‘De nieuwe cao is hét moment om waarde van uitzenden aan te tonen’ Geplaatst 22 oktober 2025 door Arthur Lubbers Met de komst van de nieuwe cao voor uitzendkrachten per 1 januari 2026 verdwijnt de bekende ‘inlenersbeloning’. Daarvoor in de plaats komt het principe van ‘gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden’. Dat betekent dat het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten minstens dezelfde waarde moet hebben als dat van vaste medewerkers. “Het is ook terecht dat een uitzendkracht gelijkwaardig wordt beloond. De grote puzzel is alleen hoe je al die secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden (aanvullende looncomponenten, inclusief verstrekkingen, zwembadabonnement, hypotheekkortingen, et cetera) van de inlener gaat omzetten naar arbeidsvoorwaarden van het uitzendbedrijf.” Dat maakt het verlonen van uitzendkrachten veel complexer, geeft Gudde toe. “Ja, dat is in aanvang veel werk, maar daar zijn wij voor als uitzendsector. Wij zijn er om – hoe complex ook – het aan de achterkant zo gemakkelijk te maken dat onze klanten en flexkrachten daar geen last van hebben.” Eenmalige investering Voor opdrachtgevers valt de investering en tijd en energie wel mee, stelt Gudde. “Zij hoeven maar één keer de moeite te nemen om alle formele arbeidsvoorwaarden en informele afspraken te inventariseren. Bedrijven hebben vaak tal van regeling die ergens in een doos op zolder liggen. Het is voor hen ook een mooie gelegenheid die zolder eens op te ruimen.” En Gudde ziet vooral kansen voor uitzenders. “Het is een eenmalige investering die je doet om samen het werkgeverschap voor een flexmedewerker optimaal in te richten. Daar hebben flexkrachten en de opdrachtgevers plezier van en wij als uitzenders kunnen dat faciliteren. Hoe kun je daar nou op tegen zijn?” Cao omarmen Gudde trekt het breder en ziet de nieuwe cao als een mogelijkheid om de transitie in de wereld van werk te versnellen. “Wij geloven dat werk voor iedereen relevant is en dat iedereen ertoe doet. Als Olympia zien we het als onze rol een bijdrage te leveren aan dit debat – zeker ook met collega-uitzenders.” “Eigenlijk zouden we de nieuwe cao moeten omarmen. Het past in de beweging dat uitzendarbeid een volwaardige rijbaan is (zoals Commissie Borstlap het noemt). Uitzenden is een volwaardige vorm van werk die je ook volwaardig moet belonen. Deze cao stelt ons in staat te laten zien dat wij een werkgever zijn die flexibiliteit biedt aan onze opdrachtgevers en invulling geven aan werk op een manier die flexkrachten zoeken.” De nieuwe cao biedt volgens Gudde namelijk heel veel ruimte om een vertaling te maken van het totale arbeidsvoorwaardenpakket met alle componenten (van de inlener) naar een totaalpakket (dat de uitzender maakt) voor de medewerker. Uitgangspunt bij Olympia is altijd de vraag ‘welke rol moet werk spelen in jouw leven?’ Gudde licht dit toe: De ene medewerker wil vooral geld (zoveel mogelijk cash), de ander wil zich meer ontwikkelen (begeleiding, opleiding(sadvies)), weer een ander vindt tijd belangrijk (wens voor zelfroostering of wel/niet werken in avonduren omdat hij of zij bijvoorbeeld mantelzorger is). Olympia heeft die drie uitgangspunten (maximaal regie op geld, tijd en ontwikkeling) omgezet naar drie contracttypen. Afhankelijk van de vraag van de flexkracht wordt het contract daarnaar ingericht. Gudde: “Zo hebben wij tien verschillende arbeidsarrangementen (profielen), een contract dat naast een juridisch kader ook bestaat uit een psychologisch/relationeel kader. Dat moet met elkaar in balans zijn.” Zo maak je je werkgeversmerk sterker, stelt Gudde. “Een medewerker die gelukkig is met zijn werk wil bij jou blijven, die kun je binden. En je trekt ook daarmee nieuwe flexkrachten aan.” Uitzendkracht duurder, maar dat mag ook Marcel Reijmers (FlexKnowledge) verwacht dat als gevolg van de nieuwe cao de kosten voor de inhuur van uitzendkrachten in 2026 gemiddeld met 5% stijgen voor de normale uren en voor toeslagen kan dit oplopen tot wel 17%, afhankelijk van de sector. Alom klinkt dan ook de klacht dat uitzenden (te) duur wordt. Gudde wil dat toch enigszins relativeren. “Op basis van gemiddelden klopt dat, maar het kostenniveau is volledig afhankelijk van de cao en het arbeidsvoorwaardenpakket van de opdrachtgever. Als je dat naast de huidige ABU-cao plaatst kan het zijn dat het helemaal niets uitmaakt, maar het kan ook zijn dat een uitzendkracht inderdaad duurder wordt. Dat is een gevolg van het gelijkwaardig willen belonen van uitzendkrachten en mensen in dienst bij de opdrachtgever die hetzelfde werk doen.” Maar uitzendkrachten mogen volgens Gudde ook duurder zijn. “Je levert ook waarde als uitzender, met jouw expertise in werving en selectie en (arbeidsmarkt)communicatie. En een opdrachtgever wil bepaalde flexibiliteit en risico’s onderbrengen bij een uitzender. Daar mogen best kosten tegenover staan.” Lagere (loon)kosten voor uitzendkrachten zijn er straks dankzij de gelijkwaardige beloning in nieuwe cao niet meer. De vrees leeft in de uitzendbranche dat opdrachtgevers meer zelf mensen in dienst zullen nemen met als argument dat het financiële voordeel van uitzenden wegvalt. Een ontwikkeling die sowieso al gaande is door de krappe arbeidsmarkt. Maar Gudde is niet bang dat Olympia hierdoor klanten verliest of dat klanten minder uitzenduren zullen afnemen. “Als je puur en alleen op directe loonkosten let, zou dat zo kunnen zijn. En natuurlijk herkennen wij net als alle uitzenders dat sentiment in de markt. Maar als een opdrachtgever zegt ‘dan hou ik ermee op’ is dat een goede aanleiding om een fundamenteel gesprek te voeren over ‘welke rol speelt flex binnen jouw organisatie?’” “Want wij zijn het als sector aan onze stand verplicht om dat gesprek met klanten aan te gaan; welk probleem wil je eigenlijk oplossen? En hoe kunnen wij daarbij helpen; via uitzenden, advies, werving en selectie…Dit is het moment om als sector te laten zien wat wij aan waarde toevoegen.” Werkgever én dienstverlener Uitzend(volumes) mogen dan gaan krimpen, maar dat betekent volgens Gudde niet dat de rol van uitzenders is uitgespeeld. Integendeel. “Als je kijkt naar de drie rijbanen op de arbeidsmarkt van Borstlap (vast, uitzenden, ondernemen) dan hebben wij in de sector alle kennis om op al die rijbanen van toegevoegde waarde te zijn.” Het vraagt wel om een andere benadering, weet Gudde. “Toen ik met uitzenden begon ergens in de steentijd gold omrekenfactor 1,56 en alles daarbovenop was marge. Einde oefening. Dat spel is over. Je moet als leverancier echt verstand van zaken hebben, weten in welke wereld jouw klanten zich bewegen. Je moet echt jouw toegevoegde waarde richting de klant zichtbaar maken.” Tegenwoordig ziet Olympia zichzelf als werkgever voor de kandidaat en als dienstverlener voor de opdrachtgever. “Die heeft een probleem, daar zoeken we een oplossing voor. Dat kan zijn een kandidaat leveren voor een vacature. Als werkgever bieden we de kandidaat werk dat voor hem of haar betekenis heeft (goed werkgeverschap) en daarmee meer waarde levert binnen de oplossing die we voor de klant hebben bedacht (dienstverlening).” De hartekreet van Gudde: “Grijp de nieuwe cao aan om de meerwaarde van uitzenden aan te tonen. Wij hebben als flexsector een verantwoordelijkheid in goed werkgeverschap. Wij leveren waanzinnig veel waarde voor mensen die een baan zoeken, inkomen nodig hebben en voor opdrachtgevers die flexibiliteit zoeken. Wij leveren waarde. Punt.” Dit is een beknopte samenvatting van het webinar waarin Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) spreekt met Steven Gudde (Directeur Business Development & Impact bij Olympia) over de impact van de nieuwe cao voor uitzendkrachten die op 1 januari 2026 ingaat. Het hele webinar bekijken en beluisteren? Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags goed werkgeverschap, Olympia, Uitzend CAO | Reacties uitgeschakeld voor ‘De nieuwe cao is hét moment om waarde van uitzenden aan te tonen’
GL-PvdA en BBB botsen over arbeidsmigratie, CDA, VVD en D66 kiezen gulden middenweg Geplaatst 21 oktober 2025 door Arthur Lubbers Het Groot Arbeidsmarktdebat dat 20 oktober werd gehouden in Den Haag is een initiatief van de brancheorganisaties ABU, NBBU, RIM, Bovib en VvDN. Het is mede georganiseerd door ZiPmedia, uitgever van onder meer FlexNieuws, ZiPconomy en HRMorgen. De uitverkochte zaal en het grote aantal online kijkers maken duidelijk dat men in de flexbranche wacht op heldere politieke oplossingen voor de problemen op de arbeidsmarkt. Hugo-Jan Ruts (ZiPmedia). “In de verkiezingsprogramma’s staan mooie plannen voor de zorg, woningbouw, Defensie, et cetera, maar de rol van de arbeidsmarkt hierin ontbreekt. Hoe ga je dat realiseren? De (krapte op de) arbeidsmarkt is niet in balans met die plannen.” Vijf Tweede Kamerleden noemen verschillende oplossingen, zoals onbenut arbeidspotentieel aanboren, mensen stimuleren meer uren te gaan werken, een soepelere arbeidsmarkt door een contractneutraal stelsel en betere zzp-wetgeving. En natuurlijk gaat de discussie al snel over arbeidsmigratie. We kunnen allemaal van alles beloven, maar het is een illusie te denken dat we zonder arbeidsmigratie kunnen. Inge van Dijk (CDA) Arbeidsmigratie: van kritischer inzetten tot uitzendverbod Iedereen in Den Haag is het erover eens dat arbeidsmigratie moet worden ingeperkt en dat er nu eindelijk eens een eind moet komen misstanden rondom arbeidsmigranten. Maar hoe? Inge van Dijk (CDA) is realistisch: “We kunnen allemaal van alles beloven, maar het is een illusie te denken dat we zonder arbeidsmigratie kunnen. Alle ambities hebben er vooralsnog niet toe geleid dat er minder arbeidsmigranten zijn gekomen. Dus we moeten ervoor zorgen dat de mensen die in Nederland komen werken netjes een dak boven hun hoofd krijgen. De Wtta gaat een stukje helpen, maar ook werkgevers en uitzenders moeten hier betere afspraken over maken.” Ook Henk Vermeer (BBB) wijst op het belang van arbeidsmigratie. “Willen we volle schappen in de supermarkt houden dan is de inzet van arbeidsmigranten onvermijdelijk.” Vermeer erkent dat er problemen zijn zoals slechte werkomstandigheden en huisvesting van arbeidsmigranten. De BBB wil ook niet dat die huisvesting voor arbeidsmigranten concurreert met andere bewoners op de overvolle woningmarkt. Maar volgens Vermeer schort het vooral aan goede handhaving om malafide uitzenders aan te pakken. “Daar lijden ook bonafide ondernemers in de uitzendsector onder.” In veel sectoren, zoals de vleesverwerkende industrie, is geen plek meer voor uitzenders Mariëtte Patijn (GL/PvdA) Mariette Patijn (GL/PvdA) De BBB vindt Mariëtte Patijn (GL-PvdA) lijnrecht tegenover zich. “Huisjesmelkers hebben de vrije hand gehad, waardoor de leefbaarheid in plaatsen als Roosendaal onder druk staat.” Patijn legt de schuld bij uitzendbureaus. “In veel sectoren, zoals de vleesverwerkende industrie, is geen plek meer voor uitzenders. Haal die schakel ertussen uit en laat werkgevers hun rol pakken om in die sectoren een invulling te geven aan goed werkgeverschap.” GL/PvdA wil dus gewoon een sectoraal uitzendverbod. Op de vraag vanuit de zaal of uitzenders dan geen fatsoenlijke werkgevers zijn, antwoordt Patijn: “Werkgevers hebben gezocht naar het laagste putje van de arbeidsmarkt en daarbij gekozen voor het slechtst betalende uitzendwerk.” Lees ook: Uitzendverbod? Laat eerst de Wtta zijn werk doen Zover wil Hans Vijlbrief (D66) niet gaan. Wel stelt Vijlbrief dat een aantal sectoren in Nederland groot is geworden door onderbetaald (uitzend)werk en uitbuiting van arbeidsmigranten. D66 trekt de discussie breder door de vraag te stellen ‘welke economie willen we?’ – analoog aan de titel van het Borstlap-rapport ‘In wat voor land willen we werken?’ Vijlbrief: “Arbeidsmigratie is nodig, maar niet in alle sectoren. Moeten we dat nog willen in de agrarische sector, logistiek en vleesverwerkende industrie, waarvan de Commissie Roemer al jaren geleden heeft vastgesteld dat mensen onder erbarmelijke omstandigheden moeten werken.” D66 vindt dat de focus veel meer moet liggen op de groei van de economisch belangrijke sectoren. “Het is het beste voor Nederland als we arbeid(smigranten) inzetten in hoogproductieve sectoren.” Een keuze die niet te lichtzinnig moet worden genomen. “We moeten niet de kip met de gouden eieren slachten, maar je kunt je wel afvragen of we vergunningen moeten blijven afgeven voor nog meer blokkendozen (logistieke centra).” Het is het beste voor Nederland als we arbeid(smigranten) inzetten in hoogproductieve sectoren. Hans Vijlbrief (D66) De VVD vindt arbeidsmigratie essentieel om onze hoogwaardige economie in stand te houden, maar stelt ook dat hier kritischer naar gekeken moet worden. Daan de Kort (VVD): “Meer arbeidsmigranten naar Nederland is niet altijd nodig. We moeten bijvoorbeeld ons eigen arbeidspotentieel beter benutten. Ook helpt lastenverlichting voor werkgevers. Bedrijven kunnen dan meer investeren in bijvoorbeeld robotisering.” In tegenstelling tot GL/PvdA vindt De Kort niet dat de schuld bij uitzenders moet worden gelegd. Net als BBB ziet de VVD dat de goede uitzenders juist worden benadeeld door malafide uitzenders ‘die er een zootje van maken’. Lees ook: Komend kabinet stuurt sowieso op (veel) minder arbeidsmigratie Onbenut arbeidspotentieel: haal mensen uit de bijstand Daan de Kort (VVD) gelooft dat het mogelijk is veel meer mensen uit de bijstand aan het werk te krijgen. “Een groot deel van de mensen die nu een bijstandsuitkering krijgt kan best aan de slag, eventueel met begeleiding.” Volgens de VVD moet daarvoor ‘werk meer lonen’. Dat kan bijvoorbeeld door een verlaging van de eerste belastingschijf. En dat geldt volgens De Kort ook voor mensen met een handicap. “Er is genoeg talen, we moeten alleen meer kijken naar wat wel kan.” Opvallend is dat Mariëtte Patijn (GL/PvdA) hier wel een taak voor uitzenders ziet. “Voor deze doelgroepen kunnen uitzenders juist wel een belangrijke rol spelen. Uitzendbureaus kunnen door deze mensen duurzaam te begeleiden aan het werk krijgen.” Mariette Patijn (GL/PvdA) , Hans Vijlbief (D66) en Henk Vermeer (BBB) Hans Vijlbrief (D66) wijst op het paradepaardje van zijn partij: onderwijs. “We moeten in Nederland meer investeren in onderwijs. Het is blijkbaar heel lastig om werk en scholing goed op elkaar af te stemmen en te combineren. We hebben nog steeds niet de sleutel gevonden voor een Leven Lang Leren.” Daarom pleit D66 voor een individueel leerbudget. Patijn voegt daaraan toe dat je zo’n budget ook moet kunnen inzetten als aanvulling voor een inkomensval die mensen kunnen krijgen als zij willen switchen van beroep (van ene naar andere sector). CDA en BBB waarschuwen vooral voor nog meer wet- en regelgeving en gebrekkige uitvoering (handhaving). Henk Vermeer: “Je kunt via wetgeving mensen niet stimuleren, alleen maar onderdrukken.” Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws en HRMorgen) deelt tijdens Het Groot Arbeidsmarktdebat de grootste zorgen van HR-professionals: “HR-professionals willen vooral minder regels. Die komen vaak voort uit gestold wantrouwen.” Een groot deel van de mensen die nu een bijstandsuitkering krijgt kan best aan de slag. Daan de Kort (VVD) Inzet asielzoekers Wet- en regelgeving staat ook de inzet van asielzoekers in de weg, weet iemand van Heroyam (sociale bemiddeling van nieuwkomers) die in de zaal zit. “We hebben 10.000 mensen in ons bestand. Ze staan in de rij bij azc’s om te kunnen werken, maar slechts 3% is aan de slag. Waarom kunnen die mensen niet gewoon aan het werk?” Hans Vijlbrief (D66) legt meteen de vinger op de zere plek. “Er zijn een paar politieke partijen die bang zijn dat die mensen zich teveel gaan hechten aan Nederland en niet meer weg willen) als je hen vanaf dag 1 aan het werk laat.” Dat geldt bijvoorbeeld voor de BBB. Vermeer: “Om niet teveel verwachtingen te scheppen moet je direct een voorselectie maken en mensen die geen kans hebben om te blijven snel selecteren.