Wetsvoorstel voor recht op onbereikbaarheid

0
287

Tweede Kamerlid Gijs van Dijk van de PvdA heeft een initatiefwetsvoorstel ingediend om te regelen dat werknemers buiten kantooruren onbereikbaar mogen zijn. Er zou steun zijn van GroenLinks en D66.

De Raad van State vindt de wet overbodig omdat de huidige Arbowet dat al regelt, maar ziet wel dat steeds meer mensen een burn-out krijgen, en dat het werk een veelvoorkomende oorzaak is.

Raad van State
De PvdA wil dat werknemers zich vanaf 1 januari kunnen beroepen op het wettelijke recht om buiten kantoortijden de telefoon niet op te nemen. Volgens de Raad van State staan in de huidige Arbeidsomstandighedenwet al bepalingen over ‘psychosociale arbeidsbelasting’. Binnen de wet kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken over werkdruk, ook buiten werktijden. De RvS “adviseert af te zien van de voorgestelde wettelijke regeling”, omdat zij vindt dat de regels beter worden nageleefd als werkgevers en werknemers “zelf verantwoordelijk zijn voor het opstellen en uitvoeren” ervan.

Onvoldoende zelfregulering
De PvdA heeft het wetsvoorstel daarna gewijzigd, om duidelijker te maken waarom zij vinden dat de wet wel nodig is. Meerdere onderzoeken laten zien “dat de hoge mate van zelfregulering die de Arbowet vraagt van werkgevers in de praktijk onvoldoende werkt”. Burn-out is de belangrijkste beroepsziekte, en het CBS heeft uitgezocht dat mensen die thuis werken vaker overwerken en langer doorwerken.

Offline
Volgens indiener Gijs van Dijk heeft het coronajaar laten zien hoe belangrijk de wet is. Mensen hebben hun mail ’s avonds beantwoord omdat overdag de kinderen hulp nodig hadden met school. Na kantooruren moet men tot rust kunnen komen, en de baas hoeft niet te verwachten dat je dan de telefoon opneemt, of reageert op mails of berichten. In Frankrijk staat dit al in de wet, en het Europees Parlement nam onlangs ook een motie aan voor een Europees recht op onbereikbaarheid.

Het wetsvoorstel voegt een zin toe aan artikel 3, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet: “Onderdeel van het beleid ter voorkoming of beperking van werkdruk, is een gesprek tussen de werkgever en de werknemers over bereikbaarheid buiten werktijd.” Van dat gesprek moet een verslag worden gemaakt. Verder moet de Minister van SZW binnen vijf jaar verslag doen van de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk.

Bron: Tweede Kamer, 20 mei 2021