Nederlandse DataChecker gaat wereldwijd onboardingtechnologie leveren aan The Adecco Group Geplaatst 7 december 2025 door Redactie FlexNieuws DataChecker gaat wereldwijd identiteits- en compliance-technologie leveren aan The Adecco Group. Dat heeft het Nederlandse HR tech bedrijf bekend gemaakt. De samenwerking tussen DataChecker en The Adecco Group begon in Nederland en wordt nu wereldwijd toegepast. Na een jarenlange samenwerking nam The Adecco Group DataChecker op in een selectieproces met andere internationale aanbieders van identiteitsverificatie. Daaruit werd DataCheckers gekozen. Lees ook: Omzet Adecco Nederland in Q3 weer gegroeid, Brunel NL in vrije val Het platform van DataCheckers bestaat uit modulaire onderdelen waarmee organisaties per land of klant kunnen bepalen welke controles zij nodig hebben, zoals identiteitsverificatie, right-to-work-checks of aanvullende documenten. Door deze opzet kunnen onboardingprocessen eenvoudig worden afgestemd op lokale regelgeving zonder ingewikkelde aanpassingen. Versnellen van onboardingprocessen De door DataChecker ontwikkelde software wordt direct in de mobiele app van de Adecco Group gebruikt. Hierdoor kunnen kandidaten in slechts enkele minuten hun identiteit bevestigen, documenten uploaden en digitaal worden goedgekeurd zonder dat er afspraken op locatie nodig zijn of e-mails heen en weer gestuurd worden. De technologie voert in realtime controles uit met behulp van AI, document- en gezichtsherkenning, liveness-checks en deepfake-detectie. Dit vermindert fouten en voorkomt fraude, waardoor het volledige onboardingproces sneller verloopt. Lees ook: Bedrijven zien vooral efficiëntiewinst door AI Uitbreiding van DataChecker De software helpt de Adecco Group bij het wereldwijd versnellen van onboardingprocessen, terwijl het partnerschap tegelijkertijd de uitbreiding van DataChecker buiten de Benelux ondersteunt. “We zijn trots op wat ons team heeft bereikt, en dit is nog maar het begin. Onze ambitie is om via deze samenwerking de wereldwijde activiteiten van Adecco te ondersteunen en de standaard te zetten voor veilige, compliant onboarding wereldwijd”, vertelt Jan Willem Jansen, Commercieel Directeur van DataChecker. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags onboarding, The Adecco Group | Reacties uitgeschakeld voor Nederlandse DataChecker gaat wereldwijd onboardingtechnologie leveren aan The Adecco Group
Oproep Randstad topman Tiel aan politiek: “Koppel financiële begroting aan arbeidsbegroting” Geplaatst 6 december 2025 door Redactie FlexNieuws CEO van Randstad Groep Nederland Jeroen Tiel benadrukt dat Nederland te maken heeft met grote opgaven, zoals betaalbare zorg of het bouwen van woningen. Hierbij zijn voldoende en goed inzetbare arbeidskrachten van cruciaal belang, en dat nu er vrijwel in alle sectoren sprake is van structurele tekorten. Reden voor Tiel om een brief naar informateur Sybrand van Haersma Buma te sturen. In deze brief roept hij de formerende partijen op om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. Lees ook: D66 en CDA: arbeidsmarktbeleid gericht op snellere activering – ook van asielzoekers – en gerichte arbeidsmigratie. Vier hervormingen Hierin benadrukt de Randstad topman dat een toekomstbestendige arbeidsmarkt hervormingen op vier kerngebieden nodig heeft: 1. Voorzie beleidsplannen van een realistische arbeidsbegroting Bij het uitwerken van alle plannen mist er volgens Tiel een cruciaal onderdeel: de arbeidsbegroting. Een arbeidsbegroting maakt duidelijk hoeveel mensen er nodig zijn om de plannen te kunnen realiseren. 2. Van contractzekerheid naar werkzekerheid door ontwikkeling van skills Daarnaast vindt hij dat er stappen gezet moeten worden richting betere arbeidsmarktregels, maar deze mogen niet te complex of onpraktisch worden. Flexibiliteit is namelijk nodig om grote uitdagingen aan te gaan. Daarnaast kan je krapte op de arbeidsmarkt niet alleen met regels oplossen, want echte werkzekerheid ontstaat door de juiste vaardigheden. Daarom is het belangrijk dat om- en bijscholing een normaal onderdeel van elke loopbaan wordt. 3. Zet in op activering op de arbeidsmarkt Aanpassingen bij arbeidsongeschiktheid, subsidies voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en gerichte arbeidsmigratie kunnen meer mensen sneller aan werk helpen. 4. Verhoog productiviteit door technologie en slimmer organiseren Met een krimpende beroepsbevolking is het belangrijk om te focussen op werk dat meerwaarde toevoegt, en niet op werk dat geautomatiseerd kan worden, stelt Tiel. Technologie en AI helpen hierbij, maar alleen als mensen de juiste vaardigheden hebben om ze effectief te gebruiken. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags Randstad Groep Nederland | Reacties uitgeschakeld voor Oproep Randstad topman Tiel aan politiek: “Koppel financiële begroting aan arbeidsbegroting”
Nieuwe versie NEN 4400-2 vanaf 1 januari 2026 van kracht Geplaatst 5 december 2025 door Normec VRO Na de succesvolle herziening van de NEN 4400-1 in 2023 is nu ook de NEN 4400-2 geactualiseerd. Deze norm is bedoeld voor buitenlandse ondernemingen die personeel ter beschikking stellen of werk aannemen in Nederland. De herziene versie is gepubliceerd op 9 september 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026. In dit artikel zetten we de belangrijkste wijzigingen op een rij en geven we inzicht in wat je kunt verwachten tijdens inspecties. De aanpassingen sluiten aan op de structuur en aanpak van de NEN 4400-1:2023 en omvatten onder andere: een modulaire opbouw van de norm; een nieuwe inspectiesystematiek met een jaarlijkse nulmeting en daarop afgestemde vervolginspecties; een risicogerichte aanpak, waarbij goed presterende ondernemingen minder intensief worden geïnspecteerd. De herziene norm is verkrijgbaar via de NEN. Doel van de herziening De norm NEN 4400-2:2025 vormt samen met het SNA Handboek Normen het SNA-schema. Het belangrijkste doel van de herziening is een meer risicogerichte aanpak van inspecties. Er is niet meer standaard een volledige inspectie met zes maanden later een verkorte inspectie. De volledige inspectie fungeert voortaan als nulmeting. Op basis van deze nulmeting wordt bepaald hoe de vervolginspectie eruitziet. De mate waarin een onderneming zijn administratie op orde heeft en eventuele risicogebieden bepalen de inhoud van de vervolginspectie. Zo kunnen inspecteurs een vervolginspectie gerichter insteken met zaken die voor jouw onderneming relevant zijn. Vervolginspectie Afhankelijk van de uitkomsten van de nulmeting zijn er vier varianten van vervolginspecties. De lichtste variant, toetsing op alleen de module ‘Algemeen’, is mogelijk als: er geen non-conformiteiten zijn vastgesteld; alle relevante procedures schriftelijk of geautomatiseerd aanwezig zijn; uit de inspectie blijkt dat deze procedures daadwerkelijk werken. De werking blijkt uit het niet hebben van non-conformiteiten. In de tabel staat welke normonderdelen de module Algemeen bevat en waar je dus op getoetst wordt. Wat wijzigt er? Normeisen De norm is opgedeeld in drie modules: Algemeen Ter Beschikking Stellen van Arbeid (TBA) Aannemen van Werk (AvW) Het in- en doorlenen van personeel en zzp’ers blijft onderdeel van de betreffende modules. Ondernemingen die zowel uitzenden (TBA) als werk aannemen worden gezien als mengbedrijven. Voor hen geldt toetsing op beide modules. De inhoudelijke eisen blijven grotendeels gelijk, waardoor organisaties die nu voldoen, naar verwachting ook aan de herziene norm voldoen. In de tabellen hieronder zie je op welke normonderdelen je per module wordt getoetst. Procedures De aanwezigheid én werking van procedures worden expliciet onderdeel van de norm. Deze nemen wij dus mee in onze inspecties. Procedures moeten aantoonbaar