Maandelijkse archieven: oktober 2020

Platformeconomie: meer kansen, maar ook meer risico’s

De Sociaal Economische Raad heeft een ontwerpadvies gepubliceerd over kansen en risico’s van de platformeconomie.

Het onderzoek voor dit ontwerpadvies is uitgevoerd voordat de coronacrisis uitbrak.

Hoewel de coronacrisis grote invloed heeft op de economie en arbeidsmarkt, is de indruk dat de crisis het grote verhaal van de platformeconomie en platformwerk niet verandert, wel bevestigt het de kwetsbare positie van flexwerkers.

De platformeconomie is enorm. Commerciële platforms bemiddelen in werk, goederen, communicatie, geld, entertainment en informatie. Bedrijven als Google en Booking leveren niet alleen informatie of reizen, maar ook een platform voor andere bedrijven. Daarmee verwerven ze veel invloed en omzet.

Kansen
Commerciële platforms die vraag en aanbod van werk bij elkaar brengen, zoals Werkspot, Helpling of Clickworker, bieden ook kansen. Ze vormen een snelle manier om aan werk te komen, ook als dat door opleiding of achtergrond moeilijk is. Meer mensen kunnen dus aan het werk. Ondernemers kunnen meer omzet maken door bijvoorbeeld een bezorgdienst op te zetten en consumenten krijgen meer keuze en gemak.

Impact
Met zo’n 200 werkplatforms is Nederland een relatief kleine speler op de wereldmarkt. Uit recent Nederlands onderzoek blijkt dat in 2019 nog geen procent van de beroepsbevolking als platformwerker werkte. De impact van de platformeconomie en van platformwerk is echter een stuk groter dan deze aantallen doen vermoeden. Er is volgens de SER een Europese aanpak nodig om te zorgen voor een gelijk speelveld voor werkenden en de rechten van consumenten te beschermen.

Aanleiding voor dit SER-ontwerpadvies was een motie vanuit de Tweede Kamer (Gijs van Dijk c.s.) waarin onder meer werd verwezen naar een studie van ING Economisch Bureau die signaleert dat de platformeconomie met mogelijk een miljoen extra zzp’ers de arbeidsmarkt drastisch kan veranderen.

Bron: SER, 19 oktober 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Platformeconomie: meer kansen, maar ook meer risico’s

Eerste Brabantse vestiging voor Intro Personeel

Personeelsbemiddelaar Intro Personeel heeft onlangs haar eerste vestiging in Noord-Brabant geopend.

Intro Personeel, Roosendaal
Jasmijn Kunst, Arjan Verhoeven en Rudolf Bouman, Intro Personeel Roosendaal.

Het nieuwe kantoor is te vinden in Roosendaal. “Ondanks de bijzondere tijd waarin we leven zien we kansen in de regio West-Brabant en de Zeeuwse eilanden.”

Er zijn meerdere redenen om hier een nieuwe locatie te openen, zegt recruiting consultant Arjan Verhoeven. “Ons werkgebied ligt ten westen van de A16: West-Brabant en de Zeeuwse eilanden. Deze regio’s sluiten uitstekend aan op de regio’s waar we al personeel werven. We zien hier opnieuw kansen liggen. Bijvoorbeeld bij bedrijven in techniek, industrie, logistiek, bouw en groen. Daarnaast zien we mogelijkheden in voor ons nieuwe sectoren zoals de visverwerkende industrie en verpakkingsindustrie.

We zien dat de markt groeit en we van toegevoegde waarde kunnen zijn. We merken dat bij veel bedrijven – ondanks de crisis – er toch behoefte is aan vaste medewerkers. En dat is precies waar Intro goed in is: het begeleiden van vakspecialisten naar een vaste baan.”

Het nieuwe kantoor is te vinden in bedrijfsverzamelgebouw Frame21 op de grens van Oud-Gastel en Roosendaal. Naast Arjan bestaat het team uit Rudolf Bouman en Jasmijn Kunst. Met elkaar zijn de recruiters dagelijks actief op zoek naar de juiste match tussen kandidaat en werkgever. “Wij zijn een team waarin ik het volste vertrouwen heb omdat we over ruime ervaring in het bemiddelen van mensen naar een vaste baan beschikken. Met z’n drieën hebben we meer dan 25 jaar ervaring in het recruitmentvak.”

Intro Personeel Roosendaal is de negende vestiging van de personeelsbemiddelaar. Andere vestigingen zijn te vinden in Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Krimpen aan den IJssel, Barendrecht, Bodegraven, IJsselstein, Groot-Ammers en Sfântu Gheorghe (Roemenië). Intro Personeel is onderdeel van Florys Groep. Ook Brys (professionals) en JobUp (re-integratie) vallen daar onder en hebben ieder hun eigen specialiteit als het om de werving van personeel gaat. Verder vallen Florys (administratie) en Prevenzo (ziekteverzuim) nog onder Florys Groep.