“ Inge van Dijk (CDA) denkt ook dat sommige andere partijen bang zijn dat asielzoekers in Nederland zullen willen blijven als ze direct aan het werk mogen. Zelf zou ze graag zien dat asielzoekers beter, op een hoger niveau worden ingezet. “Ik sprak laatst mensen waarvan de een wiskundige is en de andere accountant, die staan nu in een wasserette. Dan doen we hier toch iets fout met elkaar.” Nederland parttime-land: meer werken moet lonen Daan de Kort (VVD) en Inge van Dijk (CDA) Dat Nederland wereldkampioen parttime werken is, is alle partijen een doorn in het oog gezien de krapte op de arbeidsmarkt. De VVD vindt dat de norm weer 5 dagen werken moet worden. Dat kan alleen als meer werken lonend wordt. Daarom pleit de VVD voor (bijna) gratis kinderopvang. Daarin krijgt het de steun van de andere liberale partij (D66), die ook nog pleit voor een bonus voor mensen die meer dan 4 dagen willen werken. Inge van Dijk (CDA) vindt het opleggen van de norm van 5 dagen werken echter ‘ingewikkeld’. Zij maakt zich zorgen over de druk op mensen en studenten in deze ‘hypernerveuze samenleving’. Dé oorzaak van het feit dat de overheid er niet in slaagt mensen meer te laten werken zijn de toeslagen. Daar is iedereen het over eens. Zelfs Patijn (GL-PvdA) vindt dat het stelsel ingewikkeld is en ‘verkeerde prikkels’ geeft. Henk Vermeer (BBB) pleit voor het rigoureus schrappen van alle toeslagen. “Wij kiezen voor de nucleaire optie. Dat is electorale kamikaze en dus niet iets wat wij zomaar even kunnen doen. Dit moeten we direct na de verkiezingen samen (met alle partijen) doen.” Ook D66 wil van de toeslagen af, maar Vijlbrief denkt dat dit zeker 4 tot 8 jaar in beslag zal nemen. Het probleem zit ‘m in de toeslagen. Dat vraagt om een nucleaire optie; we moeten direct na de verkiezingen samen alle toeslagen schrappen. Henk Vermeer (BBB) Cristel van de Ven (voorzitter van Vereniging Zelfstanden Nederland) wijst de dames en heren politici er fijntjes op dat zij een groep werkenden over het hoofd zien: de zzp’ers. “Waarom vragen jullie je niet af hoe het komt dat die zelfstandigen wel meer en langer willen en kunnen werken?” Vermeer geeft direct toe dat Den Haag nog te veel focust op vaste contracten. Ook Vijlbrief stelt dat zelfstandigen inderdaad meer werkgeluk ervaren en meer kunnen werken doordat zij de baas zijn over hun eigen leven. Kijk hier het heel Groot Arbeidsmarktdebat terug: . Meer weten? Zie het FlexNieuws verkiezingsdossier fotog Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags Verkiezingen 2025 | 1 Reactie
Cyberdreiging: werknemers en (kleine) bedrijven worstelen met concrete actie Geplaatst 21 oktober 2025 door Redactie FlexNieuws Zo neemt een op de vijf bedrijven met minder 10 werknemers nog altijd geen concrete maatregelen tegen digitale dreiging, blijkt uit het jaarlijkse onderzoek Alert Online van Ipsos I&O in opdracht van het ministerie van Economisch Zaken, over onder meer het bedrijfsleven. Bij bedrijven die dat wél doen, is twee-staps-inloggen (dat je niet zomaar de interne werkomgeving kan bereiken met slechts één wachtwoord) de meest genomen actie. 55 procent van de ondervraagde medewerkers – binnen het onderzoek en dus niet per bedrijf – denkt te weten dat deze maatregel verplicht is binnen de organisatie. Groeiend probleem Cybergerelateerde crime is een groeiend probleem binnen het bedrijfsleven. In 2024 had een op de vijf bedrijven te maken met een cyberaanval, becijferde ABN Amro. Bij grote ondernemingen was dat aandeel nog groter. Daar maakte drie op de tien bedrijven een cyberaanval mee. De meeste voorkomende schade was verlies van geld en klantendata en verstoring van de operationele werkzaamheden. Lees ook dit artikel: welke impact heeft AI op de wereld van recruitment? Marleen Deleu en Farid El Machaoud delen hun inzichten Demissionair minister van Economische Zaken Vincent Karremans (VVD) sprak onlangs nog over de noodzaak tot investeringen in cyberweerbaarheid bij bedrijven en overheidsorganisaties. Kleinere organisaties – en dat geldt natuurlijk al helemaal voor zzp’ers – hebben vaak niet de financiële middelen en/of de