Maandelijkse archieven: december 2025

Handhaving schijnzelfstandigheid: 800 bedrijfsbezoeken, arbeidsmarkteffect zichtbaar

De Belastingdienst heeft dit jaar 842 bedrijven bezocht om na te gaan of zij voldoen aan wet- en regelgeving rond schijnzelfstandigheid. Bij 237 bedrijven is gestart met een boekenonderzoek. Dat is een zwaardere controle; een bedrijfsbezoek geldt als een meer oriënterend gesprek waarna bijvoorbeeld een waarschuwing kan worden gegeven.

Het effect van de intensivering van de controles en alle communicatie over het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is ook terug te zien in arbeidsmarktcijfers. Het aantal zzp’ers daalt. Dat – en meer – schrijven minister Paul en staatssecretaris Heijnen in een brief aan de Kamer.

Inzet Belastingdienst

Zoals afgesproken heeft de Belastingdienst 80 fte ingezet op de handhaving schijnzelfstandigheid. Dat verloopt volgens de bewindspersonen volgens planning.

Het aantal bezoeken is – zoals vooraf ook aangekondigd – niet toegenomen. Wat veranderd is, is de eventuele consequentie van een onderzoek. Vanaf 2025 kunnen er weer naheffingen worden opgelegd; na 2026 kan er weer worden beboet.

2024 2025 (tot en met oktober)
  Totaal Onderhanden Afgedaan Totaal Onderhanden Afgedaan
Bedrijfsbezoeken 1115 370 745 842 436 406
Boekenonderzoeken 312 176 136 237 127 110
Aanwijzingen 20 nvt nvt Nvt
Verzoek beoordelen Modelovereenkomsten 166 63 103 nvt nvt Nvt
Verzoeken verzekeringsplicht 305 42 263 269 74 195


In de brief staat uitgelegd dat de medewerkers van de Belastingdienst een groot deel van hun tijd bezig zijn met uitleg en informatie, om zo opdrachtgevers te ondersteunen bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en het goed toepassen van fiscale regels. Het blijkt dat opdrachtgevers na zo’n bedrijfsbezoek vaak vrijwillig besluiten om de processen rondom het inhuren van arbeidskrachten te versterken. In dat geval vindt er geen boekenonderzoek plaats, mogelijk wel een extra bezoek om te controleren of de intenties ook zijn omgezet in daden.

Zachte landing

Het kabinet bevestigt dat de periode van een ‘zachte landing’ aan het einde van dit jaar afloopt. De Tweede Kamer verzocht eerder om het in 2025 nog een beetje rustig aan te doen. Daarom begint de Belastingdienst dit jaar in principe met een oriënterend bedrijfsbezoek.

Na 1 januari wordt dat anders. Vanaf dan kunnen er weer boetes worden opgelegd en zal sneller worden gestart met een meer formeel boekenonderzoek.
Eerder dit jaar nam de Kamer een motie aan om de periode van de zachte landing te verlengen. Het kabinet gaf snel daarna aan die motie niet te zullen uitvoeren, omdat dat “goed gedrag ontmoedigt” en juist partijen bevoordeelt “die geen werk hebben gemaakt van de aanpak van schijnzelfstandigheid”.
Het kabinet laat in haar brief weten vast te houden aan dat standpunt.

Communicatie

Paul en Heijnen leggen in de Kamerbrief verder uit dat bij beide ministeries het besef aanwezig is dat er behoefte blijft aan meer informatie. Naast de lopende communicatiecampagnes heeft de Belastingdienst daarom ook een vernieuwd Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 opgesteld.

Verder wordt verwezen naar de website ‘hetjuistecontract.nl’. Daar zijn nieuwe praktijkvoorbeelden uit sectoren aan toegevoegd. Het gebruik van de webmodule is afgenomen; de bewindspersonen weten niet waardoor dat komt.

Nieuwe wetgeving

Naast handhaving en communicatie is en blijft er behoefte aan nieuwe wetgeving. Het kabinet zet daarom de Vbar door. Deze wet, die bestaande rechterlijke uitspraken moet codificeren, moet voor de markt, de uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak inzichtelijker maken wanneer als zelfstandige of als werknemer kan worden gewerkt.

Binnen de Tweede Kamer is er weinig enthousiasme voor die wet. VVD, D66, CDA en SGP kwamen al met een alternatief – de Zelfstandigenwet – maar dat voorstel is nog verre van gereed.

Arbeidsmarkteffecten

De effecten van het beleid meetbaar maken is lastig, zo schrijven de bewindspersonen. Maar door verschillende methoden te gebruiken ontstaat wel een beeld. Analyses op basis van administratieve data (zoals KVK), fiscale aangiften en de Enquête Beroepsbevolking laten namelijk allemaal in meer of mindere mate zien dat zelfstandigen vaker overstappen naar loondienst. Vooral rond eind 2024 is een sterke toename te zien van zzp’ers die hun inschrijving beëindigen en binnen enkele maanden in loondienst gaan werken, zo valt te lezen. Ook zelfstandigen die hun onderneming aanhouden maar minder omzet draaien, bouwen hun zzp-activiteiten vaker af en breiden hun uren in loondienst uit.

Deze trend wordt bevestigd door fiscale gegevens: de groep zzp’ers die minder omzet behaalt en tegelijkertijd meer uren in dienstverband werkt, groeit gestaag sinds 2024. Tegelijkertijd wordt de groep zelfstandigen die juist meer omzet draait en minder afhankelijk is van loondienst kleiner. Uit de Enquête Beroepsbevolking blijkt bovendien dat steeds meer mensen hun hoofdbaan verschuiven van zelfstandigheid naar loondienst, wat erop wijst dat het zwaartepunt van hun werkinkomen vaker bij een werkgever komt te liggen dan in de eigen onderneming.

Op 18 december spreken de twee bewindspersonen met de Tweede Kamer over het handhavingsbeleid en de gevolgen daarvan.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Handhaving schijnzelfstandigheid: 800 bedrijfsbezoeken, arbeidsmarkteffect zichtbaar

Minder Europese arbeidsmigranten willen naar Nederland

Nederland verliest in rap tempo zijn aantrekkingskracht voor Europese arbeids- en kennismigranten. Waar in 2018 nog 623.000 Europeanen aangeven in Nederland te willen wonen en werken, zijn dat er in 2025 nog maar 457.000. Dat is een daling van 27 procent in zeven jaar tijd. Tegelijkertijd is Nederland op de internationale ranglijst van voorkeurslanden gezakt van plek 11 naar plek 13. Dat blijkt uit onderzoek van arbeidsmarktdataspecialist Intelligence Group.

Van magneet naar middenmoot

Uit het internationale onderzoek van Intelligence Group blijkt dat de arbeidsmobiliteit in heel Europa is gedaald en die naar Nederland in het bijzonder. Onder Europeanen die bereid zijn voor werk naar een ander land te verhuizen, komt Nederland minder vaak als voorkeursland naar voren en schuift ons land naar de middenmoot.

Waar Nederland aan het begin van deze eeuw nog bekend stond als open, tolerant en aantrekkelijk om in te leven, staat dat imago nu onder druk. In de data van Intelligence Group is zichtbaar dat kwaliteitsmotieven (betere levensstandaard, salaris, carrière) minder vaak worden genoemd. Daarvoor in de plaats komen meer ‘kwantitatieve’ motieven, zoals werkervaring opdoen.

Geert-Jan Waasdorp, CEO bij Intelligence Group, reageert: “Op de internationale arbeidsmarkt halen we een dikke onvoldoende. We overschatten onszelf als aantrekkelijk land. Nederland is voor Europese arbeidsmigranten zelden nog dé voorkeursbestemming en steeds vaker een van de ‘bijopties’. Dat heeft directe consequenties voor de hoeveelheid en de kwaliteit van werkenden die we nog kunnen aantrekken.”

Kantelpunt

De trend in de Intelligence Group-data sluit aan bij recente cijfers van het CBS. Daaruit blijkt dat het migratiesaldo uit typische arbeidsmigratie-landen al enkele jaren fors terugloopt, vooral vanuit Oost-Europa. Met name uit Polen, Roemenië en Bulgarije vestigen zich minder mensen in Nederland, terwijl er juist meer vertrekken.

Waasdorp: “In de CBS-cijfers zien we het kantelpunt heel scherp terug. Uit Polen vertrekken inmiddels zelfs meer mensen dan erbij komen. Dat komt niet alleen doordat het economisch beter gaat in die landen, maar ook doordat Nederland in hun ogen minder aantrekkelijk is geworden. Het doorlopende migratiedebat en de moeilijke woningmarkt zijn daarbij belangrijke factoren.”

Van kwaliteit naar kwantiteit

Buiten Europa ziet Intelligence Group nog steeds een grote groep talent dat graag naar Nederland zou willen komen. Maar juist daar liggen de drempels hoog: van strenge regelgeving en vergunningseisen tot een krappe huizenmarkt en complexe procedures.

“Wij laten internationaal talent dat wél wil komen nu vaak lopen. Is dat erg? Ja, zeker in sectoren als techniek, zorg en bouw, waar arbeidsmigranten een cruciale rol spelen,” zegt Waasdorp. “Tegelijkertijd is er ook nog steeds voldoende Europees talent voorhanden, mits werkgevers en Nederland zich aantrekkelijker willen positioneren. Werknemers van buiten Europa aantrekken, gaat de onaantrekkelijkheid van Nederland en Nederlandse werkgevers eerder vergroten dan verkleinen. Nog los van alle andere arbeidsmarkt-, sociale en huisvestingsproblemen die erbij komen kijken.”

Deze cijfers zijn gebaseerd op het internationale mobiliteitsonderzoek van Intelligence Group onder de Europese beroepsbevolking. Sinds 2007 brengt Intelligence Group continu in kaart in welke landen mensen willen werken, waarom en onder welke voorwaarden. In totaal gaat het om data uit een meerjarige steekproef van ruim 250.000 Europeanen, aangevuld met recente analyses over 2018–2025.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Minder Europese arbeidsmigranten willen naar Nederland

Gerechtshof stelt bestuurders uitzendbureaus persoonlijk aansprakelijk voor achterstallig loon

In een unieke uitspraak heeft het Gerechtshof Den Haag de bestuurders van de uitzendbureaus Uitzendplan en Green Group persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een totale schadelast van meer dan 1,1 miljoen euro. De bestuurders moeten nu persoonlijk de achterstallige lonen van honderden gedupeerde uitzendkrachten, ter hoogte van € 957.073, nabetalen. Daarbovenop komt een schadevergoeding aan de SNCU van ruim € 177.000. De uitspraak is een waarschuwing voor bestuurders van uitzendbureaus die listige trucs inzetten om te ontsnappen hun cao-verplichtingen jegens uitzendkrachten. Deze worden niet getolereerd door de SNCU. Maar ook niet door de rechterlijke macht.

Grootschalige onderbetaling

De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) startte onderzoeken naar Uitzendplan en Green Group na vermoedens van grootschalige onderbetaling. De onderzoeken brachten een totale materiële benadeling van uitzendkrachten aan het licht van € 563.372 bij Uitzendplan en € 393.701 bij Green Group.

Het Gerechtshof oordeelt dat de bestuurders in deze zaak een “persoonlijk ernstig verwijt” kan worden gemaakt. De bestuurders hebben de onderzoeken van de SNCU actief gefrustreerd en de vennootschappen bewust zo ingericht dat de schulden onbetaald zouden blijven.

Turboliquidatie niet getolereerd

Zo werd Uitzendplan, nadat de miljoenenclaim bekend werd, via een ‘turboliquidatie’ ontbonden. De rechtbank stelt vast dat de bestuurders de vennootschap als een “lege huls” hebben achtergelaten om bewust verhaal door de SNCU en de uitzendkrachten te frustreren. Bij het solvabele Green Group was er volgens het hof sprake van pure “betalingsonwil”. Het hof doorzag tevens de constructie waarbij één van de bestuurders officieel was afgetreden maar feitelijk nog steeds aan de touwtjes trok.

Reactie SNCU

Jaap Buis, directeur van de SNCU: ‘Dit is een mijlpaal in de strijd tegen malafide uitzendbureaus. Het arrest bevestigt waar wij al jaren voor vechten: bestuurders kunnen zich niet verschuilen achter een web van B.V.’s om vervolgens de rekening bij hun werknemers neer te leggen. Het Hof heeft kraakhelder geoordeeld dat wie willens en wetens een onderneming leegtrekt of simpelweg weigert te betalen, daarvoor persoonlijk de portemonnee moet trekken.’

Krachtig signaal

Deze uitspraak is een enorm krachtig signaal naar de hele sector. Het laat zien dat het recht zal zegevieren, ook al vergt het een lange adem. Wat dat betreft zou dit een waarschuwing moeten zijn voor ondernemers die uitzendkrachten moedwillig benadelen. De SNCU zal nu alles in het werk stellen om dit geld, inclusief de boetes, persoonlijk op de veroordeelde bestuurders te verhalen, zodat de gedupeerde uitzendkrachten eindelijk het loon krijgen waar zij recht op hebben. De SNCU zal nu het executietraject starten om de verschuldigde bedragen bij de bestuurders persoonlijk te innen.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Gerechtshof stelt bestuurders uitzendbureaus persoonlijk aansprakelijk voor achterstallig loon

Onrust onder detacheerders vanwege betalingsproblemen bij broker OneStopSourcing

OneStopSourcing, broker en MSP-dienstverlener voor diverse overheden, kampt met acute liquiditeitsproblemen. Door een verstoorde relatie met het eigen factoringbedrijf lukt het de organisatie momenteel niet om leveranciers en ingehuurde professionals tijdig te betalen. Het bedrijf werkt aan tijdelijke maatregelen en zegt dat een kapitaalinjectie van de grootaandeelhouder binnen enkele weken duidelijkheid moet bieden.

