Maandelijkse archieven: februari 2019

Reactie Koolmees op Deliveroo-uitspraak, gevolgen voor platformwerk

Minister Koolmees (SZW) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake FNV en Deliveroo, en gaat in op de gevolgen voor andere bedrijven en de rol van de Inspectie SZW.

Volgens een recente uitspraak van de rechter, in een zaak die de FNV had aangespannen, zijn bezorgers van Deliveroo geen zzp’ers, maar moeten volgens de cao worden betaald. In een eerdere uitspraak kreeg Deliveroo echter gelijk.

Inhoud versus uitwerking overeenkomst
Volgens Koolmees wordt het verschil veroorzaakt doordat de rechter in de eerste zaak keek de inhoud van een specifieke opdrachtovereenkomst. In de tweede uitspraak werd daarnaast ook gekeken naar uitwerking van de overeenkomst in de dagelijkse praktijk, en de aard van het werk bij Deliveroo. Daarbij werd meegewogen dat vrije vervanging niet mogelijk is vanwege de korte tijd tussen opdracht en bezorging, en de beperkte onderhandelingsruimte van de bezorger. Verder benadrukt Koolmees dat de kantonrechter deze algemene uitspraak van belang vindt voor de rechtsontwikkeling van de platformeconomie.

Algemeen
Koolmees stelt in zijn brief dat hij geen uitspraken doet over individuele bedrijven en over zaken die onder de rechter zijn, maar dat hij aangeeft hoe het kabinet de opkomst van de platformeconomie ziet en de verhouding tot het (arbeids-)recht.

Platformeconomie
Het kabinet juicht de kansen toe die platformwerk biedt, maar vindt dat dit niet ten koste mag gaan van de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van werkenden.

Jurisprudentie
Het staat contractpartijen vrij om hun arbeidsrelatie zelf vorm te geven als arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Bij verschil van inzicht kunnen partijen naar de rechter stappen, en de Inspectie SZW houdt dan bij handhaving rekening met de uitspraak. Volgens het kabinet verhelderen rechterlijke uitspraken, ook in Europa, de kwalificatie van arbeidsrelaties in de platformeconomie. In verband hiermee is het gezagscriterium versneld verduidelijkt in het handboek loonheffingen. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet.

Inspectie SZW
De Inspectie SZW houdt risicogericht toezicht op de naleving van de arbeidswetgeving. De risico’s van werk in de platformeconomie vallen onder het programma Schijnconstructies, cao-naleving en fraude. Misstanden en overtredingen van arbeidswetgeving kunnen gemeld worden bij de Inspectie SZW. Uit de uitspraak vloeit gelet op de verdere juridische ontwikkelingen nog geen wijziging voort voor het toezicht door de Inspectie SZW.

Kwetsbare zelfstandigen
Het kabinet maakt zich zorgen over de groep schijnzelfstandigen en kwetsbare zelfstandigen. In het regeerakkoord staan maatregelen om schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. De opkomst van het platformwerk raakt vooral de onderkant van de arbeidsmarkt, maar het werk is lastig te kwalificeren vanwege de uiteenlopende manieren waarop de platforms het werk organiseren.

Commissie
De vraag is of de wetgeving nog is toegesneden op de arbeidsmarkt van morgen. Daarom heeft het kabinet een commissie ‘Regulering van werk’ gevormd om na te gaan bij welke wetten en regelgeving de toekomstige arbeidsmarkt gebaat is. Die commissie brengt uiterlijk 1 november 2019 advies uit.

Het kabinet wil in Q2 2019 wetgeving maken om de onderkant van de markt te beschermen.

Vakbonden ‘ontsteld’
De vakbonden FNV, CNV en VCP zijn ontsteld over de brief van Koolmees. Zakaria Boufangacha, lid dagelijks bestuur FNV: “Eerder beloofde minister Koolmees te zullen handhaven bij kwaadwillendheid bij het gebruik van zzp-constructies. Deliveroo legt nu een rechtelijke uitspraak naast zich neer. Hoe kwaadwillend wil de minister het hebben voordat er zal worden opgetreden?’”

Bron: Tweede Kamer, 12 februari 2019

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Reactie Koolmees op Deliveroo-uitspraak, gevolgen voor platformwerk

Steeds meer mensen werken als oproepkracht

Steeds meer mensen werken als oproepkracht

TNO: ‘Flexwerk groeit vooral door toename aantal oproepkrachten en zzp’ers’

Interview met Sarike Verbiest, werkzaam bij TNO als onderzoeker/adviseur Flexibilisering

TNO-onderzoeker Sarike Verbiest

TNO en CBS hebben cijfers gepubliceerd over ontwikkelingen in het aantal flexwerkers tussen 2003 en 2018. Sarike Verbiest licht de trends toe.