capaciteit om hun interne organisatie goed te beveiligen. Onder de Europese richtlijn NIS2 vallen op den duur steeds meer organisaties onder de wettelijke verplichting om hun digitale weerbaarheid op orde te hebben. Tegen potentieel hoge boetes. Handelingsverlegenheid Uit het Alert Online-onderzoek blijkt verder dat een derde van de medewerkers (34 procent) hun eigen kennis over online veiligheid als zeer goed inschatten. Vorig jaar lag dit percentage nog op 27 procent. Drie op de vijf medewerkers (60 procent) denken dat de eigen organisatie voldoet aan de wet- en regelgeving. Maar zelf zijn medewerkers vaak helemaal niet zo goed op de hoogte van alle wetten en regels. Een kleine minderheid (10 procent) zegt (zeer) goed te weten wat er allemaal speelt op dit terrein, terwijl meer dan de helft van de respondenten (52 procent) dat ‘heel slecht’ weten. Toch lijkt er wel sprake van handelingsverlegenheid, of wellicht zelfs wel schaamte, als het misgaat. Een van de meest voorkomende fenomenen is phishing mail en het daarbinnen klikken op een link die je doet belanden in een situatie waarin je kan worden opgelicht of gechanteerd. Het aandeel medewerkers dat phishing mail meemaakte is gestegen van 25 procent in 2024 naar 31 procent dit jaar. In de helft (47 procent) van de gevallen dat een medewerker te maken kreeg met dit soort vormen van cybercrime deed de desbetreffende medewerker geen melding of aangifte. Medewerkers die wel actie ondernamen, deden dat overwegend door melding te maken bij de ICT-afdeling van hun bedrijf (45 procent). Twee op de vijf medewerkers die geen aangifte deden, geven aan dat ze geen of weinig schade ondervonden. Een derde (35%) vond het (daarnaast) niet zo belangrijk. 5 procent zegt dat het geen zin heeft om aangifte of melding te doen. Uit het onderzoek blijkt ook dat ICT-medewerkers, vermoedelijk omdat zij dicht op het vuur zitten en er dagelijks mee bezig zijn, veel bewuster zijn van de gevaren én daar ook op acteren. Lees ook dit artikel: Het tekort aan IT’ers blijft bestaan zolang bedrijven blijven vissen in dezelfde vijver Geplaatst in In de cloud | Tags AI, cyberaanval, cyberdreiging, cyberweerbaarheid, generatieve AI | Reacties uitgeschakeld voor Cyberdreiging: werknemers en (kleine) bedrijven worstelen met concrete actie
Hogere kostprijs voor flexwerk in 2026? Zo bereid je je slim voor Geplaatst 20 oktober 2025 door BackOfficer Hogere kosten, meer administratie en best wat vragen in de flexbranche – dat zijn de consequenties van de hogere kostprijs volgend jaar. Maar voor we in paniek raken: laten we rustig bekijken wat er precies verandert, waarom dat gebeurt en vooral: hoe je er slim mee omgaat. Wat verandert er precies in 2026? Het sleutelwoord is gelijk(waardig)e beloning. Waar we tot nu toe werkten met de inlenersbeloning, komt er nu een stap bovenop: alle arbeidsvoorwaarden van de inlener worden één-op-één of gelijkwaardig toegepast op de flexmedewerker. Concreet betekent dit: Essentiële arbeidsvoorwaarden: Heeft een inlener 30 vakantiedagen? Dan krijgt de flexmedewerker er ook 30. Niet meer rekenen met standaardpercentages, maar per inlener en per regeling bekijken wat van toepassing is. Denk daarbij ook aan sportschoolabonnementen, fiets-van-de-zaak of een duurzaamheidsregeling. Ook deze voordelen moeten worden doorgegeven aan de flexmedewerker of gecompenseerd worden. Niet essentiële arbeidsvoorwaarden: Dat is alleen het pensioen. Pensioenpremie: StiPP blijft het standaardpensioen, maar als de inlener een hogere werkgeverspremie heeft, moet dat verschil aan de flexkracht worden vergoed. Ziekte: Geen standaard wachtdag en 90%-betaling meer, maar kijken naar wat bij de inlener geldt. Werkt een flexmedewerker bij meerdere klanten, dan kan dat dus per situatie verschillen. Het idee hierachter is eerlijkheid: gelijke voorwaarden voor iedereen die hetzelfde werk doet. Maar het vraagt wél om veel meer administratie per inlener en een goede onderbouwing voor de uiteindelijke kostprijsberekening. Lees ook: Kostprijs 2026 