Maandelijkse archieven: februari 2021

Vierde actieweek cao Metalektro

Met werkonderbrekingen en een- of tweedaagse stakingen in het oostelijke deel van Noord-Brabant gaan CNV Vakmensen en FNV Metaal de vierde actieweek voor de Metalektro in.

Maandag 8 februari wordt het werk in en rond Boxmeer 24 uur neergelegd bij Marel, SPG Prints en Contiweb. Dinsdag 9 februari is ASML voor de tweede keer aan de beurt.

Staakstraten
In beide gevallen bieden zogenoemde ‘staakstraten’ de kans om virusveilig actie te voeren. Stakers melden zich met hun eigen voertuig op de actielocatie waar vervolgens het stakingsformulier wordt ingenomen. In tegenstelling tot de de gebruikelijke procedure gebeurt het staken zelf thuis of elders.

Tijdvakken
Arjan Huizinga (CNV Vakmensen): “Het werk ondervindt hinder of valt zelfs geheel stil, afhankelijk van de hoeveelheid werknemers of afdelingen die niet op het werk verschijnen. Alleen melden de stakers zich nu individueel en door ons bovendien ingedeeld in tijdvakken. Zodat in alle gevallen groepsvorming wordt vermeden en afstand houden eenvoudig is uit te voeren.”

Solidair
Peter Reniers (FNV Metaal): “Bij onze leden, maar zeker ook bij de niet georganiseerde werknemers bij ASML, staat solidariteit naar collega’s in de sector hoog in het vaandel. Het verbaast hen dan ook dat ASML, als innovatieve onderneming, niet het voortouw neemt richting werkgeverskoepel FME. En daar aandringt om met serieuze voorstellen te komen die aansluiten bij de wens van de vakbonden.”

Doel is een goede cao voor de 160.000 werknemers in circa 1.000 ondernemingen: een loonsverhoging, betere werk-privébalans, een vast contract na een jaar flex, en met het pensioen in zicht eerder kunnen stoppen of minder uren werken.

Bron: CNV Vakmensen/FNV Metaal, 5 februari 2021

Geplaatst in Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Vierde actieweek cao Metalektro

TNO: kosten verzuim door beroepsziekten 2,5 miljard euro

Werknemers die in 2018 een beroepsziekte opliepen, verzuimen gemiddeld 39 dagen méér dan werknemers die in dat jaar geen beroepsziekte opliepen. De kosten van dit extra verzuim worden geschat op 2,5 miljard euro. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2014. De verzuimkosten voor psychische beroepsziekten liepen op van 1 miljard euro in 2014 naar 2,1 miljard euro in 2018.

Dit blijkt uit de Arbobalans 2020 van TNO.

Zzp’ers minder vaak beroepsziekte
Bijna 4% van de werknemers (267.000) heeft naar eigen zeggen in 2018 één of meer beroepsziekten opgelopen. De kans hierop is toegenomen van 3,2% in 2014 tot 3,7% in 2018. Dit komt vooral door steeds meer psychische beroepsziekten (1,4% in 2014 en 1,9% in 2018). Het hoogste percentage beroepsziekten vinden we in de gezondheidszorg (4,9%), de industrie (4,5%) en de vervoerssector (3,8%). Zzp’ers rapporteren minder vaak een nieuwe beroepsziekte dan werknemers en de kans op een beroepsziekte blijft bij zzp’ers redelijk stabiel de afgelopen jaren.

Eén op de vijf verzuimdagen
Beroepsziekten leiden tot gezondheidsverlies, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en sterfte. Werknemers die in 2018 een beroepsziekte opliepen verzuimen gemiddeld 45 dagen. Dat is 39 dagen méér dan werknemers zonder nieuwe beroepsziekte. Werknemers met psychische beroepsziekten hebben het meeste extra verzuim: 60 dagen. In 2018 zorgden de beroepsziekten gezamenlijk voor bijna 10 miljoen extra verzuimdagen: 19% van het totaal en een verdubbeling ten opzichte van 2014.

Hogere kosten loondoorbetaling
Ook de kosten voor loondoorbetaling bij beroepsziekten zijn fors gestegen: van 1,2 miljard euro in 2014 naar 2,5 miljard euro in 2018, en zijn het hoogst in de gezondheidszorg (540 miljoen), gevolgd door de industrie (310 miljoen) en de handel (300 miljoen). De stijging komt naast de stijging van de loonkosten zelf en de toename van het aantal nieuwe psychische beroepsziekten vooral doordat werknemers met een psychische beroepsziekte meer dagen zijn gaan verzuimen. De verzuimkosten voor psychische beroepsziekten zijn daardoor opgelopen van 1 miljard euro in 2014 naar 2,1 miljard euro in 2018.

Trends in extra verzuimkosten door beroepsziekten onder werknemers - NEA 2014-2018 (TNO/CBS)
Trends in extra verzuimkosten door beroepsziekten onder werknemers – NEA 2014-2018 (TNO/CBS)

Ontevredenheid, hoge eisen en herhaling
De drie werkkenmerken die het meest samenhangen met alle beroepsziekten zijn: ontevredenheid met het werk, hoge taakeisen en herhalende bewegingen. Voor het verlagen van de kans op een beroepsziekte en de gevolgen daarvan lijkt aandacht voor deze factoren potentieel het meest effectief. Voor psychische beroepsziekten zou preventie zich moeten richten op ontevredenheid met het werk, een hoge moeilijkheidsgraad en conflicten met leidinggevende of werkgever. Voor beroepsziekten aan het bewegingsapparaat zijn dat de werkkenmerken herhalende bewegingen, ongemakkelijke werkhoudingen en hoge taakeisen.

Arbeidskwaliteit stabiel
De kwaliteit van arbeid in Nederland is redelijk stabiel, evenals de kans op een arbeidsongeval. De algemene gezondheid van werkenden neemt iets af en het (werkgerelateerde) verzuim stijgt. Psychosociale arbeidsomstandigheden, zoals werkdruk, lijken een grote rol te spelen bij deze uitkomsten.

De Arbobalans wordt tweejaarlijks door TNO samengesteld, in samenwerking met het CBS, RIVM en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, met steun van het ministerie van SZW.

Bron: TNO, 5 februari 2021

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor TNO: kosten verzuim door beroepsziekten 2,5 miljard euro

TNO: Kwart thuiswerkers wil blijven thuiswerken

Bijna een kwart van de thuiswerkers wil ook na de coronacrisis grotendeels thuis blijven werken. En 1 op de 7 wil meer thuiswerken.

Dit blijkt uit de laatste meting van het NEA-COVID-19 onderzoek van TNO.

Thuiswerken bevalt
Eind 2020 werkte bijna de helft van de werknemers thuis. Thuiswerken is dan ook een van de meest getroffen maatregelen op het werk. Maar er is nog ruimte voor groei: 14% van de werknemers die nog niet (volledig) thuis werkt geeft aan dat dat wel meer zou kunnen. Hoewel thuiswerkers vaak nog geen ideale werkplek hebben bevalt het thuiswerken vaak wel. Bijna 1 op de 4 werknemers geeft aan ook na COVID-19 grotendeels vanuit huis te willen werken.

Maatregelen per sector
De algemene maatregelen als handen wassen en afstand houden (85%) en thuiswerken (61%) worden volgens werknemers het vaakst toegepast. Andere maatregelen zijn afhankelijk van het type werk en de gevolgen voor de sector. In de industrie – waar veel productie is – worden vaker ploegen gescheiden terwijl in de ICT, financiële sector en openbaar bestuur – waar veel thuisgewerkt wordt – vaker een beperking wordt opgelegd in het aantal mensen dat tegelijk aanwezig mag zijn. De horeca en vervoerssector, die hard getroffen zijn door de pandemie, troffen maatregelen gericht op minder werken waaronder deeltijdontslag en het verplicht opnemen van verlofdagen, terwijl in de zorg juist vaker verlof werd ingetrokken, om voldoende personeel aan het werk te kunnen hebben.

Meer thuiswerken
Eind 2020 werkte 48% van de werknemers thuis: 35% volledig en 14% combineerde thuiswerken met werken op locatie. In de zomer van 2020 werkte 45% van de werknemers thuis (29% volledig en 16% in combinatie met werken op locatie). Maar nog niet al het werk dat thuis gedaan kan worden, gebeurt al thuis. Bijna 1 op de 7 (14%) werknemers die niet volledig thuiswerkt geeft aan dat zij hun werk ook meer thuis zouden kunnen doen. Dit is 9% van alle werknemers. Ongeveer de helft van deze mensen (4,4% van alle werknemers) gaat toch naar het werk omdat het bedrijf dat wil en de andere helft (4,8% van alle werknemers) omdat ze dat zelf willen.

Meer zitten
De arbeidsomstandigheden van thuiswerkers zijn nog niet ideaal: 45% van de thuiswerkers heeft behoefte aan extra middelen voor een goede werkplek. Daarnaast zijn thuiswerkers nog meer gaan zitten. Bijna 90% zit minstens 6 uur per dag achter een beeldscherm, gemiddeld bijna 8 uur per dag. Ook in de vrije tijd zitten thuiswerkers nog eens 5 uur, een uur en drie kwartier meer dan eind 2019 en drie kwartier meer dan van de zomer.

Blijven thuiswerken
Toch zijn er ook positieve signalen. Zo is er een duidelijke afname in ongewenst gedrag, zowel van klanten als van collega’s of leidinggevenden. Ook laat het onderzoek geen toename in de fysieke en mentale klachten van thuiswerkers zien. Al met al is 3 op de 4 op dit moment tevreden met het leven. Ondanks de niet ideale omstandigheden lijkt het thuiswerken dus wel te bevallen. Bijna 1 op de 4 thuiswerkers wil ook na de crisis grotendeels thuis blijven werken. Daarnaast wil 43% thuiswerken combineren met werken op locatie.

NEA-COVID-19 is een vragenlijst-onderzoek onder ongeveer 10.000 deelnemers die ook de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2019 hebben ingevuld. Cijfers over thuiswerken uit dit onderzoek zijn niet goed vergelijkbaar met die van het gedragsonderzoek van het RIVM op het coronadashboard. De TNO-data bevat alleen werknemers terwijl de RIVM-data ook zelfstandigen bevat. Ook presenteert TNO thuiswerken onder alle werknemers terwijl het RIVM cijfers over thuiswerken onder mensen die kunnen thuiswerken weergeeft.

Bron: TNO, 4 februari 2021

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor TNO: Kwart thuiswerkers wil blijven thuiswerken

C-level managers worstelen met virtueel werken

Zo’n 85% van de C-level managers worstelt met het aanpassen aan virtueel werken als gevolg van de coronapandemie. Een even groot deel van de werknemers wil dat de werkgever technologie levert die mentale gezondheid ondersteunt. Wereldwijd loopt de jongere generatie de meeste kans op een burn-out.

Dit blijkt uit onderzoek over het gebruik van Artificial Intelligence (AI) door Oracle en Workplace Intelligence onder meer dan 12.000 werknemers, managers, HR-leiders en C-level managers uit 11 landen. Het onderzoek werd uitgevoerd Savanta tussen 16 juli en 4 augustus 2020.

C-level managers: grootste uitdagingen
C-level managers worstelen het meest met werken op afstand (85%) en geven aan meer last te hebben van psychische problemen (53%) dan hun werknemers (45%). Tegelijkertijd staan zij ook het meest open voor het vinden van hulp met behulp van Artificial Intelligence (AI): 73% zou liever met een robot over zijn of haar mentale gezondheid praten dan met een collega. 61% van de werknemers denkt daar hetzelfde over.

Jonge werknemers: vaker burnout
Van de jongeren geboren aan het einde van de jaren ’90 (Generatie Z) zegt 90% dat de coronapandemie een negatieve invloed heeft gehad op hun geestelijke gezondheid, en 94% merkte op dat stress op het werk ook gevolgen heeft voor hun gezinsleven. Generatie Z maakt twee keer zoveel kans als babyboomers om tijdens de pandemie extra uren te werken. Millennials hebben 130% meer kans om een burn-out te krijgen dan babyboomers. Meer dan driekwart van Generatie Z en de millennials verkiezen robots boven collega’s als ze hulp nodig hebben bij mentale problemen.

Hulp met mentale gezondheid
Ondanks verschillen in functieniveau, generatie en locatie, zijn werknemers het er wereldwijd over eens: de coronapandemie heeft negatieve invloed op de mentale gezondheid van de internationale beroepsbevolking en vragen om hulp.

  • 78% van de werknemers zegt dat de pandemie negatieve invloed heeft gehad op hun mentale gezondheid.
  • 76% van de mensen vindt dat de werkgever meer zou moeten doen om hun mentale gezondheid te beschermen.
  • 83% zou graag zien dat hun bedrijf technologie aanbiedt om de mentale gezondheid te ondersteunen.

“De pandemie zette de mentale gezondheid van werknemers wereldwijd in de schijnwerpers, maar onze bevindingen laten ook zien dat werkgevers ondersteuning willen bieden, onder andere door de inzet van technologische oplossingen zoals AI”, zegt Emile He, Senior Vice President, Oracle Cloud HCM. “De manier waarop de pandemie onze werkroutines heeft veranderd, maakte werknemers kwetsbaarder voor een burn-out, stress en andere mentale gezondheidsproblemen.”

Bron: Oracle, 4 februari 2021

Geplaatst in AI, In de cloud, Nieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor C-level managers worstelen met virtueel werken

Opus People en Direct People fuseren

Uitzendbureaus Opus People en Direct People zijn gefuseerd tot één van de grootste uitzendorganisaties in Zuid-Nederland op het gebied van internationale arbeidsbemiddeling.

Door de krachtenbundeling ontstaat een uitzendgroep met een jaaromzet van 65 tot 70 miljoen euro en een gezonde rentabiliteit.

Direct PeopleDirect People
Direct People werd in 2005 opgericht door Gregor en Aneta Popanda. De onderneming richt zich in de Brainport Regio op internationale uitzendkrachten die zich voor langere tijd in Nederland hebben gevestigd of willen vestigen. In 2018 werd Progress Uitzendburo overgenomen als zelfstandig label.

Opus PeopleOpus People
Opus People opereert onder de labels SEP Peeters, Verbeek Uitzendbureau en Techwork, en is sinds 1997 actief als aanbieder van internationale uitzendkrachten vanuit het hoofdkantoor in Oirlo.

Diversificatie
Door de fusie wordt het aanbod en geografische werkveld vergroot en ontstaat meer diversificatie. Opus People is met name actief in de food- en logistieke sector, terwijl Direct People veel opdrachtgevers ontzorgt in de hightech- en productiesector in de Brainport Regio. “Door de combinatie zijn we in staat om onze werving verder te diversifiëren en professionaliseren en onze logistieke processen te verbeteren. Dit alles leidt tot een kwalitatief betere dienstverlening richting onze klanten,” aldus Rutger Alberink namens investeerder FIELDS Group, die de laatste jaren actief is betrokken bij de sterke groei van Opus People.

Flexmigranten
Gregor Popanda van Direct People: “We bieden Europese flexmigranten een one-stop-shop met meer mogelijkheden. Hierdoor kunnen ze keuzes maken die optimaal aansluiten bij hun wensen, bijvoorbeeld ten aanzien van werktijden en de regio waarin ze werken. Bovendien bieden we hen daarbij doorgroeimogelijkheden, omdat Direct People ook voor leidinggevende functies bemiddelt.”

100 miljoen euro in 2023
Opus People en Direct People blijven onder dezelfde naam en met hun eigen uitzendlabels opereren. Popanda blijft leiding geven aan Direct People en geeft daarnaast samen met FIELDS Group en Theo Peeters (voormalig eigenaar van SEP Peeters) vorm aan de groeiambities van de nieuwe organisatie. Naast autonome groei worden overnames niet uitgesloten. Het doel is een structurele omzet van minimaal 100 miljoen euro vanaf 2023.

Het fusietraject werd begeleid door overnameadviseur Jan Dijkmans van Marktlink Fusies & Overnames.

Bron: Direct People en Opus People, 4 februari 2021

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Opus People en Direct People fuseren