Jonathan de Hek 25 juni 2026 0 reacties Print Wtta: waarom je inleners nu al moet meenemen richting 2027-2028De Wtta wordt vaak gezien als een uitdaging voor uitzendbureaus, maar de wet raakt de hele keten. Volgens Jonathan de Hek van Flexhub is het daarom van belang om opdrachtgevers nu al mee te nemen in de veranderingen. De meeste gesprekken over de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) gaan over uitzendbureaus. Over toelatingen, controles, audits en de vraag of processen straks aan de nieuwe eisen voldoen. Logisch, want zonder toelating mag een uitlener vanaf 2028 geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen. Toch ligt een belangrijk deel van de uitdaging ergens anders. Veel uitzendbureaus kunnen hun eigen processen prima op orde brengen. De grotere vraag is of hun opdrachtgevers daarin meegaan. Om aan de Wtta te voldoen, zijn bureaus afhankelijk van informatie die afkomstig is van klanten. Denk aan functieniveaus, toeslagen, werktijden, werklocaties en wijzigingen in arbeidsvoorwaarden. Juist daar ontstaat in de praktijk regelmatig ruis en wordt de Wtta straks voelbaar. Lees ook: Overheidscampagne roept uitleners en inleners op zich voor te bereiden op Wtta Wat veel opdrachtgevers nog niet weten over de Wtta Veel opdrachtgevers weten nog niet precies wat er van hen verwacht wordt. En als ze het wel weten, is vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is: HR, planning of finance? Hoewel de toelatingsplicht bij de uitlener ligt, raakt de Wtta uiteindelijk de hele keten. Voor inleners verandert er meer dan vaak wordt gedacht. Dit verandert er voor inleners: Je mag alleen nog samenwerken met toegelaten uitleners, uitleners met een ontheffing of uitleners die onder de overgangsregeling vallen. Je moet controleren of een uitlener daadwerkelijk in het openbare register staat. Je krijgt een administratieplicht en moet kunnen aantonen welke arbeidskrachten via welke uitlener zijn ingezet. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan ook inleners beboeten wanneer zij samenwerken met een niet-toegelaten uitlener. De exacte hoogte van sancties hangt af van de uiteindelijke boetenormering en handhaving. Maar één ding is duidelijk: vanaf 2028 zal de Arbeidsinspectie ook inleners aanspreken wanneer zij samenwerken met een uitlener die niet is toegelaten. Bij ernstige of herhaalde overtredingen kunnen aanvullende maatregelen volgen, zoals een last onder dwangsom of stillegging van werkzaamheden. De keuze voor een uitzendbureau wordt steeds meer een onderwerp voor HR, inkoop, directie en risicobeheer. Voor veel opdrachtgevers komt dit als een verrassing. Waar de keuze voor een uitzendbureau vroeger vooral draaide om beschikbaarheid, kwaliteit en prijs, wordt deze nu steeds vaker onderdeel van leveranciersmanagement en compliance. Waarom veel organisaties de urgentie nog niet voelen Opdrachtgevers zijn niet massaal met de Wtta bezig. Voor veel organisaties voelt 2028 nog ver weg. De dagelijkse praktijk krijgt voorrang: de productie moet draaien en vacatures moeten worden ingevuld. Een wet die pas over enige tijd actief wordt gehandhaafd, verdwijnt daardoor al snel naar de achtergrond. Precies daarom werkt een gesprek over de Wtta vaak niet wanneer het alleen over wetgeving gaat. Toch is 2026 het moment om samen met je opdrachtgevers processen goed in te richten, zodat ze later niet voor verrassingen komen te staan. Veel van de informatie heb je nu inmiddels al nodig om gelijkwaardige beloning goed toe te passen. Lees ook: NAU-directeur Kees van Nieuwamerongen over de Wtta De boetes zijn niet eens het grootste risico Veel bureaus openen het gesprek met regels. Ze leggen uit wat er verandert, welke controles eraan komen en welke verplichtingen uit de wet voortvloeien. Hoewel die uitleg inhoudelijk klopt, sluit dit vaak niet aan bij wat er bij opdrachtgevers leeft. De risico’s zijn reëel. Dat mag ook benoemd worden. Wanneer een opdrachtgever samenwerkt met een niet-toegelaten uitlener, kan de Arbeidsinspectie handhaven. Daarnaast kunnen bestuurlijke boetes volgen. Toch blijkt