SLUIT MENU

Kamerdebat over Wet Rechtsvermoeden: dit staat er op het spel

Woensdag debatteert de Tweede Kamer over de Wet Rechtsvermoeden bij laag tarief. De wet lijkt op brede steun te kunnen rekenen, maar er zijn wel een paar stevige discussiepunten.

Minister Aartsen wil snel een wet rechtsvermoeden werknemerschap bij laag tarief invoeren. Een wet dit mogelijk stevige impact heeft in een marktsegment waarin juist ook de uitzendsector flink actief is. Een kort overzicht wat er rond deze wet speelt.

Wat houdt de wet in?

Zelfstandigen met een uurtarief onder de 38 à 39 euro krijgen straks de mogelijkheid om bij de rechter te claimen dat zij feitelijk werknemer zijn — met alle bijbehorende rechten als ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw. De bewijslast wordt omgedraaid: niet de werkende hoeft te bewijzen dat hij werknemer is, maar de opdrachtgever moet aantonen dat er echt sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Het gaat nadrukkelijk om een facultatief instrument: alleen de werkende zelf kan er een beroep op doen. Het is geen verbod om onder dat tarief te werken, en geen minimumtarief. De tariefgrens is gekoppeld aan het minimumloon en stijgt automatisch mee. Minister Aartsen wil de wet nog dit jaar door de Kamer loodsen, zodat deze op 1 januari 2027 in werking kan treden.

Een inschatting is dat momenteel 150.000 zzp’ers werken voor een tarief onder deze tariefsgrens (zie : Welke zzp’ers werken voor minder dan 38 euro per uur en hoeveel zijn het er?) 

Welk uurtarief wordt gehanteerd?

Het tarief waar mee gewerkt gaat worden is afgeleid van het wettelijk minimumloon (WML) en zal dan ook meegroeien met de jaarlijkse of halfjaarlijkse verhogingen van de minimumloon.

Met het huidige minimumloon komt het tarief te liggen op 38 euro. Met de verwachte stijging van het WML komt het dan in 2027 op 39 euro te liggen.

Er is nog wel een zaak om rekening mee te houden. Een rechter kijkt niet per se naar het gefactureerde tarief, maar ook naar niet gedeclareerde uren die een werkende wel moet maken om een opdracht uit te voeren, denk aan de tijd die gaat zitten in maken van offertes of andere voorbereiding. Een ‘veilige grens’ ligt dus weer wat boven die 39 euro.

Discussiepunten

Dit Rechtsvermoeden is een deel van de eerder ingediende wet VBAR. Over het VBA deel (verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie) is altijd veel weerstand geweest. Aanleiding voor dit kabinet om niet met dat deel verder te gaan, daarvoor komt later de zelfstandigenwet.

Over het R deel is tot op heden nooit heel veel kritiek geweest. Toch zijn er zeker drie punten daar debat over plaats kan vinden.

Discussiepunt 1 : vrijheid van ondernemerschap

Met meest principiële punt: moet of mag de overheid zo ingrijpen in de manier, ook op de manier waarom zelfstandig ondernemer hun prijzen bepalen. Nee, het is ook geen minimumtarief en het wordt ook niet verboden om diensten aan te bieden onder de 39 euro per uur. Maar de vrees is wel dat die grens als minimumtarief gaat werken.

Dat kan betekenen markt voor zzp’ers onder dat tarief flink onder druk kan komen te staan.

Het is in dat kader dan mogelijk ook niet zo gek dat zzp’er met een laag inkomen minder enthousiast zijn over de wet, dan zzp’er met een hoog inkomen, zo bleek uit een verkiezingsonderzoek van ZiPconomy.

Discussiepunt 2: civielrechtelijk of ook publiekrechtelijk?

Het ander twistpunt betreft de reikwijdte van de wet. Nu is het rechtsvermoeden uitsluitend een civielrechtelijk instrument: alleen de werkende zelf kan het inroepen bij de rechter. De Belastingdienst en de Arbeidsinspectie kunnen er geen gebruik van maken.

Dat willen zowel de ABU als GroenLinks/PvdA willen dan veranderen. Zij pleiten voor publiekrechtelijke handhaving, zodat ook toezichthouders de wet als instrument kunnen inzetten. De vrees is dat de wet anders een papier tijger is, waar bijvoorbeeld kwetsbare werkenden geen gebruik van (durven) maken. Zonder deze publieke rechtelijke druk ontstaat er – zo is de ABU bang – ook geen gelijk speelveld met uitzenders.

Het mag duidelijk zijn dat platformen als YoungOnes en Temper zich natuurlijk in het geweer komen tegen het wetsvoorstel (zie : Freelanceplatformen: ‘Rechtsvermoeden van werknemerschap leidt nu al tot misverstanden’)

Discussiepunt 3: hoe om te gaan met afwijkende werkvormen?

Het derde punt van discussie is hoe pas je een uurtariefgrens toe als er helemaal niet per uur wordt gewerkt of gefactureerd?

Bij stuksprijzen of totaalprijzen moet de werkende zelf bewijzen dat het gehanteerde tarief omgerekend onder de grens uitkomt — de bewijslast ligt dan anders dan bij het standaard uurtje-factuurtje. Maar er zijn ook situaties waarin een lager uurtarief per definitie niets zegt over de aard van de arbeidsrelatie. Neem 24-uurszorg bij palliatieve zorg aan huis: die diensten zijn inclusief slaapdiensten en komen daardoor omgerekend uit onder de 38 euro per uur, zonder dat dit afdoet aan het zelfstandig ondernemerschap van de zorgprofessional.

Discussiepunt hier is zowel of zzp’ers niet ongewild lastiger aan werk komen als mogelijk ongewenst nieuwe dienstverleingsvormen die kunnen komen als gevolg van deze wet.

Vervolg

Minister Aartsen hoopt deze wet in hoog tempo door de Kamers te krijgen. Hij hoopt daarmee toch te kunnen voldoen aan een aantal ‘mijlpalen’ die horen bij het Coronaherstelfonds. Mocht Nederland die niet halen, dan kan dat korting van honderden miljoenen opleveren. Dat moet de wet in september in het Staatsblad gepubliceerd worden. De wet gaat dan per 1 januari 2027 in.

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *