Een arbeidsmarktfabeltje ontkracht Geplaatst 17 september 2025 door Stef Witteveen Een menselijke samenleving wordt gestuurd door verhalen waarin de mensen geloven. Dat mensen in deze verhalen geloven, hoeft zeker niet te komen doordat ze op feiten zijn gebaseerd, laat staan dat ze enige eeuwigheidswaarde hebben. We zien het sturende narratief zelfs elke paar decennia veranderen in haar tegendeel. Factcheck Ook het arbeidsmarktbeleid wordt gestuurd door een dergelijk narratief. Aan de vooravond van de verkiezingen wil ik de centrale stelling waarop het heersende verhaal is gebouwd aan een factcheck onderwerpen. Er zou sprake zijn van een toename van het aandeel flexibele arbeidsrelaties en het vaste contract moet weer de norm worden. Volgens de politiek en de polder wordt de bestaanszekerheid van mensen negatief beïnvloed door een teveel aan flexibiliteit. En deze flexibiliteit wordt in het sturende verhaal vaak vooral verbonden aan uitzendbureaus. Meer vaste contracten Als we kijken hoe de beroepsbevolking zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, zien we het aantal en het aandeel van vaste contracten in de afgelopen tien jaar toenemen. Voor zover het aandeel flexibiliteit toeneemt, is dat het aandeel interne flex, zonder inbreng van een uitzendbureau of andere intermediairs. Als je verder terug wil dan tien jaar, is het beeld van de afgelopen twintig jaar niet veel anders. Het aandeel externe flexibiliteit door intermediairs is licht afgenomen en was toch al zeer laag (3%). Het aantal zzp’ers (eigen arbeid) is wel toegenomen en beweegt zich zo rond de tien procent van de beroepsbevolking. Wet DBA De overheid beschouwt een deel van de zzp’ers als schijnzelfstandigen en vindt dat deze zouden moeten overstappen naar één van de andere categorieën. Welk deel dit is en hoe groot dit deel is, weten we niet. Sinds de aanname van de Wet DBA (2016) kunnen we niet veel anders dan dit per feitelijke werksituatie beoordelen, zoals de Belastingdienst nu doet sinds de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid. Deze handhaving leidt nu tot een langdurig proces van onzekerheid, onduidelijkheid en frustratie bij opdrachtgevers en opdrachtnemers. Als we dieper inzoomen op het flexibele deel van onze arbeidsmarkt zien we dat het aandeel flexibele contracten bij de opdrachtgevers zelf toeneemt, maar het meest flexibele deel daarvan afneemt (oproepcontracten). De rechtszekerheid van een groot deel van de beroepsbevolking is daarmee toegenomen. Definities van het CBS Het CBS hanteert voor de categorie ‘uitzenden’ een brede definitie met alle driehoeksarbeidsrelaties en allerlei arbeidsovereenkomsten. Daar zit flex bij, maar ook vast. Daarnaast is er nog een categorie flex zonder dat de contractvorm duidelijk is, dus dat kan zowel flex als vast zijn. Het zou natuurlijk veel duidelijker zijn als het CBS kon beschikken over goede en betrouwbare registratiegegevens vanuit de overheid, maar daaraan is in de afgelopen jaren helaas niet gewerkt. De categorie uitzenden bevat ook de detacheringen en juist dit deel heeft in de afgelopen jaren gezorgd voor groei in deze categorie. Detacheerders hebben 60 tot 70 procent vaste contracten met hun werknemers en 30 tot 40 procent contracten van bepaalde tijd met uitzicht op vast. Dat zijn geen flexibele contracten, en juist deze contracten hebben voor de groei in de categorie gezorgd. Ook in de categorie uitzenden is de rechtszekerheid van werknemers dus toegenomen. Kansen en stimulansen De centrale stelling waarop het heersende verhaal van ons arbeidsmarktbeleid is gebaseerd, blijkt aan serieuze herijking toe. Daarbij zou de vraag moeten zijn wat onze arbeidsmarkt in de huidige situatie en in de nabije toekomst nodig heeft om aan de arbeidsvraag te kunnen voldoen en om optimale kansen en stimulansen te bieden aan onze beroepsbevolking. Lees ook: Een op acht ondernemers kiest voor verlagen productie door schaarste op de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt kent nu en in de voorzienbare toekomst enkele belangrijke kenmerken. Allereerst is er al enige jaren sprake van ‘full employment’ of brede schaarste in vele beroepsgroepen. Een arbeidsmarkt met full employment is iets wat de huidige generatie vooral uit de boeken kent, want het is al heel lang niet voorgekomen. Toch is goed passend arbeidsmarktbeleid mogelijk en nodig om onze productiviteit optimaal te krijgen en te houden. Daarnaast zien we dat de werkgelegenheid regelmatig schuift. In sommige beroepsgroepen is veel minder werk te vinden, en in andere is er een groot tekort aan mensen. Ook als de werkgelegenheid niet schuift, veranderen vaak toch de werkzaamheden van mensen. Er is kortom een enorme en groeiende behoefte aan bij- en omscholing, want niemand kan er meer vanuit gaan dat zijn of haar baan hetzelfde blijft. Permanente verandering is de norm. Groeiende arbeidsmobiliteit Deze twee kenmerken van onze arbeidsmarkt vragen erom dat de beroepsbevolking mobieler wordt: openstaat voor verandering en bereid is om een opleiding te volgen om de inzetbaarheid te vergroten. We dienen daarom, samen met alle actoren op de arbeidsmarkt, in te zetten op een groeiende arbeidsmobiliteit, want ook werkgevers kunnen hier een belangrijke rol spelen. Als voorbeeld kunnen we naar de detacheerders kijken, omdat zij daarin exemplarisch zijn. Ze bieden de best mogelijke rechtszekerheid die in Nederland te vinden is, belonen minimaal zo goed als de opdrachtgevers en investeren aantoonbaar meer dan gemiddeld in het opleiden van hun werknemers. Werkgeverschap is het beroep van detacheerders; zij zorgen er daarom beter dan anderen voor dat hun werknemers inzetbaar, mobiel en opgeleid zijn. Lees ook: Ondanks omzetdaling blijven detacheerders investeren in goed werkgeverschap Activeren inactieven Er zijn nog zo’n miljoen inactieven in Nederland te activeren. Een deel daarvan heeft om verschillende redenen een achterstand ten opzichte van de arbeidsmarkt en heeft hulp nodig bij het vinden van passend werk (drie- tot vierhonderdduizend mensen). De anderen hebben vooral een stimulans nodig van de overheid door het financieel/fiscaal interessant te maken om (meer) te gaan werken. Het succesvol activeren van (gedeeltelijk) inactieven heeft een groot positief effect op de productiviteit van onze beroepsbevolking en dus ook op het verdienvermogen van onze economie. Daarnaast is deze activering de beste weg naar een betere bestaanszekerheid voor de mensen zelf. Uitzendbaan als eerste stap Voor het activeren van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt is uitzendarbeid het meest laagdrempelige en succesvolle instrument. Laten we niet vergeten dat uitzendkrachten, als ze zich hebben bewezen, heel vaak in dienst treden bij de opdrachtgever. Als mensen in een kwetsbare situatie zitten, is een uitzendbaan vaak de eerste stap naar beter. Dit in tegenstelling tot het frame dat mensen in een kwetsbare situatie zitten omdat ze uitzendkracht zijn. Dat is een potsierlijke omdraaiing van zaken. Lees ook: SCP-onderzoek: werkgevers bieden vaker meer uren en vaste contracten aan Het veranderen van een vals narratief kan erg hardnekkig zijn. Dat besef ik. Maar ik begrijp wel dat voorzitter Sieto de Leeuw van ABU en directeur Marco Bastiaans van NBBU elk op hun eigen wijze onlangs in een column aan hebben gegeven zwaar tabak te hebben van de valse frames die circuleren over hun leden. Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags arbeidsmarkt, CBS, flexibele contracten, interne flex | Reacties uitgeschakeld voor Een arbeidsmarktfabeltje ontkracht