zorgt voor schokgolf in de flexbranche Wat zit er eigenlijk in de kostprijs verwerkt? Veel mensen denken: de kostprijs is het loon plus een beetje marge. In werkelijkheid zit er veel meer achter: Brutoloon: Het afgesproken uurloon van de flexmedewerker. Reserveringen: Voor vakantiedagen, feestdagen en kort verzuim – vanaf 2026 volledig gebaseerd op de afspraken bij de inlener. Toeslagen en overwerk: Alles wat extra uitbetaald wordt, zoals ploegendiensten of onregelmatige uren. Vakantiegeld en eindejaarsuitkering: Inclusief bonussen, winstdeling en andere extra’s – ook hier geldt weer: volgens de regeling bij de inlener. Pensioenpremie: StiPP-premie voor de werkgever gaat van 8% naar 15,9%. Bij een hogere premie bij de inlener moet het verschil worden gecompenseerd. Sociale lasten en verzekeringen: WW, WIA, Ziektewet, zorgverzekeringswet en de Whk-premie die in 2026 stijgt. Eigen organisatiekosten: De administratie, HR, salarissoftware – vaak doorberekend in de kostprijs. Bureaumarge: Bovenop alle verplichte kosten komt onze marge. Dit scheelt personeelskosten voor je, omdat je geen eigen backoffice, juridisch en administratieve medewerkers hoeft aan te nemen. Wij regelen jouw backoffice goed en blijven investeren in kwaliteit en service. Het is dus een hele optelsom van kosten en verplichtingen. Als je dat weet, klinkt een stijging van de kostprijs al wat logischer. Administratieve uitdagingen: hoe ga je ermee om? Het berekenen van de nieuwe kostprijzen wordt vanaf 2026 een stuk complexer. Niet omdat het technisch niet kan, maar omdat je per klant veel meer informatie moet verzamelen en verwerken: Alle verlofregelingen moeten bekend zijn, inclusief afwijkende regelingen binnen dezelfde organisatie. Exotische arbeidsvoorwaarden moeten worden omgerekend naar een financiële waarde. Wat kost een sportabonnement of personeelskorting eigenlijk per uur? Pensioencompensatie moet per inlener worden berekend en verwerkt in de kostprijs. Ziekteregelingen moeten duidelijk zijn per inlener en correct worden toegepast bij verzuim. Een logische bijkomstigheid is natuurlijk dat al deze informatie ook helder en duidelijk wordt vastgelegd op loonstroken en in uitzendbevestigingen. Er is in dit proces geen ruimte voor vaagheden dus. Waarom dit geen ramp hoeft te zijn? Ja, de kostprijs gaat omhoog. Ja, er komt meer administratie bij kijken. Maar er zijn ook voordelen: Transparantie richting inleners en flexmedewerkers: iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Eerlijke beloning zorgt voor tevreden flexmedewerkers én minder discussie achteraf. Sterkere klantrelaties: door nu duidelijk te communiceren en samen te inventariseren, laat je zien dat je grip hebt op de situatie. Flexibele inzet van medewerkers blijft voor veel inleners belangrijk, waardoor je een voorsprong blijft houden op ‘eigen’ medewerkers. En met de juiste tools en voorbereiding is het straks een kwestie van processen stroomlijnen. En wat kun je als uitzendbureau nú doen om voorbereid te zijn? Breng alle arbeidsvoorwaarden per inlener in kaart – hoe eerder je dat doet, hoe minder verrassingen in januari. Praat met je inleners – bereid ze voor op de veranderingen en de nieuwe tarieven. De winst zit in goed werkgeverschap Uiteindelijk gaat dit allemaal niet alleen over kosten, maar ook over goed werkgeverschap. Door eerlijk en transparant te zijn over tarieven, arbeidsvoorwaarden en afspraken, bouw je vertrouwen op. En dat betaalt zich terug – niet alleen in tevreden inleners en flexmedewerkers, maar ook in minder gedoe en meer rust in je organisatie. Conclusie: het wordt druk, maar jij hebt de regie De kostprijs 2026 brengt verandering, dat is duidelijk. Maar paniek is nergens voor nodig. Met een goede voorbereiding, duidelijke communicatie en de juiste hulpmiddelen hou je de regie. Het kost misschien meer tijd om alles goed in te richten, maar uiteindelijk zorgt het voor meer duidelijkheid en een eerlijkere verdeling voor iedereen. Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags cao uitzendkrachten, flexwerk, Kostprijs | Reacties uitgeschakeld voor Hogere kostprijs voor flexwerk in 2026? Zo bereid je je slim voor