Factoringconflict als oorzaak

OneStopSourcing beheert ongeveer negenhonderd contracten voor ingehuurd personeel, waaronder veel zzp’ers en gedetacheerden die actief zijn bij onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer, de Raad van State, provincies en universiteiten.
Het bedrijf heeft in aanbestedingen gunstige betalingscondities toegezegd aan leveranciers, waardoor voorfinanciering noodzakelijk is. Die werkwijze werd ondersteund door een factoringconstructie, maar volgens de directie liep de samenwerking spaak nadat het factoringbedrijf de tarieven plotseling fors verhoogde. OneStopSourcing besloot daarop de relatie te beëindigen.

Bij het afbouwen van de factoringconstructie ging echter het nodige mis, erkent het bedrijf. De situatie leidt inmiddels tot oplopende onrust en frustratie bij leveranciers en zelfstandigen die wachten op betaling.

Tijdelijke maatregelen en kapitaalinjectie

Het bedrijf voert momenteel intensief overleg met klanten, leveranciers en zzp’ers om de acute problemen te mitigeren. Met enkele grote opdrachtgevers zijn al afspraken gemaakt over versnelde betalingen, waardoor openstaande facturen sneller kunnen worden voldaan. Met andere klanten wordt nog gesproken over vergelijkbare maatregelen.

Voor een structurele oplossing werkt de grootaandeelhouder van OneStopSourcing aan eigen kapitaalinjectie. Het vrijmaken van die middelen vergt volgens de directie nog wel meerdere weken.

Zie voor een uitgebreider verhaal over deze casus, plus meer toelichting van de directie van OneStopSourcing, dit artikel op ZiPconomy.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | 1 Reactie

Hoger pensioen compenseren in de nieuwe uitzend-cao: hoe gaat dat?

Per 1 januari 2026 verandert er nogal wat op pensioengebied. Om te beginnen komt er een nieuwe pensioenregeling. In de StiPP-regeling verdwijnt het onderscheid tussen de Basis- en Plusregeling en komt er één regeling. Ook werknemers in fase A/1-2, die nu nog in de Basisregeling mogen zitten, betalen voortaan een eigen bijdrage.

Daarnaast worden de premies voor werkgever én werknemer fors hoger. De werkgeverspremie stijgt van 8 naar 15,9 procent. Dat heeft gevolgen voor de kostprijs. Ook de werknemer krijgt te maken met een verdubbeling. Zit deze nu nog in de Basisregeling, dan wordt het verschil nóg groter. Want iemand in de Basisregeling betaalt nu niks, maar moet straks ook die 7,5 procent betalen. Het nettoloon gaat er dus een stuk op achteruit.

Henk Geurtsen heeft de veranderingen in onderstaande tabellen op een rij gezet.  

StiPP-pensioen

Nieuwe pensioenregeling m.i.v. 1-1-2026

  • Werkgeverspremie wordt 15,9% (nu 8%)
  • Werknemerspremie wordt 7,5% (nu 0% Basis / 4% Plus)
  • Beide premies over pensioengrondslag, dus na aftrek franchise
  • Kosten werkgever verdubbelen ongeveer t.o.v. huidige regeling
  • Werknemer gaat het merken in het netto loon, verdubbeling bijdrage t.o.v. Plus

Premie StiPP 2026

Let op: de franchise voor 2026 is nog niet vastgesteld door de StiPP. De werkelijke kosten kunnen dus enigszins afwijken van de berekeningen hierboven.

Nieuwe uitzend-cao

Per 1 januari 2026 gaat gelijktijdig de nieuwe uitzend-cao van kracht. Heeft de opdrachtgever een  pensioenregeling waarvan het werkgeverspercentage lager is dan dat van de StiPP?  Dan hoeft er niets te gebeuren. Heeft de opdrachtgever een  pensioenregeling waarvan het werkgeverspercentage hoger is dan de StiPP? Dan moet berekend worden of de medewerker recht heeft op een bedrag aan pensioencompensatie en zo ja hoeveel. 