Miljoenennota 2026. Geen nieuwe plannen voor de flexsector, wel verder met wetgeving. Geplaatst 16 september 2025 door Redactie FlexNieuws In de Miljoenennota 2026 staan vooral kleine ingrepen en weinig verrassingen. Het is dan ook een begroting van een demissionair kabinet dat bovendien steunt op slechts 32 van de 150 zetels. Het kabinet viel in juni nadat de PVV opstapte en in augustus vertrok ook nog NSC uit onvrede over het beleid rondom Israël. Hoewel veel dossiers vertraging oplopen door de demissionaire status van het kabinet, staan er in de Miljoenennota weldegelijk maatregelen en fiscale aanpassingen die van belang zijn voor ondernemers in de flexbranche en voor zelfstandig professionals. De voorbereidingen rond nieuwe wetgeving gaat onverminderd door. Lees ook: Een overzicht van de variabelen in de kostprijs uitzendarbeid zoals die zijn gepubliceerd in de Miljoenennota 2026 Een overzicht van de belangrijkste plannen genoemd in de begrotingen: 1. Minimumjeugdloon flink omhoog Het minimumjeugdloon stijgt fors per 1 januari 2027. Eerder werd al bekend dat een 20-jarige dan niet 80%, maar 87,5% van het volwassen minimumloon gaat verdienen. Voor een 19-jarige stijgt dit percentage van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%. Een 16-jarige krijgt voortaan 40% van het volwassen minimumloon, een 17-jarige 50%. Mbo-studenten die een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen, krijgen vanaf 2027 recht op het volledige minimumjeugdloon voor hun leeftijd. De speciale bbl-loonstaffel verdwijnt dus. 2. Hogere salariseis expatregeling Het demissionaire kabinet wil de regels voor kennismigranten aanscherpen. Zo wordt de salariseis voor werknemers onder de 30 jaar verhoogd van 4171 euro naar ongeveer 4670–4770 euro bruto per maand. Deze maatregel moet misbruik van de regeling tegengaan. De Arbeidsinspectie zag namelijk dat die ook werd gebruikt voor bijvoorbeeld kappers en schoonmakers, terwijl de maatregel bedoeld is voor hoogopgeleide kenniswerkers van buiten Europa. In het Financieele Dagblad uitten werkgevers uit de technologie- en nutssector hun zorgen. Zij zijn afhankelijk van kennismigranten voor bijvoorbeeld de energietransitie, maar start-ups en mkb-bedrijven zouden de hogere salarissen niet kunnen betalen. Ook grote bedrijven zoals Enexis en Siemens vrezen dat ze geen ingenieurs meer kunnen aantrekken. Ook diverse politici noemen de looneis een te grove maatregel. Ze pleiten voor een gerichtere aanpak, waarbij beter wordt gekeken naar de aard van het werk en de bijdrage aan de economie. 4. Toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere uitleners van arbeidskrachten In de plannen nog maar eens de aankondiging van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA). De introductie van een toelatingsplicht voor bedrijven die personeel ter beschikking stellen. Binnen het Ministerie van SZW wordt in 2026 een autoriteit ingericht die de aanvragen voor een toelating en het behoud ervan beoordeelt, staat in het belastingplan. De Eerste Kamer gaat de WTTA overigens op 7 oktober behandelen. 5. Sectoraal uitzendverbod Het kabinet houdt vast een het idee op de optie te hebben een sectoraal uitzendverbod op te leggen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bereidt een maatregel voor waarmee het in- en uitlenen van uitzendkrachten kan worden verboden in sectoren waar structurele misstanden blijven bestaan. Als er aantoonbaar sprake is van ernstige problemen en er geen verbetering op treedt, kan het ministerie via een Algemene Maatregel van Bestuur ingrijpen en het uitzendwerk in die sectoren verbieden, zo is het idee. De BBB heeft in haar verkiezingsprogramma opgenomen niets voor zo’n verbod te voelen, de VVD – en andere partijen – zien er juist wel wat in. 6. Nieuwe wet rondom schijnzelfstandigheid Het kabinet werkt door aan de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Deze wet bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een toets of iemand een opdracht als zelfstandige mag uitvoeren. Deel twee is een arbeidsrechtelijk vermoeden van dienstbetrekking voor zelfstandigen die minder dan 36 euro per uur verdienen. Of deze wet er komt, blijft onzeker. VVD, CDA, D66 en SGP hebben namelijk een eigen alternatief voorgesteld: de Zelfstandigenwet. De VBAR-toets kan werkgevers geen zekerheid vooraf geven over de arbeidsrelatie, met de Zelfstandigenwet kan dat volgens de initiatiefnemers wel. Hun alternatief bestaat uit drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectorale toets. De BBB wijst zowel de VBAR als de Zelfstandigenwet af, maar is wel voor een rechtsvermoeden van werknemerschap en een ‘VAR-light’. Tot nu toe wilde PVV vasthouden aan de VBAR, maar schrijft er niet over in het verkiezingsprogramma. Lees het laatste nieuws: Nadere invulling wet VBAR moet extra duidelijkheid brengen, maar ‘toetsingskader is geen afvinklijst’ 7. Korting op elektrische leaseauto’s Verder wil het kabinet elektrisch rijden stimuleren met extra korting op de motorrijtuigenbelasting. Eigenaren van elektrische auto’s krijgen tussen 2026 en 2028 meer korting op hun motorrijtuigenbelasting: 30% in plaats van 25%. Werkgevers worden aangespoord om zakelijke auto’s te verduurzamen met een extra heffing in de loonbelasting voor ‘niet-emissievrije personenauto’s’. Deze aanscherping van regels rondom elektrische auto’s had het kabinet al in het voorjaar aangekondigd. Daartegenover staat dat het verschil in bijtelling tussen elektrische en niet-elektrische auto’s verdwijnt. Vanaf 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto’s dezelfde bijtelling (22%) als voor benzineauto’s. 8. Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Miljoenennota 2026. Geen nieuwe plannen voor de flexsector, wel verder met wetgeving.
Kostprijs 2026 zorgt voor schokgolf in de flexbranche Geplaatst 16 september 2025 door Henk Geurtsen “Dat is toch niet echt zo?!?” Als adviseurs in de flexbranche horen we dit het vaakst wanneer we de cao-wijzigingen en de contouren van de kostprijs 2026 toelichten. Het meest opvallende is dat de verbazing niet alleen gaat over de stijgende kosten, maar vooral over de enorme toename aan administratieve lasten, wat ook op een of andere manier vertaald moet worden in het tarief. En dat terwijl de kostenstijging op zichzelf al aanzienlijk is. Steeds meer directeuren en financieel verantwoordelijken ervaren hierdoor onrust en hadden niet verwacht dat de gevolgen zó groot zouden zijn. Vanwaar zulke grote gevolgen? Vanaf 1 januari 2026 treedt de nieuwe uitzend-CAO in werking. De kern: gelijkwaardigheid van alle beloningselementen bij de inlener. Dit gaat dus veel verder dan de huidige inlenersbeloning. In feite is dit een vervolg op het SER-advies uit 2021 en uitspraken van de Hoge Raad, met onder andere het Dosign-arrest. Wat verandert er concreet? We lichten de vier belangrijkste wijzigingen uit: Alle verlofregelingen matchen: Geen standaard