Premies 2021

Premies 2021

Publicatiedatum: 16 september 2020

Hieronder volgt een overzicht van de variabelen in de kostprijs voor zover die (voorlopig) bekend zijn gemaakt.

Fonds Verzekering Percentage Opmerking
    2021 2020  
Aof WAO, WGA, IVA, Kinderopvang 7,03% + 0,5% 6,77% +0,5% Geldt voor alle fases en premiegroepen, inclusief 0,5% premie kinderopvang.
Aok WAO 1e 5 jaar 0,00% 0,00% Geldt voor alle fases en premiegroepen.
AZW Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep I


Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep II

 (wg nnb, wn max 0,58%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021


 (wg nnb, wn max 1,33%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021.

ABU 1,65% (wg 1,07%, wn max 0,58%)

NBBU 1,65% (wg 0.91%, wn max 0,74%)


ABU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,33%)

NBBU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,43%)

Aanvulling van 20% tot 90% van het dagloon bovenop de 70% ZW-uitkering.
De genoemde premie is de totale premie voor wg en wn.

Een deel mag worden doorberekend aan de wn.
Premie is een gemiddelde voor de AZW-verzekerde bedrijven, anders eigen inschatting maken.
AWF WW, werkgeversaandeel 2,70% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,70% voor alle andere contracten. 2,94% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,94% voor alle andere contracten Geldt voor alle fases en premiegroepen.
Whk vanaf 2014 Publieke stelsel:
ZW-Flex


WGA
 

5,32% (kleine wg)
0,14% – 9,31% (grote wg)


1,62% (kleine wg)
0,19% – 3,12% (grote wg)

5,73% (kleine wg)
0,13% – 10,02% (grote wg)


1,58% (kleine wg)
0,19% – 3,04% (grote wg)

Geldt voor alle fases en premiegroepen.
De premie voor middelgrote wg is een glijdende schaal van sectorbepaald naar individueel.
Whk vanaf 2014 Eigenrisicodragers:


ZW-Flex

WGA-vast

  Voorziening of premie verzekeraar


Voorziening of premie verzekeraar

WGA-flex tot en met 2016 per definitie publieke stelsel.
ZvF Zorgverzekeringswet 7,00% 6,70% Geldt voor alle fases en premiegroepen.

Reserveringen
De reserveringen binnen de CAO van de ABU en NBBU zijn voor 2021 als volgt berekend: Meer informatie

Voorzieningen

Voorziening 2019 2020 Opmerking
Sociaal Fonds  0,2% ABU 0,2%
NBBU 0,1%
Officieel is de premie 0,2%. In de praktijk is hij lager.
Dit besluit is voor 2020 door de ABU nog niet gepubliceerd, daarom hanteren wij de officiële premie. De NBBU heeft 0,1% doorgegeven voor de leden.
Scholing 1,02% 1,02% ABU: alleen kandidaten in fase A
NBBU: alleen de eerste 78 weken
Leegloop     Dit percentage dient u zelf te bepalen
Ziekte     Dit percentage dient u zelf te bepalen

Ook in 2021 zijn er diverse risico’s bij waar u als uitlener rekening mee moet houden, zoals kosten voor het verschuiven en afzeggen van roosters binnen 4 dagen voor aanvang bij oproepcontracten; leegloop in fase A/1/2 als het géén oproepcontracten (meer) zijn en de kosten van het geboorteverlof. Dit laatste moet in alle gevallen worden doorbetaald door de werkgever, ook bij contracten met uitzendbeding. Daar geldt een individuele reservering van 0,6%, maar dat zal nooit voldoende zijn om 5 dagen door te kunnen betalen.


Wachtdagcompensatie

  2019 2020 Opmerking
Premiegroep I 0,71% 0,71%  Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU
Premiegroep II 1,16% 1,16%  Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU

Pensioenpremies
Het premiepercentage wordt jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld en kan dus ieder jaar wijzigen. De kans dat dat voor 2021 gebeurt, achten wij heel klein. De uurfranchise voor het pluspensioen en het maximum pensioengevend uurloon worden vaak pas eind december bekend gemaakt door StiPP, maar zullen vast stijgen.

  Totaal over grondslag Werkgeversdeel Werknemersdeel
Premie Basisregeling 2,6% 2,6% 0.0%
Premie Plusregeling 12,0% 8,0% 4,0%
Franchise Plusregeling n.n.b. n.v.t. n.v.t.
Max. pensioengevend uurloon n.n.b.

 

Transitievergoeding
Voor 2020 hebben wij geadviseerd de volledige 2,78% voor de transitievergoeding in de kostprijs op te nemen Ten eerste, omdat werkgevers met terugwerkende kracht ook aan de bestaande populatie transitievergoeding moesten betalen als werknemers geen nieuw contract krijgen en zij daar waarschijnlijk onvoldoende rekening mee hadden gehouden. Ten tweede zouden er meer verzoeken binnenkomen van ex-werknemers om de vergoeding te betalen en ten derde, omdat het voor uitleners bijna niet mogelijk zal zijn de kosten te verhalen op de toevallige opdrachtgever waar de werknemer als laatste heeft gewerkt. Het is dan in mijn ogen fair om alle opdrachtgevers naar rato van het aantal gewerkte uren hun aandeel te laten betalen. In de praktijk merkten we dat opdrachtgevers dit accepteerden.
Voor 2021 gelden die argumenten grotendeels nog steeds, maar is er natuurlijk wel een beter zicht op de werkelijke kosten. Het is in ieder geval verstandig serieus naar het percentage te kijken dat wordt opgenomen in de transitievergoeding.

Overige kosten
Hierboven staan de onderdelen van de kostprijs die min of meer vastliggen. Daarbovenop berekent u natuurlijk een marge om tot uw tarief te komen. Daarbij houdt u rekening met uw eigen kostenstructuur die vooral wordt bepaald door uw personeelskosten, huisvesting, marketing, enzovoort. Daarnaast heeft u minder zichtbare kosten, zoals die voor lidmaatschap van de branche- en andere organisaties, abonnementen op tijdschriften en websites, et cetera. Deze moeten uiteraard ook worden terugverdiend.

Onderstaande heeft strikt genomen geen betrekking op de kostprijs, maar maakt het beeld wel compleet.

Uurvergoedingen
• De minimumlonen per 1 januari 2021 zijn nog niet bekend.

Netto vergoedingen
De regelingen omtrent onbelaste reiskostenvergoeding veranderen niet in 2021. Dat betekent dat de maximale onbelaste km-vergoeding €0,19 blijft.

Dit overzicht is samengesteld door: Marcel Reijmers, FlexKnowledge