Kabinet zet stap naar verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus

0
720

Kabinet zet stap naar verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus

Malafide uitzendbureaus omzeilen regels, en maken misbruik van kwetsbare mensen waaronder veel arbeidsmigranten. Dat leidt tot schrijnende situaties, onderbetaling, slechte huisvesting, en slechte arbeidsomstandigheden. Het overtreden van de regels levert hen ook een financieel voordeel op: zij zijn goedkoper uit dan bedrijven die wel goed voor hun personeel zorgen. Om deze misstanden tegen te gaan, gaat het kabinet een verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus inrichten.

Dat schrijft minister Karien van Gennip in een brief aan de Tweede Kamer.

Download
Kamerbrief hoofdlijnen verplichte certificering bij ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Deze zomer wordt het wetsvoorstel voor verplichte certificering ter internetconsultatie gedeeld (www.internetconsultatie.nl) en vinden uitvoerings- en handhavingstoetsen plaats.

Minister Karien van Gennip: ‘Te vaak nog worden arbeidsmigranten behandeld als tweederangsburger. Te veel uitzendbureaus zorgen niet goed voor hun personeel en laten ze slapen en werken in slechte omstandigheden. Dat is onacceptabel. Mensen die hier komen werken, hebben recht op fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden, net als u en ik. Daarom ben ik blij dat we de stap zetten naar een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus. Dat verbetert de positie van arbeidsmigranten én zorgt voor een gelijk speelveld voor de uitzendsector.’

Doel certificeringsstelsel
Het verplichte certificeringsstelsel heeft meerdere doelen. Allereerst wil het kabinet de positie van arbeidskrachten beter beschermen. Het staat voorop dat een groep werkgevers goed omgaat met de arbeidskrachten in uitzendsituaties (onder wie arbeidsmigranten). Maar de kwalijke situaties, waarin te veel arbeidskrachten in uitzendsituaties verkeren, moeten zo snel mogelijk gestopt worden. Daarnaast wil het kabinet een gelijk speelveld voor uitzendbureaus waarborgen. Onder andere door ervoor te zorgen dat partijen die zich niet aan de regels houden van de markt worden geweerd.

Eisen: waarborgsom, VOG, gecertificeerde huisvesting
Om in aanmerking te komen voor een certificaat moet een uitzendbureau laten zien dat het zich aan de regels houdt. Uitzendbureaus worden periodiek gecontroleerd, op onder andere betaling van het juiste loon en het juist doen van belastingaangifte. Ook moeten uitzendbureaus een verklaring omtrent het gedrag (VOG) hebben, een waarborgsom van € 100.000 betalen en gecertificeerde huisvesting aanbieden. Als een uitzendbureau zijn certificaat verliest, mag het niet meer op de markt opereren.

Samenwerking tussen overheid en sociale partners
Het kabinet heeft bij de uitwerking van het certificeringsstelsel nauw samengewerkt met sociale partners uit de Stichting van de Arbeid en de uitzendbranche. De betrokken organisaties zijn FNV, CNV, VCP, VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland, ABU, en NBBU.

Het stelsel wordt publiek-privaat, waarbij sociale partners een rol krijgen in de uitvoering van het stelsel. De Nederlandse Arbeidsinspectie zal toezien op de naleving van de certificeringsplicht en daarvoor wordt structureel €10,5 miljoen voor uitgetrokken. Op dit moment zijn er zo’n 15.000 uitzendbureaus in Nederland en naar verwachting zal de certificeringsplicht vanaf 2025 gaan gelden.

Bron: Rijksoverheid, 5 juli 2022

Lees ook
Plannen voor arbeidsmarkt, waaronder certificering uitzenders

Onderdelen uit de hoofdlijnenbrief m.b.t. de uitvoering:

Voldoende inspecteurs en private inspectie-instellingen nodig
Een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoerbaarheid van het stelsel is dat er voldoende private inspectie-instellingen zijn met voldoende inspecteurs. Het kabinet gebruikt de komende tijd om samen met sociale partners de uitvoering van het stelsel
verder uit te werken en voor te bereiden. Het is wenselijk om de ervaringen die partijen in de sector zelf al hebben opgedaan, via publiek-private samenwerking en het vrijwillige private SNA-keurmerk, zoveel mogelijk te benutten. Het private SNA-keurmerk en de
zelfregulering in de branche zijn door het vrijwillige karakter op zichzelf helaas onvoldoende toereikend gebleken om malafide ondernemingen van de markt te weren en om daarmee de (kwetsbare) arbeidskrachten te beschermen en een gelijk speelveld te waarborgen. Werknemersorganisaties kunnen zich ook niet (meer) vinden in het keurmerk. De bestaande inhoudelijke normering van het SNA-keurmerk biedt dus een startpunt, maar behoeft duidelijk aanvulling, versterking, en breder gebruik.