In de nieuwe uitzend-cao wordt onderscheid gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. In die eerste categorie moet het geheel aan arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig zijn. Pensioen valt als enige niet-essentiële arbeidsvoorwaarde daarbuiten. Dat betekent dat als de opdrachtgever geen pensioenregeling of een goedkopere regeling heeft, je dit niet kunt uitruilen tegen andere arbeidsvoorwaarden.

Pensioen vertalen naar gelijkwaardige beloning

Maar hoe vertaal je de arbeidsvoorwaarde pensioen naar een gelijkwaardige beloning voor een uitzendkracht? In onderstaande tabel heeft Henk Geurtsen daarvoor de twee rekenmethodes onder elkaar gezet. Duidelijk is dat deze compensatie een behoorlijke impact op de kostprijs kan hebben.   

Gelijkwaardigheid pensioenregeling

Twee rekenmethodes om de waarde van de compensatie te bepalen. Uitgaande van verplichte StiPP-pensioen.

Methode 1

✔ Opdrachtgever heeft een werkgeverspremiepercentage van 20,9%

✔ Werkgeverspercentage StiPP is 15,9%

✔ Verschil is 5%

✔ Waarde compensatie:

→ Verschil in premiepercentage × pensioengrondslag StiPP (= sv-loon min de franchise)

Of de grondslag voor de premie bij de opdrachtgever anders is dan bij de StiPP blijft hier buiten beschouwing.

Methode 2

✔ Berekening van het werkelijke verschil in werkgeverspremie

✔ Werkgeverspremie StiPP

→ Pensioengrondslag StiPP (= sv-loon min de franchise) × 15,9% = premie uitzendwerkgever

✔ Werkgeverspremie opdrachtgever

→ Pensioengrondslag opdrachtgever × premiepercentage = premie opdrachtgever

✔ Waarde compensatie:

→ Werkgeverspremie StiPP min werkgeverspremie opdrachtgever

Hierbij wordt het verschil in grondslag meegewogen.

Waarde van de compensatie

Methode 1
Verschil in premiepercentage x pensioengrondslag StiPP
(=sv-loon min de franchise) x 0,853*)
Methode 2
Werkgeverspremie StiPP min werkgeverspremie opdrachtgever x 0,853*)

*) dit is de correctiefactor voor 2026. Deze wordt jaarlijks vastgesteld.

De uitzendkracht moet de waarde van de compensatie ontvangen (naar keuze van de werkgever is dat methode 1 of 2).
Dit moet via een (van de essentiële) arbeidsvoorwaarden, bijv. toeslag op het loon / diversen
bruto.
De compensatie mag ook op een andere manier worden berekend, maar mag dan niet
lager uitkomen dan methode 2.

Methode 2 is ingewikkelder om te berekenen. Of dit tot een lagere compensatie leidt, hangt af van wat er bij het pensioenfonds van de opdrachtgever wel of niet wordt meegeteld in de pensioengrondslag. Bij de StiPP tellen alle bruto loonbestanddelen mee. Er zijn diverse pensioenfondsen waarbij bijvoorbeeld overwerk en toeslagen buiten beschouwing blijven. Dat kan tot aanzienlijke verschillen in de berekening leiden.

Vakantiebijslag betalen in 2025 of in 2026?

Je denkt er misschien niet zo gauw aan dat de nieuwe pensioenpremies ook gevolgen hebben voor onder meer de vakantiebijslag. Ook daarover wordt de pensioenpremie hoger. Het kan daarom slim zijn om die nog in 2025 tussentijds uit te betalen. Je moet dat dan wel met de uitzendkracht overeen zijn gekomen. 

Stel, een werknemer heeft in december een reservering van € 1000 aan vakantiebijslag. Keer je die in 2025 uit, dan betaal je € 80 pensioenpremie over de vakantiebijslag. Doe je dat pas volgend jaar, dan ga je daarover de hogere pensioenpremie betalen. Dat scheelt de werkgever € 79 en de werknemer afhankelijk van de regeling € 35 tot € 75 bruto. Daar staat natuurlijk tegenover dat de werknemer in 2026 op basis van de nieuwe regeling pensioen zou opbouwen. Maar veel uitzendkrachten zullen opteren voor de uitbetaling in december met een hoger netto loon. 

Nieuwe tool voor berekening arbeidsvoorwaarden en de kostprijs

Experts in Flex heeft samen met de NBBU een nieuwe tool ontwikkeld die helpt bij het samenstellen van arbeidsvoorwaarden, het vergelijken met die van de opdrachtgever en het berekenen van kostprijzen. De tool is voor ieder uitzendbureau en detacheringsbureau verkrijgbaar tegen een licentievergoeding. Voor NBBU-leden is de tool geheel gratis.

 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , , | 1 Reactie