Ontwikkeling
“De toename in flexwerk ontstaat vooral door de groei in het aantal oproepkrachten en het aantal zzp’ers dat eigen diensten aanbiedt,” zegt Sarike. “Vaak wordt de suggestie gewekt dat de groei van flex komt door de groei van het aantal uitzendkrachten, maar uit ons onderzoek blijkt dat dit in veel sterkere mate geldt voor oproepkrachten. Bovendien is die groep flexwerkers in omvang veel groter en groeit die harder.”

Onderscheid in typen flexwerk
“”Flexwerk kent een grote diversiteit. TNO en CBS onderscheiden negen verschillende types flexwerkers. Een daarvan is de categorie ‘uitzendkracht’. Maar de uitzendkracht bestaat niet, omdat in ons land uitzendkrachten en gedetacheerden onderling sterk uiteen lopen in hun arbeidsmarktpositie en opleidingsniveau. Zo kun je ook niet spreken over de zzp’er. Die populatie is eveneens heel divers.

Van de totale groep flexwerkers maken uitzendkrachten een relatief klein deel uit. De meeste flexwerkers zijn oproepkrachten en zzp’ers. Tussen die beide groepen is veel verschil. De meeste zelfstandigen kiezen zelf voor hun zzp-schap. Voor oproepkrachten is de situatie anders. Zij zijn werknemers, maar hun aantal werkuren per week loopt uiteen. Ze zijn ‘oproepbaar’, dat wil zeggen, ze werken niet op vaste tijden en weten van tevoren niet wanneer en hoeveel uren per week zij werken.”

Aantal oproepkrachten ruim verdubbeld
Om welke sectoren gaat het?
“Wij zien veel oproepkrachten in de sectoren handel en horeca, groothandel en detailhandel. Maar ook in de sectoren verhuur en overige zakelijke diensten. Het kan gaan om een klein aantal uren per oproepcontract, omdat dit type contracten in de plaats is gekomen van de vroegere nul-urencontracten, waarvoor bijvoorbeeld in de zorgsector tussen werkgevers en werknemers is afgesproken deze zo min mogelijk af te sluiten.

Het aantal oproepkrachten is in de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, van 251.000 (eind 2003) naar 526.000 (eind 2018). Daarbij is de groep tijdelijke medewerkers zonder vaste uren nog niet eens meegerekend (eind 2018 waren dat er 253.000),” zegt Sarike. “In onze meting zijn dat twee verschillende groepen, die je in feite allebei tot de groep oproepkrachten zou mogen rekenen.”

Doorstroming beperkt
“Vooral jongeren tussen 15 en 25 jaar werken als oproepkracht. Hieruit zou je kunnen concluderen dat het gaat om bijbaantjes. Maar er werken inmiddels ook relatief veel ouderen als oproepkracht. Het is denkbaar dat zij – en op termijn wellicht ook de jongeren – in deze vorm van flexwerk blijven hangen. Dat biedt minder perspectief. Het is immers lastiger om vanuit een oproepcontract door te groeien naar vast werk. In aanmerking komen voor een andere functie en salaris, of door de werkgever betaalde bij- of omscholing ligt dan minder voor de hand.”

Trend
“De groei van het aantal oproepkrachten vertoont sinds 2003 een geleidelijk stijgende lijn. In 2008, aan het begin van de economische crisis, zien we een piek; daarna is er weer een afname in de groei. Tot 2012 is een iets grotere stijging zichtbaar. In 2015 neemt de groei iets af, maar in de afgelopen jaren is het aantal oproepkrachten weer geleidelijk toegenomen.”

Aantal uitzendkrachten
“Het aantal uitzendkrachten is tussen 2003 en 2018 gestegen met 52%. Eind 2003 waren er 186.000 mensen werkzaam als uitzendkracht. Eind 2018 bedroeg hun aantal 283.000.
We zien in 2006 een piek in de groei van uitzendkrachten. Daarna gaat hun aantal weer iets omlaag. Er is een stevige piek in de groei in 2016 (totaal aantal 300.000), waarna er weer een daling zichtbaar is.

Eind 2017 werkten 277.000 mensen als uitzendkracht.
Het is belangrijk om te beseffen dat uitzendkrachten, zoals boven al aangegeven, geen homogene groep zijn. Het gaat om zowel lager opgeleiden, vakkrachten, als hoogopgeleide gedetacheerde krachten.”

Aantal zzp’ers
“Wat betreft de zelfstandigen zien we dat vooral zzp’ers die eigen diensten aanbieden in aantal zijn gegroeid. Zij zijn gemiddeld hoger opgeleid en werken vaak in creatieve beroepen.