reserveringspercentages meer, maar het één-op-één overnemen van alle verlofregelingen van de inlener. Heeft een klant 30 vakantiedagen? Dan moet de flexkracht óók 30 dagen krijgen. Dit betekent een verschuiving van een vast looncomponent naar een variabele per klant welke ingericht moet worden in de salarissoftware en doorberekend moet worden in de kostprijs. “Exotische” arbeidsvoorwaarden: De gelijkwaardigheid geldt ook voor secundaire arbeidsvoorwaarden zoals: sportschoolabonnementen, fiets-van-de-zaak, verduurzamingsregelingen of zelfs personeelskortingen op hypotheken. Al deze voordelen moeten gegeven worden aan de flexkracht of worden gecompenseerd. Pensioenpremie: Het pensioenfonds van de inlener hoeft gelukkig niet overgenomen te worden; StiPP blijft de standaard. Maar er geldt wél een verplichting tot gelijkwaardigheid in de werkgeverspremie. Per plaatsing moet inzichtelijk zijn of de pensioenpremie van de flexkracht meer of minder is dan die van de klant. Bij een hoger werkgeverspercentage pensioenpremie bij de klant moet dit verschil vergoed worden aan de flexkracht. Levert dat lagere kosten op als er bij de klant géén pensioen is? Nee, dan mag er geen verrekening plaatsvinden. Arbeidsongeschiktheid: Bij ziekte is er niet meer standaard sprake van 1 wachtdag en 90%/80% betaling. Per klant zul je moeten kijken wat daar de regeling is en daar heeft de uitzendkracht recht op. Vastlegging: van lastig naar complex Naast de extra kosten brengen deze wijzigingen forse administratieve uitdagingen met zich mee: Alle verlofregelingen matchen: Voorheen ging dit enkel om ADV/ATV, nu moeten alle verlofregelingen van de klant geïnventariseerd en per plaatsing ingericht worden. Extra complexiteit: veel klanten hebben verschillende verlofregelingen met een afwijkend aantal dagen. Exotische arbeidsvoorwaarden: Elk element – groot of klein – moet inzichtelijk worden gemaakt. Wat is bijvoorbeeld de waarde van een sportabonnement of fiets-van-de-zaak? Wanneer kun je spreken van gelijkwaardigheid? Dit vereist nieuwe rekenmodellen en transparante communicatie. Vergeet hierbij niet, het loon en alle arbeidsvoorwaarden dienen ook expliciet bevestigd te worden aan de flexkracht via de bekende uitzendbevestiging. En als extraatje moet het voor de uitzendkracht ook duidelijk zijn wat de grondslag is van een arbeidsvoorwaarde. Je kunt dus niet volstaan met het noemen van een percentage, maar op de uitzendbevestiging of op de loonstrook moet ook duidelijk vermeld staan over welke grondslag dit percentage wordt berekend. Pensioenpremie: Per klant zul je moeten kijken of het werkgeverspercentage pensioen hoger is dan dat van de StiPP. Is dat het geval dan moet je dat compenseren, bijvoorbeeld met een bruto vergoeding of een andere compensatie. Het kan interessant zijn om exact uit te rekenen hoeveel pensioenpremie de klant af zou moeten dragen en hoeveel er aan de StiPP moet worden afgedragen. Die berekeningsmethode kost meer tijd, maar kan wel leiden tot een lagere compensatie. Je zult dus de afweging moeten maken of het extra werk opweegt tegen de mogelijke besparingen. Arbeidsongeschiktheid: Van al je klanten dien je de vergoedingen bij ziekte te kennen en op de juiste wijze te vergoeden aan de flexkracht. Werkt de uitzendkracht bij twee klanten met verschillende regelingen, dan mag je hopen dat de uitzendkracht niet ziek wordt. Verkooptarieven 2026 Bereid je goed voor op gesprekken met de klanten. Alle arbeidsvoorwaarden zullen geïnventariseerd moeten worden, ook voorwaarden die niet in de cao van de klant staan, maar die wel worden toegepast voor de eigen medewerkers. En geldt een