en regelgeving en een blijvend krappe arbeidsmarkt zetten het verdienmodel onder druk.

Het SNA-keurmerk laat zien dat ondernemingen deze professionaliseringsslag omarmen, doordat zij aantoonbaar compliant werken en investeren in kwaliteit en betrouwbaarheid. Vanuit bankperspectief is dat essentieel: het verkleint risico’s, vergroot transparantie en geeft vertrouwen dat een onderneming in staat is duurzaam te bewegen in een snel veranderende markt. 

“Voor ons is het SNA-keurmerk een belangrijk signaal dat een onderneming haar risico’s beheerst en vooruitkijkt. Het laat zien dat een organisatie niet alleen voldoet aan de huidige eisen, maar zich ook structureel voorbereidt op toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving,” zegt Reinder Koelewijn, Sectormanager Commercial Services Rabobank.

SNA-Keurmerk als fundament onder het WTTA-stelsel

De keuze van Rabobank is geen op zichzelf staande maatregel. Het SNA-keurmerk vormt namelijk de inhoudelijke basis van het WTTA-normenkader. De kernprincipes van het SNA-Keurmerk, correcte afdrachten, administratieve beheersing, naleving van arbeidswetgeving en ketenverantwoordelijkheid, zijn integraal onderdeel van de WTTA.

De WTTA bouwt hierop voort met aanvullende eisen, een uitgebreider normenkader en intensiever toezicht. Daarmee is het SNA-Keurmerk geen eindpunt, maar een noodzakelijke voorwaarde om richting toelating te kunnen bewegen.

“De manier waarop Rabobank het SNA-keurmerk nu inzet bij financieringsbeslissingen laat zien dat WTTA-principes al vóór 2027 doorwerken. Het bevestigt dat SNA het inhoudelijke fundament vormt waarop het WTTA-stelsel verder bouwt,” zegt Julisa Fereijra-Phelipa, Business Unit Director Normec VRO.

Voor ondernemingen die nog niet over het SNA-Keurmerk beschikken, betekent dit dat zij niet alleen achterstand hebben, maar ook hun positie richting 2027 onder druk zien komen.

Druk komt niet alleen uit de keten, maar ook uit de sector

Wat deze ontwikkeling versterkt, is dat de WTTA-voorbereiding niet uitsluitend wordt afgedwongen binnen de directe arbeidsketen.

Aan de ene kant stellen ketenpartners, zoals opdrachtgevers, inleners en samenwerkingspartners, steeds nadrukkelijker eisen aan de betrouwbaarheid en beheersing van partijen waarmee zij samenwerken. WTTA-readiness wordt daarbij nu al steeds vaker meegenomen in inhuur- en samenwerkingscriteria.

Met de inwerkingtreding van de WTTA verandert dit van een beleidskeuze in een wettelijke verplichting: inleners mogen vanaf dat moment uitsluitend zaken doen met partijen die beschikken over een geldige toelating. Daarmee wordt WTTA-readiness niet alleen een onderscheidende factor, maar een harde voorwaarde voor voortzetting van de samenwerking.

Aan de andere kant zien we dat sectorale stakeholders, zoals brancheverenigingen, een actieve normstellende rol innemen. Verenigingen zoals COV en NEPLUVI verlangen inmiddels van hun leden dat zij verder kijken dan het SNA-Keurmerk alleen en zich aantoonbaar voorbereiden op het WTTA-kader. Daarmee wordt aanvullende WTTA-voorbereiding in toenemende mate een randvoorwaarde voor lidmaatschap en sectorale positionering.

De WTTA werkt daarmee door in het volledige ecosysteem rondom arbeidsbemiddeling via wetgeving én via marktpartijen. “De norm verschuift zichtbaar: wat eerder werd gezien als goede praktijk, wordt door financiers, ketenpartners en straks ook wettelijk de minimale vereiste,” stelt Fereijra-Phelipa.

Waarom wachten geen optie meer is

Hoewel de WTTA pas in 2027 formeel van kracht wordt, is uitstel in de praktijk geen realistische strategie. De toelatingsprocedure zal capaciteit vragen, zowel bij ondernemingen als bij uitvoerende en toetsende instanties. Naarmate 2027 dichterbij komt, neemt die druk toe.

Tegelijkertijd is zichtbaar dat financiers, ketenpartners en sectorale stakeholders hun risicokaders nu al aanscherpen. Daardoor ontstaat feitelijk een nieuw normatief kader vóórdat de wet formeel geldt. “Wij wachten als financier niet tot wetgeving formeel van kracht wordt. Het bezitten van een SNA-keurmerk laat zien dat flexondernemingen actief bezig zijn met hun duurzame toekomst. Organisaties die hier tijdig op anticiperen, staan aantoonbaar sterker,” licht Koelewijn toe.

