Maandelijkse archieven: juli 2023

Nederland zit nu in top 10 van meest complexe payroll-landen

Nederland staat dit jaar op de achtste plek van de Global Payroll Complexity Index, een ranglijst van landen met de meest complexe payrollverwerking. 

De complexiteitscore voor Nederland is ten opzichte van 2021 met 2% gestegen. Toen stond Nederland nog op plek 16. De stijging komt volgens HR Tech bedrijf Alight Solutions, die de lijst opgesteld heeft, mede door strengere eisen met betrekking tot rapportering aan de overheid, wijzigingen in ouderschapsverlof en minimumloon en het vermelden van beeïndigingsredenen van personeelscontracten.

De 10 landen met de meest complexe payrollverwerking zijn:

Het tweejaarlijkse rapport rangschikt een top 40, van de bijna 200 landen waar Alight payroll verwerkt, op basis van cruciale payrollvereisten waaronder belastingregels, verplichte inhoudingen, sociale zekerheidsbijdragen en rapportagevereisten.

Toename complexiteit van payroll
De resultaten laten zien dat de complexiteit van de payrollverwerking in de top 10 landen 29 procent hoger is dan in de overige 30 landen in de index. Drie factoren hebben hier een grote invloed op gehad: verplichte inhoudingen, berekeningen voor sociale zekerheid en soorten verplichte overheidsrapportages. Daarnaast laat het onderzoek een toename in complexiteit bij overheden zien, die nieuwe payrollvereisten hebben geïmplementeerd om de rechten en het welzijn van werknemers te ondersteunen.

“Elk land heeft unieke en complexe structuren, regels en vereisten. Bedrijven die de inzichten en kennis hebben die nodig zijn om in te spelen op de steeds veranderende payrollomgeving, kunnen beter meebewegen met trends en beter geïnformeerde beslissingen nemen die helpen hun kosten te optimaliseren”, zegt Cesar Jelvez, Chief Professional Services en Global Payroll Officer bij Alight. “Organisaties die niet flexibel genoeg zijn om een effectief payrollproces te leveren, lopen het risico op reputatieschade, het niet naleven van regelgeving en het nalaten van het welzijn van werknemers.”

Ontdek de ranglijst van de top 40 landen, op basis van payrollcomplexiteit, en verken de nieuwste wereldwijde payrolltrends hier.

Geplaatst in Nieuws | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Nederland zit nu in top 10 van meest complexe payroll-landen

Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Verplichte certificering, ga er nu al mee aan de slag’

De verplichte certificering voor uitzenders is politiek nog niet rond en loopt vertraging op. “Maar uitstel is geen afstel. Die verplichte certificering gaat er komen”, waarschuwt Patrick Tom (directeur Bureau Cicero). Zijn boodschap aan zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers: ‘Bereid je nu al goed voor, anders wordt het een flinke teleurstelling.”

De invoering van de verplichte certificering voor (uitzend)bureaus stond aanvankelijk gepland voor 1 januari 2025, maar dit loopt zeker vertraging op. Na forse kritiek van de Raad van State (RvS) komt minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) pas na de zomer met een aangepast wetsvoorstel, wat volgens Van Gennip ‘onvermijdelijk’ gevolgen voor de planning heeft.

Wordt de CI een Zbo of AMvB?

De RvS adviseert een eenvoudiger stelsel waarbij de overheid een centrale rol speelt. Volgens Tom spitst deze kritiek zich toe op enkele vraagstukken, waaronder de inrichting. De minister wenst een Zelfstandig bestuursorgaan (Zbo) op te richten middels een privaatrechtelijke stichting. Die kan dan als certificerende instelling (CI) certificaten uitgeven en intrekken en wordt verantwoordelijk voor het normenkader waarin werkgevers- en werknemersorganisaties zullen participeren. De RvS merkt op dat het regeringsbeleid is om terughoudend te zijn met de wettelijke instelling van nieuwe onafhankelijke instanties en adviseert het normenkader te regelen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB). “De vraag is of de minister haar eigen keuze gaat motiveren of dit gaat aanpassen zoals de RvS wil? Dat is een juridische kwestie.”