CDA: meer zekerheden voor werkenden, werkgeverschap aantrekkelijker maken Geplaatst 19 oktober 2025 door Redactie FlexNieuws ‘In een fatsoenlijk land staan we geen tweedeling toe tussen mensen voor wie de arbeidsmarkt kansen en zekerheid biedt, en mensen die telkens aan het kortste eind trekken’, zo schrijven de Christendemocraten. Daarom wil het CDA meer zekerheid bij flexibele contracten en ‘werkgeverschap aantrekkelijker maken door meer (interne) flexibiliteit.’ De partij steunt daarom aangekondigde wetgeving als de wet “Meer zekerheid voor flexwerkers”, een nieuwe crisisregeling voor personeelsbehoud en aanpassing van de doorbetaling bij ziekte in het tweede jaar. Nieuwe wetgeving die tijdens het kabinet Rutte IV door CDA-minister Van Gennip in gang is gezet. In geval van gedeeld werkgeverschap wil het CDA ‘belemmeringen’ wegnemen. Zo kunnen werknemers makkelijker een baan bij meerdere werkgevers hebben, ook in verschillende sectoren. Daarnaast wil de partij ‘samen met vakbonden en werkgevers het cao-stelsel aantrekkelijker [maken], ook voor nieuwe sectoren zodat er meer werknemers onder een cao vallen.’ Het huidige cao–stelsel moet , waar nodig, worden aangepast ‘om innovatie te stimuleren’. Arbeidsmigratie Momenteel is Nederland te afhankelijk van arbeidsmigratie, vindt het CDA. De partij erkent misstanden in sectoren waar arbeidsmigranten werkzaam zijn en ziet ‘te vaak’ dat arbeidsmigranten worden ‘behandeld op een manier die Nederland onwaardig is’. De partij stelt dat in het huidige systeem ‘de lusten voor de ondernemer, de lasten voor de samenleving en de risico’s voor de arbeidsmigrant’ zijn. De norm is voor de partij helder: ‘behandel mensen fatsoenlijk en houd je aan de regels’. Concreet betekent dit dat gemeenten en werkgevers verantwoordelijk worden voor goede registratie van arbeidsmigranten. Daarnaast wil de partij dat de overheid bindende afspraken maakt met sectoren om te werken aan ‘arbeidsbesparende innovaties en verbetering van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.’ Als ‘stok achter de deur’ kan een sectoraal verbod op uitzendkrachten worden ingezet. Duidelijkheid en verantwoordelijkheden voor zzp’ers Het CDA vindt het van ‘groot belang om te werken aan verdere verduidelijking óf en wannéér je als zzp’er aan de slag kunt.’. Dit wil de partij waarvoor wetgeving aanpassen en ‘blijven inzetten op goede communicatie’. Daarnaast vindt de partij dat ‘zelfstandigen verantwoordelijkheid (moeten) nemen voor een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid (ook voordat de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen in werking treedt) en een toereikend pensioen.’ Het CDA is mede-initiatiefnemer van de Zelfstandigenwet. De partij noemt deze wet niet expliciet in haar programma, maar bovenstaande uitgangspunten passen wel binnen de doelstellingen van die wet. Dat wetsvoorstel combineert criteria die wat ruimer zijn dan de huidige regels (bijvoorbeeld het ontbreken van een criteria rond ‘inbedding’) met striktere ondernemersvoorwaarden, waaronder eisen ten aanzien van pensioen en een arbeidsongeschiktheidsvoorziening, De Belastingdienst moet doorgaan met het handhaven op schijnzelfstandigheid, vindt het CDA. Voor werknemers onder een ‘bepaald tarief’ wordt een rechtsvermoeden van werknemerschap ingevoerd. Werken als zelfstandigen in ‘(semi-)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs’ dient daarnaast te worden ontmoedigd, en werknemerschap juist in deze sectoren gesimuleerd. De partij wil hiervoor ‘goed werkgeverschap door sociale innovatie’. Het volledige programma van het CDA is hier te vinden. Al het nieuws over de verkiezingen 2025 kun je vinden in dit FlexNieuws verkiezingsoverzicht Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags Verkiezingen 2025 | Reacties uitgeschakeld voor CDA: meer zekerheden voor werkenden, werkgeverschap aantrekkelijker maken