aanwezig zijn, schriftelijk of geautomatiseerd, en effectief blijken uit inspecties en steekproeven. Als er non-conformiteiten worden vastgesteld, concludeert de inspecteur dat de procedure niet (volledig) werkt en daarmee niet (volledig) aanwezig is. In dat geval komt de onderneming niet meer in aanmerking voor een vervolginspectie van de lichtste variant. Risicoanalyse De herziene norm introduceert een nieuwe risicoanalyse. Uit deze analyse volgt enkel of de onderneming in een hoog of laag risico valt. Een onderneming valt in het hoog risicoprofiel als zes of meer van de onderstaande vragen met ‘ja’ worden beantwoord: Is er sprake van zowel TBA als AvW (mengbedrijf)? Als dit niet inzichtelijk is, gaat de inspecteur uit van een mengbedrijf. Is er een personeelsverloop van 20 procent of meer? (Saldo in- en uitdienst op basis van verzamelloonstaat) Ligt het brutoloon op of maximaal 15 procent boven het WML? Zijn er inhoudingen op het loon voor huisvesting? Zijn er inhoudingen op het loon voor zorgverzekering? Wordt de ET-regeling toegepast? Zijn er werknemers in dienst van buiten de EU/EER/Zwitserland? Zijn opdrachtgevers actief in een van de volgende sectoren: Land- en tuinbouw, Metaal & industrie, Horeca, Detailhandel, Schoonmaak, Bouw, Rail, Vlees, Transport? Is er sprake van een initiële inspectie? Is de onderneming in de afgelopen zes maanden opgericht of pas actief geworden als uitzender en/of aannemer van werk? Wordt een A1-detacheringsverklaring toegepast? De uitkomst van deze risicoanalyse bepaalt de steekproefomvang van de personeelsdossiers en lijncontroles. Steekproef Bij een laag risicoprofiel geldt een steekproef van 10. Bij een hoog risicoprofiel is dit 15. De verdeling van deze aantallen is als volgt: Aantal steekproeven 10: 2 loonstroken met uitbetaling van reserveringen bij uitdiensttreding 2 loonstroken met uitbetaling vakantiebijslag 2 loonstroken met uitbetaling feestdag 4 reguliere loonstroken (gelijkmatig verdeeld over de inspectieperiode) Aantal steekproeven 15: 3 loonstroken met uitbetaling van reserveringen bij uitdiensttreding 3 loonstroken met uitbetaling vakantiebijslag 3 loonstroken met uitbetaling feestdag 6 reguliere loonstroken (gelijkmatig verdeeld over de inspectieperiode) Non-conformiteiten en herstel De weging van non-conformiteiten is aangepast. Waar voorheen bij het aantreffen van één of meerdere fouten in de steekproef een uitbreiding van de steekproef verplicht was, is dat in de herziene norm losgelaten. De nieuwe steekproefaantallen zijn statistisch onderbouwd en representatief voor de totale populatie. Eén fout in de steekproef kan dus al voldoende zijn om conclusies te trekken over de volledigheid en betrouwbaarheid van de administratie. Het uitgangspunt is dat herhaling van dezelfde fout binnen de steekproef wijst op een structureel probleem. In dat geval wordt de fout als structureel beoordeeld en geregistreerd als non-conformiteit, die binnen drie maanden hersteld moet worden volgens de 4-O-systematiek. Twee of meer fouten op hetzelfde normelement, die in de oude norm als major non-conformiteiten zijn aangemerkt, leiden tot een major non-conformiteit. Meer over de 4-O-systematiek lees je in onze gratis whitepaper. Wat betekent dit voor jouw inspectie? Vanaf 1 januari 2026 worden alle volledige inspecties uitgevoerd volgens de herziene norm. Uit deze volledige inspecties volgt een vervolginspectie, geen verkorte inspectie. Verkorte inspecties die vanaf 1 januari plaatsvinden kennen een overgangstermijn: ze worden nog getoetst op de oude norm (NEN 4400-2:2017), maar gerapporteerd en verwerkt volgens de nieuwe norm. De risicoanalyse van de herziene norm wordt al toegepast bij het bepalen van de steekproef. Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags NEN 4400, Normec VRO, SNA-keurmerk | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe versie NEN 4400-2 vanaf 1 januari 2026 van kracht
