"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

De uitzendbranche: van slecht imago naar voorkeursleverancier van flex

Mensen aan werk helpen, bestaat al eeuwenlang. Maar het uitzenden zoals we dat tegenwoordig kennen, is veel jonger. Bas Hengstmengel schreef een boek over de geschiedenis van de uitzendbranche in Nederland.

Bas Hengstmengel

Op 4 juli 2024 vierde de Stichting Naleving Cao voor Uitzendkrachten (SNCU) haar twintigjarig jubileum. Dit was de directe aanleiding voor Bas Hengstmengel, advocaat bij deze stichting, om het boek De geschiedenis van de uitzendbranche in Nederland te schrijven. “Het leek me leuk om iets te schrijven over het ontstaan en de ontwikkeling van de SNCU. Daarbij vond ik het nuttig iets van de context te kennen. Maar er bleek geen overzichtswerk te bestaan van de geschiedenis van de uitzendbranche in Nederland. Zo ontstond het idee om zelf een boek over dit onderwerp te schrijven.”  

“Het bemiddelen van mensen naar werk is feitelijk al zo oud als de mensheid.” Maar het concept van uitzenden zoals we dat nu kennen ontstond pas zo’n honderd jaar geleden. Hengstmengel beschrijft in zijn boek hoe uitzenden van een niet duidelijk afgebakend iets binnen de arbeidsbemiddeling is ontwikkeld tot de preferente vorm van flexibele arbeid. “In het begin was arbeidsbemiddeling een soort overkoepelende term waar van alles onder viel. Het was niet duidelijk afgebakend, ook wettelijk niet”, vertelt Hengstmengel. 

De opkomst van arbeidsbemiddeling

De reden voor de opkomst van arbeidsbemiddeling? “Dat heeft deels te maken met werkloosheid”, zegt Hengstmengel. “Met name in de jaren dertig was dat een groot probleem. Het was ook een sociaal probleem, dus ging de overheid  zich ermee bemoeien. Ook in het kader van armoedebestrijding. Eerder hadden vakbonden zich al wel met arbeidsbemiddeling beziggehouden, maar de overheid trok het in de jaren dertig naar zich toe. Dat was ook het begin van de regulering.” 

Hengstmengel vertelt dat er toen nog geen sprake was van een werkgeversrol bij de bemiddeling. Het ging vooral om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, zoals we dat tegenwoordig zien bij arbeidsbemiddelaars.

Werkgeversrol

De werkgeversrol van uitleenbureaus en uitzendbureaus is van latere datum. Uitzendbureaus kwamen op in de jaren twintig in de VS en hier in Nederland in de jaren veertig. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog werd het een groter verschijnsel, zeker vanaf de jaren zestig. Daarbij is nog lang de discussie gebleven hoe je uitzenden juridisch moet zien. Zijn de uitzendbureaus werkgevers of zijn de uitzendkrachten een soort zzp’ers of nog iets anders?

“Die discussie wordt uiteindelijk pas beslecht in 1999 met de komst van de Wet flexibiliteit en zekerheid. Daarin wordt heel duidelijk gezegd dat een uitzendkracht een werknemer is en een uitzendbureau een werkgever”, aldus Hengstmengel. Hij noemt dit ook het grote kantelpunt in de geschiedenis van de uitzendbranche. “Op dat moment is er eigenlijk volledige erkenning voor uitzendarbeid. Ze noemen dat ook wel de pacificatie van uitzendarbeid. Vakbonden en overheid zeggen: ’Dit is gewoon een normale branche. We gaan het goed reguleren en in de wet verankeren. Vanaf dat moment is het duidelijk wat uitzenden juridisch is.’” Dit is ook het moment waarop het opbouwen van pensioen door uitzendkrachten start en vanaf dat moment is de sociale zekerheid goed geregeld. 

Malafide koppelbazen

Maar de uitzendbranche werd niet altijd als ‘normale’ branche gezien. In de beginperiode hadden uitzendbureaus veel last van het slechte imago van koppelbazen. Koppelbazen lokten mensen weg bij bedrijven om hen vervolgens voor veel geld daar weer te plaatsen. Ze betaalden vaak geen belastingen en premies. Uitzendbureaus werden heel erg geassocieerd met deze koppelbazen en allerlei malafide praktijken. 

Dit was ook een belangrijke reden om begin jaren zestig de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) op te richten: om het beeld te bestrijden dat uitzenders koppelbazen zijn, en te laten zien dat het juist een fatsoenlijke branche is.  

Vergunningstelsel

In de jaren zeventig kwam er een vergunningenstelsel voor uitzendbureaus. Vanuit de uitzendbranche werd dit positief ontvangen, vertelt Hengstmengel. “Enerzijds omdat het een legitimering was. Anderzijds omdat het allerlei malafide figuren buiten de deur hield. De uitleenbureaus (koppelbazen), waar uitzendbureaus heel veel last van hadden, namen snel in aantal af. Dus die eerste vergunning had eigenlijk wel een positief effect. 

Later is daar een ander soort vergunningstelsel voor in de plaats gekomen, wat eigenlijk vrijwel niet gecontroleerd werd. Toen zag je dat de vergunning eigenlijk inhoudsloos werd en deze is daarom op een gegeven moment ook afgeschaft.” 

Faciliteren werkgelegenheid

In de loop van de tijd krijgen uitzendbureaus een steeds grotere rol in de bestrijding van werkloosheid. De rol van uitzendbureaus in het faciliteren van werkgelegenheid werd in de jaren tachtig een belangrijke factor in de acceptatie van uitzendarbeid. Men zag in dat uitzendbureaus ook een nuttige economische functie vervulden. De overheid, die heel lang zelf geprobeerd had om de arbeidsbemiddeling te regelen, zag in dat uitzendbureaus er eigenlijk veel beter in waren. Dat zij vraag en aanbod veel beter bij elkaar kunnen brenge en de allocatiefunctie beter kunnen vervullen. Ook dit is een omslagpunt. “Uitzendbureaus worden een voorbeeld van hoe je het zou kunnen doen.” 

Preferente vorm van flex

Vanuit een tijd waarin bonafide uitlenen met winstoogmerk geen optie was, is uitzenden in de loop van de jaren dus uitgegroeid tot een voorbeeld. Tegenwoordig zijn er echter veel meer vormen van flex dan uitzenden alleen. Voor de vakbeweging is het uitzendbureau de preferente leverancier van flexibele arbeid geworden. Binnen het brede palet aan flexibele arbeid is uitzenden een goed gereguleerde vorm, waarin uitzendkrachten rechten opbouwen, inclusief pensioen. 

“De plek die flexibele arbeid in brede zin krijgt op de arbeidsmarkt is een spannende discussie”, aldus Hengstmengel. Daarnaast is het spannend hoe de wetgeving en rechtspraak vanuit Europa zich gaat ontwikkelen. Bijvoorbeeld met betrekking tot gelijke of gelijkwaardige beloning en de tijdelijkheid van uitzendarbeid. “De Europese invloed zal een belangrijk stempel drukken op de toekomst van de uitzendbranche in Nederland.”

Het boek De geschiedenis van de uitzendbranche van Nederland is verkrijgbaar via Edustore. De auteur Bas Hengstmengel is ruim 10 jaar werkzaam geweest bij de SNCU. Per september start hij bij BVD Advocaten.

Lees ook:

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.