Verschil handhaving en audits

De CI moet gaan samenwerken met private inspectie-instellingen, zoals Bureau Cicero, die de inspecties uitvoeren en rapporteren aan de CI. Daarbij zal de methodiek niet veel verschillen van het bestaande SNA keurmerk. Tom wil benadrukken dat hun taak wezenlijk verschilt met die van de Arbeidsinspectie, die verantwoordelijk is voor de handhaving. “Het is een misvatting te denken dat wij handhavers zijn. Wij beoordelen op basis van de aangeleverde (personeels-, loon- en financiële) administratie of bedrijven voldoen aan de wet- en regelgeving, halen de onjuistheden eruit en helpen daarmee ook organisaties te professionaliseren. De echte boeven weer je dan. In de grijze gebieden is het de Arbeidsinspectie die de handhaving doet.”

“Wij hebben geen mandaat om bedrijven te beboeten als zij zich niet aan de wet houden. We hebben immers geen sanctionerende bevoegdheid. Wij doen dus ook geen invallen om te kijken of de werkelijke situatie en de administratieve situatie overeenkomen. Als wij Pieter in de administratie zien en in de praktijk blijkt bij de opdrachtgever Pjotr zonder werkvergunning te werken, zonder dat dit uit de administratie blijkt, dan is dat aan de Arbeidsinspectie.”

Samenspel

Volgens Tom moet er een samenspel zijn tussen de private inspectie-instellingen die de audits uitvoeren en de Arbeidsinspectie voor de handhaving, waarbij ieder zijn rol heeft. Alleen maar focussen op handhaving gaat niet werken volgens hem. De Arbeidsinspectie – die sowieso een capaciteitsprobleem heeft – is niet in staat de hele markt te handhaven, stelt hij. “Als de certificering helemaal langs de as van de handhaving wordt ingericht krijg je een onbetaalbaar systeem waarvoor er misschien wel 500 tot 1.000 arbeidsinspecteurs moeten worden opgeleid die op dagelijkse basis moeten gaan onderzoeken en invallen moeten gaan doen. Dat is niet reëel. Dat is operationeel onbeheersbaar en materieel gezien onbetaalbaar.”

Tom ziet meer in een ‘confectiemodel’ waarbij private bureaus (zoals Cicero) ‘effectieve, efficiënte audits’ uitvoeren. “Dan moeten organisaties hun interne processen zo goed op orde hebben dat frauderen bijna niet mogelijk is. Dat doen wij bijvoorbeeld door ook te kijken ook naar kasstromen. Als wij iets verdachts zien, kunnen wij aangeven dat dit ongebruikelijk is en het afkeuren. Daarmee kun je niet direct alle misstanden uitwassen, maar heb je wel een kostenvriendelijke manier om de hele markt te toetsen.”

Tom is voor zelfregulering. Onder voorwaarden. ”De handhaving moet zodanig georganiseerd zijn dat bedrijven weten dat de pakkans groot is als zij zich schuldig maken aan misstanden. En dat de sanctionering in de keten hoog genoeg is. Dus ook opdrachtgevers zijn verantwoordelijk en moeten hun organisatie (administratie) op orde hebben. En dat toetsen wij dan weer.”

Waar bestaat de certificering uit?

De certificering gaat uit van bestaande keurmerken (zie afbeelding). Zo geldt het SNA-keurmerk (voornamelijk naleving fiscale afdrachten, legaliteit arbeid en het hebben van een procedure voor het betalen van het loon) als basis. Het SNA-keurmerk zal waarschijnlijk worden uitgebreid met enkele onderdelen, zoals aanvullingen op het gebied van betaling van het juiste loon op grond van de loonverhoudingsnorm (inlenersbeloning), goed informeren over arbeidsvoorwaarden, een verklaring omtrent gedrag en een bankgarantie (waarborgsom). Toms’ collega Paul Heinrichs vatte het in een eerder artikel op ZiPconomy als volgt samen: “De verplichte certificering kun je zien als een totaalpakket. Naast SNA zitten daar ook de elementen van de andere bestaande, vrijwillige certificeringen in, zoals SNF (huisvesting), PayOK (beloning, arbeidsvoorwaarden) en VCU (veiligheid). Het grote verschil is dat alles in één certificering komt. En het wordt dus verplicht.”

Heel veel extra werk

Bureau Cicero is al aan het voorsorteren op het vele extra werk dat verplichte certificering met zich mee zal brengen, vertelt Tom. “Wij zullen naar verwachting een verdriedubbeling qua markt krijgen en we naar schatting moeten er 300 inspecteurs opgeleid worden.”