arbeidsvoorwaarde voor een eigen medewerker, dan geldt die per definitie ook voor de uitzendkracht, als die dezelfde of een vergelijkbare functie heeft. Uitzendkrachten mogen dus niet uitgesloten worden! Hoe ga je al deze wijzigingen doorberekenen in een tarief? Dit vraagt om maatwerk per klant: eerst de klant informeren, vervolgens samen inventariseren. En dit is niet optioneel – je moet het sowieso doen voor de verloning in 2026. Wat de effecten zijn van de “exotische” arbeidsvoorwaarden op de kostprijs is uiteraard per klant heel verschillend. Wat we nu al wel met zekerheid kunnen zeggen is dat de nominale Whk-premie met 0,72% stijgt en dat de premie StiPP ongeveer verdubbelt. De pensioenlasten in de kostprijs worden nog hoger als de klant een pensioenregeling heeft die duurder is dan de StiPP. Dan moet ook dat verschil worden meegenomen in het tarief. Meer weten? De impact van Kostprijs 2026 is groot. Tijdens ons FlexFuture-event gaan we hier dieper op in: van de nieuwe CAO en de WTTA tot concrete handvatten om je organisatie hierop voor te bereiden. Tijdens ons FlexFuture-event besteden we elk jaar aandacht aan de kostprijs. Deze keer trekken we daar extra veel tijd voor uit, omdat er zoveel valt te vertellen. Datum: 25 november 2025, 10:15– 15.00 uur (inloop vanaf 9.15 uur en na afloop kan er onder het genot van een hapje en drankje nagepraat worden) Locatie: Van der Valk Hotel Vianen, Prins Bernhardstraat 75 4132 XE Vianen Programma & Tickets Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags cao, FlexFuture, Kostprijs, Kostprijs 2026 | 7s Reacties
AWVN: Loonafspraken augustus iets lager Geplaatst 15 september 2025 door Redactie FlexNieuws De gemiddelde loonafspraak in nieuwe cao’s bedroeg in augustus 3,6 procent. Dat is iets lager dan de gemiddelden van de afgelopen maanden en ook lager dan het jaargemiddelde van 4 procent tot dusver over 2025. Het aantal nieuwe cao’s in augustus was erg klein. Dat meldt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over augustus. De augustus-cao’s gelden voor 20.000 werknemers. Afgelopen maand werden slechts 4 cao’s afgesloten. Sinds het hoogste maandgemiddelde van 8 procent in juni 2023 daalden de loonafspraken in cao’s. De maandgemiddelden bleven sinds afgelopen najaar echter hangen op een niveau rond de 4 procent. AWVN verwacht daling maandcijfers De 3,7 procent van april was het eerste maandgemiddelde in ruim tweeënhalf jaar dat onder de 4 procent uitkwam. Het augustus-gemiddelde volgt daarmee dus de zeer langzaam dalende trend. Het gemiddelde over 2025 ligt na 8 maanden op 4 procent. AWVN maakt wel een kanttekening bij de cijfers. In augustus werden slechts 4 cao’s afgesproken. Dat is zelfs voor deze zomermaand – ieder jaar de rustigste cao-maand – erg weinig. Het totale aantal cao’s dat tot dusver dit jaar werd afgesloten is wel normaal. In haar duiding van het augustuscijfer herhaalt AWVN te verwachten dat de maandcijfers de komende tijd zullen dalen. De werkgeversvereniging wijst op de nieuwste CBS-cijfers, waaruit blijkt dat vooral werkenden er sterk in koopkracht op vooruit zijn gegaan. Het vakbondsargument dat inflatie met hoge loonafspraken gecompenseerd moet worden, is daarmee volgens AWVN verdwenen. Loonwensen en concurrentievermogen AWVN blijft zich grote zorgen maken over het vestigingsklimaat van Nederland. Nederland verliest positie in ranglijsten van concurrentievermogen. Bedrijfssluitingen in de industrie tonen dat aan. Hogere loonkosten door hoge loonafspraken zullen op lange termijn het concurrentievermogen verder uithollen en investeringsbeslissingen in het nadeel van Nederland doen