CBS: opnieuw omzetgroei flexbranche in derde kwartaal Geplaatst 4 december 2025 door Wim Davidse Na alle eerdere omzetcijfers van het derde kwartaal zijn die van het Centraal Bureau voor de Statistiek weer de afsluiter. En wat een verrassing: na twee kwartalen met een kleine omzetkrimp is de totale flexbranche in het afgelopen kwartaal alweer gegroeid. Binnen verschillende onderdelen van de sector zien we wel grote verschillen. Volgens de kersverse CBS-cijfers groeide de omzet van de totale Zakelijke dienstverlening, waar de flexbranche een onderdeel is, in het derde kwartaal van 2025 met 3,2% ten opzichte van een jaar eerder. In het tweede kwartaal was de groei nog 3,7%, in het eerste kwartaal 3,0%. Dat is een behoorlijk stabiel en voorzichtig positief beeld. Groei flexbranche De Specialistische zakelijke diensten (zoals juridische dienstverlening en accountancy) groeiden met 5,1% duidelijk harder dan de Overige zakelijke diensten (+1,8%) en dat verschil is groter dan de vorige keer. De flexbranche maakt deel uit van die Overige zakelijke diensten en zag in het derde kwartaal de omzet met 0,9% groeien. In het licht van alle recente kwartaalcijfers best (positief) verrassend, maar toch ook conform de verwachting die we na het eind van het vorige kwartaal hebben uitgesproken. In Q1 was de omzetkrimp nog een behoorlijk stevige en verrassende 1,5% (de eerste krimp in 4 jaar!) en in Q2 nog min 0,3%. Na de juist wat sterkere urenkrimp in Q3 is deze omzetgroei dan toch ook wel weer een verrassing. Sinds de arbeidsmarkt krap is (vanaf het voorjaar van 2018, met uitzondering van het bijzondere tweede en derde kwartaal van 2020), is het inherente uurtarief (totale omzet gedeeld door totale aantal uren) continu met gemiddeld zo’n zeven tot acht procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal van dit jaar was de stijging ineens nog maar 0,4% en in het tweede zelfs nog maar 0,2%. In het derde kwartaal is die stijging met 1,9% weer wat groter geworden. Enorme verschillen in de flexbranche De omzetgroei van 0,9% in het derde kwartaal van 2025 is natuurlijk het gewogen gemiddelde van de ontwikkelingen van de bijna 20.000 flexbureaus die in de Nederlandse flexbranche actief zijn. In de afgelopen weken hebben we al gezien dat de ABU Marktmonitor, de VvDN Kwartaalmonitor en de beursgenoteerde staffing companies op twee na allemaal krimpcijfers hebben gepubliceerd, met her en der heel forse krimp bovendien. Uit al deze cijfers kan ook nog worden afgeleid dat al die duizenden bureaus die hun cijfers niet elk kwartaal publiceren, in Q3 samen 1,5% omzetgroei hebben gerealiseerd. In Q2 was dat nog 0,5% krimp, in Q1 nog het dubbele daarvan. Nog steeds licht positieve verwachtingen Op korte termijn is urengroei van de flexbranche als geheel nog steeds niet waarschijnlijk. Sterke indicatoren als de inkoopmanagersindex en het producentenvertrouwen wijzen nog steeds op gematigde voortzetting van het economisch herstel. De indicator die de intentie meet om de komende drie maanden meer mensen aan te nemen, blijft juist licht negatief. Net als de vorige keer sluiten wij daarom af met de verwachting dat lichte groei van de omzet van de totale flexbranche in de komende kwartalen in deze omstandigheden niet is uitgesloten. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags arbeidsmarktdata, CBS, data | Reacties uitgeschakeld voor CBS: opnieuw omzetgroei flexbranche in derde kwartaal
Voor de rechter: mag een uitzendovereenkomst 13 jaar duren? Geplaatst 4 december 2025 door Redactie FlexNieuws Is sprake van misbruik van de Uitzendrichtlijn als een werknemer dertien jaar lang als uitzendkracht werkt? Deze vraag werd voor het eerst voorgelegd aan de Hoge Raad. Het gaat om een werknemer die dertien jaar als productiemedewerker werkte voor een afdeling van Unilever, die later is overgenomen door Upfield. Hij werkte er afwisselend via Randstad en Adecco. In die periode heeft de man één keer een jaarcontract afgeslagen. Vanaf 2017 vraagt hij ‘als langst werkende uitzendkracht’ meermalen aan de afdeling HR van Upfield of hij in vaste dienst mag. Zijn verzoek wordt niet gehonoreerd. Op 18 maart 2021 kondigt Upfield aan de fabriek aan de Nassaukade in Rotterdam te sluiten. De werknemer maakt als uitzendkracht geen deel uit van het sociaal plan. Naar de rechter Daarop stapte de werknemer, ondersteund door vakbond FNV, naar de rechter. Hij verzoekt om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarop de cao en het sociaal plan van toepassing zijn. De werknemer beroept zich daarbij op de Europese Uitzendrichtlijn. Die schrijft voor dat een uitzendovereenkomst tijdelijk moet zijn. Van Upfield worden de volgende vergoedingen gevorderd: de blijfbonus op grond van het sociaal plan ten bedrage van € 6.966,42 (bruto); de beëindigingsvergoeding op grond van het sociaal plan van € 149.973,02 (bruto), dan wel, ingeval de kantonrechter oordeelt dat het sociaal plan niet van toepassing is, de transitievergoeding van € 22.509,28 (bruto); de gefixeerde schadevergoeding op grond van art. 7:672 lid 11 BW van € 15.969,91 (bruto); en de billijke vergoeding van art. 7:681 lid 1 BW ten bedrage van € 31.017,37 (bruto). De kantonrechter en het gerechtshof De kantonrechter gaat niet mee in het verzoek van de werknemer. De kantonrechter vindt het weliswaar zuur voor de werknemer dat hij na zo’n lange staat van dienst met lege handen staat. Maar dat maakt het nog geen misbruik, schrijft de kantonrechter in zijn vonnis. Volgens de kantonrechter slaagt het beroep op de Uitzendrichtlijn hier niet, omdat een burger zich niet rechtstreeks op een Europese richtlijn kan beroepen. Bovendien, zo vindt de kantonrechter, heeft Unilever/Upfield een goede reden om met uitzendkrachten te werken. Door de wisselende hoeveelheid werk heeft het bedrijf een flexibele schil nodig. Van belang daarbij is dat de uitzendkrachten, anders dan de werknemers in dienst, geen lijnverantwoordelijkheid hebben. Het gerechtshof volgt in hoger beroep het oordeel van de kantonrechter. Er is weliswaar sprake van een langdurige uitzendovereenkomst. Maar nergens blijkt volgens het hof dat op kunstmatige wijze de vorm van een uitzendovereenkomst is gegeven om de doelstellingen van de Uitzendrichtlijn te omzeilen. Lees ook: Advies AG aan Hoge Raad: Dertien jaar uitzenden bij één bedrijf is mogelijk misbruik van uitzendconstructie De Hoge Raad: 13 jaar werken als uitzendkracht is misbruik De werknemer en FNV gaan in cassatie bij de Hoge Raad. Deze haalt een streep door de uitspraak van het hof. De Hoge Raad stelt voorop dat uit de Europese Uitzendrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat uitzendwerk ook echt tijdelijk is. De Hoge Raad vindt een langdurige inzet van dezelfde uitzendkracht in principe een aanwijzing voor misbruik, tenzij er een zwaarwegende, objectieve verklaring bestaat. De algemene behoefte van een bedrijf aan een flexibele schil en aan flexibel in te zetten arbeid is dat volgens de Hoge Raad niet. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof om opnieuw te worden beoordeeld. Wetgeving Om de Europese Uitzendrichtlijn in Nederland te implementeren, zou voormalig minister Van Hijum (SZW) in 2025 een wetsvoorstel uitwerken waarin een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden wordt ingevoerd. Na afloop van deze termijn moet de inlenende organisatie een aanbod doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De termijn van 36 maanden sluit aan bij de duur van de ketenbepaling voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Lees ook: Minister Van Hijum: tijdelijkheid uitzenden met wet beperken tot 36 maanden Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags Hoge Raad, jurisprudentie, uitzendrichtlijn | 1 Reactie