De te certificeren markt is namelijk groot. Op dit moment zijn ‘slechts’ 3.800 uitleenbureaus SNA-gecertificeerd terwijl er 39.000 ondernemingen geregistreerd staan in het handelsregister als uitleenbureau. “We gaan er daarbij van uit dat er naar schatting 12.000 bedrijven gecertificeerd moeten worden”, rekent Tom voor.
Daar komt bij dat de te toetsen norm ook veel uitgebreider zal zijn dan het SNA-keurmerk. “De tijdsbesteding die nodig is om de nieuwe norm te toetsen verdubbelt waarschijnlijk ook. Dus er is nog heel veel werk te doen. Dat wordt ‘a hell of a job’, maar niet onmogelijk. We hebben wel tijd nodig om dit goed te organiseren. Ik verwacht dat wanneer wij volgend jaar kunnen beginnen, we dit in 2027 volledig georganiseerd kunnen hebben.”

Tom: “Daarbij is het natuurlijk erg leuk om mee te mogen werken aan het creëren van een nieuw hoofdstuk in het uitzendlandschap. Ook op het gebied van carrièreperspectieven. We merken dat veel mensen met salaris of financiële kennis in deze sector dat dan ook interessant vinden. Voor die mensen is in de nabije toekomst een leuke rol weggelegd in een auditors rol bij Bureau Cicero. Voor die mensen is het goed om te weten dat zij bij ons zeer welkom zijn en niet hoeven te schromen zicht zich te melden.”

Voor wie gaat de certificering gelden?

De kern van het verplichte certificeringssysteem is:

  1. dat alle uitleners zich moeten laten certificeren als zij arbeidskrachten ter beschikking willen stellen; en
  2. dat alle ondernemingen die gebruik willen maken van ter beschikking gestelde arbeidskrachten uitsluitend mogen inlenen van gecertificeerde uitleners. Dit geldt dus ook voor doorleensituaties.

Deze certificering gaat dus gelden voor alle bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen conform de WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs). Hieronder vallen:

  • uitzenders
  • payrollers
  • detacheerders (zie kader)
  • doorleners
  • schijnconstructies, zoals zzp onder leiding en toezicht van klant

Deze bedrijven mogen, zoals de minister het nu beoogt, zonder certificering vanaf 2025 geen arbeidskrachten plaatsen bij opdrachtgevers. En opdrachtgevers mogen geen zaken meer doen met niet-gecertificeerde bedrijven voor de inhuur van personeel. De opdrachtgever is dus verplicht zich ervan te vergewissen dat alle partijen in de keten gecertificeerd zijn (vergewisplicht).

Opdrachtgever, krijg inzicht in de keten

Dat het wetsvoorstel voor verplichte certificering vertraging oploopt, betekent niet dat bureaus en inlenende bedrijven rustig kunnen afwachten. In tegendeel, stelt Tom. “Uitstel is geen afstel. Die verplichte certificering gaat er komen.”

Zijn advies aan opdrachtgevers (inleners): “Bereid je nu al goed voor. Opdrachtgevers krijgen straks een registratieplicht voor alle arbeidskrachten die onder leiding en toezicht bij hen werken. En zij krijgen de verplichting te beoordelen of de juridisch werkgever (uitzender, detacheerder) van die arbeidskracht gecertificeerd is. Dat betekent dat de ketenbeheersing nog belangrijker wordt. Als organisatie doe je er goed aan nu al vast te leggen wie binnen de flexschil voor jou werkt, wie dat doet onder leiding en toezicht en wie niet?”

Tom geeft een tip: leg de arbeidsrelatie vast. Is die flexkracht in dienst bij een partij in de keten of is dat iemand die middels een overeenkomst van opdracht (OVO) zelfstandig werkt. “Dat geeft je inzicht in de risico’s. Als jij als opdrachtgever hebt vastgelegd dat er een OVO is en concludeert dat er sprake is van leiding en toezicht, dan kan dat dus niet. Dat impliceert een fictieve dienstbetrekking. Zorg dat je inzicht in de keten krijgt en ga met jouw leveranciers in gesprek.”