De groei van het aantal zzp’ers verloopt sinds 2003 heel gestaag. In 2008, het jaar van de crisis, werd er een kleine piek gemeten. In 2014 was er ook een heel lichte extra groei. Eind 2003 waren er 633.000 mensen werkzaam als zzp’er. Eind 2018 bedroeg hun aantal bijna 1.1 miljoen.*

De trends en kenmerken van de verschillende typen flex worden getoond op de website Flexbarometer.nl, een initiatief van TNO, ABU en FNV. Juist om te laten zien wat de verschillen zijn.

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

*Het onderzoek van TNO/CBS maakt onderscheid tussen ‘zzp eigen arbeid’ en ‘zzp producten’. De laatste groep biedt producten aan, onder meer via webwinkels. In de Flexbarometer wordt geen onderscheid gemaakt tussen zzp eigen arbeid en zzp producten.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Steeds meer mensen werken als oproepkracht

Aantal flexwerkers in 15 jaar met drie kwart gegroeid

Aantal flexwerkers in 15 jaar met drie kwart gegroeid

Het aantal flexibele werknemers is de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 miljoen naar bijna 2 miljoen. Het aantal zzp’ers groeide van ruim 630 duizend in 2003 naar 1,1 miljoen in 2018. De grootste groepen flexwerkers zijn nu de zzp’ers die eigen diensten of arbeid aanbieden (28 procent) en de oproepkrachten (18 procent).

Dat melden CBS en TNO op basis van een gezamenlijke analyse van de nieuwste gegevens over flexibel werk in Nederland.

Overzicht van arbeidsrelaties, bron CBS en TNO

Er zijn veel verschillende vormen van flexwerk. Het CBS en de Flexbarometer meten er negen. Flexwerkers kunnen zowel werknemers als zelfstandigen zonder personeel zijn.

Werknemers worden gerekend tot de flexwerkers als ze geen vast contract hebben of een contract met variabele uren. Vaste werknemers zonder vaste uren zijn daarom flexwerkers. Werknemers met een tijdelijk contract die uitzicht hebben op een vast contract vallen ook onder de flexwerkers. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen werknemers met een kortlopend contract (tot een jaar) of een verbintenis van langere duur. Verder worden oproepkrachten en uitzendkrachten tot de flexibele werknemers gerekend. Ten slotte zijn er nog werknemers die een tijdelijk contract hebben zonder vaste uren.

Bij zzp’ers wordt onderscheid gemaakt tussen degenen die eigen arbeid of diensten aanbieden en degenen die producten verkopen.

Zzp-eigen arbeid en oproepkracht grootste groepen flexwerkers
In 2018 waren er ruim 3 miljoen flexwerkers (15 tot 75 jaar) in Nederland, van wie bijna 2 miljoen flexibele werknemers en bijna 1,1 miljoen zzp’ers. De meest voorkomende flexvorm is de zzp-eigen arbeid (864 duizend), gevolgd door de oproepkracht (539 duizend). De flexvormen die ten opzichte van vijftien jaar geleden naar verhouding het meest zijn toegenomen, zijn de werknemers met een vast contract zonder vaste uren, de tijdelijke werknemers zonder vaste uren en de oproepkrachten. Het aantal oproepkrachten is ruim verdubbeld. Sarike Verbiest, onderzoeker van TNO: ‘De grote toename in aantal oproepkrachten laat zien dat veel werkgevers op zoek zijn naar optimale flexibiliteit met hun personeel. Interessant is de vraag of die flexibiliteit ook op andere manieren verkregen kan worden, zodat niet alle onzekerheden bij de werknemers worden belegd.’

Het afgelopen jaar groeide het aantal tijdelijke werknemers met uitzicht op een vast contract het meest (12 procent).

Aantal flexwerkers, 2003 - 2018, bron CBS en TNO

Keukenhulp relatief vaak oproepkracht
Er zijn verschillende beroepsgroepen waar hoofdzakelijk flexkrachten werken. In de top vijf van beroepsgroepen met de meeste oproepkrachten staan vooral beroepen waarvoor weinig opleiding is vereist, zoals keukenhulp, kassamedewerker of vakkenvuller. Ruim 70 procent van de keukenhulpen is flexwerker. Dit zijn vooral oproepkrachten, ruim 40 procent van de keukenhulpen heeft een oproepcontract. Ook achter de bar en de kassa wordt veel gebruikgemaakt van flexwerkers (respectievelijk 68 procent en 63 procent), en dan vooral van oproepkrachten. Een derde van het barpersoneel is oproepkracht, bij kassamedewerkers is dat iets minder, 3 op de 10.

Top vijf beroepsgroepen met meeste oproepkrachten 2018, bron CBS, TNO

De zzp’er-eigen arbeid is oververtegenwoordigd in de creatieve beroepen als auteur en taalkundige en uitvoerend kunstenaar. Van de auteurs en taalkundigen is 66 procent zzp’er-eigen arbeid.