Nieuwe stichting voor certificerende instelling
Het private deel van het stelsel zal bestaan uit een stichting die fungeert als certificerende instelling (CI) en uit private inspectie-instellingen. De CI zal de certificaten uitgeven, schorsen en intrekken. Ook zal de CI de inhoud van het normenkader opstellen en
onderhouden, dat het toetsingskader vormt voor de certificering. De minister van SZW moet het normenkader goedkeuren. De private inspectie-instellingen zullen periodieke controles uitvoeren bij uitleners om te bepalen of zij aan het normenkader voldoen. De CI zal deze inspectie-instellingen aanwijzen en daar toezicht op houden.

Openbaar register, NLA houdt toezicht op naleving
De Nederlandse Arbeidsinspectie zal toezicht houden op de naleving van de certificeringsplicht door uitleners en inleners. De Arbeidsinspectie kan handhavend optreden als uitleners in strijd met de wet niet gecertificeerd zijn, of als inleners arbeidskrachten inlenen van dergelijke niet-gecertificeerde uitleners. Inleners kunnen overigens zelf in een openbaar register controleren – ook middels een beoogd notificatiesysteem – of de uitlener met wie zij willen samenwerken, in het bezit is van een certificaat. Tot slot blijft de minister van SZW verantwoordelijk voor het stelsel als geheel.

Reikwijdte om ontduiking te voorkomen
Het kabinet stelt voor om de certificeringsplicht te laten gelden voor alle ondernemingen, die in Nederland aan terbeschikkingstelling van arbeid doen als bedoeld in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Hieronder vallen ook uitleners die niet uitzenden, maar uitlenen anders dan in het kader van beroep of bedrijf. VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland hebben hun zorgen geuit over de voorgestelde reikwijdte, omdat daarmee ook ondernemingen die in beperkte mate aan terbeschikkingstelling van arbeid doen, onder de certificeringsplicht zullen vallen. Het kabinet is zich hiervan bewust en zal daarvoor oog blijven houden. Desondanks kiest het voor deze reikwijdte.

Het kabinet acht het essentieel voor de effectiviteit van het stelsel dat de certificeringsplicht voor een grotere groep geldt dan enkel uitzendbureaus, die arbeidskrachten uitlenen in het kader van beroep of bedrijf.

Ten eerste om evidente ontwijkings- en ontduikingsmogelijkheden naar andere uitleenconstructies te voorkomen. Ten tweede sluit de voorgestelde reikwijdte het beste aan bij wat het uit- en inlenen van arbeidskrachten onderscheidt van reguliere werkgever- en werknemerrelaties, namelijk dat de arbeidskracht formeel in dienst is van de ene partij, maar werkt onder leiding en toezicht van een andere partij. Of de uitlener dat bedrijfsmatig doet (als uitzendbureau) of niet, is daarbij van secundaire relevantie: niet-bedrijfsmatig uitgeleende arbeidskrachten lopen immers niet wezenlijk andere risico’s dan hun bedrijfsmatig uitgeleende evenknieën.

Tot slot maakt deze reikwijdte het eenvoudiger om de certificeringsplicht vast te stellen dan wanneer enkel voor de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten op basis van een uitzendovereenkomst zou zijn gekozen. Dit komt het toezicht op de naleving van de certificeringsplicht ten goede.

Met de voorgestelde reikwijdte neemt het kabinet het advies over van het Aanjaagteam en het middellangetermijnadvies (MLT) van de Sociaal-Economische Raad van juni 2021 om de certificeringsplicht niet te beperken tot alleen uitzendbureaus en arbeidsmigranten.

Bovendien neemt het kabinet het advies van het Aanjaagteam over om de certificeringsplicht van toepassing te verklaren op alle situaties waarin in Nederland arbeidskrachten ter beschikking worden gesteld, dus ook als dit door buitenlandse uitleners gebeurt.

Lees ook
Principeakkoord over hervorming arbeidsmarkt
Kabinet steunt aanbevelingen aanjaagteam Roemer
Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan
Tweede Kamer bespreekt uitkomsten uitzendonderzoeken, w.o. driehoeksrelaties bij arbeid