Bureaus, vraag het certificaat op tijd aan

Tom doet ook een dringende oproep aan uitzend- en detacheringsbureaus: ‘meld je op tijd aan!’ “Het is op dit moment onduidelijk wat het startmoment van de verplichte certificering zal zijn. Maar ondanks het uitstel van de wetgeving is het belangrijk je als uitzend- of detacheringsbureau op tijd aan te melden. Vooralsnog geldt de datum van 1 augustus 2024. Bureaus die vóór 1 augustus 2024 een certificaat hebben aangevraagd komen in een wachtrij (en mogen sowieso blijven uitlenen tot zij aan de beurt zijn voor de certificering). Meld je je te laat aan, dan heb je een probleem. Dan moet je als uitzend- of detacheringsbureau per 1 januari 2025 dat certificaat hebben anders ben je beboetbaar. De kans is groot dat er dan nog niet voldoende inspectiecapaciteit is – en je dus niet op tijd een certificaat krijgt – en dan val je dus buiten de boot. Opdrachtgevers zullen dan geen zaken meer met je willen doen.”

Toms’ boodschap: “Bereid je nu al goed voor. Alle bedrijven die aan ter beschikking stellen van arbeid doen moeten hun financiële administratie op orde maken. Ook een onderneming die 95% aanneming van werk doet en maar 5% aan ter beschikking stellen moeten die activiteiten splitsen in hun administratie. Dat zal getoetst worden. Dus ook grote bedrijven als bijvoorbeeld Microsoft zullen hieraan moeten voldoen.”

Onbewust onbekwaam

Tom maakt zich vooral zorgen over de onbewust onbekwame flexondernemers. “Dit zijn opportunistische ondernemers die zich wel aanmelden voor certificering – want ze moeten zich houden aan wet- en regelgeving – maar er niet echt mee bezig zijn. Vaak is dat geen onwil, maar komt het voort uit een kennislacune.” Wat Bureau Cicero betreft heeft het geen zin om je te laten certificeren alvorens er echt maatregelen zijn genomen. “Het wordt heel druk met een grote wachtrij en wij willen het liefst partijen verder helpen die het ook echt willen. Als een onderneming ons niet in staat stelt een goede audit te doen, is dat voor iedereen zonde van de tijd en het geld. Je maakt dan wel veel kosten voor het niet krijgen van een certificaat. En heb je dus geen toegang meer tot de markt.

Toms’ advies: “Kijk kritisch naar jouw processen en zaken als kostprijsberekening. Omring jezelf met een netwerk dat je verder kan helpen, ga in gesprek met opdrachtgevers. Wacht niet tot 2025. Op het moment dat wij binnenstappen en vaststellen dat er heel veel gerepareerd moet worden, ben je niet op tijd klaar en zonder certificaat mag je geen flexkrachten meer leveren. Bereid je nu al goed voor, anders wordt het een flinke teleurstelling.”

Minister Van Gennip heeft opgeroepen niet te wachten op wetgeving en nu al de handschoen op te pakken en dat is ook Toms’ boodschap, aan flexbedrijven, maar ook aan opdrachtgevend Nederland. “Elke grote onderneming heeft een flexibele schil. Als je in een tijd van arbeidsmarktkrapte er te laat achter komt dat cruciale leveranciers geen flexkrachten meer mogen leveren, dan heb jij als opdrachtgever een probleem. Het zou toch vervelend zijn als we in 2025 weer een leegloop van flexkrachten krijgen op de luchthaven omdat daar niet meer gewerkt mag worden vanwege het ontbreken van een certificaat van leveranciers die deze arbeidskrachten ter beschikking stellen.”


Ook certificering detacheerders

De certificeringsplicht gaat gelden voor alle bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen conform de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). Dus ook voor detacheerders. Patrick Tom zegt hierover: “De verplichte certificering heeft als doel het gelijkheidsbeginsel na te streven. Dat is op zich een groot goed.” Dat de certificering ook gaat gelden voor detacheerders begrijpt Tom wel. “We kennen in Nederland nu eenmaal geen juridisch onderscheid tussen uitzenden en detacheren. Het valt beide onder de WAADI door het containerbegrip ‘ter beschikking stellen van arbeid’. Daarbij is de primaire vraag ‘is er sprake van leiding en toezicht?’ Dat is heel diffuus. Hoewel detacheerders stellen dat de gedetacheerden bij hen in dienst zijn, is er ook bij gedetacheerden vaak sprake van leiding en toezicht op de werkplek (opdrachtgever, red.). Dan vallen zij dus onder de WAADI. Ik begrijp de sentimenten bij detacheerders, maar dat is op dit moment nu eenmaal de wet- en regelgeving.