Top vijf beroepsgroepen met meeste zzp'ers-eigen arbeid, 2018, bron CBS, TNO

Oproepkracht jongste type flexkracht
Oproepkrachten zijn de jongste flexwerkers. De gemiddelde leeftijd is 27 jaar. Bij uitzendkrachten en tijdelijke werknemers met uitzicht op vast ligt de gemiddelde leeftijd met 37 jaar en 34 jaar een stuk hoger. Zzp’ers behoren juist vaker tot de oudere leeftijdsgroepen, 59 procent is 45 jaar of ouder. De zzp’er-eigen arbeid is gemiddeld 46 jaar.

Werknemers en zzp'ers, 2018, bron CBS en TNO

Flexbarometer
De Flexbarometer, opgezet in 2012, is een initiatief van de ABU, FNV en TNO. Het is een website met een visuele weergave van de meest actuele cijfers over flexibel en vast werk. Alle cijfers zijn afkomstig uit StatLine, de databank van het CBS. Sinds 2017 is het CBS ook partner in de Flexbarometer.

Bron: CBS/TNO, persbericht, 13 februari 2019

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Aantal flexwerkers in 15 jaar met drie kwart gegroeid

AVV CAO Textielverzorging 2019-2020



13 februari 2019

AVV CAO Textielverzorging 2019-2020

Download: AVV CAO Textielverzorging 2019-2020 (07-02-19)

Besluit: algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Textielverzorging.

Bron: Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 12 februari 2019, nr. 879, onder UAW nr. 12059.

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor AVV CAO Textielverzorging 2019-2020

Monsterboard geeft webinar videosolliciteren

Werkzoekenden zien meerwaarde van video bij solliciteren

Kandidaten zien een meerwaarde in de inzet van video bij sollicitaties. Niet alleen zien ze voordelen in het meesturen van een eigen video bij hun sollicitatie, omdat ze dan meer kunnen laten zien van hun karakter en interesses, ze zien ook kansen voor werkgevers om een betere en meer waarheidsgetrouwe indruk te geven van de potentiële werkplek waarop je terecht zult komen.

Dat blijkt uit onderzoek van Monsterboard in december 2018. Het recruitmentplatform biedt dit jaar een serie webinars om sollicitanten te helpen met informatie en tips.

Ervaringsdeskundige Mourad El Moussati geeft adviezen in webinar Monsterboard
Ervaringsdeskundige Mourad El Moussati geeft adviezen in webinar Monsterboard

Werkzoekenden hebben over het algemeen een negatieve houding tegenover het sollicitatieproces en tegenover de manier waarop werkgevers zichzelf en de functies in hun vacatures profileren, blijkt uit de focusgroep die meewerkte aan het onderzoek.

Wat laat je zien?
Ze vinden dat vacatures vaak veel informatie bevatten die niet helpt en schatten in dat werkgevers dat doen omdat ze moeite hebben met het vinden van de juiste kandidaten.

Aan de andere kant weten kandidaten vaak niet hoeveel ze van zichzelf moeten laten zien omdat ze ook niet afgewezen willen worden op bepaalde eigenschappen. Ze geven aan wel te denken dat video kan helpen om gemakkelijker op gesprek te komen als ze goed overkomen op beeld, dus ze zouden zeker overwegen om dit te proberen.

Videosolliciteren vergroot kans op een baan
Ulrich Biebaut, General Manager Monsterboard Benelux: “Ondanks dat de huidige arbeidsmarkt een werknemersmarkt is hebben werkzoekenden vaak het gevoel dat het lastig is om aan een nieuwe baan te komen. Soms ligt dat aan het gebrek aan werkervaring bij jongeren, of juist aan de leeftijd bij oudere kandidaten. Maar het kan ook zijn dat je naam of afkomst je parten speelt. Een begeleidende video kan helpen om barrières bij werkgevers weg te nemen en sneller uitgenodigd te worden op gesprek.”

Tips in webinar
In een webinar op 20 februari 2019 geeft Monsterboard tips en tricks voor het inzetten van video tijdens het solliciteren met adviezen van ervaringsdeskundige Mourad El Moussati. Mourad stuurde ooit een sollicitatie uit naar wel tien stagebedrijven. Maar toen hij bijna geen reactie kreeg is hij op zoek gegaan naar antwoorden. Het antwoord vond hij in een positieve instelling en door te solliciteren met een video van zichzelf waarmee hij wel uitgenodigd werd voor gesprekken.

Bron: Monsterboard persbericht, 13 februari 2019

Geplaatst in Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Monsterboard geeft webinar videosolliciteren