Ondernemingen die daar niet tijdig op anticiperen, lopen het risico dat zij worden ingehaald door eisen van buitenaf. WTTA-readiness is daarmee geen toekomstige verplichting meer, maar een huidige strategische randvoorwaarde.

Heb je het SNA-Keurmerk al? Dan is dit hét moment om door te pakken

Voor organisaties die reeds beschikken over het SNA-keurmerk geldt dat zij een belangrijke eerste stap hebben gezet. Tegelijkertijd is duidelijk dat de WTTA verder gaat dan SNA alleen. Denk aan:

  • uitbreiding en verdieping van het normenkader
  • aanvullende verantwoordings- en beheersvereisten
  • meer inspectietijd per organisatie
  • een grotere nadruk op aantoonbare procesbeheersing en risicomanagement

Juist daarom is het verstandig om nu al te starten met de aanvullende WTTA-module. Niet als extra last, maar als gecontroleerde en beheersbare voorbereiding. Ondernemingen die dit tijdig doen:

  • spreiden hun inspanningen en investeringen
  • voorkomen tijdsdruk richting 2027
  • vergroten hun voorspelbaarheid richting financiers en opdrachtgevers
  • en verkleinen het risico op onderbreking van hun bedrijfsactiviteiten

De WTTA vraagt daarbij niet alleen om formele naleving, maar om aantoonbare organisatorische volwassenheid: heldere processen, goede interne beheersing en inzicht in risico’s. Uit de praktijk blijkt dat ondernemingen die zich voor het eerst aanmelden voor het SNA-keurmerk in de overgrote meerderheid van de gevallen niet in één keer volledig voldoen. 

In circa negen van de tien trajecten zijn aanvullende herstel- en beheersmaatregelen binnen de interne organisatie noodzakelijk om aan alle vereisten te voldoen. Het doorlopen en borgen van deze verbeteringen vergt tijd: gemiddeld genomen duurt dit traject één tot anderhalf jaar. “Wie pas in 2026 begint, loopt het risico dat de tijd simpelweg niet meer meewerkt,” benadrukt Fereijra-Phelipa.

Conclusie: regie houden of ingehaald worden

De verplichtstelling van het SNA-keurmerk door Rabobank past in een bredere beweging waarin financiers, ketenpartners én sectorale stakeholders hun eisen aanscherpen. De WTTA verandert daarmee niet alleen wetgeving, maar ook marktgedrag.

Het SNA-Keurmerk is daarmee een fundament geworden voor financierbaarheid, samenwerking en continuïteit. Ondernemingen die nu handelen, behouden regie over hun voorbereiding en positionering. Ondernemingen die afwachten, lopen het risico dat beslissingen voor hen worden genomen, door toezichthouders, opdrachtgevers, brancheverenigingen of financiers.

De WTTA komt niet onverwacht. De vraag is niet óf organisaties zich moeten voorbereiden, maar hoe gecontroleerd en toekomstbestendig zij dat doen.


Dit artikel is geschreven door Julisa Fereijra-Phelipa, Business Unit Director Normec VRO en Reinder Koelewijn, Sectormanager Commercial Services Rabobank.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor WTTA zet markt op scherp: Rabobank stelt SNA-keurmerk verplicht bij financiering

Na drie jaar krimp, omzetherstel Randstad Nederland in Q1

Toen op 11 februari van dit jaar Randstad zijn 2025 Q4-cijfer presenteerde, stond het aandeel van de groep nog genoteerd aan de AEX, de eredivisie van de Nederlandse aandelenbeurzen. Inmiddels (op maandag 23 maart) is het aandeel afgedaald naar “de eerste divisie” van aandelenbeurzenland, de AMX, de Midkapindex (waar het aandeel vandaag na een uur handel op +5% staat, na de presentatie van de 2026 Q1-cijfers). In de twee maanden sinds die Q4-presentatie is er nogal wat meer gebeurd. Eind februari werd duidelijk dat Randstad z’n mondiale nummer 1-positie was verloren aan Adecco Group; begin maart werd Yacht teruggebracht onder de merknaam Randstad (Randstad Professional); een week later kwam Randstad Nederland met het (verstandige) voorstel aan de Nederlandse overheid om met een arbeidsbegroting voor knelpuntsectoren te gaan werken; en net voor de verhuizing naar de AMX stond er een groot en interessant interview met ceo Sander van ’t Noordende in het FD met de stevige titel “Het is een drama, maar dat geldt voor de hele sector”. Daarin vertelde Van ’t Noordende onder meer over de ingrijpende transformatie van Randstad: Randstad wordt veel meer een platform met een app, wat nog de nodige interne ICT-aanpassingen vergt; Randstad gaat specialiseren, wat nog de nodigde interne structuuraanpassingen vergt; en Randstad snijdt, om te besparen, in het personeelsbestand, en in Nederland zijn inmiddels tientallen vestigingen gesloten. De ceo heeft de steun van zijn commissarissen en van de grootaandeelhouder, Randstad Beheer. Maar, zo constateert het FD droogjes, buiten en binnen de organisatie is de steun minder unaniem. Op vrijdag 27 maart werd Van ’t Noordende voor 4 jaar herbenoemd op de algemene aandeelhoudersvergadering.