“Dus ook detacheerders moeten zorgen dat zij de toets op gelijke behandeling kunnen doorstaan (zoals de inlenersbeloning, red.). Ook zij moeten zorgen dat ze compliant zijn en in control blijven. Dat is een administratieve last waarop detacheerders niet zitten te wachten, maar het is niet onoverkomelijk.”

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Verplichte certificering, ga er nu al mee aan de slag’

Wet Goed Verhuurschap van kracht. Dit is waar uitzenders op moeten letten

Per 1 juli 2023 gelden er voor verhuurders en verhuurbemiddelaars nieuwe regels waar zij zich aan dient te houden. De Wet Goed Verhuurschap moet huurmisstanden voorkomen. Bijvoorbeeld tegen intimidatie en woondiscriminatie of te hoge borg.

Informeren

U moet de huurder bij het sluiten van het huurcontract schriftelijk informeren over de volgende punten:

  • De huurder mag de woning alleen gebruiken zoals met u is afgesproken;
  • U mag de woning alleen met toestemming van de huurder betreden. Er zijn enkele uitzonderingen voor deze regel. Bijvoorbeeld als er een dringende noodsituatie is;
  • De verschillende soorten huurovereenkomsten met de bijbehorende huur- en huurprijsbescherming;
  • Wat de huurder kan doen als de woning gebreken heeft. U kunt hiervoor verwijzen naar de overzichtspagina over de kostenverdeling bij gebreken op Rijksoverheid.nl. Raadpleeg zelf ook het Gebrekenboek (1 juli 2023) van de Huurcommissie. Daarin staat hoe zij mogelijke gebreken aan de huurwoning in het algemeen beoordelen;
  • Een overzicht van waarvoor de huurder naar de Huurcommissie kan of naar de kantonrechter. U kunt hiervoor verwijzen naar de overzichtspagina op Rijksoverheid.nl die ingaat op wanneer u naar de Huurcommissie kan en naar de kantonrechter;
  • Als u een waarborgsom in rekening brengt, moet u de huurder informeren over:
    • De hoogte van de waarborgsom;
    • Termijnen waarbinnen de waarborgsom moet worden terugbetaald;
    • De manier waarop de waarborgsom moet worden terugbetaald.
  • Contactgegevens waar de huurder vragen over de woning kan stellen;
  • Als u servicekosten bij uw huurder in rekening brengt, moet u de huurder informeren over:
    • De hoogte van de servicekosten;
    • Uw jaarlijkse volledige kostenspecificatie aan de huurder.

Vanaf 1 januari 2024 moet u de huurder ook informeren over de contactgegevens van het gemeentelijk meldpunt. Check bij de gemeente (waarin de woning staat) welke gegevens dit zijn.

Extra regels bij verhuur aan een arbeidsmigrant

Wanneer u de woning aan een arbeidsmigrant verhuurt, dan gelden volgens de Wet Goed Verhuurschap de volgende extra regels:

  • U moet de huurovereenkomst los van de arbeidsovereenkomst vastleggen;
  • De informatie over de algemene rechten en plichten van de huurder moet u aanbieden in een taal die de arbeidsmigrant begrijpt of waar hij de voorkeur aan geeft.

Vergunning voor de verhuur aan arbeidsmigranten

Ook voor de verhuur van een verblijfsruimte aan arbeidsmigranten kunnen gemeenten een verhuurvergunning instellen. Daarbij kunnen gemeenten voorwaarden aan de vergunning verbinden ten aanzien van het maximaal aantal personen per kamer, voorzieningen voor hygiëne en ten aanzien van voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voedsel. Deze vergunning is niet gebiedsgebonden.

Bron: Bureau Cicero

Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor Wet Goed Verhuurschap van kracht. Dit is waar uitzenders op moeten letten

Verbod op doorlenen van werknemers met een A1-verklaring per 1 juli 2023 onderdeel van SNA norm

Een in Nederland gevestigde SNA gecertificeerde onderneming moet op het moment dat zij personeel inleent aan wie een A1-verklaring is afgegeven, zorgdragen dat de organische band met de werkgever in het buitenland niet verbroken wordt. Per 1 juli 2023 wordt de controle bij een afgegeven A1-verklaring binnen het SNA-keurmerk aangepast.

