SLUIT MENU

Sandra Klijn over leiderschap en energie op het werk: ‘Lead by example’

Hoe houd je medewerkers betrokken en energiek in een tijd van voortdurende verandering? Onderzoeker en auteur Sandra Klijn praat daarover mee tijdens het panelgesprek op het FN Top 100-event op 20 mei. ‘Organisaties leggen vitaliteit vaak bij de medewerker neer, maar zonder ondersteunende omgeving blijft dat beperkt effectief.’

Tijdens het FN Top 100-event op 20 mei schuift Sandra Klijn aan als een van de deelnemers aan het panelgesprek over leiderschap. Centraal staat de vraag hoe organisaties medewerkers meenemen in een tijd van voortdurende verandering en nieuwe uitdagingen. Voor Klijn sluit dat direct aan op haar eigen onderzoek naar persoonlijke energie op het werk: waarom floreert de ene medewerker wel, terwijl een ander in exact dezelfde omstandigheden vastloopt?

Klijn combineert wetenschappelijke inzichten met ervaring uit de praktijk. In december promoveerde zij op het onderwerp persoonlijke energie op het werk. Op basis van haar onderzoek schreef zij het boek Wat wil je echt?. Volgens Klijn draait persoonlijke energie niet alleen om ‘je goed voelen op het werk’, maar ook om dieperliggende psychologische en sociale factoren en de wisselwerking tussen mens en omgeving.

Vier dimensies van energie

In haar promotieonderzoek keek Klijn naar medewerkers die in dezelfde organisatie en functie werken, maar toch totaal verschillend functioneren. De één blijft energiek en betrokken, terwijl de ander uitgeput raakt. Dat verschil blijkt voor een belangrijk deel te verklaren door persoonlijke energie. Daarvoor ontwikkelde zij een model met vier energiedimensies:

  1. De eerste is fysieke energie: slaap, voeding en beweging. Twee medewerkers kunnen hetzelfde werk doen, maar sterk verschillen in hoe uitgerust en belastbaar zij zijn.
  2. Daarnaast is er emotionele energie, beïnvloed door sociale veiligheid, conflicten en de kwaliteit van samenwerking binnen teams.
  3. De derde dimensie is mentale energie: focus, concentratie en cognitieve ruimte. 
  4. Tot slot noemt zij spirituele energie, oftewel zingeving. Daarbij gaat het om de vraag of mensen hun werk als betekenisvol ervaren en of het aansluit bij hun persoonlijke waarden.

Medewerkers die op alle vier de dimensies goed scoren, zijn productiever, gezonder en energieker. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer een derde van de verschillen in productiviteit en gezondheid verklaard wordt door verschillen in persoonlijke energie.

Een belangrijk onderdeel van haar onderzoek ging over persoonlijke kernwaarden. Daarbij baseert Klijn zich onder meer op inzichten uit de Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Mensen die bewust leven en werken vanuit hun eigen waarden blijken gemotiveerder, productiever en minder gevoelig voor burn-outs. 

Leiderschap bepaalt het verschil

Tegelijkertijd benadrukt Klijn dat persoonlijke energie geen puur individuele verantwoordelijkheid is. Werkgevers spelen volgens haar een cruciale rol in het creëren van de juiste omstandigheden. “Organisaties leggen vitaliteit vaak bij de medewerker neer: beter plannen, grenzen aangeven, meer regie nemen. Maar zonder een ondersteunende omgeving blijft dat beperkt effectief.”

Werkdruk, autonomie, ontwikkelmogelijkheden, leiderschap en sociale veiligheid zijn volgens haar bepalend voor hoe medewerkers functioneren. Dat maakt leiderschap tot een van de belangrijkste factoren binnen organisaties. Ze verwijst daarbij naar onderzoeken van Gallup naar medewerkersbetrokkenheid. “Gallup laat al jaren zien dat een groot deel van de variatie in bevlogenheid wordt veroorzaakt door de directe leidinggevende. Ook bij burn-outs wordt de leidinggevende vaak genoemd.”

Klijn ziet daarom veel waarde in servant leadership, oftewel dienend leiderschap. Niet sturen vanuit spreadsheets en targets, maar vanuit ondersteuning en vertrouwen. “Ik geef zelf leiding aan een team van vijftien mensen en heb hen gevraagd: hoe kan ik in dienst staan van jullie? Dat is een heel andere benadering dan alleen sturen op output.”

Ze haalt daarbij leiderschapsadviseur Simon Sinek aan, die volgens haar treffend verwoordt waar leiderschap om draait: ‘Be the leader you wish you had’ en ‘Being a leader is not about being in charge, it’s about taking care of those in your charge.’

Cultuur moet zichtbaar zijn

Volgens Klijn draait leiderschap uiteindelijk vooral om werkcultuur. “Die gezonde cultuur is niet iets wat je vanzelf van medewerkers kunt verwachten; het is iets wat je als leidinggevende moet uitdragen. Lead by example.”

Daarbij spelen kernwaarden opnieuw een belangrijke rol. Organisaties kunnen volgens haar mooie waarden formuleren, maar als het management die niet zichtbaar naleeft, verliezen ze hun betekenis. “Je kunt zeggen dat integriteit belangrijk is, maar als medewerkers dat niet terugzien in gedrag of besluiten, dan betekent het niets. Dat gaat direct ten koste van werkgeluk en energie.”

Na de zomer verschijnt haar tweede boek, waarin Klijn de stap maakt van het individu naar teamwork. Waar haar eerste boek vooral gericht was op persoonlijke ontwikkeling, richt het nieuwe boek zich op samenwerking binnen teams. “Ik start bij het individu. Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Hoe kan ik vanuit daar verbinden met collega’s? Pas daarna kijk je naar de klant. Hoe beter je jezelf kent, hoe beter je kunt samenwerken.”

 

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *