Werkgevers investeren te weinig in praktisch opgeleide medewerkers

0
96

Hoewel steeds meer werkgevers het belangrijk vinden te investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers, blijft een groot deel van het potentieel aan talent nog onbenut.

Dit geldt vooral voor de ‘vergeten groep’ van praktisch opgeleide medewerkers. Dat is een gemiste kans, omdat juist bij deze groep de loyaliteit aan hun werkgevers sterk groeit als zij zich kunnen ontwikkelen. Ook voor ouderen is het cruciaal dat zij zich blijven ontwikkelen om een nieuwe carrièrestap te kunnen maken. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Een leven lang ontwikkelen: het ontdekken, binden en boeien van talent’*, dat Unique – onderdeel van USG People – heeft laten verrichten onder 1.079 Nederlanders die in loondienst werken.

Uit het onderzoek blijkt dat voor 85 procent van de medewerkers geldt dat hun meest recente opleiding (deels) door hun baas is gefinancierd. Organisaties die investeren in opleiding en ontwikkeling slagen er beter in medewerkers aan zich te binden. Zo neemt bij 6 op de 10 werknemers de loyaliteit aan hun werkgever toe als deze opleidingen faciliteert. 58 procent voelt zich daarnaast sterker betrokken bij de organisatie. Bovendien geeft ruim de helft aan bereid te zijn er voor langere tijd te blijven werken. Opvallend is dat praktisch opgeleide medewerkers hier anders tegenaan kijken. Zo verwacht iets meer dan de helft van deze groep dat zij hierdoor succesvoller zullen zijn in hun werk, terwijl dit voor ruim driekwart van de hoger opgeleiden geldt. Ook zegt slechts 28 procent van de praktisch opgeleiden te geloven dat een opleiding bijdraagt aan hun geluk, terwijl dit voor de helft van de hoger opgeleiden geldt.

Praktisch opgeleide medewerkers vallen te vaak buiten de boot
Hoewel veel werkgevers op de goede weg zijn, wordt helaas nog te weinig geïnvesteerd in praktisch opgeleide medewerkers. “Dat is jammer, want juist bij deze groep is er veel te winnen als zij zich kunnen ontwikkelen. Bovendien is de drempel om een opleiding te volgen voor veel van deze medewerkers te hoog als zij deze (deels) zelf moeten financieren”, zegt gedragswetenschapper Christianne van de Beek, programmamanager Talent van USG People College. “Dit is ten onrechte een vergeten groep, want juist praktisch opgeleide medewerkers vervullen een belangrijke rol voor het goed functioneren van een bedrijf. Door de robotisering is deze groep extra kwetsbaar en daarom is het cruciaal dat zij zich blijven ontwikkelen. Door hun talenten in kaart te brengen, kun je hun potentieel benutten en mogelijk ook op andere manieren inzetten.”

Ouderen leren anders dan jongeren
Maar liefst driekwart van alle medewerkers gelooft dat een opleiding hun kansen op een goede loopbaanontwikkeling vergroot. Ook denken bijna 6 op de 10 mensen dat het mogelijkheden biedt om door te groeien. Dat geldt veel vaker voor jongeren (66,5 procent), dan voor 60-plussers (40,2 procent). Het is echter een misverstand te denken dat opleidingen niet zijn besteed aan oudere medewerkers. “Het lerend vermogen van het menselijk brein is bij oudere mensen nog altijd hoog, maar je moet je brein wél blijven trainen. Ook leren oudere werknemers op een andere manier.
E-modules en Skype-sessies zijn voor hen niet altijd de meest geschikte lesmethodes”, vertelt neuropsycholoog Margriet van der Heijden, eveneens werkzaam als programmamanager Talent van USG People College. “Een leven lang leren is, ongeacht je leeftijd, ontzettend belangrijk. Als je op hogere leeftijd volwaardig mee wilt blijven doen, moet je al op jonge leeftijd beginnen met jezelf te ontplooien en uit te dagen. Je brein moet voortdurend getraind worden, zodat je óók op hogere leeftijd veel wendbaarder bent en nieuwe dingen kunt aanleren.”

Van repareren naar faciliteren
Hoewel veel werkgevers op de goede weg zijn, kijken zij nog te weinig naar de toekomst, vinden Van der Heijden en Van de Beek. “De focus ligt vooral op de korte termijn: heeft deze medewerker het nu en in deze functie nodig om een opleiding te volgen? Nu wordt te vaak gekeken of een opleiding inhoudelijk aansluit op een specifieke functie, terwijl je veel meer uit een medewerker kunt halen. We merken dat werkgevers zich te vaak focussen op het versterken en optimaal inzetten van iemands talent, in plaats van te focussen op waar iemand volgens de functieomschrijving nog in tekortschiet en op wat nog ‘gerepareerd’ moet worden. Kortom: je moet de medewerker als uitgangspunt nemen: waar liggen iemands sterke punten en in welke richting wil hij of zij zich ontwikkelen? Het faciliteren van opleidingen en ontwikkelingsmogelijkheden is dus van groot belang. Niet alleen om ervoor te zorgen dat medewerkers beschikken over de specifieke vaardigheden die nodig zijn om het werk te doen, maar óók om nieuwe talenten te ontdekken en inzicht te krijgen in dit ‘onbenutte potentieel’.”

Bron: Unique, 31 oktober 2019