Tegemoetkoming voor flexwerkers twee weken langer open

0
97

De Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) wordt verlengd tot en met zondag 26 juli.

Flexwerkers, oproep- en uitzendkrachten met inkomstenverlies door corona krijgen daarmee twee weken langer de tijd om bij UWV een aanvraag te doen voor financiële tegemoetkoming. Het aantal aanvragen staat nu op bijna 19.000. De verwachting is dat meer mensen van de regeling gebruik zouden kunnen maken.

Gebruik de adviestool
Ondanks de oproep voorafgaand aan de aanvraag de adviestool op www.uwv.nl/TOFA te gebruiken krijgt UWV veel aanvragen binnen die niet aan de voorwaarden voldoen. Op dit moment wordt ruim de helft van de aanvragen afgewezen. Dit lijkt voornamelijk te komen doordat mensen te weinig salaris hebben ontvangen in februari of te veel in april en daarmee niet voldoen aan de voorwaarden.

– lees ook: Help flexkrachten om TOFA te berekenen

​​​​​​​Voor wie is de regeling bedoeld?
De TOFA is bedoeld voor flexwerkers die in februari meer dan 400 euro bruto (drempelbedrag) hadden en in april minimaal de helft daarvan zijn verloren. Daarbij was het bruto loon in april niet meer dan 550 euro. Zij kunnen in aanmerking komen voor een vaststaand eenmalige bruto tegemoetkoming van 550 euro per maand voor de maanden maart, april en mei. De aanvrager mag in deze periode geen WW, bijstand, of andere socialezekerheidsregeling hebben ontvangen. Op www.uwv.nl/TOFA staat een volledig overzicht aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan.

Flexwerkers
In Nederland werkten in 2019 ruim 800.000 flexwerkers. 545.000 van hen werkten als oproep- of invalkracht en 266.000 als uitzendkracht. De meeste flexwerkers (57%) hebben na ontslag recht op WW. Van de overige 43% zal ook een groot deel recht hebben op WW, bijvoorbeeld omdat zij meer dan zes maanden onafgebroken werken bij dezelfde werkgever, of daarvoor bij een andere werkgever hebben gewerkt.

Naar schatting komt maximaal één derde van de werknemers met een oproep- of uitzendcontract niet in aanmerking voor WW. Meer dan de helft (53%) daarvan zijn thuiswonende kinderen. Negen procent is student. Van de overige 38% heeft ongeveer een derde een huishoudinkomen van meer dan twee keer modaal.

Bron: Rijksoverheid, 10 juli 2020