Er wordt namelijk per 1 juli 2023 in de norm een onderscheid gemaakt tussen een A1-verklaring afgegeven op grond van artikel 12 EU-richtlijnen EC 883/2004 en EC 987/2009 (welke is bedoeld voor personen die maximaal 24 maanden gaan werken in een andere staat binnen de EER) en een A1-verklaring afgegeven op grond van artikel 13 EU-richtlijnen EC 883/2004 en EC 987/2009 (welke is bedoeld voor personen die in twee of meer andere EU-lidstaten aan het werk zijn). Op basis van dit onderscheid moet een SNA-geregistreerde ondernemingen vanaf 1 juli 2023 nagaan of en zo ja welke A1-verklaring aan vanuit in het buitenland ingeleend personeel is afgegeven. Op het moment dat dit een A1-verklaring afgegeven op grond van artikel 12 betreft, mag deze werknemer niet (meer) doorgeleend worden.

Daarnaast dient een in het buitenland gevestigde SNA gecertificeerde onderneming na te gaan dat zijn werknemer aan wie een A1-verklaring is afgegeven op grond van artikel 12 niet wordt in-en doorgeleend door zijn Nederlandse opdrachtgever. Om dit vast te kunnen stellen, dient er informatie uitgewisseld te wordt over de vorm van de dienstverlening (aanneming van werk of ter beschikking stellen van arbeidskrachten) in de keten waarin de werknemer werkzaam is. Alleen dan kan vastgesteld worden dat er geen sprake is van in- en doorleen van arbeidskrachten met een A1- verklaring afgegeven op basis van artikel 12.
Om ondernemingen enige tijd te geven deze uitbreiding in te regelen, zal in de periode 1 juli 2023 tot 1 januari 2024 door de inspectie-instelling geen afwijking maar een opmerking in het inspectierapport worden opgenomen wanneer niet vast te stellen is dat er sprake is van in- en doorleen.

Er is sprake van een A1-verklaring afgegeven op basis van artikel 12 als op de A1-verklaring bij punt 3 is aangegeven dat er sprake is van een ‘posted employed person’, optie 3.1. Zie bovenstaande afbeelding.

Er is sprake van een A1-verklaring afgegeven op basis van artikel 13 als op de A1-verklaring bij punt 3 is aangegeven dat er sprake is van een ‘Employed, working in two or more States, optie 3.2.

(Bron: SNA)

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Verbod op doorlenen van werknemers met een A1-verklaring per 1 juli 2023 onderdeel van SNA norm

Jansen & De Wit breidt uit met overname Uitzendbureau en H&S Personeelsdiensten

Jansen & De Wit vergroot regionale aanwezigheid in Noordoost Nederland met overnames van Flexi-Job en H&S Personeelsdiensten.

Jansen & De Wit breidt haar positie in Noordoost Nederland verder uit met de overnames van uitzendbureau Flexi-Job en H&S Personeelsdiensten. Beide bedrijven vormen een waardevolle toevoeging aan de portefeuille van Jansen & De Wit, dat vorig jaar ook al twee andere overnames heeft gedaan.

Flexi-job is gespecialiseerd in het leveren van uitzendkrachten in diverse sectoren, waaronder tuinbouw, recreatie, productie, metaal & techniek, schoonmaak, betonindustrie, bouw en logistiek. H&S Personeelsdiensten richt zich met name op detachering in de schilder-, bouw-, en afbouwbranche.

Versterking regionale aanwezigheid
Deze overname sluit aan bij de strategie van Jansen & De Wit om een sterke regionale aanwezigheid te creëren in Noord- en Oost Nederland. Jansen & De Wit is gespecialiseerd in detacheren, uitzenden, payrolling en het verzorgen van backoffice diensten voor intermediairs. Al bijna 25 jaar biedt het bedrijf deze diensten aan in diverse branches binnen het MKB-segment.

Krachtenbundeling door overname
“Met de overname van Flexi-Job en H&S Personeelsdiensten bouwen wij onze positie in de markt verder uit. Door het bundelen van onze krachten zijn we, naast het vergroten van ons marktaandeel, nog beter in staat te bemiddelen tussen opdrachtgevers en werkzoekenden. Wij zijn trots om zowel Flexi-Job als H&S Personeelsdiensten toe te mogen voegen aan de Jansen & De Wit familie en zijn overtuigd van het gezamenlijke succes in de regio”, aldus José Perik, algemeen directeur Jansen & De Wit.

Bron: Jansen & De Wit, 28 juni 2023

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Jansen & De Wit breidt uit met overname Uitzendbureau en H&S Personeelsdiensten