in de praktijk dat dit zelden het argument is dat opdrachtgevers echt in beweging brengt. Wat wel binnenkomt zijn de gevolgen voor bedrijfsvoering. Wat gebeurt er als jij als belangrijke leverancier je toelating niet krijgt, omdat je klant de juiste gegevens niet aanlevert? Of als processen vlak voor handhaving alsnog moeten worden aangepast? Daar zit de werkelijke impact. De boete staat op papier, maar de verstoring van de dagelijkse operatie voelt elke inlener direct. Welke boodschap wél werkt bij opdrachtgevers Succesvolle bureaus beginnen niet bij compliance, maar bij samenwerking. Ze laten zien wat opdrachtgevers ermee winnen wanneer processen beter worden ingericht en informatie sneller beschikbaar is. Daardoor verschuift het gesprek van verplichtingen naar voordelen. Voor directie: Directies zijn vooral gevoelig voor continuïteit en risico. Zij willen weten of leveranciers ook over twee jaar nog probleemloos kunnen leveren en of onverwachte verstoringen kunnen worden voorkomen. Voor HR: HR-afdelingen kijken vooral naar kwaliteit en beheersbaarheid. Minder fouten in functies, arbeidsvoorwaarden en verloning betekent minder herstelwerk en minder discussie achteraf. Voor operatie: Operationele teams willen vooral dat het werk doorgaat. Hoe beter informatie wordt vastgelegd en gedeeld, hoe kleiner de kans op vertragingen, correcties of onduidelijkheden. Voor inkoop: Voor inkopers wordt de status van een uitzendbureau steeds meer onderdeel van leveranciersmanagement. De Wtta maakt zichtbaar welke leveranciers hun zaken op orde hebben en welke niet. Met deze klanten wil je morgen beginnen Niet iedere opdrachtgever vraagt dezelfde aandacht. De grootste winst zit vaak bij klanten waar veel flexkrachten werken en waar informatie vanuit meerdere afdelingen komt. Denk aan organisaties met verschillende vestigingen, wisselende functies of complexe toeslagstructuren. Ook bedrijven waar HR, planning en operatie ieder hun eigen werkwijze hanteren, verdienen extra aandacht. Juist daar ontstaan situaties waarin belangrijke informatie verloren gaat of te laat wordt gedeeld. Zo maak je van de Wtta een gesprek in plaats van een verplichting De meest effectieve aanpak is verrassend eenvoudig. Begin niet met de vraag of een opdrachtgever klaar is voor de Wtta. Vraag hoe functiewijzigingen worden doorgegeven. Vraag wie verantwoordelijk is voor toeslagen. Vraag waar arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd en hoe wijzigingen worden gedeeld. Dat zijn gesprekken die direct aansluiten op de dagelijkse praktijk. Van daaruit wordt vaak vanzelf zichtbaar waar processen sterk zijn en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Want beide partijen hebben baat bij duidelijke afspraken en betrouwbare informatie. Heb je je backoffice uitbesteed? Roep dan zeker ook de hulp in van je backoffice partner om het proces goed in te richten. De bureaus die straks vooroplopen De bureaus die straks het soepelst door de Wtta bewegen, zijn waarschijnlijk niet de bureaus die pas in 2027 beginnen met klantgesprekken. Het zijn de bureaus die nu beginnen om opdrachtgevers stap voor stap mee te nemen. Niet met dikke documenten of juridische presentaties, maar met praktische gesprekken over samenwerking, informatie-uitwisseling en verantwoordelijkheden. Daarmee wordt de Wtta geen los project, maar een logisch onderdeel van de relatie tussen opdrachtgever en uitzendbureau. Misschien is dat wel de belangrijkste les van de Wtta. De wet draait uiteindelijk niet alleen om toelatingen, controles en audits. De wet maakt vooral zichtbaar hoe afhankelijk uitzendbureau en opdrachtgever van elkaar zijn. Wie klanten nu al meeneemt, voorkomt risico’s in 2027 en bouwt tegelijk aan een sterkere samenwerking. En dat blijkt in de praktijk vaak minstens zo waardevol als de toelating zelf. flexhub, WTTA Print Over de auteur Over Jonathan de Hek Jonathan de Hek is eigenaar en Co-CEO van Flexhub Group. Bekijk alle berichten van Jonathan de Hek
22-06-2026Wtta maakt één ding pijnlijk duidelijk: ‘first time right’ is geen ambitie meer, maar noodzaak