De cijfers van het eerste kwartaal van 2026, het laatste kwartaal van de eerste termijn van de ceo

Ondanks al die reuring, is de omzet van de Randstad-groep in rustiger vaarwater gekomen. De totale mondiale omzet is, na een aangesloten periode van 12 maanden met omzetkrimp, en gecorrigeerd voor overnames, wisselkoerseffecten en werkbare dagen, gestabiliseerd en uitgekomen op 5,513 miljard euro. Het totale brutomargepercentage zakte stevig, naar 18,5% (van 19,3% een jaar eerder), en de EBITA-marge zakte van 3,0% naar 2,7%.

De conversieratio (het deel van de brutomarge dat overblijft voor de EBITA, en daarmee een maatstaf voor efficiency en productiviteit) zakte naar 14,6% – het laagste niveau sinds het kwartaal van de intelligente lockdown vanwege corona (Q2 2020).

De omzetontwikkeling was zeer ongelijkmatig verdeeld in de groep: er was groei in de AsiaPacific-regio (+3%) en zelfs flinke groei in Italië (+8%) en Spanje/Portugal (+9%), stabilisatie in Noord-Amerika, maar nog behoorlijke krimp in Duitsland (-4%) en Frankrijk (-4%). In België ging het nog minder, met een omzetkrimp van -6% en een EBITA-krimp van -21% (naar een EBITA-marge van 3,9%).

De Randstad-specialisatie Operational (vooral grootschalig uitzenden) was in het eerste kwartaal goed voor 68% van de totale concern-omzet, Professional (hoger opgeleiden, detachering) voor 16%, Digital voor 11% en Enterprise (o.a. MSP en RPO) nog voor 5%. Professional boekte ook in Q1 een omzetkrimp (-4%), en Digital en Enterprise deden het beide met -6% nog wat slechter. De Operational-omzet groeide met 3%, na twee kwartalen van stabilisatie.

De omzet uit recruitment voor vaste contracten zakte met -10%, die van RPO met -2%; de totale mondiale omzet van deze activiteiten kwam in Q1 uit op 177 miljoen euro en was goed voor een zesde (16,3%) van de totale mondiale brutomarge.

In Nederland groeide de omzet met +1 procent, de winst kreeg weer een dreun

Nederland was in Q1 met bijna 13% van de groepsomzet een belangrijk land voor het concern. De groepsomzet werd in ons land +1% groter (-6% in heel 2025), vooral dankzij de vraag vanuit de zorg en e-commerce, en ging naar 716 miljoen euro. Dat was de eerst groei na 12 kwartalen krimp! Nog wat minder dan de ABU Marktmonitor, maar een stuk beter dan ManpowerGroup. De Nederlandse Operational-omzet kromp met -1% (-5% in Q4, -4% in Q3), de Professional-omzet groeide eindelijk weer, met een forse +11% (-21% in Q4, -18% in Q3, -15% in Q2 en -14%).

De winst kreeg ook in Q1 nog een harde dreun: -23%, naar een winstmarge van 4,4% (5,7% een jaar eerder). Bij de Q4-cijfers, toen er sprake was van een winstdaling van maar liefst -73% en voor het hele jaar een winstdaling van -33%, was de verklaring door Randstad: “Incidental items” – zou dus kunnen, de bodem lijkt er aan te komen, nu even afwachten wanneer winstherstel begint.

Het personeelsbestand in Nederland was in Q1 -3,5% kleiner dan een jaar eerder en -3,1% kleiner dan in het laatste kwartaal van vorig jaar.

Verwachtingen

In de outlook stelt Randstad in april een versterking van de Q1-activiteitentrends te zien. De brutomarge lijkt nog wat kleiner te worden en de kosten wat hoger.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Na drie jaar krimp, omzetherstel Randstad Nederland in Q1