Bron: Florys Groep, 19 oktober 2020

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Eerste Brabantse vestiging voor Intro Personeel

Minimumloon 2021 januari

Minimumloon 2021 januari

De bedragen van het wettelijk minimumloon worden per 1 januari 2021 verhoogd. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2021:

    • minimum maandloon: € 1.684,80;
    • minimum weekloon: € 388,80;
    • minimum dagloon: € 77,76.

Zie de Staatscourant, 15 oktober 2020 (nr 53099)

Zie ook Minimumloon 2020 juli


Toelichting

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2021 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2021 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2021. Dit is 0,5 x 1,288 = 0,644. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2020, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2020, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt -0,376. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 0,268. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2020, wordt verhoogd met dit percentage.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,29. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Het wettelijk minimumloon voor volwassenen en de wettelijk minimumjeugdlonen bedragen daarmee:

Minimumloon bedragen per 1 januari 2021, bron Staatscourant 2020, 53099

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 20 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Minimum jeugdlonen bbl per 1 januari 2021, bron Staatscourant 2020, 53099

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.1 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2021 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Bruto minimumlonen per uur, per 1 januari 2021, bron Staatscourant 2020, 53099

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Bruto minimumloon per uur bij bbl arbeidsovereenkomst, per 1 januari 2021, bron Staatscourant, 2020, 53099

Bron: Staatscourant, 15 oktober 2020, nr 53099


Minimumloon 2020 juli

> Lees ook de informatie over minimumloon per 1 juli 2020


Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon 2021 januari

Flexibele schil krimpt, behoefte aan interne flexibiliteit groeit

Sarike Verbiest
Sarike Verbiest

Flexibele schil krimpt, behoefte aan interne flexibiliteit groeit

Column door Sarike Verbiest, onderzoeker bij TNO

Pre-corona (haast niet meer voor te stellen) heb ik een onderzoek uitgevoerd naar flexibele arbeid, in opdracht van de ABU. Daarin vroegen we 737 bedrijven, verdeeld over negen sectoren, hoe groot hun flexibele schil over 5 jaar naar eigen verwachting zal zijn.

Op 12 oktober heeft de ABU een geheel coronaproof webinar georganiseerd waar ik de resultaten van het onderzoek heb gepresenteerd. We gingen daarna met Wim Davidse en de ABU-leden thuis in discussie over hoe de resultaten te duiden met het oog op de coronacrisis. Fascinerend en inspirerend! In deze column leg ik uit waarom.

Een krimpende flexibele schil?
In 2007 en 2013 hadden we in soortgelijke onderzoeken dezelfde vraag gesteld en steeds verwachtten de bedrijven een flinke groei. Die verwachting bleek in opeenvolgende jaren ook uit te komen. Was de flexibele schil in 2007 nog 20%, in 2013 was dat toegenomen tot 26% en in 2019 groeide deze verder naar 28%. Tot mijn eigen verbazing verwachtten de bedrijven nu voor 2025 echter een krimp tot gemiddeld 19%. Op zich verbaasde een krimp mij niet zozeer, maar dat die zo groot werd geschat. Wat was en is hiervoor de verklaring?

Krapte op de arbeidsmarkt
Door de krapte op de arbeidsmarkt en de economische hoogconjunctuur op het moment van het onderzoek, hadden steeds meer bedrijven moeite met het vinden van gekwalificeerd personeel waardoor ze sneller een vast contract wilden aanbieden. Van het coronavirus hadden we toen nog geen weet. Toen deze echter in ons land een feit was, zetten bedrijven acuut de opdrachten aan flexibel personeel stop, verlengden tijdelijke contracten niet en zetten alles op alles om de banen van hun vaste krachten te redden. De economische crisis die de komende jaren nog als gevolg van corona wordt verwacht, zal bedrijven ongetwijfeld een stuk huiveriger maken om nieuwe vaste contracten met werknemers aan te gaan. Zullen bedrijven dan toch weer vaker kiezen voor flexibele arbeidsrelaties en zal die voorspelde 19% toch een stuk hoger uitpakken? Als we alleen naar de conjunctuur kijken, is dat een logische verwachting. Maar ook wetgeving speelt een rol.

Wet arbeidsmarkt in balans
Ook de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) bleek uit het onderzoek een reden voor bedrijven om meer met vaste contracten te willen gaan werken. Meer dan de helft van de ondervraagde bedrijven verwachtte namelijk door de Wab meer vaste contracten te gaan geven. Sommige bedrijven gaven aan dat ‘flex’ met de nieuwe wet ‘simpelweg te duur’ was geworden. De verwachting is dat het advies van de commissie Borstlap ook zal leiden tot nieuwe wetgeving die externe flexibiliteit zal ontmoedigen. Maar, bedrijven gaven in het onderzoek ook aan dat de behoefte aan flexibiliteit zal blijven bestaan, of er nu nieuwe wetgeving is of niet. Juist door een crisis als die door corona, wordt voor bedrijven eens te meer duidelijk hoe belangrijk het is om wendbaar te zijn. Hoe valt dat te organiseren als een flexibele schil ‘te duur’ is geworden?

Interne flexibiliteit
In het onderzoek liet 37% van de bedrijven weten de wendbaarheid te gaan zoeken in meer interne flexibiliteit. Dan valt onder andere te denken aan flexibele werktijden van het personeel in combinatie met deeltijdcontracten. Een voorbeeld is dat personeel in het geval van een seizoenspiek meer uren per week werkt en in een dal minder. Brede inzetbaarheid is ook een optie. Daarbij wordt personeel bijvoorbeeld ingezet op verschillende werkplekken. Daarvoor is het wel nodig goed in beeld te hebben welke vaardigheden mensen in huis hebben of nog kunnen ontwikkelen. Maar ook een flexibel werkproces waarin gemakkelijk opgeschaald en afgeschaald kan worden en kan worden gewisseld van type product of dienst, is een manier om wendbaar te zijn. En met het spreiden van het werkaanbod door bijvoorbeeld in de zomer andere producten aan te bieden dan in de winter, kunnen seizoensfluctuaties worden afgevlakt. Kortom, er zijn veel verschillende interne flexibiliteitsmaatregelen mogelijk.

In het onderzoek hebben we ook daarnaar gevraagd en het blijkt dat bedrijven inderdaad veel verschillende flexibiliteitsmaatregelen anders dan een flexibele schil inzetten. Dat wil echter niet zeggen dat het makkelijk is. Sterker nog, het is vaak een complexe puzzel voor bedrijven om de juiste mix van maatregelen te vinden die voorziet in hun behoefte aan flexibiliteit en mogelijk is met hun markt, werkprocessen en personeel. Daarom zullen bedrijven er de komende jaren een flinke kluif aan hebben om te herstellen van de coronacrisis en zich wendbaar te organiseren voor voorspelbare én onvoorspelbare veranderingen.

De toekomst van uitzendorganisaties
Aangezien we het onderzoek hebben uitgevoerd in opdracht van de ABU, was uiteraard ook een vraag welke toegevoegde waarde uitzendorganisaties nu en in de toekomst in flexibele arbeid leveren. Ik zou in de toekomst volledig inzetten op het helpen van bedrijven bij het leggen van die complexe puzzel en het wendbaar organiseren, waarin uitzendarbeid één van de flexibiliteitsmaatregelen is. Want als de flexibele schil van bedrijven echt gaat krimpen, zal de behoefte aan een brede flexibiliteitspartner groeien.

Sarike Verbiest, onderzoeker TNO

Kijk hier het webinar ‘De nieuwe toekomst van flex’.
Het onderzoeksrapport is op te vragen bij de ABU.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Flexibele schil krimpt, behoefte aan interne flexibiliteit groeit

Gratis webinars op Nationale Sollicitatiedag, 10 november 2020

Werkzoekenden kunnen op maandag 10 november gratis webinars volgen van onder andere het UWV, de FNV, de Nationale Vacaturebank en YoungCapital NEXT.
NSD 10 november 2020
Vertegenwoordigers van die organisaties geven op die dag webinars in het kader van de Nationale Sollicitatiedag (NSD).

Initiatiefnemer is Sollicitatiedokter.nl.

In totaal maken 16 loopbaanexperts hun opwachting tijdens de Nationale Sollicitatiedag. Daarbij springen de webinars van grote namen als het UWV, de FNV, de Nationale Vacaturebank en Young Capital NEXT het meest in het oog.

Namens het UWV komt loopbaancoach Pieter Koevoets vertellen over de tools en mogelijkheden die het uitkeringsinstituut biedt aan werkzoekenden. Namens vakbond FNV geven Sara Meijknecht en Zeynep Kus sollicitanten tips over hun rechten en plichten tijdens hun zoektocht naar een baan.d

Bekijk het programma.

Bron: Sollicitatiedokter.nl, 15 oktober 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Gratis webinars op Nationale Sollicitatiedag, 10 november 2020