uitvallen, waarschuwt de werkgeversvereniging. Om te helpen die ontwikkeling te keren, is het noodzakelijk dat de vakbonden in de cao-onderhandelingen de gezondheid en de marktpositie van bedrijven als uitgangspunt nemen, stelt AWVN. Dat de FNV standaard een loonwens van 7 procent op tafel legt, ongeacht de toestand bij het betreffende bedrijf of bedrijfstak, is werkgevers een doorn in het oog. Lees ook: Normale loonstijging in 2025 (en verder) alleen op disruptieve wijze haalbaar – HRMorgen AWVN-looncijfer en periodieke cao-cijfers Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Kerncijfers Loonafspraken augustus, gemiddeld 3,6% Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 4,0% Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 4,9% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in juni 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in augustus 2025 4 voor 20.000 werknemers Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand augustus 9 Aantal aflopende cao’s in 2025 454 voor 2,9 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2025 ingaan 304 voor 2,4 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 150 voor 501.000 werknemers Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags AWVN, cao, loonafspraken | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: Loonafspraken augustus iets lager
OTTO Work Force presenteert Deltaplan Geplaatst 15 september 2025 door Redactie FlexNieuws Puts benadrukt dat de bijdrage van deze internationale medewerkers belangrijk kan zijn, maar dat hun inzet verantwoord en transparant moet worden geregeld. Structurele aanpak Daarom presenteert OTTO Work Force het Deltaplan ‘Voorkomen dat Nederland vastloopt’, Dit plan bouwt voort op het eerder gelanceerde ‘Grip op arbeidsmigratie’ en biedt een voorstel voor een structurele aanpak rond de inzet van internationale vakkrachten. Het plan richt zich op het verbeteren van de kwaliteit en kwantiteit van arbeidsmigratie. Daarbij wordt aandacht besteed aan het tegengaan van misstanden en het waarborgen van goede leefomstandigheden. Lees ook dit artikel: Frank van Gool blijft na afscheid pleitbezorger van arbeidsmigratie: “Wilders kan mijn telefoontje verwachten” Een belangrijk onderdeel van het plan is de introductie van een tijdelijke vakkrachtenregeling voor vitale sectoren. Op basis van een sectorale quota zouden vakmensen van buiten de EU maximaal vijf jaar kunnen worden ingezet, onder voorwaarden zoals ethische werving, baangarantie, gecertificeerde huisvesting en begeleide terugkeer. Versterking arbeidsinspectie Het Deltaplan bevat verder voorstellen voor versterking van de arbeidsinspectie, aanvullende regulering op detachering vanuit het buitenland en een betere registratie van arbeidsmigranten door middel van het koppelen van overheidsgegevens. Gemeenten krijgen een taakstellende opdracht voor het realiseren van gecertificeerde huisvesting voor arbeidsmigranten. Volgens OTTO Work Force houdt de demografische druk door vergrijzing en ontgroening nog zeker vijftien jaar aan. Het bedrijf stelt dat we het zonder tijdelijke inzet van internationale vakkrachten niet gaan redden. OTTO roept de overheid, werkgevers, gemeenten en sociale partners op om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen. “Goed gereguleerde migratie maakt Nederland sterker,” aldus Puts. “Met dit plan voorkomen we misstanden én zorgen we dat Nederland blijft draaien: eerlijker, slimmer en menselijker.” Geplaatst in In de branche | Tags arbeidsmigranten, arbeidsmigratie, huisvesting, OTTO Work Force | Reacties uitgeschakeld voor OTTO Work Force presenteert Deltaplan